id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 december 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.265.065 Rolnummer: A. 244533/VII-42848 Zaak: Arrest 265065 - Niet begeleide minderjarigen - 04/12/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-12-12 Raadplegingen: 92 - laatst gezien 2026-06-15 06:24 Fiche Arrest nr 265.065 van 4 december 2025 Vreemdelingen - Niet begeleide minderjarigen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.265.065 no lien 286526 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 265.065 van 4 december 2025 in de zaak A. 244.533/VII-42.848 In zake: K.S. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Elmiera Dareshoeri kantoor houdend te 2800 Mechelen Brusselsesteenweg 54 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ine De Cneudt kantoor houdend te 3054 Vaalbeek (Oud-Heverlee) Onze-Lieve-Vrouwstraat 6 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 29 maart 2025, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de Federale Overheidsdienst Justitie, dienst Voogdij van 4 februari 2025, waarbij wordt beslist verzoeker te beschouwen als ouder dan 18 jaar en dat verzoeker geen voogd zal krijgen. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan verzoeker ter kennis werd gebracht op 5 juli
- Op respectievelijk 30 juli 2025 en 23 juli 2025 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoeker ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.265.065 VII-42.848-1/4 en de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Verzoeker heeft gevraagd om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 27 november 2025, om 11 uur. Kamervoorzitter Carlo Adams heeft verslag uitgebracht. Advocaat Ignace Oger, die loco advocaat Elmiera Dareshoeri verschijnt voor verzoeker, en advocaat Filip Stouthuysen, die loco advocaat Ine De Cneudt verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt. Bij het versturen aan verzoeker van een kopie van de memorie van antwoord heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent. VII-42.848-2/4 Verzoeker gaf met een brief van 7 juli 2025 ter kennis dat “er van mijnentwege geen memorie van wederantwoord zal worden neergelegd”. Zo geschiedde, verzoeker heeft geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent.
- Met artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State heeft de wetgever stringente gevolgen willen verbinden aan het niet respecteren van de termijn voor het indienen van een memorie van wederantwoord, meer bepaald door het instellen van een onweerlegbaar vermoeden van het ontbreken van het vereiste belang. Dat vermoeden kan enkel door het bewijs van overmacht of onoverkomelijke dwaling ongedaan worden gemaakt. De enige finaliteit van de hoorzitting is bijgevolg voornoemd bewijs te leveren of aan te tonen dat geen correcte toepassing werd gemaakt van voornoemd artikel 21, tweede lid. Ter terechtzitting betwist verzoeker niet dat hij geen memorie van wederantwoord heeft ingediend na de ontvangst van de memorie van antwoord van de verwerende partij. Voor dat verzuim beroept hij zich niet op een omstandigheid die kan worden aangemerkt als overmacht.
- Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 154 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. VII-42.848-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vier december tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Bryan Geerts, toegevoegd griffier. De griffier De voorzitter Bryan Geerts Carlo Adams VII-42.848-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.265.065 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div