← België

Arrest 265174 - Sluitingen van vestigingen - 12/12/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 december 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.265.174 Rolnummer: A. 246603/XII-9970 Zaak: Arrest 265174 - Sluitingen van vestigingen - 12/12/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-12-15 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-15 09:53 Fiche Arrest nr 265.174 van 12 december 2025 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Sluitingen van vestigingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.265.174 no lien 286832 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 265.174 van 12 december 2025 in de zaak A. 246.603/XII-9970 In zake: de BV ALIF bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gregory Verhelst kantoor houdend te 2000 Antwerpen Bouwmeestersstraat 11 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jonas De Wit en Matthias Boydens kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1. De vordering, ingesteld op 4 december 2025, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de stad Antwerpen dd. 14 november 2025 tot goedkeuring van intrekking van de uitbatingsvergunning van de bv ALIF met betrekking tot haar vestiging aan de Antwerpsesteenweg te 2660 Hoboken”. II. Verloop van de rechtspleging 2. Bij beschikking van 8 december 2025 werd, in samenspraak met het aangeduide lid van het auditoraat, de procedurekalender vastgesteld. XII-9970-1/7 De verwerende partij heeft een nota met opmerkingen en een administratief dossier ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 11 december 2025, om 11 uur. Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Margot Dehaen, die loco advocaat Gregory Verhelst verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Matthias Boydens, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. De verzoekende partij exploiteert een nachtwinkel aan de Antwerpsesteenweg 9 te Hoboken. 3.2. In de loop der jaren worden verscheidene processen-verbaal opgesteld wegens inbreuken op onder meer de brandveiligheidsvoorschriften, de politiecodex van de stad Antwerpen, het stedelijk politiereglement ‘Uitbatingsvergunning’ en de economische wetgeving. Tevens wordt vastgesteld dat de bestuurder van de verzoekende partij, de heer M.S., ondanks een negatief moraliteitsadvies, blijft optreden als feitelijk exploitant van de handelszaak. 3.3. Op 11 april 2025 beslist het college van burgemeester en schepenen van de stad Antwerpen om de inrichting, met ingang van 18 april 2025, ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.265.174 XII-9970-2/7 voor een periode van één week te sluiten. Tegelijk beslist het college om, na het verstrijken van deze sluitingsperiode, de uitbatingsvergunning te schorsen totdat “in de bvba ALIF voor beide vestigingen, met name de handelszaak gelegen aan de Antwerpsesteenweg 9 te 2660 Hoboken en de handelszaak gelegen aan de De Bruynlaan 33 te 2610 Wilrijk, één (of meerdere) bestuurder(

  1. s)is/zijn aangesteld volgens de voorwaarden gesteld in artikel 8 van het uitbatingsreglement”. 3.4. In opvolging van het dossier worden in de inrichting meerdere hercontroles uitgevoerd waarbij telkens opnieuw inbreuken worden vastgesteld. Ook krijgt de verzoekende partij diverse malen de gelegenheid om te worden gehoord. 3.5. Op 23 oktober 2025 vindt een hoorzitting plaats in aanwezigheid van mevrouw S.K., de nieuw aangestelde bestuurder van de verzoekende partij, en haar raadsman. 3.6. Op 14 november 2025 gaat het college van burgemeester en schepenen van de stad Antwerpen over tot de intrekking van de op 16 maart 2020 verleende vergunning voor de uitbating van een nachtwinkel, gelegen aan de Antwerpsesteenweg 9 te Hoboken. Dit is de bestreden beslissing. IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden 4. Krachtens artikel 17, § 1, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd waarvan het onderzoek zich leent voor een versnelde behandeling en waarmee de nietigverklaring van de bestreden beslissing prima facie kan worden verantwoord. XII-9970-3/7 Overeenkomstig paragraaf 5 van datzelfde artikel wordt de zaak behandeld bij uiterst dringende noodzakelijkheid en derhalve binnen een termijn van vijftien dagen of minder, wanneer zulks in het opschrift wordt vermeld. V. Uiterst dringende noodzakelijkheid Standpunt van de partijen 5. In het verzoekschrift stelt de verzoekende partij dat zij bij het instellen van de vordering de vereiste diligentie aan de dag heeft gelegd. Zij wijst erop dat de bestreden beslissing op 20 november 2025 werd overhandigd aan de bestuurder van de vennootschap die echter “het Nederlands niet machtig [is]” en dat, eens de draagwijdte van deze beslissing duidelijk was geworden, meteen “een (nieuwe) raadsman [werd] gelast”. Op 28 november 2025 werd het administratief dossier bij de verwerende partij opgevraagd dat vervolgens op 2 december 2025 werd bezorgd. 6. De verwerende partij meent dat de verzoekende partij allesbehalve diligent heeft gehandeld. Het beschikkend gedeelte van de bestreden beslissing werd immers reeds op 16 november 2025 door de politie aangeplakt aan de handelszaak. Bovendien heeft de bestuurder van de vennootschap zich op 17 november 2025 naar het politiekantoor te Hoboken begeven om daar kennis te nemen van de bestreden beslissing. Beoordeling 7. De schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid houdt een ernstige verstoring in van het normale verloop van de rechtspleging voor de Raad van State, herleidt de mogelijkheden tot onderzoek van de zaak tot een strikt minimum en beperkt in aanzienlijke mate de uitoefening van de rechten van verdediging van de verwerende partij. De aanwending van die procedure moet dan ook zeer uitzonderlijk blijven in die zin dat ze slechts mag worden aangewend in XII-9970-4/7 die enkele gevallen dat het uiterst dringende karakter van de zaak door de verzoekende partij op duidelijke en onomstootbare wijze wordt aangetoond. Luidens artikel 8, § 1, tweede lid, 2°, van het koninklijk besluit van 19 november 2024 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding en tot wijziging van diverse besluiten betreffende de procedure voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ bevat het verzoekschrift waarin de uiterst dringende noodzakelijkheid wordt aangevoerd daartoe “een uiteenzetting van de feiten die de uiterst dringende noodzakelijkheid rechtvaardigen”. Dit impliceert dat de verzoekende partij in haar inleidend verzoekschrift aan de hand van precieze en concrete feitelijke gegevens aantoont dat de te bevelen schorsing van de tenuitvoerlegging onherroepelijk te laat zal komen én dat zij als eisende partij al het nodige heeft gedaan om de schade te voorkomen en om de zaak zo spoedig mogelijk aanhangig te maken bij de Raad van State. Het bestaan van de uiterst dringende noodzakelijkheid wordt aldus mede afgemeten naar de haast die een verzoekende partij zelf betoont bij het instellen van haar vordering. De noodzaak om na de kennisname van de griefhoudende beslissing met passende voortvarendheid de vordering bij de Raad van State in te leiden is immers inherent aan het zeer uitzonderlijke en zeer ongewone karakter van de uiterst dringende procedure. Diligent optreden is vervat in de voorwaarde van de uiterst dringende noodzakelijkheid. 8. Uit een administratieve akte van de Politie Antwerpen blijkt dat de kennisgeving van de bestreden beslissing aan mevrouw S.K., bestuurder van de verzoekende partij, op 17 november 2025 heeft plaatsgevonden op het politiekantoor te Hoboken. Vanaf die kennisgeving moet de verzoekende partij geacht worden op de hoogte te zijn van de strekking en draagwijdte van de bestreden beslissing. Het feit dat de bestuurder het Nederlands niet machtig zou zijn, kan het talmen bij het zoeken naar professionele juridische bijstand en het instellen van de vordering niet verschonen, te meer omdat de betrokken bestuurder nog maar pas op 23 oktober 2025, in aanwezigheid van haar (toenmalige) raadsman, werd gehoord in het kader van de toepassing van de wet van ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.265.174 XII-9970-5/7 24 juni 2013 ‘betreffende de gemeentelijke administratieve sancties’. In de gegeven omstandigheden toont de verzoekende partij niet aan dat zij met gepaste spoed en diligentie heeft gehandeld. VI. Conclusie 9. Er is niet voldaan aan ten minste één van de bij artikel 17, §§ 1 en 5, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van het bestreden besluit te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. BESLISSING 1. De Raad van State verwerpt de vordering. 2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 26 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. XII-9970-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op twaalf december tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Bryan Geerts, toegevoegd griffier. De griffier De voorzitter Bryan Geerts Peter Sourbron XII-9970-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.265.174 Gerelateerde publicatie(
  2. s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.039 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.