id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 december 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.265.029 Rolnummer: A. 236401/IX-10037 Zaak: Arrest 265029 - Plaatselijk openbaar ambt (provinciën, gemeenten, enz.) - Reglementen - 01/12/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-12-12 Raadplegingen: 80 - laatst gezien 2026-06-15 06:36 Fiche Arrest nr 265.029 van 1 december 2025 Openbaar ambt - Plaatselijk openbaar ambt (provinciën, gemeenten, enz.) - Reglementen Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 265.029 van 1 december 2025 in de zaak A. 236.401/IX-10.037 In zake : XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom De Sutter kantoor houdend te 9000 Gent Koning Albertlaan 128 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen :
- het OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN VAN XXXX
- de STAD XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jonas De Wit kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 16 mei 2022, strekt tot de nietigverklaring van: “
- de beslissing van het vast bureau van het OCMW van XXXX dd. 22 december 2021 tot vaststelling van de rechtspositieregeling voor het OCMW-personeel […];
- de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van XXXX dd. 22 december 2021 tot vaststelling van de rechtspositieregeling voor het stadspersoneel […].” IX-10.037-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 17 november
- Staatsraad Jurgen Neuts heeft verslag uitgebracht. De verzoekende partij en advocaat Angélique Van de Neirssche, die loco advocaat Tom De Sutter verschijnt voor de verzoekende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Ten tijde van de bestreden beslissingen is verzoeker tewerkgesteld in een ‘passende functie’, zoals bedoeld in artikel 583, § 1, van het decreet van 22 december 2017 ‘over het lokaal bestuur’, bij het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van XXXX. IX-10.037-2/4 3.
- Op 22 december 2021 beslissen het college van burgemeester en schepenen van de stad XXXX en het vast bureau van het OCMW van XXXX tot vaststelling van de rechtspositieregelingen van het stadspersoneel respectievelijk het OCMW-personeel. Dat zijn de bestreden beslissingen. IV. Toepassing kortedebattenprocedure
- In antwoord op een vraag van de auditeur-verslaggeefster heeft de raadsman van verzoeker met een e-mailbericht van 15 september 2025 aan de Raad van State ter kennis gebracht dat “zowel het College van Burgemeester en Schepenen als het Vast Bureau in vergaderingen van 8.01.2024 nieuwe [rechtspositieregelingen] [hebben] vastgesteld”, zodat het hem “[voorkomt] dat de met de zaak G/A 236.401/IX-1003 bestreden RPR hierdoor niet meer in de rechtsorde aanwezig is”. Daaraan wordt toegevoegd dat “[verzoeker] geen blijk (meer) geeft van het vereiste belang bij deze zaak”.
- Naar verzoeker zelf verklaart, ook nog eens ter terechtzitting, ontbreekt het hem aan een actueel belang bij het voorliggende beroep. Daaruit vermag de Raad van State minstens te begrijpen dat verzoeker zonder verdere belangstelling voor zijn beroep is en dat dit beroep niet ontvankelijk is. V. Kosten
- In de gegeven omstandigheden past het de kosten ten laste van de verwerende partijen te leggen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep. IX-10.037-3/4
- De verwerende partijen worden, elk voor de helft, verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 22 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij.
- Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij en van de verwerende partijen niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op een december tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Jurgen Neuts, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Jurgen Neuts IX-10.037-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.265.029 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div