id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 januari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.361 Rolnummer: A. 246471/XIV-39958 Zaak: Arrest 265361 - Kansspelen - 12/01/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-01-19 Raadplegingen: 186 - laatst gezien 2026-06-18 06:12 Fiche Arrest nr 265.361 van 12 januari 2026 Justitie - Kansspelen Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.361 no lien 287108 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 265.361 van 12 januari 2026 in de zaak A. 246.471/XIV-39.958 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Margaux De Greef kantoor houdend te 1050 Brussel Louisalaan 65 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door
- de minister van Justitie
- de Kansspelcommissie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Wouter Moonen, Jean-Pierre Buyle en Jarien Bloemen kantoor houdend te 3500 Hasselt Gouverneur Roppesingel 131 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 20 november 2025, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de Kansspelcommissie van 18 september 2025 waarbij de F2-vergunning van de verzoekende partij wordt geschorst tot 12 juni
- II. Verloop van de rechtspleging
- Bij beschikking van 26 november 2025 werd, in samenspraak met het aangeduide lid van het auditoraat, de procedurekalender vastgesteld. XIV-39.958-1/9 De verwerende partij heeft een nota met opmerkingen en een administratief dossier ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 7 januari 2026, om 15.00 uur. Kamervoorzitter Geert Debersaques heeft verslag uitgebracht. Advocaat Lisa Yona Costa, die loco advocaat Margaux De Greef verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Julie Beausaert, die loco advocaten Wouter Moonen, Jean-Pierre Buyle en Jarien Bloemen verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Thomas Maes heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Op 18 september 2025 neemt de Kansspelcommissie de volgende beslissing: “De Kansspelcommissie gaat over tot het opleggen van de schorsing van de vergunning […] tot en met 12 juni 2027, deze schorsing zal ingaan op 29 september 2025, als administratieve sanctie en een administratieve geldboete van 100 euro, deze wordt overeenkomstig de wet op de opdeciemen, verhoogd tot 800 euro.” Dit is de bestreden beslissing. IV. Nadere omschrijving van het voorwerp van het beroep XIV-39.958-2/9 4/ Ter terechtzitting is door de verzoekende partij gepreciseerd dat het voorwerp van het beroep enkel de opgelegde schorsing van de vergunning betreft. V. Schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, § 1, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd waarvan het onderzoek zich leent voor een versnelde behandeling en waarmee de nietigverklaring van deze beslissing prima facie kan worden verantwoord. VI. Spoedeisendheid Uiteenzetting van de spoedeisendheid
- De verzoekende partij zet in het verzoekschrift de spoedeisendheid als volgt uiteen: “
- De financiële gegevens uit de boekhoudkundige rapporten over de periode 2020–2025 tonen duidelijk aan dat de activiteit verbonden aan weddenschappen - hoewel niet dominant in termen van percentage van de totale omzet - een structuurondersteunende functie had voor de onderneming.
- Uit het rapport blijkt het volgende […]: • 2020: 11% van de omzet uit weddenschappen - 83.000 € winst • 2021: 28% – 68.133 € winst •2022: 38% – 28.833 € winst • 2023: 17% – 7.734 € winst • 2024: 7% – 4.000 € winst • 2025 (projectie zonder weddenschappen): 0 % – verliezen verwacht
- Deze cijfers tonen aan dat, ondanks schommelingen, de inkomsten uit weddenschappen gedurende meerdere jaren een wezenlijke bijdrage leverden aan de winstcapaciteit van de onderneming. Zelfs in jaren waarin het percentage daalde, droegen de weddenschappen substantieel bij aan de nettoresultaten.
- Daar waar de onderneming in 2022 nog een winst van 28.833 € behaalde, daalde het resultaat in 2023 tot 7.734 €. In 2024 bleef slechts een minimale winst van 4.000 € over - en dit uitsluitend dankzij een uitzonderlijke stockliquidatie, zoals bevestigd in de boekhoudkundige toelichting. Deze uitzonderlijke verrichting kan niet worden herhaald en maskeert slechts tijdelijk een structureel verlies. XIV-39.958-3/9
- De projectie voor 2025 is ondubbelzinnig: bij volledige wegval van de weddenschapsactiviteit worden verliezen verwacht. De onderneming evolueert dus naar een situatie waarin de cashflow onvoldoende is om de vaste lasten te dekken.
- Het rapport van de boekhouder benadrukt dat de weddenschappen niet enkel een rechtstreekse inkomstenbron vormden, maar ook een indirecte omzetmotor: • product ‘d’appel’: een aanzienlijk deel van de klanten komt binnen om te spelen en verricht vervolgens andere aankopen (kranten, magazines, rookwaren, snacks, dranken) • verkoopssynergieën: deze klanten genereren een merkbare meeromzet in complementaire producten.
- De onmiddellijke stopzetting van weddenschappen leidt daarom niet enkel tot het verlies van het percentage omzet dat rechtstreeks aan weddenschappen is verbonden, maar ook tot een structurele daling van het totaal aantal klanten dat de winkel betreedt. Dit betekent een meervoudig verlies dat alle activiteiten van de onderneming aantast.
- Het wegebben van een dagelijks klantenverkeer veroorzaakt volgens de boekhouder een neerwaartse spiraal: minder passage > minder verkoop > lagere marge > verhoging van vaste kosten per verkoopeenheid > dalende liquiditeit.
- De boekhoudkundige gegevens tonen aan dat de onderneming in 2023 en 2024 slechts zeer beperkte winsten heeft gegenereerd. Zonder de weddenschapsactiviteit komt de onderneming structureel in het rood te staan, waardoor de mogelijkheid om lonen, huur, leveranciers en vaste kosten te betalen dag na dag wordt ondermijnd.” Beoordeling
- Naar eis van artikel 17, § 2, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet de vordering tot schorsing “een uiteenzetting van de feiten [bevatten] die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van deze vordering wordt ingeroepen”. Hetzelfde is te lezen in artikel 4, § 1, eerste lid, 5°, van het koninklijk besluit van 19 november 2024 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding en tot wijziging van diverse besluiten betreffende de procedure voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Dit houdt in dat het aan de verzoekende partij toevalt aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak spoedeisend is, gelet op de gevolgen van een – voortdurende – tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing.
- Het komt er voor een verzoekende partij die beweert dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, op aan om van die urgentie te overtuigen aan de hand van de concrete feiten die zij in haar vordering aanvoert. Dit houdt in dat het aan deze partij toevalt om in haar verzoekschrift op de omstandigheden van haar zaak betrokken, specifieke ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.361 XIV-39.958-4/9 gegevens bij te brengen die in concreto aantonen waarom de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing voor haar persoonlijk veroorzaakt, niet gedragen kunnen worden gedurende de gewone doorlooptijd van de annulatieprocedure en waarom de afloop van deze procedure bijgevolg niet afgewacht kan worden. Die gegevens moeten door de verzoekende partij worden onderbouwd op een wijze die de rechter toelaat om ze te verifiëren, zodat hij kan aftoetsen of ze de beweerde spoedeisendheid inderdaad verantwoorden. De spoedeisendheid van de zaak wordt niet vermoed, welke ook de aard van de bestreden beslissing is. In beginsel mag alleen rekening worden gehouden met hetgeen in het verzoekschrift tot schorsing of de daarbij gevoegde stukken wordt uiteengezet én gestaafd.
- De verzoekende partij betoogt dat de weddenschappen substantieel bijdroegen aan de nettoresultaten, wijst op de dalende resultaten sinds 2020 en betoogt dat bij volledige wegval van de weddenschappen verliezen worden verwacht en de onderneming dus evolueert naar een situatie waarin de cashflow onvoldoende is om de vaste kosten te dekken. Zonder weddenschapsactiviteit komt de onderneming structureel in het rood te staan. Zij beroept zich derhalve op een financieel-economisch nadeel. Een dergelijk nadeel verantwoordt in de regel de spoedeisendheid niet. Dat neemt niet weg dat op grond van bijzondere redenen er toch van spoedeisendheid sprake is wanneer blijkt dat de verzoekende partij niet kan wachten op een uitspraak ten gronde. Zo is er sprake van een financiële bijzondere omstandigheid als de activiteiten, concurrentiepositie en zelfs het voortbestaan van de verzoekende partij op die manier op een ernstige wijze in gevaar worden gebracht. Het komt dan de verzoekende partij toe om concrete, op haar situatie betrokken gegevens aan te brengen om de spoedeisendheid aan te tonen. Bij de beoordeling van het aangevoerde financieel nadeel moet vooreerst rekening worden gehouden met het gegeven dat de geschorste vergunning een vergunning van klasse F2 betreft, verleend aan de verzoekende partij in haar hoedanigheid van dagbladhandelaar. Op grond van artikel 43/4, § 5, ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.361 XIV-39.958-5/9 van de wet van 7 mei 1999 ‘op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers’ zijn dagbladhandelaars zoals de verzoekende partij er een lijkt te zijn, slechts toegestaan om weddenschappen aan te nemen “bij wijze van strikt omschreven nevenactiviteit”. De activiteit waarop de bestreden beslissing betrekking heeft, moet derhalve worden beoordeeld binnen deze wettelijke context waarbinnen de geschorste vergunning is verleend. Gelet op dit wettelijk kader kan in beginsel niet worden aangenomen dat het te verwachten financieel nadeel dat voortvloeit uit het tijdelijk wegvallen van een nevenactiviteit, van die aard is dat de verzoekende partij niet kan wachten op een uitspraak ten gronde. De verzoekende partij wordt immers geacht de hoofd- of kernactiviteit van dagbladhandelaar uit te oefenen, welke activiteit als essentieel wordt geacht. Het komt aan de verzoekende partij toe aan te tonen dat in haar geval bijzondere omstandigheden ertoe nopen anders te oordelen en dat zij de tijdelijke schorsing van haar nevenactiviteit onmogelijk kan ondergaan in afwachting van de uitspraak te gronde. Meer bepaald rust op haar de verplichting om, op basis van specifieke en op haar individuele situatie toegespitste concrete en verifieerbare gegevens, aan te tonen dat de bestreden schorsing van de nevenactiviteit, haar (hoofd)activiteit als dagbladhandelaar definitief en onherroepelijk in gevaar dreigt te brengen, dan wel deze op een dermate fundamentele wijze beïnvloedt dat redelijkerwijze niet van haar kan worden verwacht dat zij de normale afwikkeling van het annulatieberoep afwacht. Op dat punt komt de verzoekende partij tekort aan haar bewijsplicht zoals hierna zal blijken. Ter adstructie van haar standpunt verwijst zij naar een eenzijdige en niet‑gedateerde verklaring van een boekhouder, waarvan niet blijkt dat die enige zelfstandige boekhoudkundige of actuariële bewijswaarde heeft. In deze verklaring wordt eenzijdig en zonder nadere onderbouwing gesteld dat in 2024 ongeveer 7 % van de jaarlijkse winst zou voortvloeien uit de activiteit van het aannemen van weddenschappen, en dat zowel de totale winst als het aandeel van deze activiteit daarin sinds 2020 een structureel dalende evolutie zouden vertonen. Van deze beweringen wordt evenwel geen enkel onderliggend overtuigingsstuk voorgelegd aan de hand waarvan de juistheid of relevantie ervan kan worden nagegaan. In ieder ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.361 XIV-39.958-6/9 geval overtuigt alvast de in dezelfde verklaring ingenomen stelling niet dat in 2025 geen enkele winst meer afkomstig zou zijn uit weddenschappen. Gelet op het feit dat de bestreden schorsingsbeslissing pas uitwerking heeft gekregen op 29 september 2025, is het niet duidelijk op welke concrete en verifieerbare grondslag kan worden aangenomen dat de inkomsten uit deze activiteit reeds voor het volledige jaar 2025 op nul zouden moeten worden begroot. Wat er ook van zij, vastgesteld wordt dat het enige door de verzoekende partij overgelegde stuk de voornoemde eenzijdige verklaring betreft, waarin ter staving uitsluitend één enkel cijfer wordt vermeld, met name (het percentage van) de (nettojaar)winst. Zulks volstaat niet. Hoewel de verzoekende partij als besloten vennootschap ongetwijfeld onderworpen is aan boekhoudkundige en wettelijke verplichtingen die het mogelijk moeten maken een getrouw beeld ter zake te scheppen van haar financiële en economische toestand, brengt zij evenwel geen enkel ander cijfermatig gegeven of relevant informatie- element bij - zoals bijvoorbeeld, de inkomsten uit het aannemen van weddenschappen in verhouding tot de (vaste en variabele) kosten van het ondernemen, de vergelijking met de overige inkomstenstromen van de onderneming, het eigen vermogen, de overgedragen (en bestemde) winst/verlies, de schulden, de (vaste en vlottende ) activa, …. en meer algemeen de resultaatverwerking - en al zeker geen onderliggende, verifieerbare boekhoudkundige documenten, die zouden toelaten een concreet inzicht te hebben op haar huidige financiële en economische toestand. Kortom, noch de door de verzoekende partij verstrekte uiteenzetting, noch het bijgebrachte stuk verschaffen het minste concrete of objectieve inzicht in haar actuele financiële en economische toestand, noch in de concrete financiële gevolgen die de bestreden beslissing daarop zou hebben. Aldus stelt de verzoekende partij de Raad van State niet in staat om, op basis van specifieke en op haar individuele situatie toegespitste gegevens, na te gaan of de bestreden schorsing van de nevenactiviteit, de (hoofd)activiteiten van de verzoekende partij definitief en onherroepelijk in gevaar dreigt te brengen, dan wel deze op een dermate fundamentele wijze beïnvloedt dat redelijkerwijze niet van haar kan worden verwacht dat zij de normale afwikkeling van het annulatieberoep afwacht. XIV-39.958-7/9 De verzoekende partij voert voorts aan dat de activiteit van het aannemen van weddenschappen fungeert als een indirecte omzetmotor voor de overige door haar uitgeoefende activiteiten. Ook dit betoog is te herleiden tot het aanvoeren van een financieel‑economisch nadeel. Te dien aanzien brengt de verzoekende partij evenmin enig begin van bewijs of overtuigingsstuk bij waaruit zou kunnen blijken dat deze nevenactiviteit daadwerkelijk een dergelijk stimulerend effect heeft op haar overige activiteiten, noch - zo dit al het geval zou zijn - in welke mate het wegvallen ervan zou meebrengen dat de (hoofd)activiteiten van de verzoekende partij definitief en onherroepelijk in het gedrang zouden komen, dan wel op een dermate fundamentele wijze zouden worden beïnvloed dat redelijkerwijze niet van haar kan worden verwacht dat zij de normale afwikkeling van het annulatieberoep afwacht. Uit wat voorafgaat volgt dat de verzoekende partij niet aantoont dat het wegvallen van de nevenactiviteit die de weddenschappen (moeten) vormen, “een financieel vacuüm [creëert] dat ruimschoots de draagkracht van de onderneming overschrijdt.”
- De spoedeisendheid is niet aangetoond. VI. Conclusie
- Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering.
- Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. XIV-39.958-8/9 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op twaalf januari tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Geert Debersaques XIV-39.958-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.361 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div