← België

Arrest 265343 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 08/01/2026

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 januari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.343 Rolnummer: A. 246850/IX-10862 Zaak: Arrest 265343 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 08/01/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-01-09 Raadplegingen: 213 - laatst gezien 2026-06-18 06:17 Fiche Arrest nr 265.343 van 8 januari 2026 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 265.343 van 8 januari 2026 in de zaak A. 246.850/IX-10.862 In zake: M.H. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Isabo Heirbaut kantoor houdend te 9051 Gent Drie Koningenstraat 3 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: HR RAIL, nv van publiek recht bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Chris Van Olmen en Vincent Vuylsteke kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 221 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 25 december 2025, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “[d]e beslissing van HR-Rail houdende de niet-terugplaatsing van [verzoekster] in haar functie en graad van treinbegeleider in afwachting van de lopende beroepsprocedure in navolging van artikel 2 Bericht 26 H-HR 2018 dd 5 december 2025” en van “[d]e beroepsbeslissing houdende de bevestiging van de niet- terugplaatsing van [verzoekster] in haar functie en graad van treinbegeleider in afwachting van de lopende beroepsprocedure in navolging van artikel 2 Bericht 26 H-HR 2018 dd 18 december 2025”. IX-10.862-1/7 II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij beschikking van 29 december 2025 werd, in samenspraak met het aangeduide lid van het auditoraat, de procedurekalender vastgesteld. De verwerende partij heeft een nota met opmerkingen en een administratief dossier ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 6 januari 2026, om 10.30 uur. Staatsraad Jurgen Neuts heeft verslag uitgebracht. Advocaat Isabo Heirbaut, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Laurent Generet, die loco advocaten Chris Van Olmen en Vincent Vuylsteke verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  3. III. Feiten 3.
  4. Verzoekster is op 17 januari 2000 in dienst getreden bij de Belgische Spoorwegen. Zij was – tot voor kort – werkzaam als treinbegeleider in statutair verband bij de NMBS. 3.
  5. Naar aanleiding van een “veiligheidsfout” die verzoekster op 14 september 2025 zou hebben begaan tijdens de vertrekprocedure van trein E3219 in IX-10.862-2/7 het station Brussel-Zuid, wordt verzoekster onderworpen aan een medisch en psychologisch onderzoek en een bekwaamheidstest. 3.
  6. Het medisch en psychologisch onderzoek van 7 oktober 2025 levert als resultaat op dat verzoekster “voldoende geschikt [is] voor de werkpost of activiteit”. Voor de bekwaamheidstest van 20 oktober 2025 behaalt verzoekster een score van 50 punten op
  7. Als algemene feedback vermeldt het juryverslag het volgende: “Onvoldoende kennis van de procedures, kan geen risico’s inschatten waardoor zij niet adequaat kan reageren op onvoorziene gebeurtenissen en begrijpt impact van haar handelen of gedane acties niet.” Ook bij de herkansing op 3 november 2025 scoort zij onvoldoende (40 punten op 88). De algemene feedback van de jury voor deze herkansing leest als volgt: “[Verzoekster] antwoordt in vele vragen naast de vraag waardoor het lang duurt vooraleer ze tot de essentie komt en de voorziene antwoorden kan geven. [Verzoekster] geeft veel info waardoor het onduidelijk wordt wat ze precies bedoelt of welke stappen ze neemt in incidenten. Het adrem vertellen wat je in welke situatie moet doen ontbreekt. Ze brengt nog veel info mee die niet meer van toepassing is. Sommige procedures zijn voor [verzoekster] niet duidelijk waarom we deze toepassen. De procedures als het goed gaat worden benoemd. De procedures bij verschillende situaties, daar ontbreken we aan begrip-adequaat reageren.” 3.
  8. Nadat verzoekster reeds met een e-mailbericht van 12 november 2025 van de dienst ‘Beheer Tijdelijke Aangepaste Tewerkstelling – Treinbegeleiding’ ervan op de hoogte is gebracht dat zij “[w]egens [haar] definitieve ongeschiktheidsverklaring […] vanaf 12/11/2025 [zal] overgaan van Train Manager naar Support Collaborator”, verneemt zij van de verwerende partij op 13 november 2025 dat zij “niet meer beschikt over de officiële erkenning van de professionele bekwaamheid (certificaat, brevet, identificatiekaart, …) die IX-10.862-3/7 vereist is voor het uitoefenen van de werkzaamheden verbonden aan [haar] graad (treinbegeleider)” en “professioneel ongeschikt [is] voor de normale functies vanaf 03.11.2025”. 3.
  9. Op 24 november 2025 dient verzoekster een administratief beroep in tegen “de beslissing tot professionele ongeschiktheid”. 3.
  10. In een e-mailbericht van 3 december 2025 aan de verwerende partij betoogt de raadsvrouw van verzoekster dat zij “[o]p basis [van] de geldende procedures zoals blijkt uit het […] document 26 H-HR 2018 […] op dit moment nog niet definitief professioneel ongeschikt [is]” en vraagt zij onder meer om verzoekster “retroactief sinds 13 november 2025 terug in haar functie als treinbegeleider te zetten (desnoods met vrijstelling van prestaties) tijdens het doorlopen van de beroepsprocedure, zoals ook voorzien is in 26 H-HR 2018”. Daarop antwoordt de verwerende partij op 5 december 2025 als volgt: “U stelt dat uw cliënte op grond van bericht 26 H HR 2018 nog niet professioneel ongeschikt kon worden verklaard. De reden zou zijn dat de beroepstermijn nog loopt. Echter, uw interpretatie van het bericht is niet correct. Het gaat hier uiteraard over de herkansing. Vanzelfsprekend kan er geen beslissing tot professionele ongeschiktheid worden genomen indien er nog een herkansing openstaat. U kan het vergelijken met een ‘tweede zit’, uw cliënte heeft de kans gekregen om het jury-onderhoud te herdoen. Zij was niet geslaagd voor deze herkansing en pas dan werd de beslissing tot professionele ongeschiktheid genomen.” Daarin onderkent verzoekster de eerste bestreden beslissing. 3.
  11. Op 9 december 2025 dient verzoekster hiertegen een administratief beroep in. Met een e-mailbericht van 18 december 2025 deelt de verwerende partij aan de raadsvrouw van verzoekster mee wat volgt: IX-10.862-4/7 “Uw cliënte […] beging op 14/09/2025 een veiligheidsfout tijdens de vertrekprocedure van trein E
  12. Zij werd vervolgens, in toepassing van de reglementair voorziene procedure, onderworpen aan een medisch en psychologisch examen, alsook aan een bekwaamheidstest. Zij werd geslaagd verklaard voor het medisch en psychologisch examen, doch niet voor de bekwaamheidstest. Vervolgens kreeg zij een herkansing, maar zij slaagde jammer genoeg niet voor de herkansing. Er werd u meegedeeld dat er een beroepsmogelijkheid openstond tegen voormelde beslissing conform artikel 4 van hoofdstuk VII van het Personeelsstatuut. U heeft van deze beroepsmogelijkheid gebruik gemaakt; dit beroep is hangende […]. Wat uw interpretatie betreft aangaande bericht 26 H-HR 2018, kan ik u meedelen dat ik het standpunt van de juridische dienst onderschrijf. Artikel 2 van voormeld bericht gaat vanzelfsprekend over de mogelijke herkansing, dewelke voor uw cliënte plaatsvond op 03/11/2025.” In dat bericht ziet verzoekster de tweede bestreden beslissing gelegen. 3.
  13. Op 30 december 2025 beslist eerste adviseur – afdelingschef HC dat “de professionele ongeschiktheid van [verzoekster] [blijft] behouden”. IV. Ontvankelijkheid van de vordering tot schorsing Ambtshalve exceptie
  14. Verzoekster richt haar vordering tegen twee beslissingen waarbij niet wordt ingegaan op haar vraag om te worden teruggeplaatst in de functie van treinbegeleider “in afwachting van de lopende beroepsprocedure”. In haar e- mailbericht van 3 december 2025 vraagt de raadsvrouw van verzoekster inderdaad “met aandrang om [verzoekster] retroactief sinds 13 november 2025 terug in haar functie als treinbegeleider te zetten (desnoods met vrijstelling van prestaties) tijdens het doorlopen van de beroepsprocedure”. Het is dat bericht dat heeft geleid tot de eerste bestreden beslissing. In haar beroepschrift van 9 december 2025, waarvan de tweede bestreden beslissing het gevolg is, herhaalt zij dat verzoek. IX-10.862-5/7
  15. Met die “lopende beroepsprocedure” wordt bedoeld het administratief beroep dat verzoekster heeft ingesteld tegen de beslissing waarbij zij “professioneel ongeschikt voor de normale functies” is verklaard. Deze beroepsprocedure heeft evenwel intussen geleid tot een beslissing van de verwerende partij van 30 december 2025 waarbij “de professionele ongeschiktheid van [verzoekster] [blijft] behouden”. Aldus is aan die beroepsprocedure een einde gekomen.
  16. Aangezien een schorsingsarrest enkel voor de toekomst soelaas kan brengen, dient te worden vastgesteld dat verzoekster niet langer kan bekomen wat zij met de voorliggende vordering beoogt, namelijk een terugplaatsing in de functie van treinbegeleider “in afwachting van de lopende beroepsprocedure”. Het belang bij de gevraagde schorsing ontbreekt op dit moment dan ook. Deze op de terechtzitting ambtshalve opgeworpen en aan het debat onderworpen exceptie vertoont de vereiste ernst opdat ze in de huidige stand van de rechtspleging zou worden bijgevallen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. IX-10.862-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op acht januari tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Jurgen Neuts, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Jurgen Neuts IX-10.862-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.343 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.