← België

Arrest 265116 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 09/12/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 december 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.265.116 Rolnummer: A. 239907/IX-10312 Zaak: Arrest 265116 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 09/12/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-12-10 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-15 09:52 Fiche Arrest nr 265.116 van 9 december 2025 Openbaar ambt - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Vernietiging Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 265.116 van 9 december 2025 in de zaak A. 239.907/IX-10.312 In zake: R.D. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Stijn Butenaerts en Andy Hoedenaeken kantoor houdend te 1080 Brussel Leopold II-laan 180 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de UNIVERSITEIT GENT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Sofie Logie en Jade Leenaert kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 28 augustus 2023, strekt tot de nietig- verklaring van: “- de beslissing dd. 30 juni 2023 van het Bestuurscollege van de Universiteit Gent houdende de rangschikking en aanstelling van [AS] met ingang van 1 september 2023 als voltijds docent tenure track in het vakgebied Audiovisuele vertaling en de impliciete weigering tot het rangschikken en aanstellen van verzoekende partij […] - het verslag van de vergadering van de Raad van de Faculteit Letteren en Wijs- begeerte van 14 juni 2023 houdende de voordracht van [AS] als docent tenure track eerste salarisschaal en de weigering tot het rangschikken van verzoekende partij […] - het verslag dd. 30 maart 2023 van de eerste vergadering van de beoordelings- commissie waarbij op basis van de dossiers een shortlist van kandidaten werd opgesteld en het verslag dd. 26 mei 2023 van de proeflessen en interviews met de kandidaten van de shortlist, en de rangschikking van de kandidaten.” IX-10.312-1/12 II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Adjunct-auditeur Daniël Plas heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verwerende partij ter kennis gebracht op 22 juli
  3. Op 9 september 2025 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verwerende partij de mededeling ter ken- nis gebracht, bedoeld in artikel 14quinquies van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrecht- spraak van de Raad van State’. De verwerende partij heeft gevraagd om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 17 november
  4. Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge- bracht. De verzoekende partij en advocaat Andy Hoedenaeken , die ver- schijnt voor de verzoekende partij en advocaat Sofie Logie, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Daniël Plas heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. IX-10.312-2/12 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoör- dineerd op 12 januari
  5. III. Afstand
  6. Op de terechtzitting verklaart verzoekster dat zij afstand doet van haar beroep, wat het tweede en derde voorwerp betreft. Hierna wordt met de bestreden beslissing dan ook gerefereerd aan het eerste voorwerp, namelijk “de beslissing dd. 30 juni 2023 van het Bestuurs- college van de Universiteit Gent houdende de rangschikking en aanstelling van [AS] met ingang van 1 september 2023 als voltijds docent tenure track in het vak- gebied Audiovisuele vertaling en de impliciete weigering tot het rangschikken en aanstellen van [verzoekster]”. IV. Toepassing van de versnelde rechtspleging
  7. In het auditoraatsverslag wordt de vernietiging van de bestreden beslissing van het bestuurscollege voorgesteld. Gelet op artikel 30, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en artikel 14quinquies van het besluit van de Regent van 23 augus- tus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ kan de beslissing waarvan de nietigverklaring gevorderd wordt volgens een versnelde rechtspleging nietig worden verklaard indien noch de verwerende partij, noch degene die belang heeft bij de beslechting van het geschil, een verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag van de auditeur waarin de nie- tigverklaring wordt voorgesteld. IX-10.312-3/12 De verwerende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
  8. Ter terechtzitting legt de raadsvrouw van de verwerende partij uit dat de termijn voor de indiening van een laatste memorie door haar secretariaat niet in de takenlijst was opgenomen. De organisatie van het advocatenkantoor en mogelijke vergissingen daarbij, vormen evenwel geen overmacht – hetgeen de raadsvrouw van de verwerende partij overigens ook niet beweert.
  9. Er bestaat aanleiding om de versnelde rechtspleging te volgen. V. Feiten
  10. Op 23 december 2022 beslist het bestuurscollege van de verwe- rende partij om een voltijds ambt docent tenure track in het vakgebied ‘Audiovi- suele vertaling’ open te stellen. Onder anderen verzoekster en AS stellen zich kandidaat. Op 30 maart 2023 stelt de bevoegde beoordelingscommissie een shortlist op van drie kandidaten. De selectie van AS wordt inzonderheid verant- woord als volgt: “Elke kandidaat beantwoordt aan de minimale profielvereisten, met name: - U heeft een goede receptieve kennis van één of meerdere vreemde talen (Duits, Engels, Frans, Italiaans, Nederlands, Spaans); - U beheerst het Nederlands en het Engels minimaal op een B2 niveau, of u bent bereid om niveau B2 te halen binnen de vijf jaar na aanwerving; één van beide talen beheerst u op C2-niveau - Onderzoek: doctoraat behaald in relevant vakgebied; hoogstaand weten- schappelijk onderzoek gepubliceerd; kwaliteitsvolle tijdschriften en boeken met peer review; in staat wetenschappelijk onderzoek te initiëren en te bege- leiden; in staat fondsen te verzamelen; aantoonbare ervaring in onderwijs op academisch niveau; meertaligheid (goede receptieve kennis van een of meer- dere talen); beheerst Engels en/of Nederlands op C2 niveau. Hieronder volgen uitgebreide profielbeschrijvingen die aantonen dat drie kandidaten op de shortlist voldoen aan de profielvereisten en over IX-10.312-4/12 belangrijke troeven beschikken: […] Na studies in o.a. ‘taal- en letterkunde’ (MA, VUB) en ‘toegepaste audi- ovisuele wetenschappen’ (BAnaBA, Lessius) behaalde [AS] de doctorsgraad met het academisch relevante proefschrift […]. Ze heeft een uitgesproken internationaal profiel en gaf les of deed onderzoek aan Universitat de Barce- lona (Nederlands), de Instituto de literatura y lingüística de Cuba (VLIR- UOS), Hollins University (Fulbright, Frans), de Université de Mons (Engels) en de University of California Santa Cruz (seminarie ‘Visualizing human rights’). Ze heeft een hoog beheersingsniveau van het Nederlands, Frans, En- gels en Spaans. Ze heeft aangetoonde universitaire onderwijservaring in taal- verwerving, niet in audiovisuele vertaling. Ze vermeldt twee momenten van universitaire onderwijsprofessionalisering. Tussen 2015 en 2022 publiceerde ze 6 artikels waarvan 4 op A1-niveau en 1 in een tijdschrift uit de VABB- lijst); 1 ‘forthcoming’ hoofdstuk bij uitgever niet op de VABB-lijst (B2); en 1 monografie (2022, B1; Palgrave MacMillan). Ze neemt deel aan relevante events en congressen in het brede veld. Deze jonge onderzoeker heeft nog geen aantoonbare ervaring met fondsenwerving voor grote projecten; wel vermeldt ze kleine fondsenwerving en prijzengeld voor academische merite. Ze is sterk aanwezig in wetenschapscommunicatie. Op dit ogenblik is ze sta- tutair wetenschappelijk adviseur voor de Staatssecretaris van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bevoegd voor wetenschappelijk onderzoek. Ze is als adviseur ‘van binnenuit’ vertrouwd met wetenschappelijke projectaanvra- gen. Het onderzoekprofiel van deze kandidaat is sterk en heeft veel potenti- eel, het onderwijs is sterk. Ze past vertaalwetenschappelijke concepten toe op audiovisuele media, weliswaar zonder expliciete link naar audiovisuele vertaling als praktijk/discipline. [AS] is de enige kandidaat die het UGent- sjabloon volledig correct en nauwgezet heeft ingevuld, wat spreekt voor haar kwaliteiten als projectaanvrager.” De commissie nodigt de drie overgebleven kandidaten, onder wie verzoekster en AS, uit voor het geven van een proefles en voor een individueel gesprek met de commissie. Na de proefles beslist de beoordelingscommissie om alleen AS te rangschikken. De niet-rangschikking van verzoekster verantwoordt zij als volgt: “De commissie erkent de verdiensten van [verzoekster] als docent en institu- tioneel speler in het veld van de audiovisuele vertaling, maar identificeert in het onderzoeksvoorstel en tijdens het interview onvoldoende diepgaande academische reflectie. Het is voor de commissie onduidelijk welk soort on- derzoek ze precies wenst te voeren en met welke methodologie. De antwoor- den zijn veeleer vaag of ontwijkend. Bijzonder nadelig is haar suggestie om met het startkrediet eventueel een doctoraatsstudent aan te werven die over complementaire onderzoeksvaardigheden zou beschikken en haar op die IX-10.312-5/12 manier methodologisch zou kunnen ondersteunen. Tijdens de eerste verga- dering had de commissie reeds vragen gesteld over de onderzoeksgerichtheid van deze kandidate. Het ingediende onderzoeksvoorstel en het interview ge- ven aanleiding tot meer vragen en twijfel. De commissie beslist daarom [ver- zoekster] niet te rangschikken.” De faculteitsraad Letteren en Wijsbegeerte beslist op 14 juni 2023 met eenparigheid van stemmen om AS voor te dragen als eerste kandidaat in het te begeven ambt, waarbij aangesloten wordt bij de motivering van de beoorde- lingscommissie. Hij besluit vervolgens eveneens unaniem om niemand voor te dra- gen als tweede kandidaat. Het bestuurscollege beslist op 30 juni 2023, onder verwijzing naar het voorstel van de faculteitsraad zonder bijkomende eigen motivering, om AS als eerste (en enige) kandidaat te rangschikken en haar aan te stellen als voltijds docent tenure track met een opdracht omvattend academisch onderwijs, weten- schappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening in het vakgebied ‘Au- diovisuele vertaling’ binnen de vakgroep Vertalen, Tolken en Communicatie. VI. Ontvankelijkheid Exceptie
  11. De verwerende partij betwist de ontvankelijkheid van het beroep tot nietigverklaring omdat de door verzoekster aangevoerde middelen feitelijke grondslag zouden missen en dus onontvankelijk zouden zijn. Beoordeling
  12. De vraag of een middel feitelijke grondslag mist, hangt samen met de beoordeling van de gegrondheid van dat middel en niet van de ontvanke- lijkheid. In dat opzicht kan de exceptie van de verwerende partij, die veronderstelt dat het gehele beroep tot nietigverklaring onontvankelijk is bij gebrek aan middelen IX-10.312-6/12 die een feitelijke grondslag missen, gelet op de beoordeling van het tweede middel hierna, niet worden bijgevallen.
  13. De exceptie is ongegrond. VII. Gegrondheid van het tweede middel
  14. Verzoekster voert in het tweede middel een schending aan van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, artikel V.27 van de Codex Hoger Onder- wijs, artikel 6 van het reglement van de verwerende partij betreffende de benoe- ming of aanstelling, de bevordering, de evaluatie en het beroep van de leden van het zelfstandig academisch personeel en van de materiëlemotiveringsplicht, het zorgvuldigheidsbeginsel, het gelijkheidsbeginsel, het vertrouwensbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Verzoekster levert kritiek op de bestreden beslissing omdat, eensdeels, AS ten onrechte is geselecteerd aangezien zij niet voldoet aan de pro- fielvereisten en, anderdeels, omdat de beoordeling van haar kandidatuur en bijge- volg het besluit om haar niet te rangschikken, faalt. 12.
  15. Wat de selectie van AS betreft, komt het auditoraat in zijn bere- deneerd verslag tot het besluit dat verzoekster aannemelijk maakt dat de verwe- rende partij niet zorgvuldig en op basis van draagkrachtige motieven heeft geoor- deeld dat AS voldoet aan het profielvereiste inzake ervaring met wetenschappelijk onderzoek in het vakgebied ‘Audiovisuele vertaling’: “
  16. Deze profielvereiste, zoals weergegeven in het vacaturebericht […], im- pliceert dat de kandidaten voor de vacante betrekking kunnen aantonen dat ze ‘hoogstaand’ wetenschappelijk onderzoek hebben verricht in ‘het opgege- ven vakgebied’. Dat ‘opgegeven vakgebied’ kan enkel en alleen betrekking hebben op het in het vacaturebericht vermelde vakgebied ‘Audiovisuele ver- taling’. Het bewijs dat een kandidaat hoogstaand wetenschappelijk onder- zoek moet hebben verricht, moet op basis van deze profielvereiste blijken uit ‘publicaties in kwaliteitsvolle wetenschappelijke tijdschriften en boeken met peer review’. […] IX-10.312-7/12
  17. Uit het verslag van de beoordelingscommissie blijkt […] dat [AS] wordt gerangschikt, mede vanwege een ‘stevig publicatiedossier’, met ‘(t)ussen 2015 en 2022 (…) 6 artikels waarvan 4 op A1-niveau en 1 in een tijdschrift uit de VABB-lijst); 1 ‘forthcoming’ hoofdstuk bij uitgever niet op de VABB- lijst (B2); en 1 monografie (2022, B1; Palgrave Macmillan)’. […] Tegelijkertijd heeft de beoordelingscommissie in haar verslag aangegeven dat het ‘onderzoeksproefiel van [AS] sterk (is) en veel potentieel (heeft)’ en ‘[AS] vertaalwetenschappelijke concepten (toepast) op audiovisuele media, weliswaar zonder expliciete link naar audiovisuele vertaling als praktijk/dis- cipline’.
  18. Uit die motieven blijkt dan ook dat de beoordelingscommissie […] min- stens acht publicaties van [AS] in acht heeft genomen om te oordelen dat deze kandidaat getuigt van de vereiste ervaring inzake hoogstaand weten- schappelijk onderzoek in het vakgebied ‘Audiovisuele vertaling’. Niettemin blijkt niet dat de verwerende partij zich op zorgvuldige wijze ervan heeft vergewist dat de aangehaalde publicaties van [AS] daadwerkelijk [te situeren zijn] binnen het vakgebied ‘Audiovisuele vertaling’. Nazicht van de kandidatuur van [AS] leert dat alleszins bepaalde publicaties die de beoordelingscommissie in aanmerking heeft genomen, strikt genomen niet lijken te vallen binnen het vakgebied ‘Audiovisuele vertaling’ of betrek- king hebben op audiovisuele media. Het antwoord van de verwerende partij in de memorie van antwoord, waarbij ze verwijst naar de omschrijving die [AS] geeft aan het overzicht van de be- langrijkste publicaties en daarbij zou duiden dat deze betrekking hebben op audiovisuele media en de vertaalwetenschappen, doet daaraan geen afbreuk. Deze omschrijving binnen het onderdeel ‘Top 5 belangrijkste publicaties of andere academische realisaties’ van de kandidatuur van [AS] heeft immers slechts ten dele betrekking op de publicaties die de beoordelingscommissie in overweging heeft genomen. Verder maakt [AS] in dit onderdeel niet steeds gewag dat de betrokken publicaties [te] situeren [zijn] binnen het vakgebied ‘Audiovisuele vertaling’. Voor zover de verwerende partij in de memorie van antwoord besluit dat ‘(a)l deze publicaties zich heel duidelijk (situeren) binnen het domein van de ver- taalwetenschappen, waarbij ze vertaalwetenschappelijk[e] concepten toepast op audiovisuele media’, spoort zulks dus niet met de stukken van het admi- nistratief dossier. Gewis is het zo dat de publicaties van [AS] [thuishoren] binnen het domein van de vertaalwetenschappen maar daarmee is er nog geen verband met audiovisuele media, laat staan het vakgebied ‘Audiovisuele ver- taling’.
  19. Niet zonder pertinentie haalt de verzoekende partij op dit punt ook aan dat de beoordelingscommissie overwoog dat [AS] vertaalwetenschappelijke concepten toepast op audiovisuele media maar zonder expliciete link naar audiovisuele vertaling als praktijk of discipline. Op basis van dat motief in het verslag van de beoordelingscommissie kan de verwerende partij niet naar redelijkheid oordelen dat [AS] voldoet aan de profielvereiste inzake ervaring met hoogstaand wetenschappelijk onderzoek binnen het vakgebied ‘Audiovisuele vertaling’. Die profielvereiste impliceert strikt genomen net wel dat het reeds geleverde wetenschappelijk onderzoek, IX-10.312-8/12 veruitwendigd in de nodige publicaties, zich [voordoet] of inbedt in audiovi- suele vertaling als vakgebied. De verwerende partij maakt bovendien niet aannemelijk dat deze conclusie in het beoordelingsverslag geen, minstens niet ten dele, betrekking heeft op de beoordeling van het onderzoeksprofiel van [AS]. De verwerende partij koppelt in haar memorie van antwoord immers zelf deze methodologie aan de bespreking van de publicaties van [AS], die moeten worden geacht de relevante bewijsvoering te zijn voor het wetenschappelijk onderzoek dat een kandidaat reeds heeft verricht.
  20. Op basis van het voorgaande heeft de verwerende partij dan ook niet op zorgvuldige wijze en op basis van draagkrachtige motieven in het admini- stratief dossier geoordeeld dat [AS] voldoet aan de profielvereiste inzake er- varing met hoogstaand wetenschappelijk onderzoek binnen het vakgebied ‘Audiovisuele vertaling’.” 12.
  21. Na een eigen onderzoek van het voorliggende dossier, ziet de Raad geen reden om er een ander oordeel op na te houden. Hij deelt de analyse dat de gevraagde publicaties verband moeten houden met het ‘opgegeven vakgebied’ en dus enkel betrekking mogen hebben op het in het vacaturebericht vermelde vak- gebied ‘Audiovisuele vertaling’ en maakt zich de conclusie van het auditoraat ei- gen dat onvoldoende blijkt dat de in aanmerking genomen publicaties van AS in- derdaad thuishoren in dat vakgebied. 13.
  22. Wat de niet-rangschikking van verzoekster betreft, is het audito- raat blijkens zijn beredeneerd verslag van oordeel dat verzoekster aannemelijk maakt dat de beoordelingscommissie niet op een zorgvuldige wijze en op grond van draagkrachtige motieven tot het besluit is gekomen dat verzoekster onvol- doende onderzoeksgericht is of een onvoldoende onderzoeksprofiel bezit en om die reden niet in aanmerking komt voor de vacante betrekking: “
  23. De beoordelingscommissie oordeelt niet naar redelijkheid en op basis van draagkrachtige motieven indien ze meent dat het onderzoeksvoorstel van de verzoekende partij van onvoldoende diepgaande academische reflectie zou getuigen en evenmin zou duidelijk maken welk soort onderzoek de ver- zoekende partij zou willen voeren. In haar onderzoeksvoorstel formuleert de verzoekende partij, na een inlei- ding en een uiteenzetting over de achtergrond, een onderdeel over de rele- vantie van het voorgestelde onderzoek alsook verschillende onderzoeks- en sub onderzoeksvragen. Vervolgens zet de verzoekende partij een methodo- logie alsook bepaalde hypotheses uiteen. IX-10.312-9/12 De beoordelingscommissie oordeelt niet naar redelijkheid als ze de uiteen- zetting van het door de verzoekende partij te voeren onderzoek in het onder- zoeksvoorstel, omschrijft als onduidelijk met onvoldoende academische re- flectie. Een dergelijk motief is niet afdoende in het licht van de concrete on- derzoeksvragen en de schets van de relevantie ervan in het onderzoeksvoor- stel van de verzoekende partij. Bij die onderdelen verwijst de verzoekende partij geregeld naar verschillende (academische) bronnen. Ook het besluit van de beoordelingscommissie dat niet duidelijk zou zijn welke methodologie de verzoekende partij wenst te hanteren, valt niet bij te treden in het licht van de uiteenzetting daarvan in het onderzoeksvoorstel van de verzoekende partij. Daarbij worden immers de verschillende methoden van onderzoek opgelijst en gekoppeld aan de eerder uiteengezette onder- zoeksvragen. 58.
  24. Gewis is het zo dat de verzoekende partij tijdens het interview klaar- blijkelijk niet de beste beurt heeft gemaakt bij de beoordelingscommissie, vermits ze zou hebben aangegeven weinig vertrouwd te zijn met ‘sociolin- guïstiek en kwantitatieve en computationele methodes’, een ‘meer conceptu- eel gerichte conversatie’ moeilijk op gang kwam, en de verzoekende partij zou hebben gesuggereerd om een doctoraatsstudent aan te trekken om haar methodologisch te ondersteunen. […] 58.
  25. Onverminderd die vaststelling, blijkt uit het verslag van de beoorde- lingscommissie niet dat het interview met de verzoekende partij allesbepa- lend of doorslaggevend is om de onderzoeksgerichtheid of het onderzoeks- profiel van de verzoekende partij in te schatten. De motieven in het verslag van de beoordelingscommissie maken daarentegen duidelijk, zoals ook van een zorgvuldig bestuur mag worden verwacht, dat ook het onderzoeksvoor- stel in die beoordeling moet worden betrokken. Uit het verslag van de beoor- delingscommissie blijkt echter niet dat ze de concrete gegevens van het on- derzoeksvoorstel van de verzoekende partij daadwerkelijk heeft betrokken in haar beoordeling, in het bijzonder bij de vraag naar welk onderzoek de ver- zoekende partij wenst te voeren en aan de hand van welke methodologie. 58.
  26. Ook aan de suggestie van de verzoekende partij tijdens het interview om een doctoraatsstudent aan te werven om haar methodologisch te onder- steunen komt op basis van het verslag van de beoordelingscommissie geen doorslaggevende waarde toe. Dit element tijdens het interview kwalificeert de beoordelingscommissie weliswaar als ‘(b)ijzonder nadelig’ maar vormt slechts één van de redenen die de beoordelingscommissie [in globo] doen twijfelen aan het onderzoeksprofiel van de verzoekende partij.” 13.
  27. Ook deze beoordeling spoort met de stukken van het dossier en wordt door de Raad bijgevallen. De Raad wil hierbij aanstippen dat hij zich niet in de plaats heeft te stellen van het bestuur en zich niet moet uitspreken over de titels en verdiensten IX-10.312-10/12 van de kandidaten. Hij moet thans enkel vaststellen dat de beoordelingscommissie, hierin bijgevallen door de faculteitsraad en het bestuurscollege, haar beoordeling op bepaalde punten niet voldoende zorgvuldig onderbouwt.
  28. Het middel is in de aangegeven mate gegrond. VIII. Omvang van de uit te spreken nietigverklaring
  29. Bij de omschrijving van het formele voorwerp van het beroep en in het beschikkend gedeelte vraagt verzoekster niet alleen om de bestreden beslis- sing van het bestuurscollege maar eveneens “de impliciete weigering tot het rang- schikken en aanstellen van verzoekende partij” te vernietigen.
  30. Ingevolge de hierna uit te spreken nietigverklaring van de bestre- den beslissing van het bestuurscollege, verdwijnen ook de impliciete beslissingen die enkel daaruit kunnen worden afgeleid, uit het rechtsverkeer. Het ligt dan op de weg van de verwerende partij om, na de nie- tigverklaring, zich opnieuw uit te spreken over het al dan niet selecteren van AS en vervolgens, indien zij meent dat verzoekster en AS alsnog in aanmerking komen voor de vacante betrekking, deze kandidaten tegenover elkaar af te wegen en over hun rangschikking te beslissen. Verzoekster toont niet aan dat de verwerende partij haar discre- tionaire bevoegdheid volledig heeft uitgeput, laat staan dat er een rechtsplicht be- staat om haar de aanstelling te verlenen. Verzoekster ontwikkelt bijgevolg geen overtuigende argumentatie waarom ook die weigeringsbeslissing uitdrukkelijk mee zou moeten worden vernietigd.
  31. Het verzoek tot nietigverklaring van de impliciete weigeringsbe- slissing moet worden verworpen. IX-10.312-11/12 BESLISSING
  32. De Raad van State vernietigt de beslissing van het bestuurscollege van de Universiteit Gent van 30 juni 2023 houdende de rangschikking en aanstelling van [AS] met ingang van 1 september 2023 als voltijds docent tenure track in het vakgebied Audiovisuele vertaling.
  33. De Raad van State verwerpt het beroep voor het overige.
  34. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nie- tigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de ver- zoekende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op negen december tweeduizend vijfentwin- tig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Geert Van Haegendoren IX-10.312-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.265.116 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.