id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 02 september 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ORD.16.411 Rolnummer: A. 245201/VII-42944 Zaak: Cassatiebeschikking 16411 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 02/09/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-09-04 Raadplegingen: 82 - laatst gezien 2026-06-15 05:49 Fiche Beschikking nr 16.411 van 2 september 2025 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 16.411 van 2 september 2025 in de zaak A. 245.201/VII-42.944 In zake : XXXXX wonende te XXXXX XXXXX alwaar keuze van woonst wordt gedaan bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marc Sampermans kantoor houdend te 3500 Hasselt Koningin Astridlaan 46 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Asiel en Migratie ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 30 juni 2025, strekt tot de cassatie van arrest nr. 327.249 van 26 mei 2025 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 26 augustus 2025 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- Eerste middel: “Schending het rechtszekerheid en vertrouwensbeginsel + art. 6 EVRM”
- Het rechtszekerheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel zijn als algemene beginselen van behoorlijk bestuur niet van toepassing op jurisdictionele beslissingen zoals het bestreden arrest. VII-42.944-1/3
- Verzoeker beroept zich verder op artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (hierna: EVRM). Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft herhaaldelijk en ondubbelzinnig gesteld dat geschillen betreffende de toegang tot, het verblijf op en de verwijdering van het grondgebied niet onder de toepassing van artikel 6 van het EVRM vallen (zie EHRM (GK) 5 oktober 2000, Maaouia/Frankrijk; EHRM (GK) 4 februari 2005, Mamatkulov en Askolov/Turkije; EHRM 14 februari 2008, Hussain/Roemenië; EHRM 27 februari 2014, Zarmayev/België). Met de voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen bestreden beslissing spreekt de verwerende partij zich uit noch over burgerlijke rechten, noch over de gegrondheid van enige strafvervolging. Een schending van voormelde verdragsbepaling kan derhalve niet op ontvankelijke wijze worden opgeworpen tegen het bestreden arrest.
- Het eerste middel is kennelijk niet ontvankelijk. Tweede middel: “Schending van artikel 2 en 3 de wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen (Wet 29 juli 1991), de schending van de formele motiveringsplicht, de schending van het zorgvuldigheidsbeginsel”
- Net als het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel, is het zorgvuldigheidsbeginsel als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur niet van toepassing op jurisdictionele beslissingen zoals het bestreden arrest.
- De artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’ zijn als dusdanig niet van toepassing op jurisdictionele beslissingen zoals het bestreden arrest. Verzoeker kan dan ook geen schending van deze bepalingen inroepen omdat het bestreden arrest geen voldoende motivering zou bevatten.
- Het tweede middel is kennelijk niet ontvankelijk. VII-42.944-2/3 BESLUIT:
- Het cassatieberoep is niet toelaatbaar.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 26 euro. Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op twee september tweeduizend vijfentwintig, door: Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Bryan Geerts, toegevoegd griffier. De griffier De voorzitter Bryan Geerts Carlo Adams VII-42.944-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ORD.16.411 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div