← België

Cassatiebeschikking 16242 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 10/04/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 10 april 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ORD.16.242 Rolnummer: A. 244264/VII-42814 Zaak: Cassatiebeschikking 16242 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 10/04/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-04-11 Raadplegingen: 78 - laatst gezien 2026-06-16 05:28 Fiche Beschikking nr 16.242 van 10 april 2025 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 16.242 van 10 april 2025 in de zaak A. 244.264/VII-42.814 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Gijsen kantoor houdend te 9200 Dendermonde Gentsesteenweg 30 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Asiel en Migratie ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 24 februari 2025, strekt tot de cassatie van arrest nr. 320.680 van 24 januari 2025 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 11 maart 2025 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari

  1. Verzoeksters kritiek is uitsluitend gericht tegen de passage uit het bestreden arrest, waarin de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen overweegt: “[t]en overvloede merkt de Raad op dat uit niets blijkt dat verzoekster zich niet kan laten vertegenwoordigen door een raadsman om haar belangen te behartigen”. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen overweegt in de zin die voorafgaat aan de door verzoekster geviseerde overweging echter dat “[d]e Raad […] ook [vaststelt dat] het stuk aangaande de VII-42.814-1/2 rechtsbijstandsverzekering niet voorlag op het moment van de bestreden beslissing, waardoor de verwerende partij er geen rekening mee kon houden en verzoeksters betoog alleen al om die reden niet dienstig is”. Hoewel deze laatste passage verzoeksters kritiek dienaangaande kan dragen, vecht verzoekster ze niet aan. In het licht hiervan kan een gebeurlijke onwettigheid in het door verzoekster wel bekritiseerde doch in het bestreden arrest “ten overvloede” aangehaalde motief de strekking van dat arrest niet hebben beïnvloed. Kritiek tegen dergelijk overtollig motief kan niet tot de cassatie van het bestreden arrest leiden.
  2. Het enige middel is kennelijk niet ontvankelijk. BESLUIT:
  3. Het cassatieberoep is niet toelaatbaar.
  4. Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op tien april tweeduizend vijfentwintig, door: Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Bryan Geerts, toegevoegd griffier. De griffier De voorzitter Bryan Geerts Carlo Adams VII-42.814-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ORD.16.242 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.