← België

Arrest 265030 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 01/12/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 december 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.265.030 Rolnummer: A. 241989/IX-10472 Zaak: Arrest 265030 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 01/12/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-12-02 Raadplegingen: 77 - laatst gezien 2026-06-15 06:36 Fiche Arrest nr 265.030 van 1 december 2025 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : heropening debatten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 265.030 van 1 december 2025 in de zaak A. 241.989/IX-10.472 In zake : H.V. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Rob Trips kantoor houdend te 9990 Maldegem Mottedreef 10 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen:

  1. de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door: a. de vice-eerste minister en minister van Ambtenarenzaken b. de leidend ambtenaar van het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de FOD Beleid en Ondersteuning bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jorien Van Belle kantoor houdend te 1170 Watermaal-Bosvoorde Terhulpsesteenweg 187 bij wie woonplaats wordt gekozen
  2. het RIJKSINSTITUUT VOOR ZIEKTE- EN INVALIDITEITSVERZEKERING -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  3. Het beroep, ingesteld op 23 mei 2024, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de selectiecommissie binnen het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering van 26 maart 2024 waarbij verzoeker niet geslaagd wordt verklaard voor de bevordering naar sociaal inspecteur niveau A (‘BNG24011’). II. Verloop van de rechtspleging
  4. De eerste en de tweede vertegenwoordiger van de eerste verwerende partij hebben een memorie van antwoord ingediend. De verzoekende IX-10.472-1/11 partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend ten aanzien van deze twee vertegenwoordigers van de eerste verwerende partij en een toelichtende memorie ten aanzien van de tweede verwerende partij. Eerste auditeur Rita Van Den Eeckhout heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij en de eerste en de tweede vertegenwoordiger van de eerste verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 17 november
  5. Staatsraad Jim Deridder heeft verslag uitgebracht. Advocaat Rob Trips, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Jorien Van Belle, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Rita Van Den Eeckhout heeft advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. III. Feiten 3.
  7. Verzoeker is bij het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV) aangesteld als vast benoemd ambtenaar, niveau B. IX-10.472-2/11 In het Belgisch Staatsblad van 12 februari 2024 wordt een vergelijkende Nederlandstalige selectie voor bevordering naar niveau A (reeks 3) voor de functie van sociaal inspecteur (‘BNG24011’) bekendgemaakt. De lijst van laureaten blijft twee jaar geldig. 3.
  8. Verzoeker voldoet aan de deelnemingsvoorwaarden en wordt toegelaten tot de selectie. 3.
  9. De selectieproef bestaat uit twee delen. In een analyse- en presentatieoefening (eerste stap) worden de competenties ‘informatie integreren’ en ‘beslissen’ beoordeeld. De mondelinge proef (tweede stap) bestaat uit een interview waarbij wordt geëvalueerd of de gedragsgerichte competenties van de kandidaat overeenstemmen met de jobvereisten en waarbij ook vragen worden gesteld over de motivatie, de interesse en de voeling met het werkterrein. Om te slagen moet de kandidaat een totaalscore behalen van minstens 50/100 en bovendien slagen voor elk van beide stappen. 3.
  10. De selectieproef vindt plaats op 19 maart
  11. 3.
  12. Op 26 maart 2024 wordt verzoeker via een bericht in zijn online account in kennis gesteld van het eindresultaat: verzoeker is met een totaalscore van 43/100 niet geslaagd voor de selectie. Dat is de bestreden beslissing. 3.
  13. Op 18 april 2024 heeft verzoeker een feedbackgesprek over het behaalde resultaat: hiervan ontvangt hij een verslag. 3.
  14. Tussen 23 april en 17 mei 2024 is er correspondentie tussen verzoeker en het RIZIV met betrekking tot het raadplegen dan wel ontvangen van een afschrift van het examendossier. IX-10.472-3/11 3.
  15. Op 5 juli 2024 worden in het Belgisch staatsblad de resultaten van de selectie ‘BNG24011’ bekendgemaakt: er zijn drie laureaten. IV. Verzoek tot uitbreiding van het voorwerp van het beroep
  16. In de memorie van wederantwoord en in zijn toelichtende memorie vraagt verzoeker om het voorwerp van het beroep uit te breiden tot “het resultaat van de vergelijkende Nederlandstalige selectie voor bevordering naar niveau A (reeks 3), zoals bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 5 juli 2024, voor de functie van sociaal inspecteur bij het RIZIV” (hierna: de tweede bestreden beslissing). In het petitum van diezelfde memories vraagt hij tevens om “de eerste en tweede bestreden beslissing te vernietigen”. V. Ontvankelijkheid van het beroep A. Wat betreft de uitbreiding van het voorwerp van het beroep Verzoek tot uitbreiding
  17. In zijn memorie van wederantwoord en zijn toelichtende memorie doet verzoeker gelden wat volgt: “De lijst van laureaten, zoals gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 5 juli 2024, is het resultaat van de vergelijkende Nederlandse selectie voor bevordering naar niveau A voor de functie van sociaal inspecteurs bij het RIZIV, waaraan verzoeker heeft deelgenomen. Het betreft aldus het louter bekendmaken van het resultaat van de vergelijkende selectie. M.a.w. de lijst van de laureaten betreft een gevolghandeling waarvoor de eerste bestreden beslissing de enige grondslag uitmaakt. Of nog, de lijst van de laureaten is een individuele rechtshandeling die zeer nauw verbonden is met de eerste bestreden beslissing, die in voorkomend geval door de vernietiging geacht moet worden zijn materiële rechtskracht te hebben verloren en dus niet langer verbindend te zijn, ook al werd ze niet formeel vernietigd. Het gaat met name om handelingen waarvan de vernietigde handeling de enige en noodzakelijke rechtsgrond uitmaakt. IX-10.472-4/11 De onwettigheid van de eerste bestreden beslissing brengt bij wege van gevolgtrekking de onwettigheid mee van de navolgende handeling. Voor de rechtszekerheid breidt verzoeker dan ook het voorwerp van het huidige annulatieberoep uit tot de lijst van de laureaten, zoals gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 5 juli 2024, zodoende er dan ook geen betwisting over bestaat.”
  18. In zijn laatste memorie betoogt verzoeker dat het voorwerp van een beroep tot nietigverklaring in de loop van het geding mag worden uitgebreid tot rechtshandelingen waarvan in het inleidend verzoekschrift niet de nietigverklaring werd gevorderd, maar die het logische en noodzakelijke gevolg van de bestreden handeling zijn. Dat is volgens verzoeker te dezen het geval. Daaruit besluit verzoeker dat zijn uitbreiding van het voorwerp van het beroep moet worden toegestaan. Het vaststellen van de lijst van geslaagden is immers, zo stelt verzoeker, het logische en noodzakelijke gevolg van de eerste bestreden beslissing, die op haar beurt een aanvechtbare vóórbeslissing is. Het gaat volgens verzoeker om een complexe rechtshandeling waarvan de verschillende onderdelen samen één enkele, ondeelbare beslissing uitmaken. Bovendien, zo stelt verzoeker voorts, is de tweede bestreden beslissing niets meer dan een uitdrukkelijke kennisgeving in de vorm van een publicatie, die geen eigen rechtsgevolgen ressorteert en als dusdanig geen voor vernietiging vatbare akte is. Beoordeling
  19. Vooreerst zij opgemerkt dat verzoeker weinig consequent is, door eensdeels te verzoeken om zijn beroep uit te breiden tot de tweede bestreden beslissing en er uitdrukkelijk de nietigverklaring van te vorderen en anderzijds te betogen dat die beslissing “als dusdanig geen voor vernietiging vatbare akte is” (waarover hierna meer). 8.
  20. Verzoeker vraagt in zijn inleidend verzoekschrift de nietigverklaring van de beslissing van de verwerende partij van 26 maart 2024 waarbij hij niet geslaagd wordt verklaard voor de bevorderingsprocedure naar sociaal inspecteur niveau A. Deze (eerste) bestreden beslissing is een voor IX-10.472-5/11 verzoeker grievende vóórbeslissing – zijn kandidaatstelling wordt er definitief mee afgewezen – in het kader van een complexe administratieve verrichting. 8.
  21. In dit geval heeft de eerste verwerende partij de procedure, waaraan verzoeker had deelgenomen, beëindigd met de beslissing dat er voor de procedure tot bevordering tot sociaal inspecteur ‘BNG24011’ drie laureaten zijn. Die beslissing is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 5 juli
  22. Deze beslissing diende niet aan verzoeker te worden betekend. Hij was immers ten gevolge van de op 26 maart 2024 ten aanzien van hem genomen beslissing geen kandidaat meer. Als belanghebbende stond het aan verzoeker om – ter maximale vrijwaring van zijn belang bij het door hem ingestelde annulatieberoep – waakzaam en actief te zijn en met andere woorden zich tijdig bij de eerste verwerende partij te informeren over een eventuele eindbeslissing in de procedure met vacaturenummer ‘BNG24011’, een eindbeslissing die verzoeker overigens tegenstelbaar is door haar bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. Verzoeker heeft de voormelde eindbeslissing over de selectieprocedure met vacaturenummer ‘BNG24011’ niet met een annulatieberoep bestreden. Zijn verzoek in de memorie van wederantwoord en de toelichtende memorie, die van meer dan vier maanden later dateren, om het voorwerp van zijn beroep tot die beslissing uit te breiden, is laattijdig. 8.
  23. Voor zover verzoeker doet gelden dat “de publicatie van het resultaat van de vergelijkende Nederlandstalige selectie voor bevordering naar niveau A (reeks 3) voor de functie van sociaal inspecteur bij het RIZIV […] geen bijzondere eigen rechtsgevolgen heeft en als dusdanig geen voor vernietiging vatbare akte is”, moeten aan verzoeker twee bedenkingen worden tegengeworpen. Enerzijds dient, indien verzoekers betoog onverkort wordt bijgetreden, de uitbreiding van het voorwerp van het beroep alleszins te worden afgewezen, aangezien een beroep tot nietigverklaring niet kan worden gericht tegen IX-10.472-6/11 een handeling die niet voor vernietiging vatbaar is. In dat opzicht heeft verzoeker geen belang bij zijn verzoek. Anderzijds bedenkt de Raad van State dat de voormelde bekendmaking in het Belgisch Staatsblad wel degelijk rechtsgevolgen heeft. Eensdeels omdat eruit volgt dat de bevorderingsprocedure met een eindbeslissing is afgesloten en de door verzoeker beoogde functie van sociaal inspecteur niet hém te beurt valt, anderdeels omdat ze de rechtspositie van de drie laureaten wijzigt. Anders dan wat verzoeker doet gelden, verzet het rechtszekerheidsbeginsel zich er precies tegen dat hij tegen een beslissing waarvan derden de begunstigden zijn, zou opkomen buiten de zestigdagentermijn die ingaat nadat die akte werd bekendgemaakt of betekend of verzoeker er kennis van heeft gekregen. Die bekendmaking is te dezen, zoals gezien, geschied op 5 juli
  24. 8.
  25. Verzoeker kan tot slot ook niet worden bijgetreden in zijn betoog inzake het causaal verband tussen de eerste en de tweede bestreden beslissing. Anders dan verzoeker het ziet immers, is het vaststellen van de lijst van geslaagden niet het logische en noodzakelijke gevolg van de beslissing waarbij hijzelf niet geslaagd wordt verklaard voor het vergelijkend examen. Deze laatste beslissing zegt namelijk niets over de quotering van de andere kandidaten, noch over de onderlinge rangschikking van de laureaten.
  26. Het verzoek tot uitbreiding van het voorwerp kan niet worden ingewilligd. Wanneer hierna wordt verwezen naar ‘de bestreden beslissing’, dan wordt daarmee enkel de beslissing van de selectiecommissie van 26 maart 2024 bedoeld. IX-10.472-7/11 B. Wat betreft het belang van verzoeker Standpunt van de partijen
  27. Door de eerste verwerende partij wordt in de memorie van antwoord de exceptie opgeworpen dat het beroep onontvankelijk is bij gebrek aan belang, omdat verzoeker heeft nagelaten eveneens een beroep in te stellen tegen de lijst van laureaten zoals die in het Belgisch Staatsblad van 5 juli 2024 is bekendgemaakt. Die lijst is bijgevolg definitief geworden, zodat een eventuele nietigverklaring van de bestreden beslissing verzoeker geen uitzicht biedt op een bevordering naar niveau A in het kader van de betrokken selectieprocedure. Verzoeker kan derhalve niet worden gevolgd in zijn stelling, zo betoogt de eerste verwerende partij, dat hij door een nietigverklaring van de bestreden beslissing een nieuwe kans verwerft om door de selectiecommissie geslaagd te worden verklaard én te worden opgenomen op de lijst van laureaten.
  28. In haar laatste memorie voegt de eerste verwerende partij daaraan nog toe dat aan haar standpunt geen afbreuk wordt gedaan door verzoekers betoog dat de drie laureaten niet zijn ingegaan op de vraag om de functie ook daadwerkelijk te aanvaarden. Beoordeling
  29. Artikel 19 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de beroepen tot nietigverklaring voor de afdeling Bestuursrechtspraak kunnen worden gebracht door elke partij die doet blijken van een benadeling of een belang. Het belang dat aldus van een verzoekende partij wordt vereist, houdt onder meer in dat deze partij ingevolge de bestreden beslissing een actueel, rechtstreeks, persoonlijk en zeker nadeel moet lijden dat door een nietigverklaring van die beslissing kan worden verholpen. IX-10.472-8/11 Het belang, waarvan een verzoekende partij blijk moet geven, dient te bestaan op het ogenblik van het instellen van het annulatieberoep en de verzoekende partij moet dat belang behouden tot aan de uitspraak. De aard van het belang kan weliswaar evolueren, maar een verzoekende partij moet minstens aannemelijk maken dat de gevraagde nietigverklaring haar nog een concreet voordeel oplevert. Dit voordeel moet in beginsel meer zijn dan de genoegdoening, verbonden met het horen onwettig verklaren van de bestreden beslissing.
  30. Het staat aan de Raad van State te oordelen of de verzoekende partij die een zaak voor de Raad brengt, doet blijken van een belang bij haar beroep. De Raad van State dient er evenwel over te waken dat het belangvereiste niet op een buitensporig restrictieve of formalistische wijze wordt toegepast (GwH 30 september 2010, nr. 109/2010, B.4.3).
  31. Verzoeker heeft deelgenomen aan de vergelijkende Nederlandstalige selectie voor bevordering naar niveau A (reeks 3) voor de functie van sociaal inspecteur (‘BNG24011’) bij het RIZIV. Luidens het bericht van bekendmaking van die selectieprocedure in het Belgisch Staatsblad van 12 februari 2024 wordt als resultaat van de selectieproeven een lijst vastgesteld van laureaten, die gedurende twee jaar geldig blijft. 15.
  32. Verzoeker vermag de bestreden beslissing als een hem grievende vóórbeslissing met een beroep tot nietigverklaring te bestrijden. 15.
  33. In de mate dat verzoeker zijn belang erin ziet gelegen om, na een eventuele nietigverklaring en het verkrijgen van een slaagcijfer, voor de toewijzing van de bevordering alsnog in concurrentie te treden met zijn mededingers, dan behoudt hij dat actueel belang enkel indien hij ook de eindbeslissing van de complexe administratieve verrichting met een beroep tot nietigverklaring bestrijdt, IX-10.472-9/11 opdat hij zijn kansen gaaf zou houden om zelf alsnog de beoogde aanwerving te kunnen verkrijgen. Dat heeft verzoeker, zoals hiervóór is vastgesteld, niet op een ontvankelijke wijze gedaan. 15.
  34. Aldus verengt verzoeker zijn belang tot een kans om, na een eventuele nietigverklaring en het verkrijgen van een slaagcijfer, in een werfreserve te worden opgenomen. Indien verzoekers enige middel geheel of ten dele gegrond wordt bevonden, dan zal – zoals de Raad van State reeds overwoog in arresten nrs. 249.394 van 31 december 2020 en 253.564 van 26 april 2022 – de verwerende partij de selectieprocedure immers ten aanzien van verzoeker vanaf het punt waar de onregelmatigheid is vastgesteld dienen te hernemen op een wijze waarbij de vastgestelde onwettigheid wordt verholpen. Indien de bedoelde herneming van de selectieprocedure voor verzoeker succesvol verloopt en hij geslaagd wordt verklaard, zal verzoeker overeenkomstig het vacaturebericht worden opgenomen in een wervingsreserve van twee jaar, te rekenen vanaf de datum van de beslissing van de selectiecommissie. Van een dergelijk belang heeft de Raad van State recent aangenomen – zie bijvoorbeeld arrest nr. 258.651 van 31 januari 2024 – dat het volstaat.
  35. De exceptie wordt verworpen. VI. Aanvullend onderzoek
  36. Het auditoraat heeft zijn onderzoek over de zaak beperkt tot het onderzoek van de ontvankelijkheid in de zin als hiervóór behandeld en waarvan blijkt dat het niet leidt tot een definitieve oplossing van het geschil. IX-10.472-10/11 Er is dan ook reden om het auditoraat te gelasten met een aanvullend verslag over de zaak. BESLISSING
  37. De Raad van State heropent het debat.
  38. Het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt belast met het aanvullend onderzoek. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op een december tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Jurgen Neuts, staatsraad, Jim Deridder, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Geert Van Haegendoren IX-10.472-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.265.030 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.