← België

Cassatiebeschikking 16413 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 02/09/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 02 september 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ORD.16.413 Rolnummer: A. 245566/VII-42991 Zaak: Cassatiebeschikking 16413 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 02/09/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-09-04 Raadplegingen: 84 - laatst gezien 2026-06-15 05:50 Fiche Beschikking nr 16.413 van 2 september 2025 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 16.413 van 2 september 2025 in de zaak A. 245.566/VII-42.991 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Dimitri Vandenbroucke en Hannelore Bourry kantoor houdend te 8940 Wervik Steenakker 28 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 13 augustus 2025, strekt tot de cassatie van arrest nr. 330.487 van 30 juli 2025 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 29 augustus 2025 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari

  1. Verzoeker gaat voorbij aan de motivering van het bestreden arrest dat geen van de partijen binnen een termijn van 15 dagen na het versturen van de met toepassing van artikel 39/73 van de wet van 15 december 1980 ‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen’ (hierna: vreemdelingenwet) genomen beschikking heeft gevraagd om te worden gehoord, dat de partijen derhalve op grond van artikel 39/73, § 3, van die wet worden geacht in te stemmen VII-42.991-1/2 met de in de beschikking opgenomen grond en dat het beroep bijgevolg wordt verworpen. Verzoekers kritiek is niet gericht tegen het bestreden arrest doch enkel tegen de motieven van de met toepassing van artikel 39/73, van de vreemdelingenwet genomen beschikking.
  2. De aangevoerde middelen zijn kennelijk niet ontvankelijk. BESLUIT:
  3. Het cassatieberoep is niet toelaatbaar.
  4. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op twee september tweeduizend vijfentwintig, door: Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Bryan Geerts, toegevoegd griffier. De griffier De voorzitter Bryan Geerts Carlo Adams VII-42.991-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ORD.16.413 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.