← België

Arrest 265275 - Polders en Wateringen - 22/12/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 december 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.265.275 Rolnummer: A. 243486/X-18920 Zaak: Arrest 265275 - Polders en Wateringen - 22/12/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-01-09 Raadplegingen: 208 - laatst gezien 2026-06-18 06:17 Fiche Arrest nr 265.275 van 22 december 2025 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Polders en Wateringen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 265.275 van 22 december 2025 in de zaak A. 243.486/X-18.920 In zake :

  1. W.V.
  2. D.V. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Rika Heijse kantoor houdend te 9052 Gent Dorpsstraat 1 tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Matthias Kirsch kantoor houdend te 1040 Brussel Sint-Michielslaan 55/10 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de ISABELLAPOLDER, thans opgeheven bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Sven Boullart en Ibe Delbeke kantoor houdend te 9000 Gent Voskenslaan 419 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  3. Het beroep, ingesteld op 12 november 2024, strekt tot de nietigverklaring van: “het besluit van 6 september 2024 van [de] Vlaams[e] minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme betreffende de klacht van 29 februari 2024 en navolgende aanvullingen met verzoek tot schorsing en vernietiging

(1)van de algemene vergadering van 28 november 2023 van de Isabellapolder betreffende het dienstjaar 2023, samengesteld op basis van X-18.920-1/9 de lijst der stemgerechtigden 2022 voor het werkingsjaar en algemene vergadering van 2023
(2)en van alle beslissingen van de algemene vergadering van 28 november 2023 van de Isabellapolder, betreffende het dienstjaar 2023 […] - de weigeringsbeslissing van 12 september 2024 om nog uitspraak te doen over de aanvulling bij de klacht d.d. 10 september 2024” II. Verloop van de rechtspleging
  1. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoekers hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Met een verzoekschrift van 31 januari 2025 heeft de Isabellapolder gevraagd om in het geding te mogen tussenkomen. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een verslag opgesteld. Verzoekers hebben een laatste memorie ingediend. De verwerende partij en de tussenkomende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 12 december
  2. Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. Advocaat Sümeyra Celiköz, die loco advocaat Rika Heijse verschijnt voor verzoekers, en advocaat Matthias Kirsch, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. X-18.920-2/9 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. III. Feiten 3.
  4. Verzoekers – vader en zoon – zijn beiden stemgerechtigde ingelanden in de algemene vergadering van de Isabellapolder. 3.
  5. Op 28 november 2023 komt de algemene vergadering van de Isabellapolder samen en neemt zij verschillende beslissingen. 3.
  6. Op 29 februari 2024 vragen verzoekers aan de verwerende partij om de beslissingen van de algemene vergadering van de Isabellapolder van 28 november 2023 te vernietigen. Zij zenden ook nog klachten op 11 juni 2024, 12 juni 2024, 5 juli 2024 en 22 augustus 2024 met dezelfde vraag. 3.
  7. Met een besluit van 6 september 2024 verwerpt de Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme verwerende partij verzoekers’ klachten. Vervolgens weigert zij om uitspraak te doen over een aanvullende klacht van verzoekers van 10 september 2024, zoals meegedeeld aan verzoekers met een e-mailbericht van 12 september 2024 door de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM). IV. Voorwerp van het beroep 4.
  8. Anders dan de verwerende partij in haar memorie van antwoord blijkbaar meent, is het beroep niet gericht tegen de beslissingen van de algemene vergadering van de Isabellapolder van 28 november
  9. Het beroep is uitdrukkelijk gericht tegen “het besluit van 6 september 2024 van [de] Vlaams[e] minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme betreffende de klacht van 29 februari 2024 en navolgende aanvullingen met verzoek tot schorsing en vernietiging”. Verzoekers volharden in hun memorie van X-18.920-3/9 wederantwoord en laatste memorie overigens in hun standpunt dat de eerste bestreden beslissing van de bevoegde Vlaamse minister een voor de Raad van State aanvechtbare administratieve rechtshandeling uitmaakt. Hun enig middel uit ook enkel kritiek op deze beslissing van de bevoegde Vlaamse minister. 4.
  10. Verzoekers’ beroep wordt daarnaast geacht te zijn gericht tegen de hen bij e-mailbericht van 12 september 2024 van de VMM meegedeelde weigering om over hun aanvullende klacht van 10 september 2024 uitspraak te doen. V. Tussenkomst
  11. De raadsman van de Isabellapolder laat bij brief van 9 december 2025 aan de Raad van State weten dat de Isabellapolder bij besluit van de Vlaamse regering van 24 oktober 2025 werd opgeheven, en dat zij niet langer over enige proceshoedanigheid beschikt in deze procedure. Haar verzoek tot tussenkomst dient dan ook te worden verworpen. VI. Verzoek tot samenvoeging
  12. Anders dan verzoekers menen, is voor een goede rechtsbedeling geen samenvoeging van de huidige zaak met de zaak A.242.402/X-18.732 vereist. VII. Ontvankelijkheid Standpunt van de partijen 7.
  13. De verwerende partij en de tussenkomende partij werpen in de memorie van antwoord, respectievelijk het verzoekschrift tot tussenkomst, op dat een beslissing, zoals de eerste bestreden beslissing, om in het kader van het facultatief bestuurlijk toezicht niet op te treden, geen voor vernietiging vatbare administratieve rechtshandeling is. X-18.920-4/9 Wat de tweede bestreden beslissing betreft, werpt de verwerende partij tegen dat het beroep evenzeer onontvankelijk is, nu de VMM ter zake geen bevoegdheid heeft. Het bericht is ook geen aanvechtbare administratieve rechtshandeling. De tussenkomende partij voert aan dat de tweede bestreden beslissing een mededeling betreft die niet aanvechtbaar is. 7.2.
  14. Volgens verzoekers, in hun memorie van wederantwoord en laatste memorie, is de eerste bestreden beslissing wel degelijk een aanvechtbare administratieve rechtshandeling. Artikel 27 van de wet van 3 juni 1957 ‘betreffende de polders’ (hierna: de polderwet) voorziet immers in een georganiseerd bestuurlijk beroep tegen de besluitvorming van de algemene vergadering van de Isabellapolder. De bevoegde Vlaamse minister is verplicht om zich over de klacht van verzoekers uit te spreken. De eerste bestreden beslissing, die uitvoerig is gemotiveerd, roept een rechtstoestand in het leven die grievend is voor verzoekers, “namelijk dat de beslissingen van de algemene vergadering van het werkingsjaar 2023 als rechtsgeldig worden aanvaard”. Aannemen dat een gemotiveerde weigeringsbeslissing van de bevoegde Vlaamse minister geen aanvechtbare administratieve rechtshandeling zou zijn, maar een gebeurlijke vernietigingsbeslissing van de Vlaamse minister “ten aanzien van de Isabellapolder zelf en andere rechtsonderhorigen” wél, zou volgens verzoekers een schending inhouden van het gelijkheids- en non- discriminatiebeginsel. Het gaat immers om gelijke groepen die op ongelijke wijze behandeld worden. De rechtspositie van de beide groepen wordt aangetast doordat beide gegriefd zijn door de genomen beslissing. 7.2.
  15. Verzoekers zien de tweede bestreden beslissing “wel degelijk [als] een administratieve rechtshandeling aangevochten in de mate dat de medewerker van de [Vlaamse Milieumaatschappij] een expliciete beslissing heeft meegedeeld betreffende het niet verder onderzoeken van de klachten die werden geformuleerd”. X-18.920-5/9 Beoordeling 8.
  16. Wat het werkelijke voorwerp van het beroep betreft, wordt verwezen naar het gestelde onder de randnummers 4.1 en 4.
  17. 8.
  18. Artikel 27 van de polderwet bepaalt: “De beslissingen van de algemene vergaderingen die niet worden onderworpen aan de goedkeuring van de hogere overheid, kunnen door de gouverneur en, bij diens ontstentenis, door de Koning vernietigd worden, indien zij strijdig zijn met de wetten, met de besluiten, met het door de hogere overheid goedgekeurd reglement van de polder, met algemene belangen, of met die van een ander bestuur, openbare instelling of inrichting. De beslissing kan door de gouverneur niet meer vernietigd worden na het verstrijken van een termijn van drie maanden, en door de Koning na het verstrijken van een termijn van zes maanden, te rekenen van de dag waarop de gouverneur kennis heeft gekregen van de beslissing. Tijdens die termijn van zes maanden kan de gouverneur de uitvoering van de beslissing schorsen; deze schorsing neemt een einde ten laatste bij het verstrijken van die termijn.” 8.
  19. Anders dan verzoekers menen, voorziet artikel 27 van de polderwet niet in een georganiseerd bestuurlijk beroep tegen een beslissing van de algemene vergadering van de Isabellapolder. De bestreden beslissingen kwalificeren wel degelijk als beslissingen waarbij de bevoegde Vlaamse minister zich ervan onthoudt om in het kader van het facultatief bestuurlijk toezicht op te treden. Dergelijke beslissingen, al dan niet gemotiveerd, zijn niet voor vernietiging vatbaar. 8.
  20. Verzoekers’ bewering dat een schending van het gelijkheids- en non-discriminatiebeginsel zou voorliggen indien wordt aangenomen dat een weigeringsbeslissing van de toezichthoudende overheid, anders dan een vernietigingsbeslissing van die overheid, geen aanvechtbare administratieve rechtshandeling voor de Raad van State uitmaakt, wordt niet aangetoond. Zij wijzen er in hun laatste memorie zelf op dat rechtsonderhorigen die zonder succes, maar tijdig – dit is vóór het verstrijken van de beroepstermijn voor de Raad van X-18.920-6/9 State en vóór de termijn waarover de toezichthoudende overheid beschikt voor het uitoefenen van haar vernietigingsbevoegdheid – een bezwaar in het kader van het facultatief bestuurlijk toezicht tegen de beslissingen van de algemene vergadering van de polder hebben ingediend, alsnog tijdig een beroep bij de Raad van State tegen deze beslissingen kunnen instellen, nu de beroepstermijn in dit geval wordt gestuit ten voordele van wie een bezwaar bij de toezichthoudende overheid heeft ingediend. In hun betoog dat een schending van het gelijkheids- en non- discriminatiebeginsel zou voorliggen, gaan verzoekers voorbij aan de beroepsmogelijkheid bij de Raad van State tegen de beslissingen van de algemene vergadering van de polder en gaan zij er verkeerdelijk van uit dat de weigeringsbeslissing van de toezichthoudende overheid rechtsgevolgen zou hebben. Verzoekers hebben te dezen nagelaten om tegen de beslissingen van de algemene vergadering van de Isabellapolder van 28 november 2023 een beroep bij de Raad van State in te stellen. 8.
  21. De excepties zijn gegrond.
  22. Het beroep is onontvankelijk. VIII. Kosten 10.
  23. De eerste bestreden beslissing vermeldt: “Artikel
  24. Op grond van bovenstaande argumenten worden de beslissingen van de algemene vergadering van 28 november 2023 niet vernietigd en blijven deze rechtsgeldig. Art.
  25. Dit besluit kan bestreden worden binnen de 60 dagen na kennisname door het indienen van een beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State.” 10.
  26. De verwerende partij heeft verzoekers aldus verkeerd ingelicht over de beroepsmogelijkheid bij de Raad van State. Het komt in de gegeven omstandigheden gepast voor om de kosten van het beroep ten laste van de verwerende partij te leggen. Daar behoort evenwel geen rechtsplegingsvergoeding ten voordele van verzoekers toe, nu zij niet als een “in het gelijk gestelde partij” in X-18.920-7/9 de zin van artikel 30/1, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kunnen worden beschouwd. 10.
  27. Overeenkomstig artikel 4 van het besluit van de Vlaamse regering van 24 oktober 2025 tot opheffing van de Isabellapolder, wordt het saldo van het vermogen van deze polder, “batig dan wel nadelig”, aan de provincie Oost- Vlaanderen overgedragen. Onder meer ook de roerende goederen van de Isabellapolder worden aan deze provincie overgedragen (artikel 5). Het past dan ook om de kosten van de tussenkomst ten laste van de provincie Oost-Vlaanderen te leggen. BESLISSING
  28. De Raad van State verwerpt het beroep.
  29. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro en een bijdrage van 24 euro. De provincie Oost-Vlaanderen wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. X-18.920-8/9 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op tweeëntwintig december tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jan Clement, kamervoorzitter, Stephan De Taeye, staatsraad, David D’Hooghe, staatsraad, bijgestaan door Karin Meerschaut, griffier. De griffier De voorzitter Karin Meerschaut Jan Clement X-18.920-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.265.275 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.