id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 december 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.265.267 Rolnummer: A. 241026/X-18564 Zaak: Arrest 265267 - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 19/12/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-01-09 Raadplegingen: 201 - laatst gezien 2026-06-18 06:17 Fiche Arrest nr 265.267 van 19 december 2025 Openbaar ambt - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 265.267 van 19 december 2025 in de zaak A. 241.026/X-18.564 In zake : S.C. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Johan Geerts kantoor houdend te 2140 Antwerpen Turnhoutsebaan 139 A bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de GEMEENTE KAPELLE-OP-DEN-BOS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Gitte Laenen en Charlotte Mestdagh kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 26 januari 2024, strekt tot de nietigverklaring van “[d]e beslissing van de gemeenteraad van de gemeente Kapelle-op-den-Bos van 27 nov[ember] 2023 waarbij het statutair ambt van verzoekende partij wordt beëindigd middels ontslag, met onmiddellijke ingang overeenkomstig artikelen 32, 37, 37/2 en 29 Arbeidsovereenkomstenwet juncto artikel 194/1 Decreet Lokaal Bestuur”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend. X-18.564-1/6 Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een verslag opgesteld. Verzoekster heeft een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 7 november
- Staatsraad David D’Hooghe heeft verslag uitgebracht. Advocaat Johan Geerts, die verschijnt voor verzoekster, en advocaat Anton Geerts, die loco advocaten Gitte Laenen en Charlotte Mestdagh verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Verzoekster is sinds 15 februari 2000 statutair in dienst bij het OCMW Kapelle-op-den-Bos. Sedert 3 september 2013 bekleedt zij de functie van OCMW- secretaris. Ingevolge de integratie van gemeente en OCMW wordt zij met ingang van 1 augustus 2018 aangesteld als adjunct-algemeen directeur. X-18.564-2/6 3.
- Op 27 november 2023 beslist de gemeenteraad van de gemeente Kapelle-op-den-Bos “om het statutair ambt van [verzoekster] te beëindigen middels ontslag, met onmiddellijke ingang overeenkomstig artikelen 32, 37, 37/2 en 29 Arbeidsovereenkomstenwet [juncto] artikel 194/1 Decreet Lokaal Bestuur”. Dit is de bestreden beslissing. III. De rechtsmacht
- De verwerende partij werpt op dat de Raad van State niet over de nodige rechtsmacht beschikt om tot eventuele vernietiging van de bestreden beslissing te kunnen besluiten.
- Het decreet van 16 juni 2023 ‘tot wijziging van het Provinciedecreet van 9 december 2005 en het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft de beëindiging van de hoedanigheid van het statutaire personeelslid’ (hierna: het decreet van 16 juni 2023) wijzigt de ontslagregeling voor de statutaire personeelsleden van de provinciale en de lokale besturen.
- Op het ogenblik van de bestreden beslissing bepaalt artikel 194/1 van het decreet lokaal bestuur, ingevoegd bij artikel 8 van het decreet van 16 juni 2023, het volgende aangaande de beëindiging van de hoedanigheid van het statutaire personeelslid: “Met behoud van de toepassing van artikel 194, vierde lid, van dit decreet zijn voor de beëindiging van de hoedanigheid van het statutaire personeelslid artikel 15 en titel I, hoofdstuk IV, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, met uitzondering van artikel 33, 37, § 1, vijfde lid, § 2 tot en met § 4, artikel 37/3, 37/5, 37/7, 37/11, 38 en 39bis, van overeenkomstige toepassing. De beëindiging de hoedanigheid van het statutaire personeelslid mag niet kennelijk onredelijk zijn. De beëindiging is gebaseerd op redenen die verband houden met het gedrag of de geschiktheid van het personeelslid of berusten op noodwendigheden voor de werking van het bestuur. Het mag geen beëindiging zijn waartoe nooit beslist zou zijn door een normaal en redelijk handelend lokaal bestuur. X-18.564-3/6 De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de beëindiging van het statutaire dienstverband.”
- Er bestaat geen betwisting over dat de bestreden gemeenteraadsbeslissing van 27 november 2023 waarbij een einde wordt gesteld aan de statutaire tewerkstelling van verzoekster, genomen is op grond van artikel 194/1 van het decreet lokaal bestuur.
- Artikel 194/2 van het decreet lokaal bestuur luidt op het ogenblik van de bestreden beslissing: “De rechtbanken, vermeld in artikel 578 en 607 van het Gerechtelijk Wetboek van 10 oktober 1967, zijn bevoegd voor geschillen over de beëindiging van de hoedanigheid van het statutaire personeelslid, vermeld in artikel 194/1 van dit decreet.”
- De bevoegdheid van de arbeidsrechtbanken en de arbeidshoven “voor geschillen over de beëindiging van de hoedanigheid van het statutaire personeelslid” staat er sedert 1 oktober 2023 (zie artikel 12 van het decreet van 16 juni 2023) aan in de weg dat de Raad van State kennis zou nemen van voorliggend beroep.
- De vermelde bepalingen van het decreet lokaal bestuur, zoals gewijzigd door het decreet van 16 juni 2023, sluiten dan ook uit dat de Raad van State ten aanzien van de bestreden beslissing rechtsmacht zou hebben.
- Bij arrest nr. 85/2025 van het Grondwettelijk Hof van 5 juni 2025 wordt het decreet van 16 juni 2023 vernietigd, maar het Hof “handhaaft de gevolgen van het vernietigde decreet tot de datum van uitspraak van dit arrest”. Het arrest verantwoordt de handhaving van de gevolgen als volgt: “B.32.
- […] Zoals ook blijkt uit de memories van de stad Sint-Truiden en de stad Tongeren, hebben inmiddels verscheidene provinciale en lokale besturen statutaire personeelsleden ontslagen met toepassing van de bij dat X-18.564-4/6 decreet ingevoerde regeling, waarover mogelijk reeds gerechtelijke procedures bij de arbeidsgerechten hangende of zelfs afgerond zijn. Die besturen konden ervan uitgaan dat de tewerkstelling van het betrokken personeelslid definitief was beëindigd en dat zij in geval van een betwisting in rechte hoogstens nog een financiële vergoeding verschuldigd zouden zijn, zodat zij in voorkomend geval onmiddellijk in de vervanging van het ontslagen personeelslid konden voorzien. B.32.
- Teneinde rechtsonzekerheid te vermijden als gevolg van de volledige vernietiging van het decreet van 16 juni 2023 en rekening te houden met de organisatorische moeilijkheden die uit deze vernietiging kunnen voortvloeien, dienen de gevolgen van het decreet van 16 juni 2023, met toepassing van artikel 8, derde lid, van de voormelde bijzondere wet van 6 januari 1989, te worden gehandhaafd tot de datum van uitspraak van dit arrest.”
- De handhaving van de gevolgen van het decreet van 16 juni 2023 brengt met zich mee dat de Raad van State te dezen geen rechtsmacht heeft, gelet op de uitsluitende bevoegdheid van de arbeidsrechtbanken en de arbeidshoven bij indiening van huidig beroep. Deze vaststelling volstaat om te besluiten dat de door de verwerende partij opgeworpen exceptie moet worden ingewilligd. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. X-18.564-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op negentien december tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jan Clement, kamervoorzitter, Stephan De Taeye, staatsraad, David D’Hooghe, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Jan Clement X-18.564-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.265.267 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.