← België

Arrest 265034 - Politie (federale reglementen) - 02/12/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 december 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.265.034 Rolnummer: A. 246462/X-19215 Zaak: Arrest 265034 - Politie (federale reglementen) - 02/12/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-12-02 Raadplegingen: 81 - laatst gezien 2026-06-15 06:33 Fiche Arrest nr 265.034 van 2 december 2025 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Politie (federale reglementen) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 265.034 van 2 december 2025 in de zaak A. 246.462/X-19.215 In zake: W.J. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk Abbeloos kantoor houdend te 9200 Dendermonde Sint-Gillislaan 117 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de GEMEENTE HAALTERT -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 19 november 2025, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Haaltert van 22 september 2025 tot goedkeuring van het aanvullend politiereglement voor voetweg nr.
  2. Verzoeker vordert tevens als voorlopige maatregel “de verwijde- ring van het bord C5 te bevelen […] onder verbeurte van een dwangsom van 1000 EUR per begonnen dag vertraging”. II. Verloop van de rechtspleging
  3. Bij beschikking van 20 november 2025 werd de procedurekalender vastgesteld. X-19.215-1/6 De verwerende partij heeft een nota met opmerkingen en een administratief dossier ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 28 november 2025, om 11.30 uur. Kamervoorzitter Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Robin Van Cauwenberghe, die loco advocaat Dirk Abbeloos verschijnt voor verzoeker, en Pieter De Bosscher, diensthoofd administratieve beleidsondersteuning, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Evelien De Taeye heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Verzoeker stelt dat zijn woning ontsloten wordt door de in de Atlas der Buurtwegen opgenomen “trage weg nr. 77”. 3.
  6. Met het bestreden besluit van 22 september 2025 keurt het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Haaltert het aanvullend politiereglement goed waardoor het voor motorvoertuigen met meer dan twee wielen en motorfietsen verboden wordt om “de trage weg nr. 77” te gebruiken. X-19.215-2/6 3.
  7. Met een bericht van 6 oktober 2025 maakt de verwerende partij het bestreden besluit over aan verzoeker. In de begeleidende e-mail wordt het volgende gesteld: “In bijlage bezorg ik u de nieuwe beslissing voor een aanvullend politiereglement […]. Er werd opdracht gegeven aan de technische dienst om ter plaatse de nodige signalisatie te voorzien.” 3.
  8. Verzoeker stelt dat op 14 november 2025 het verkeersbord is geplaatst dat de toegang voor motorvoertuigen met meer dan twee wielen en motorfietsen verbiedt. IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
  9. Krachtens artikel 17, § 1, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd waarvan het onderzoek zich leent voor een versnelde behandeling en waarmee de nietigverklaring van de bestreden beslissing prima facie kan worden verantwoord. Overeenkomstig paragraaf 5 van datzelfde artikel wordt de zaak behandeld bij uiterst dringende noodzakelijkheid en derhalve binnen een termijn van vijftien dagen of minder, wanneer zulks in het opschrift wordt vermeld. V. Uiterst dringende noodzakelijkheid
  10. Verzoeker voert aan dat zijn woning niet meer met een motorvoertuig kan worden bereikt. Dit veroorzaakt een aantal concrete en verifieerbare problemen. Vooreerst kan hij zijn eigendom niet normaal gebruiken. Hij kan zijn woning niet met zijn auto bereiken voor essentiële dagelijkse verplaatsingen, noch voor het vervoeren van noodzakelijke goederen zoals boodschappen, gereedschap, brandstof, bouwmateriaal of andere omvangrijke X-19.215-3/6 voorwerpen die niet te voet kunnen worden gedragen. Daarnaast wordt hij genoodzaakt zijn voertuig op aanzienlijke afstand te parkeren. Er is geen enkele garantie op een beschikbare parkeerplaats, waardoor hij dagelijks wordt geconfronteerd met onzekerheid, zoekgedrag, risico op parkeerboetes en de noodzaak om soms honderden meters te voet af te leggen, ook ’s avonds of in slechte weersomstandigheden. Deze situatie veroorzaakt bovendien veiligheidsrisico’s, aangezien de route te voet onvoldoende verlicht is en geen veilige voetpaden biedt. Voorts kunnen postdiensten, koeriers en pakketdiensten het adres van verzoeker niet langer op normale wijze bereiken. Het verkeersbord is geplaatst zonder voorafgaande waarschuwing, zonder overgangsmaatregelen en zonder alternatief parkeerregime, waardoor de hinder plots en onverwacht is ontstaan.
  11. De verwerende partij stelt dat er geen sprake is van een uiterst dringende noodzakelijkheid daar verzoeker al bijna twee maanden kennis had van het bestreden besluit. Beoordeling 7.
  12. De procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid houdt een ernstige verstoring in van het normale verloop van de rechtspleging voor de Raad van State, herleidt de mogelijkheden tot onderzoek van de zaak tot een strikt minimum en beperkt in aanzienlijke mate de uitoefening van het recht van verdediging van de verwerende partij. Het is om die reden dat de Raad van State met een zekere gestrengheid de voorwaarden beoordeelt die vervuld moeten zijn opdat deze vordering kan worden ingewilligd. De aanwending van die procedure moet dan ook zeer uitzonderlijk blijven, in die zin dat ze slechts mag worden aangewend in die enkele gevallen dat het uiterst dringende karakter van de zaak door de verzoekende partij op onbetwistbare wijze wordt aangetoond. X-19.215-4/6 Een verzoekende partij moet diligent optreden bij het inleiden van een vordering bij uiterst dringende noodzakelijkheid. Diligent optreden – dit wil zeggen dat de eisende partij al het nodige heeft gedaan om de zaak zo spoedig mogelijk aanhangig te maken bij de Raad van State – is immers een vereiste die vervat is in de voorwaarde van de uiterst dringende noodzakelijkheid. Met andere woorden moet een verzoekende partij die claimt dat er met haar vordering een uiterst dringende noodzakelijkheid gemoeid is, zich daar ook naar gedragen, op gevaar af de beweerde uiterste urgentie zelf te ontkrachten. 7.
  13. Verzoeker heeft de voorliggende vorderingen ingediend de vierenveertigste dag nadat hem de bestreden beslissing is meegedeeld. Voor dat tijdsverloop wordt geen afdoende rechtvaardiging verschaft. De loutere omstandigheid dat de technische dienst van de verwerende partij – ter uitvoering van het bestreden besluit – op 14 november 2025 het verkeerbord heeft geplaatst, kan niet verschonen dat verzoeker na kennisname van het bestreden besluit anderhalve maand heeft getalmd om zijn vorderingen in te stellen. Een zo lang gedraal maakt de negatie uit van de aangevoerde uiterst dringende noodzakelijkheid. 7.
  14. Hieruit volgt dat aan alvast één van de voorwaarden voor een schorsing of het opleggen van een andere voorlopige maatregel bij uiterst dringende noodzakelijkheid niet is voldaan. Dit volstaat om de vorderingen in hun geheel te verwerpen. X-19.215-5/6 BESLISSING De Raad van State verwerpt de vorderingen tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en tot het opleggen van een voorlopige maatregel. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op twee december tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jan Clement, kamervoorzitter, bijgestaan door Karin Meerschaut, griffier. De griffier De voorzitter Karin Meerschaut Jan Clement X-19.215-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.265.034 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.