← België

Arrest 265363 - Overheidsopdrachten - 12/01/2026

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 januari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.363 Rolnummer: A. 246783/XIV-40006 Zaak: Arrest 265363 - Overheidsopdrachten - 12/01/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-01-13 Raadplegingen: 187 - laatst gezien 2026-06-18 06:12 Fiche Arrest nr 265.363 van 12 januari 2026 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 265.363 van 12 januari 2026 in de zaak A. 246.783/XIV- 40.006 In zake: de NV S. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Renaud Simar en Bram Tollet kantoor houdend te 1050 Brussel Collegestraat 27 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het AUTONOOM GEMEENTEBEDRIJF MOBILITEIT EN PARKEREN ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Gitte Laenen en Robin Depoorter kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1. De vordering, ingesteld op 17 december 2025, strekt tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 2 december 2025 van het directiecomité van het Autonoom Gemeentebedrijf ‘Mobiliteit en Parkeren Antwerpen AG’ om de nv S. niet te selecteren voor de ‘overheidsopdracht voor diensten: aanstellen controlebureau parking Loodswezen’ (referentie 20250909 – Controlebureau Loodswezen) en waarbij de voornoemde overheidsopdracht wordt gegund aan de nv .B. II. Verloop van de rechtspleging 2. Bij beschikking van 18 december 2025 werd, in samenspraak met het aangeduide lid van het auditoraat, de procedurekalender vastgesteld. XIV-40.006-1/23 De verwerende partij heeft een nota met opmerkingen en een administratief dossier ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 7 januari 2026, om 12.00 uur. Staatsraad Kaat Leus heeft verslag uitgebracht. Advocaat Bram Tollet, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Robin Depoorter, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Lennard Michaux heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. Het Autonoom Gemeentebedrijf ‘Mobiliteit en Parkeren Antwerpen’ AG schrijft een overheidsopdracht voor diensten uit met als voorwerp ‘Aanstellen controlebureau parking Loodswezen’. Als plaatsingsprocedure wordt gekozen voor de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking. De opdracht wordt nationaal bekendgemaakt. 3.2. Op deze opdracht is het bestek met referentienummer ‘20250909 – Controlebureau Loodswezen’ van toepassing. Onder de rubriek ‘3.2. Voorwerp van de opdracht’ van het bestek wordt het volgende bepaald: XIV-40.006-2/23 “3.2.2. Aanleiding van de opdracht De opdracht behelst het aanstellen van een controleorganisme in het kader van een nieuw te bouwen ondergrondse parkeergarage, gepland onder de Kaaien ter hoogte van het Loodswezen. De uit te voeren controles van werken en studies betreffen alle controles noodzakelijk om het mogelijk te maken om een 10-jarige aansprakelijkheidsverzekering voor het project af te sluiten, alsook om de risico’s met betrekking tot de impact van de bouwwerken op naburige infrastructuur, waaronder de Waaslandtunnel, te beheersen. Een gedetailleerde beschrijving van de opdracht is terug te vinden in bijlage 6 van dit Bestek”. Voor meer gedetailleerde toelichting wordt verwezen naar bijlage 6 van dit bestek. Deze bijlage 6 waarnaar (ook) onder punt ‘6. Technische Bepalingen’ van het bestek integraal wordt verwezen, omvat een ‘Projectomschrijving’ van de geplande werken. Deze luidt onder meer: “Projectomschrijving Het project omvat het ontwerp en de bouw van een nieuwe ondergrondse parking onder de Kaaien ter hoogte van het Loodswezen aan de Tavernierkaai en Van Meterenkaai, inclusief de noodzakelijke aanpassingen aan de wegenis. De realisatie van Parking Loodswezen omvat volgende onderdelen: • Bouw van een ondergrondse parkeergarage met drie niveaus en ongeveer 400 parkeerplaatsen. • Bruto oppervlakte van ca. 4.000 m² per bouwlaag, exclusief de in- en uitritten. • Integratie van minstens twee bovengrondse stijgkernen in de heraanleg van het openbaar domein ter hoogte van de Kaaien. • Aanpassing van de Tavernierkaai en Van Meterenkaai, waaronder aanpassing van het wegprofiel, voetpaden, fietspad, tramlijn, en nutsleidingen. • Onderschoeien van de Boeienloods, waarbij de begane grond wordt verwijderd. […] Het project wordt gekenmerkt door een uitdagende locatie in de nabijheid van belangrijke bestaande gebouwen en infrastructuur zoals onder andere het Loodswezengebouw en de Waaslandtunnel. Hieronder wordt een overzicht gegeven van de verschillende randvoorwaarden die bijzondere aandacht vragen: • Nabijheid van de Waaslandtunnel: bouwtechniek van de bouwput moet ontworpen en uitgevoerd worden met het oog op de veiligheid van de omgeving en het behoud van de ondergrondse infrastructuur. Een monitoringsysteem wordt uitgewerkt. Voor meer informatie zie technisch rapport in bijlage A. • Nabijheid Loodswezen: Dit gebouw heeft erfgoedwaarde en dient gedurende het hele project te worden beschermd tegen eventuele schade. Ook moet het toegankelijk blijven voor geplande renovatiewerkzaamheden. • Te behouden Boeienloods: De parking dient onder de Boeienloods te worden aangelegd waarbij de Boeienloods onderbouwd wordt. De noodzakelijke ondersteuning van de Boeienloods dient zo te worden uitgevoerd en gemonitord dat de erfgoedwaarde onaangetast blijft. Voor meer informatie zie stabiliteitsnota in bijlage B. XIV-40.006-3/23 • Bij het verleggen van nutsleidingen onder de kaaivlakte en de Tavernierkaai dient afstemming te gebeuren met de verantwoordelijke nutsbedrijven, zodat de infrastructuur in lijn blijft met bestaande en toekomstige voorzieningen. Enkele belangrijke nutsleidingen vragen bijzondere aandacht: twee collectoren van Aquafin, een aanvoerleiding van Waterlink, Midden- en lagedrukleidingen gas van Fluvius, en middenspanningskabels en -cabine van Fluvius. Een plan van aanpak is opgenomen in bijlage C. • De verkeersverbinding (inclusief tram) langs de Kaaien is essentieel en dient maximaal behouden te blijven. Dit vraagt om zorgvuldig geplande faseringen en omleidingsroutes die de verkeersdoorstroming ondersteunen. Een faseringsvoorstel is opgenomen in bijlage D. • De kaaimuur is recent gestabiliseerd. De trekankers lopen tot een stuk onder de kaaivlakte. Een mogelijk conflict met de grondkerende constructies dient vermeden te worden. • Oude ondergrondse constructies zoals de oude Spaanse omwalling of Napoleontische kaaimuur moeten in rekening gebracht worden. De Spaanse omwalling valt binnen de contour van de bouwput en dient dus mee uitgegraven te worden. • Nabijheid Schelde: er wordt gekozen om diepwanden toe te passen om een gesloten bouwput te bekomen om de bemalingsdebieten te beheersen. • Het parkingontwerp dient rekening te houden met mogelijkse zwel van de onderliggende Boomse kleilaag […]”. Deze bijlage 6 bevat tevens een gedetailleerde ‘Omschrijving en voorwerp van de opdracht’ die luidt: “Omschrijving en voorwerp van de opdracht De opdracht omvat het uitoefenen van de taak van controleorganisme in het kader van de 10-jarige aansprakelijkheid voor het project ‘Parking Loodswezen’, zodat het afsluiten van een verzekering voor de 10-jarige aansprakelijkheid mogelijk wordt. Delen van de opdracht De inschrijver wordt geacht om met behulp van dit document en bijhorende bijlagen voldoende bekwaam te kunnen afleiden wat zijn vereiste inzet is om zijn taak als controlebureau in het kader van de 10-jarige aansprakelijkheidsverzekering goed en volledig uit te voeren. Deel A: Controle ontwerp […] Deel B: Controle uitvoering […] Deel C: Voorlopige oplevering […] De technische controle uitgeoefend door het controleorganisme heeft als doelstelling de risico's van stoornissen aan de gecontroleerde werken te verminderen om toe te laten een verzekering te onderschrijven die de tienjarige aansprakelijkheid van de oprichters dekt, maar eveneens voor de ABR verzekering. De controleopdracht betreft vooral de stabiliteit en de duurzaamheid der werken evenals de waterdichting. […]”. XIV-40.006-4/23 3.3. Onder punt ‘4.10 - Kwalitatieve Selectiecriteria’ van het bestek wordt, wat (het bewijs van) de technische bekwaamheid betreft, het volgende bepaald: “4.10.1 Aan te tonen technische bekwaamheid De Inschrijver moet aantonen dat hij beschikt over de vereiste technische bekwaamheid voor het uitvoeren van de Opdracht. Slechts de offertes van Inschrijvers die voldoen aan deze criteria inzake technische bekwaamheid komen voor verdere beoordeling in aanmerking. De inschrijver dient aan te tonen dat hij voldoende bekwaam is om deze opdracht tot een goed einde te brengen. De geschiktheid van de kandidaat wordt beoordeeld aan de hand van minimaal 2 referenties met betrekking tot gelijkaardige opdrachten, namelijk de bouw van een ondergrondse parking of andere complexe bouwput in de nabijheid van naburige constructies. Het gaat om minimaal 2 referentieprojecten waarbij er een attest wordt afgeleverd voor het afsluiten van een verzekering 10- jarige aansprakelijkheid voor werken waarbij de stabiliteitswerken minimum 5.000.000 euro (excl. Btw) bedragen. Voor elke referentieopdracht in de lijst worden volgende vermeldingen bijgevoegd: - de opdrachtgever (met gegevens contactpersoon + telefoonnummer); - het begin en einde van de uitvoering; - de beknopte omschrijving van de opdracht; - de kostprijs. Ter controle van de technische bekwaamheid voegt de Inschrijver bij zijn Offerte informatie over zijn referenties conform de template in Bijlage 4. De aanbestedende overheid behoudt zich het recht voor om de opgegeven referenties te controleren en eventueel ontbrekende informatie (en/of aanvullende referenties) op te vragen bij de Inschrijver.” De voormelde ‘Bijlage 4 – Template referenties’ voorziet als volgt: “Beschrijving van referenties Referentie 1 Titel opdracht Identiteit opdrachtgever (naam, adres, ondernemingsnummer en contactpersoon met vermelding van diens contactgegevens) Identiteit opdrachtnemer (naam) Gedetailleerde beschrijving van de opdracht waaruit blijkt dat uit aan de betreffende kerncompetentie(

  1. s)(cf. titel 4.10.1. van het Bestek) is voldaan Periode opdracht (begin- en einddatum) Waarde van de opdracht XIV-40.006-5/23 Referentie 2 Titel opdracht Identiteit opdrachtgever (naam, adres, ondernemingsnummer en contactpersoon met vermelding van diens contactgegevens) Identiteit opdrachtnemer (naam) Gedetailleerde beschrijving van de opdracht waaruit blijkt dat uit aan de betreffende kerncompetentie(
  2. s)(cf. titel 4.10.1. van het Bestek) is voldaan Periode opdracht (begin- en einddatum) Waarde van de opdracht ” 3.4. De uiterlijke termijn om een offerte in te dienen wordt in het bestek vastgesteld op 16 oktober 2025 vóór 13.00 uur. Verzoeken om toelichting kunnen aan de aanbestedende overheid worden gericht tot 25 september 2025 om 13.00 uur. De indieningsdatum wordt met een terechtwijzend bericht verdaagd naar 22 oktober 2025 om 13.00 uur. 3.5. Er worden drie offertes ingediend, namelijk door de verzoekende partij, de bv B. (hierna: de gekozen inschrijver) en nog door een derde inschrijver. 3.6. Na analyse blijkt dat de inschrijvers aan hun offerte geen ‘attesten’ hebben toegevoegd “voor het afsluiten van een verzekering 10-jarige aansprakelijkheid voor werken waarbij de stabiliteitswerken minimum 5.000.000 euro (excl. btw) bedragen”. 3.7. Met een e-mail van 5 november 2025 verleent de aanbestedende overheid de inschrijvers de mogelijkheid op basis van artikel 66, § 3, van de wet van 17 juni 2016 om tegen 13 november 2025 (13:00 uur) alsnog “een dergelijk attest voor alle referenties te bezorgen”. Zij verduidelijkt nog dat (niet-limitatief) volgende bewijsstukken als attest kunnen worden aanvaard: XIV-40.006-6/23 “- een ondertekende verklaring m.b.t. het afsluiten van deze verzekering vanwege uw opdrachtgever of verzekeringnemer van de referentie; - een ondertekende verklaring van de verzekeraar in kwestie; - een kopie van de afgesloten polis; - …” . 3.8. Op 6 november 2025 bezorgt de gekozen inschrijver voor zijn referenties een aantal bewijsstukken (vertrouwelijk stuk 5 met bijlagen van het administratief dossier), namelijk enerzijds (voor referentie 1) een kopie van de afgesloten polis met eindverslag en anderzijds (voor referentie 2) een ondertekende verklaring van de verzekeraarsmakelaar via dewelke de verzekering zal worden afgesloten. 3.9. Op 13 november 2025 antwoordt de verzoekende partij als volgt: “1. Technische bekwaamheid en rol van [de verzoekende partij] Wij wensen te benadrukken dat sinds meer dan 90 jaar de kernactiviteit van [de verzoekende partij] bestaat uit het uitvoeren van technische controles van bouwkundige werken met het oog op het bekomen van de tienjarige aansprakelijkheidsverzekering. In dit kader voeren wij, zowel tijdens ontwerp als uitvoering, alle noodzakelijke controles uit die verzekeraars toelaten om een polis tienjarige aansprakelijkheid te onderschrijven. Het is echter belangrijk te duiden dat [de verzoekende partij] niet verantwoordelijk is voor de effectieve onderschrijving van de polis door de bouwheer of opdrachtgever. Wij leveren de vereiste technische controles en verslagen opdat deze onderschrijving mogelijk wordt, maar wij beheersen uiteraard niet het moment waarop de opdrachtgever beslist de polis formeel af te sluiten. 2. Voorgelegde referenties en ontbrekende documenten Voor de gevraagde documenten met betrekking tot de afgesloten verzekering tienjarige aansprakelijkheid hebben wij onze opdrachtgevers en/of hun verzekeraars gecontacteerd. Ondanks onze verzoeken hebben wij helaas geen antwoord ontvangen binnen de vooropgestelde termijn. Wij begrijpen dat de Aanbestedende Overheid deze documenten wenst, maar wij zijn afhankelijk van onze opdrachtgevers om officiële polisattesten of verklaringen te bekomen. Wij vestigen bovendien de aandacht van de aanbestedende overheid op het feit dat dit soort documenten nooit wordt gevraagd in het kader van een controleopdracht en dat het controlebureau geen actieve rol speelt in het al dan niet afsluiten van een tienjarige verzekeringsovereenkomst door de opdrachtgever. Indien we alsnog de gevraagde verklaringen van onze opdrachtgevers ontvangen, verbinden wij ons ertoe deze u zo snel mogelijk te bezorgen. 3. Engagement van de verzekeraars Hoewel wij niet de gevraagde attesten voor de historische referenties hebben kunnen verkrijgen, bevestigen wij graag dat de verzekeraars waarmee wij gewoonlijk samenwerken zich schriftelijk hebben geëngageerd, via intentieverklaringen (zie bijlage), om het project Loodswezen te verzekeren waarbij [de verzoekende partij] XIV-40.006-7/23 de technische controle uitvoert. Dit onderstreept het vertrouwen van de verzekeraars in de kwaliteit van onze controle-opdrachten en in onze technische expertise. 4. Verklaring op eer (zie bijlage) Ter bijkomende verduidelijking bezorgen wij u tevens een verklaring op eer waarin wij bevestigen dat: • alle opgegeven referenties door [de verzoekende partij] werden gecontroleerd met het oog op de tienjarige aansprakelijkheidsverzekering; • deze controles in het verleden steeds hebben gediend om de opdrachtgevers toe te laten een dergelijke polis te onderschrijven. Conclusie Wij zijn ervan overtuig d dat bovenstaande elementen aantonen dat [de verzoekende partij] volledig voldoet aan de gevraagde technische bekwaamheid volgens titel 4.10.1 van het bestek, en dat onze jarenlange en door verzekeraars erkende expertise volledig in lijn ligt met de verwachtingen voor deze opdracht.” De verzoekende partij voegt intentieverklaringen bij waarin meerdere verzekeringsmaatschappijen uitdrukkelijk bevestigen dat zij de tienjarige burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de oprichters kunnen dekken voor werken onderworpen aan een technische controle door de verzoekende partij, conform het bestek. 3.10. Met een e-mail van 14 november 2025 biedt de verwerende partij aan de verzoekende partij en aan de derde inschrijver opnieuw de mogelijkheid om tegen 20 november 2025 de nodige bewijsstukken aan te leveren. De verwerende partij merkt in die e-mail op dat “de aangeleverde informatie nog steeds onvoldoende is om te kunnen vaststellen dat voldaan is aan de cf. titel 4.10.1 van het bestek gevraagde ‘Aan te tonen technische bekwaamheid’”. 3.11. De verzoekende partij maakt op 20 november 2025 opnieuw tevredenheidsattesten over voor de aangeleverde referenties waarin wordt geattesteerd dat de technische controle door de verzoekende partij werd uitgevoerd volgens de regels van de kunst en waarin door de (betrokken) opdrachtgever wordt vermeld dat de technische controle aan de verzoekende partij werd toevertrouwd “met het oog op het verkrijgen van de tienjarige (aansprakelijkheids)verzekering”. 3.12. Op 28 november 2025 wordt een verslag van nazicht opgesteld. Wat het onderzoek van de technische bekwaamheid betreft, luidt het verslag van nazicht, wat de verzoekende partij betreft, als volgt: XIV-40.006-8/23 “3.2.2 Kwalitatieve selectiecriteria: aan te tonen technische bekwaamheid Titel 4.10.1 van het Bestek bepaalt de vereiste technische bekwaamheid die de Inschrijver moet aantonen. Nr. Naam Onderzoek kwalitatieve selectiecriteria 1 [de verzoekende Niet OK partij] Het Bestek voorziet het volgende: ‘De geschiktheid van de kandidaat wordt beoordeeld aan de hand van minimaal 2 referenties met betrekking tot gelijkaardige opdrachten, namelijk de bouw van een ondergrondse parking of andere complexe bouwput in de nabijheid van naburige constructies. Het gaat om minimaal 2 referentieprojecten waarbij er een attest wordt afgeleverd voor het afsluiten van een verzekering 10- jarige aansprakelijkheid voor werken waarbij de stabiliteitswerken minimum 5.000.000 euro (excl. Btw) bedragen.’ De Inschrijver heeft op basis van de voorgelegde documentatie niet aangetoond dat de vereiste verzekeringsattesten werden afgeleverd. De voorgelegde attesten van goede uitvoering voldoen niet aan de vooropgestelde eisen inzake technische bekwaamheid en kunnen bijgevolg niet worden aanvaard. Conclusie: de Inschrijver toont niet aan te voldoen aan de kwalitatieve selectiecriteria en toont de vereiste technische bekwaamheid niet aan. ” 3.13. Op 2 december 2025 beslist het directiecomité van ‘Mobiliteit en Parkeren Antwerpen AG’ om (
  3. i)“de gemotiveerde beoordeling van de offertes, zoals weergegeven in het gemotiveerd gunningsverslag van 28 november 2025 over te nemen, zich bij de motieven aan te sluiten en deze zich eigen te maken, waardoor de erin geformuleerde motieven moeten worden geacht deel uit te maken van de voorliggende gunningsbeslissing” (artikel 1) en (
  4. ii)“de ‘overheidsopdracht voor diensten: aanstellen controlebureau parking Loodswezen’ aan [de bv B. (dit is de gekozen inschrijver)] te gunnen […]” (artikel 2). Het betreft de bestreden beslissing. 3.14. De verzoekende partij wordt op 3 december 2025 per e-mail en per aangetekend schrijven in kennis gesteld van de bestreden beslissing, waarbij zij tevens een uittreksel ontvangt van het gemotiveerde gunningsverslag van 28 november 2025 dat betrekking heeft op haar situatie en integraal deel uitmaakt van de bestreden beslissing. XIV-40.006-9/23 IV. Verzoek tot vertrouwelijke behandeling van bepaalde stukken 4. De verzoekende partij en de verwerende partij vragen om de vertrouwelijke behandeling van bepaalde door hen neergelegde stukken die zij in de inventaris als vertrouwelijk aanduiden en waarbij zij de redenen opgeven waarom zij om die vertrouwelijke behandeling vragen. Er zijn geen gronden aangevoerd door de partijen om het aangevoerde vertrouwelijk karakter ervan, althans in deze fase van het geding, te lichten. V. Ontvankelijkheid van de vordering Standpunt van de verwerende partij 5. De verwerende partij werpt een exceptie van niet- ontvankelijkheid op. Zij stelt dat een verzoekende partij slechts over het vereiste belang bij het aanvechten van een gunningsbeslissing beschikt wanneer de verzoekende partij na schorsing van de tenuitvoerlegging een reële kans zou maken om de opdracht zelf gegund te krijgen en uit te voeren, wat volgens de verwerende partij te dezen niet het geval is. Volgens de verwerende partij kan de verzoekende partij – zelfs indien deze geselecteerd moest worden –, niet de eerste plaats behalen op basis van de beoordeling van de gunningscriteria (‘Prijs’ (50%) en ‘Begeleidende nota’ (50%)). De gekozen inschrijver behaalde immers (
  5. i)de maximumscore op het criterium ‘Prijs’ (50/50) en (
  6. ii)de score van 43/50 op het gunningscriterium ‘Begeleidende nota’. Doordat de verzoekende partij, na toepassing van de regel van drie zoals het bestek voorziet, slechts 40,42/50 zou halen op het criterium ‘Prijs’, zou dit puntenverschil van 9,58/50 niet meer overbrugd kunnen worden, zelfs niet indien de verzoekende partij op het tweede gunningscriterium het maximum van de punten (50/50) zou behalen. De verzoekende partij kan immers (op het gunningscriterium ‘Begeleidende nota’) maximaal 7 punten meer behalen dan de gekozen inschrijver. Een en ander staat volgens de verwerende partij XIV-40.006-10/23 “mathematisch vast”. De verzoekende partij beschikt dan ook niet over het vereiste belang en haar vordering is bijgevolg onontvankelijk. Beoordeling 6. Volgens artikel 14 van de wet 17 juni 2013 ‘betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies’ (hierna: de wet van 17 juni 2013) kan de Raad van State “op verzoek van elke persoon die een belang heeft of heeft gehad om een bepaalde opdracht […] te krijgen en die door de beweerde schending is of dreigt te worden benadeeld”, de beslissingen van een aanbestedende instantie vernietigen. Artikel 15 van diezelfde wet verwijst naar deze belangomschrijving voor wat betreft de procedure tot schorsing. Het in de wet van 17 juni 2013 vervatte belangvereiste is overgenomen uit artikel 65/14 van de wet van 24 december 1993 ‘betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten’, ingevoegd bij de wet van 23 december 2009. Uit de parlementaire voorbereiding van die wetsbepaling blijkt dat de wetgever met betrekking tot het begrip “belang” een ruime interpretatie voor ogen stond, naar het voorbeeld van de ter zake toepasselijke regels van het recht van de Europese Unie, en zulks “om de moeilijkheden te vermijden die zouden kunnen voortvloeien uit een strikte toepassing van het begrip ‘belang’ als bedoeld in [artikel] 19 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State” (memorie van toelichting, Parl.St. Kamer 2009-2010, nr. 2276/001, 28). Wanneer niet is voldaan aan de minimumeisen inzake selectie mag de aanbestedende overheid de betrokken inschrijver niet selecteren, op straffe van haar eigen opdrachtdocumenten te schenden. Een inschrijver die niet aan de selectievoorwaarden voldoet, heeft in principe geen belang om de gunning van een overheidsopdracht aan een concurrerende inschrijver aan te vechten tenzij uit de middelen blijkt dat hij ten onrechte niet werd geselecteerd of, nog, dat de opdracht aan geen enkele inschrijver rechtsgeldig mocht worden toegewezen. In de beide gevallen lijkt het immers niet bij voorbaat uitgesloten dat de verzoekende partij dan nog kans maakt op de gunning van de opdracht. XIV-40.006-11/23 Het betoog dat de verzoekende partij nooit hoger zou kunnen uitkomen op de finale rangschikking mist dan ook doel wanneer er een mogelijkheid bestaat dat de opdracht aan geen enkele inschrijver kon worden gegund. Te dezen, voert de verzoekende partij in haar verzoekschrift twee middelen aan wat betreft de ((onjuiste) toepassing van
  7. de)vooropgestelde kwalitatieve selectiecriteria. Gelet op het feit dat een onwettigheid hieromtrent tot gevolg heeft dat de geldigheid van de gevoerde procedure wordt aangetast nog vooraleer de aanbestedende overheid dient over te gaan tot de beoordeling op basis van de gunningscriteria, kan de argumentatie van de verwerende partij wat het beweerde gebrek aan belang bij de vordering betreft, niet worden bijgevallen. Dat de verwerende partij aangeeft dat zij “anticiperend” om “geen tijd te verliezen” al zou zijn/is overgegaan tot een inhoudelijke beoordeling van de offertes doet daaraan niet af. De inhoudelijke toetsing en beoordeling van de offertes aan de gunningscriteria volgt immers na de (kwalitatieve) selectie en de beoordeling van de regelmatigheid van de offertes en is ervan te onderscheiden. Daar komt nog bovenop dat de verzoekende partij over de resultaten van de inhoudelijke toetsing van haar (en andere) offerte(
  8. s)in het licht van de gunningscriteria en de vergelijking ervan met de offerte van de gekozen inschrijver niets heeft kunnen vernemen in de kennisgeving van de bestreden beslissing, noch in het aan haar overgemaakte uittreksel van het verslag van nazicht zodat zij daarop geen zicht heeft en daarop ook geen kritieken kan uitoefenen of grieven kan formuleren. 7. De exceptie wordt verworpen. VI. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden 8. Krachtens artikel 17, §§ 1, 5 en 6, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, gelezen in samenhang met de artikelen 15 en 31 van de wet van 17 juni 2013 ‘betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies’, moet enkel worden onderzocht of in de voorliggende XIV-40.006-12/23 vordering tot schorsing die is ingesteld volgens de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, een ernstig middel waarvan het onderzoek zich leent voor een versnelde behandeling of een klaarblijkelijke onwettigheid wordt aangevoerd. VII. Onderzoek van het eerste middel Standpunt van de partijen 9. In het eerste middel van het verzoekschrift voert de verzoekende partij een schending aan van artikel 4 van de wet van 17 juni 2016 ‘inzake overheidsopdrachten (hierna: de wet van 17 juni 2016) en de hierin vervatte beginselen van gelijkheid, transparantie en proportionaliteit, van de artikelen 66, § 1 en 71 van diezelfde wet, van artikel 4.10.1 van het te dezen toepasselijke bestek, evenals van het patere legem quam ipse fecisti-beginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur en, tot slot, “van de materiële en de formelemotiveringsplicht voortvloeiend uit de artikelen 4 en 5 van de wet van 17 juni 2013, alsook als algemene beginselen van behoorlijk bestuur”, waaruit volgt, aldus de verzoekende partij : “dat de bestreden aktes behept zijn met een kennelijke beoordelingsfout; Doordat de aanbestedende overheid heeft besloten om de verzoekende partij niet te selecteren op basis van het niet voorhanden zijn van een bewijs van het afsluiten van een tienjarige aansprakelijkheidsverzekering per aangehaalde referentie; Terwijl, de aanbestedende overheid in toepassing van haar eigen bestek en rekening houdend met de door de verzoekende partij aangevoerde informatie waarmee werd aangetoond dat de verzoekende partij technisch bekwaam is om de opdracht uit te voeren, ertoe gehouden was de verzoekende partij te selecteren”. De verzoekende partij vat, wat dit eerste middel betreft, haar grieven, als volgt samen. “[…] dat de aanbestedende overheid, met miskenning van de overheidsopdrachten- reglementering en haar eigen bestek, de verzoekende partij niet selecteerde, terwijl deze laatste nochtans, aan de hand van alle nuttige en noodzakelijke informatie, aantoonde dat zij wel degelijk voldeed aan het kwalitatieve selectiecriterium inzake de technische bekwaamheid om de opdracht uit te voeren. De lezing van het Bestek van de aanbestedende overheid is in ieder geval onjuist, daar waar zij meent te kunnen voorhouden dat moet bewezen worden dat er effectief een verzekering van de tienjarige aansprakelijkheid, per referentie, werd XIV-40.006-13/23 onderschreven om te voldoen aan het kwalitatief selectiecriterium inzake de technische bekwaamheid van de inschrijvers. De aanbestedende overheid mocht de antwoorden en bijkomende informatie uitgaande van de verzoekende partij in ieder geval niet zonder meer naast zich neerleggen en had daarentegen moeten vaststellen dat de verzoekende partij wel degelijk het bewijs leverde dat zij technisch bekwaam is om de opdracht uit te voeren”. In de verdere toelichting bij haar eerste middel stelt zij, specifiek wat het geschonden geachte artikel 4 van de wet van 17 juni 2016 betreft, dat de aanbestedende overheid in het kader van de gunning en de uitvoering van overheidsopdrachten te allen tijde op een transparante en proportionele wijze dient te handelen met eerbiediging van het gelijkheidsbeginsel, wat impliceert dat de aanbestedende overheid ertoe is gehouden om de inschrijvers die voldoen aan de selectiecriteria te selecteren. Uit artikel 4.10.1 van het te dezen toepasselijke bestek vloeit voort dat (
  9. i)de inschrijver moet aantonen dat hij voldoende bekwaam is om de opdracht tot een goed einde te brengen, (
  10. ii)diens geschiktheid wordt beoordeeld aan de hand van minimaal twee referenties met betrekking tot gelijkaardige opdrachten, namelijk de bouw van een ondergrondse parking of andere complexe bouwput in de nabijheid van naburige constructies en (iii) de referentieprojecten betrekking hebben op (gelijkaardige) werken waarbij “een attest wordt afgeleverd voor het afsluiten van een verzekering 10-jarige aansprakelijkheid”. Uit de ‘bijlage 4 – Template referenties’ bij het bestek blijkt dat de inschrijvers moeten aantonen dat voldaan is aan de betreffende kerncompetentie(s). Volgens haar blijkt uit de tekst van het bestek evenwel niet dat van de inschrijvers wordt vereist dat zij het bewijs van het daadwerkelijk afsluiten van een tienjarige aansprakelijkheidsverzekering voorleggen. Zij benadrukt, zoals zij reeds deed in haar schrijven van 13 november 2025 aan de verwerende partij, dat “sedert meer dan 90 jaar haar kernactiviteit bestaat uit het uitvoeren van technische controles van bouwkundige werken met het oog op het bekomen van een tienjarige aansprakelijkheidsverzekering” en dat zij “alle noodzakelijke controles uit[voert] die verzekeraars toelaat om een polis tienjarige aansprakelijkheid te onderschrijven”. Het controleorganisme levert de vereiste technische controles en (eind)verslagen opdat deze onderschrijving, die geen verplichting is, mogelijk wordt. Het is geenszins het controleorganisme maar de opdrachtgever/bouwheer die beslist om (al dan niet) dergelijke polis ook daadwerkelijk af te sluiten. Met de XIV-40.006-14/23 door haar overgelegde documenten – zijnde (
  11. i)de schriftelijke intentieverklaringen van verschillende op deze markt actieve verzekeraars waaruit blijkt dat deze wel degelijk bereid zijn om de tienjarige aansprakelijkheid te verzekeren voor een project waar de controleopdracht aan de verzoekende partij wordt toevertrouwd en (
  12. ii)de attesten van goede uitvoering, inclusief bevestiging dat de opdracht door de verzoekende partij naar behoren werd uitgevoerd met het oog op het bekomen van een tienjarige aansprakelijkheidsverzekering –, heeft zij ontegensprekelijk aangetoond meer dan bekwaam te zijn om de controleopdracht tot een goed einde te brengen en dat het inschakelen van de verzoekende partij als opdrachtnemer voor de controleopdracht zou hebben toegelaten om de tienjarige aansprakelijkheid voor het project te verzekeren, wat het doel is van de opdracht. 10. In de nota vat de verwerende partij haar repliek op het eerste middel als volgt samen: “Het bestek vereist dat er minimaal twee

(2)referenties worden ingediend voor gelijkaardige opdrachten. Het bestek definieert wat er verstaan moet worden onder ‘gelijkaardige opdrachten’. Eén van de - cumulatieve - voorwaarden is dat er een attest voor de verzekering van de tienjarige aansprakelijkheid werd afgeleverd voor de opgegeven referenties. Deze vereiste is in het licht van de voorliggende opdracht cruciaal aangezien de opdrachtnemer ervoor moet zorgen dat er op basis van diens diensten en diens studies daadwerkelijk een verzekering voor de tienjarige aansprakelijkheid kan worden afgesloten. De inschrijvers konden met meerdere bewijselementen aantonen dat de dienstverlening voor de opgegeven referenties er effectief toe strekte om een verzekering voor de tienjarige aansprakelijkheid te laten afsluiten. Inschrijvers die er niet in slaagden om aan te tonen dat er op basis van hun diensten en hun studies daadwerkelijk een verzekering voor de tienjarige aansprakelijkheid werd afgesloten, kunnen niet worden geselecteerd. Er is immers niet aangetoond dat er voldaan is aan de cumulatieve voorwaarden om te spreken over ‘gelijkaardige opdrachten’”. De verwerende partij licht nog toe dat zij “zowel wat betreft de keuze van de kwalitatieve selectiecriteria, alsook wat betreft de (wijze van) beoordeling van de kwalitatieve selectiecriteria over een ruime beoordelingsruimte [beschikt]”. Bestekbepalingen die op de kwalitatieve selectiecriteria betrekking hebben, moeten worden geïnterpreteerd in het licht van het doel van de opdracht en in overeenstemming met de overige bestekbepalingen. XIV-40.006-15/23 Te dezen moeten volgens het bestek voor het beoordelen van de technische bekwaamheid de op te geven referenties betrekking hebben op ‘gelijkaardige opdrachten’, namelijk referenties die betrekking hebben op (
  1. i)“de bouw van een ondergrondse parking of een andere complexe bouwput in de nabijheid van naburige constructies” en (
  2. ii)het moet gaan om minimaal twee referentieprojecten “waarbij er een attest wordt afgeleverd voor het afsluiten van een verzekering voor de tienjarige aansprakelijkheid voor werken waarbij de stabiliteitswerken minimum 5.000.000 euro (excl. btw) bedragen”. In het bestek wordt derhalve vereist dat er voor de (historische) referenties “een attest werd afgeleverd voor het afsluiten van een verzekering voor de tienjarige aansprakelijkheid voor werken waarbij de stabiliteitswerken minimum 5.000.000 euro (excl. btw) bedragen”. Volgens de verwerende partij “[zou][e]lke partij gespecialiseerd in dergelijke controleopdracht moeten begrijpen dat het gaat om projecten ‘waarbij door de verzekeringsmaatschappij een verzekeringsattest werd afgeleverd voor de tienjarige aansprakelijkheid’”. De verwerende partij zet nog uiteen dat deze voorwaarde bijzonder relevant is aangezien de voorliggende overheidsopdracht betrekking heeft op controlediensten die door de opdrachtnemer worden uitgevoerd, zowel tijdens de ontwerpfase als tijdens de uitvoeringsfase, zodat er op basis van de geleverde diensten en studies door de opdrachtnemer daadwerkelijk een verzekering kan worden afgesloten voor de tienjarige aansprakelijkheid. Zij verduidelijkt dat de verzekeraars voor het afsluiten van een dergelijke verzekering een (eind)verslag van een controlebureau vereisen. Op basis van dit (eind)verslag zal de verzekeraar al dan niet een verzekering voor de tienjarige aansprakelijkheid afsluiten, alsook de voorwaarden ervan bepalen. Gelet op de complexiteit van het voorliggende project is het “absoluut cruciaal” dat er een verzekering voor de tienjarige aansprakelijkheid kan worden afgesloten en, in dat licht, “absoluut onvoldoende” om louter aan te tonen dat een dergelijke verzekeringspolis kon worden afgesloten. De doelstelling van de voorliggende opdracht is volgens de verwerende partij immers niet de mogelijkheid creëren om een dergelijke verzekering aan te vragen, doch om ze effectief te verkrijgen. De verwerende partij erkent dat zij op basis van de ingediende offertes bij geen enkele inschrijver kon nagaan of er voor de opgegeven referenties XIV-40.006-16/23 ook een attest werd afgeleverd “voor het afsluiten van een verzekering voor de tienjarige aansprakelijkheid”. Op basis van artikel 66, § 3, van de wet van 17 juni 2016 heeft zij vervolgens de drie inschrijvers de mogelijkheid geboden om “alsnog een dergelijk attest voor alle referenties te bezorgen”, waarbij zij hen meedeelt dat volgende (niet-limitatieve) bewijsstukken kunnen worden aanvaard: hetzij een ondertekende verklaring met betrekking tot het afsluiten van deze verzekering vanwege uw opdrachtgever of verzekeringnemer van de referentie, hetzij een ondertekende verklaring van de verzekeraar in kwestie, hetzij een kopie van de afgesloten polis (zie supra, punten 3.7 en 3.10). Volgens de verwerende partij heeft de verzoekende partij op basis van de voorgelegde documentatie “niet aangetoond dat de vereiste verzekeringsattesten werden afgeleverd” en dus dat wel degelijk sprake is van ‘gelijkaardige opdrachten’. Zij toont derhalve niet aan te voldoen aan de kwalitatieve selectiecriteria, noch de vereiste technische bekwaamheid. Beoordeling 11. Artikel 66, § 1, van de wet van 17 juni 2016 bepaalt: “§ 1. Opdrachten worden gegund op basis van één of meerdere gunningscriteria, vastgesteld overeenkomstig artikel 81, mits de aanbestedende overheid erop heeft toegezien dat aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan: 1° de offerte voldoet aan de eisen, voorwaarden en criteria vermeld in de aankondiging van een opdracht en de opdrachtdocumenten, met inachtneming, indien van toepassing, van de varianten of opties; 2° de offerte is afkomstig van een inschrijver waaraan de toegang tot de opdracht niet is ontzegd op grond van de artikelen 67 tot 70 en die voldoet aan de door de aanbestedende overheid vastgestelde selectiecriteria en, in voorkomend geval, de niet-discriminerende regels en criteria bedoeld in artikel 79, § 2, eerste lid.” Voor het aantonen van de technische bekwaamheid bij de kwalitatieve selectiecriteria, vereist het bestek (onder punt ‘4.10.1) wat volgt: “De Inschrijver moet aantonen dat hij beschikt over de vereiste technische bekwaamheid voor het uitvoeren van de Opdracht. Slechts de offertes van Inschrijvers die voldoen aan deze criteria inzake technische bekwaamheid komen voor verdere beoordeling in aanmerking. De inschrijver dient aan te tonen dat hij voldoende bekwaam is om deze opdracht tot een goed einde te brengen. De geschiktheid van de kandidaat wordt beoordeeld aan de hand van minimaal 2 referenties met betrekking tot gelijkaardige opdrachten, XIV-40.006-17/23 namelijk de bouw van een ondergrondse parking of andere complexe bouwput in de nabijheid van naburige constructies. Het gaat om minimaal 2 referentieprojecten waarbij er een attest wordt afgeleverd voor het afsluiten van een verzekering 10- jarige aansprakelijkheid voor werken waarbij de stabiliteitswerken minimum 5.000.000 euro (excl. Btw) bedragen. Voor elke referentieopdracht in de lijst worden volgende vermeldingen bijgevoegd: - de opdrachtgever (met gegevens contactpersoon + telefoonnummer); - het begin en einde van de uitvoering; - de beknopte omschrijving van de opdracht; - de kostprijs. Ter controle van de technische bekwaamheid voegt de Inschrijver bij zijn Offerte informatie over zijn referenties conform de template in Bijlage 4. De aanbestedende overheid behoudt zich het recht voor om de opgegeven referenties te controleren en eventueel ontbrekende informatie (en/of aanvullende referenties) op te vragen bij de Inschrijver”. De ‘Bijlage 4 - Template referenties’ is supra onder punt 3.3 weergegeven. De verzoekende partij heeft bij de door haar opgegeven referenties op meerdere manieren aan de hand van stavingstukken getracht aan te tonen dat zij over deze vereiste technische bekwaamheid en ervaring beschikt. Deze ‘bewijsstukken’ werden echter niet aanvaard door de verwerende partij aangezien deze niet zouden voldoen aan de vereisten zoals omschreven in het bestek. Er zou namelijk niet bewezen zijn dat met betrekking tot die referenties “daadwerkelijk een verzekering voor de tienjarige aansprakelijkheid werd afgesloten” op basis van de diensten geleverd door de verzoekende partij bij deze referentieprojecten. Dit leidde tot de volgende beoordeling van de technische bekwaamheid van de verzoekende partij in het verslag van nazicht (zie supra, punt 3.12) : “Niet OK Het Bestek voorziet het volgende: ‘De geschiktheid van de kandidaat wordt beoordeeld aan de hand van minimaal 2 referenties met betrekking tot gelijkaardige opdrachten, namelijk de bouw van een ondergrondse parking of andere complexe bouwput in de nabijheid van naburige constructies. Het gaat om minimaal 2 referentieprojecten waarbij er een attest wordt afgeleverd voor het afsluiten van een verzekering 10-jarige aansprakelijkheid voor werken waarbij de stabiliteitswerken minimum 5.000.000 euro (excl. Btw) bedragen’ De inschrijver heeft op basis van de voorgelegde documentatie niet aangetoond dat de vereiste verzekeringsattesten werden afgeleverd. De voorgelegde attesten van XIV-40.006-18/23 goede uitvoering voldoen niet aan de vooropgestelde eisen inzake technische bekwaamheid en kunnen bijgevolg niet worden aanvaard. Conclusie: de Inschrijver toont niet aan te voldoen aan de kwalitatieve selectiecriteria en toont de vereiste technische bekwaamheid niet aan”. 12. Uit het hiervoor aangehaalde artikel 66, § 1, eerste lid, 2°, van de wet van 17 juni 2016, volgt dat de opdracht enkel kan worden gegund nadat de aanbestedende overheid erop heeft toegezien dat de offerte afkomstig is van een inschrijver die voldoet aan de door haar vastgestelde selectiecriteria. De aanbestedende overheid dient bij de beoordeling van de offertes de regels die zijzelf heeft vastgelegd in de opdrachtdocumenten, na te leven. Wanneer niet is voldaan aan de gestelde minimumeisen inzake selectie mag de aanbestedende overheid de betrokken inschrijver niet selecteren, op straffe van haar eigen bestek te schenden. Overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van de wet van 17 juni 2016 dienen de aanbesteders de ondernemers immers op gelijke en niet-discriminerende wijze te behandelen en dienen zij op een transparante en proportionele wijze te handelen. De in die bepaling vervatte beginselen die aan de gunning van overheidsopdrachten ten grondslag liggen, veronderstellen onder meer dat degenen die voor de toewijzing van de opdracht in aanmerking willen komen, van tevoren weten wat zij daarvoor moeten doen of laten en dus met alle door de aanbestedende overheid cruciaal geachte gegevens en vereisten rekening moeten kunnen houden bij het opstellen van hun offerte en dat deze vervolgens op gelijke wijze en consistent worden (geïnterpreteerd
  3. en)toegepast. 13. De aanbestedende overheid beschikt in beginsel over een beoordelingsruimte bij de keuze van de kwalitatieve selectiecriteria. Het komt in de eerste plaats de aanbestedende overheid toe om de vereisten ter zake te bepalen en de uitleg die daaraan moet worden verleend aan de hand van de tekst van die documenten, bekeken in het licht van hun context. Het komt voorts in de eerste plaats de aanbestedende overheid toe om te beoordelen of de inschrijvers aan de vereiste technische bekwaamheid voldoen aan de hand van de vereisten daaromtrent gesteld in de opdrachtdocumenten, en om daarbij de in dat verband voorgelegde documenten en XIV-40.006-19/23 inlichtingen te betrekken. Wel mag de Raad van State daarbij nagaan of die beoordeling steunt op in rechte en in feite aanvaardbare motieven die voortvloeien uit een zorgvuldig onderzoek. Het komt de Raad van State evenwel niet toe zijn beoordeling in de plaats te stellen van die van de bevoegde administratieve overheid. 14. Te dezen, stelt de verwerende partij in de nota dat, wat de kwalitatieve selectie betreft, het bestek niet anders kan worden geïnterpreteerd dan dat bij de referentieprojecten (minimaal twee) moet worden aangetoond dat “het gaat om projecten waarbij door de verzekeringsmaatschappij een verzekeringsattest werd afgeleverd voor de tienjarige aansprakelijkheid”. Deze voorwaarde, namelijk “dat er voor de referentieprojecten daadwerkelijk een attest van verzekering voor de tienjarige aansprakelijkheid werd afgeleverd” zou dan ook, in het kader van deze opdracht, “bijzonder relevant” zijn. Daarbij wordt specifiek verwezen naar de complexiteit van de voorliggende bouwwerken (zie supra, punt 3.2) en de rol die het (eind)verslag, opgesteld door het controlebureau speelt bij het al dan niet verkrijgen van deze verzekering (en onder welke voorwaarden). De verzekeraars vereisen immers voor het afsluiten van een dergelijke verzekering een eindverslag van een controlebureau. Ook uit de documenten bijgebracht door de verzoekende partij (intentieverklaringen van verzekeraars) blijkt dat het eindverslag afgeleverd door het controlebureau cruciaal is opdat de tienjarige aansprakelijkheid kan worden gedekt. Het volstaat volgens de verwerende partij te dezen niet dat een verslag werd opgesteld of zal worden opgesteld op basis waarvan een verzekering uiteindelijk kan worden verkregen, maar men moet voor de opgegeven referenties “effectief een dergelijke verzekering hebben verkregen”. Dit wordt, desgevraagd, door de verwerende partij op de terechtzitting uitdrukkelijk bevestigd: het bestek moet, wat de referenties betreft, zo worden gelezen dat de inschrijver moet aantonen dat het zijn taak als controlebureau tot voldoening heeft uitgevoerd zodat ook “effectief een verzekering tienjarige aansprakelijkheid werd afgesloten”. XIV-40.006-20/23 Het is ook op basis van deze lezing – al kan daarbij toch worden bedacht dat geen van de inschrijvers dat op basis van de opdrachtdocumenten meteen zo had begrepen (zie supra, punt 3.6) – dat (de offerte van) de verzoekende partij niet werd geselecteerd. Immers, de verschillende verklaringen – zowel van de verzoekende partij zelf (verklaring op eer) als van de opdrachtgevers van referentieprojecten (tevredenheidsattesten dat de verzoekende partij de controleopdracht die haar werd toevertrouwd met het oog op het verkrijgen van een tienjarige verzekering ‘volgens de regels van de kunst’ en tot volledige genoegdoening heeft uitgevoerd) en van verzekeraars (intentieverklaringen dat de tienjarige burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de oprichters voor werken onderworpen aan een technische controle van de verzoekende partij, door een tienjarige verzekering kan worden gedekt) – zouden niet volstaan omdat daarmee niet is aangetoond dat er voor de opgegeven (historische) referentieprojecten “daadwerkelijk een verzekering werd afgesloten”. 15. Wanneer, mede in het licht van de complexiteit van het project, dit de door de verwerende partij vooropgestelde lezing is (waarbij zij als aanbestedende overheid inderdaad over een discretionaire beoordelingsruimte beschikt), dient deze lezing logischerwijze consistent en op gelijke wijze te worden toegepast voor alle ontvangen offertes. Uit het vertrouwelijk stuk 5 van het administratief dossier dat de Raad van State in zijn beoordeling mag betrekken, blijkt echter dat er voor één van de twee door de gekozen inschrijver opgegeven referenties nog geen verzekering is of werd afgesloten. Uit dat stuk blijkt immers dat de werken gefaseerd gebeuren en nog niet zijn beëindigd. Het eindverslag voor die controleopdracht kan dan ook, zo lijkt, nog niet zijn afgeleverd door de gekozen inschrijver. Bij deze referentie wordt trouwens een attest toegevoegd van de verzekeringsmakelaar waarin deze attesteert dat de activiteiten van de gekozen inschrijver als controleorganisme in het kader van dat project uiteindelijk “zijn bedoeld” – of, anders gesteld, “zijn bestemd” – voor het afsluiten van de verzekering voor de tienjarige aansprakelijkheid. Dit betekent dan ook – op basis van de eigen lezing van het bestek zoals vooropgesteld door de verwerende partij –, dat de gekozen inschrijver XIV-40.006-21/23 niet voldoet aan het selectiecriterium wat de vereiste technische bekwaamheid betreft. Er kan immers door de gekozen inschrijver – en anders dan de verwerende partij in haar nota aangeeft –, geen ‘verzekeringsattest’ voor dat project zijn voorgelegd aangezien de verzekering voor dat project nog niet is afgesloten en overigens, zo lijkt, ook nog niet kon worden afgesloten nu uit die stukken blijkt dat de werken nog niet zijn beëindigd. Derhalve is voor dat referentieproject in de lezing die de verwerende partij vooropstelt, niet aangetoond dat er “daadwerkelijk een verzekering voor de tienjarige aansprakelijkheid werd afgesloten”. Dat de werkzaamheden van een inschrijver voor de hem of haar opgegeven referentieprojecten bedoeld of bestemd zijn om uiteindelijk te leiden tot een tienjarige aansprakelijkheidsverzekering wordt door de verwerende partij – althans voor wat de referenties van de verzoekende partij betreft –, nochtans niet als voldoende beschouwd, wat niet consistent is noch spoort met een gelijke toepassing van de bestekvoorwaarden. In de vooropgestelde lezing van het bestek en de door deze inschrijvers bijgebrachte stavingstukken inzake technische bekwaamheid kan bezwaarlijk, zo lijkt, de ene inschrijver wel worden geselecteerd en de andere niet. Door de eigen voorwaarden uit het bestek niet consistent toe te passen, schendt de verwerende partij op het eerste gezicht dan ook artikel 66, § 1, van de wet van 17 juni 2016, alsook het patere legem - beginsel en de verplichting tot gelijke behandeling van de verschillende ondernemers zoals vervat in artikel 4 van de eerdergenoemde wet. 16. Het eerste middel is ernstig. VIII. Besluit 17. Het eerste middel is ernstig gebleken. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt dan ook ingewilligd. XIV-40.006-22/23 IX. Kosten 18. Het is passend, gelet op de hierna ingewilligde vordering tot schorsing en het daaropvolgende nog noodzakelijke procedureverloop, de kosten, de gevorderde rechtsplegingsvergoeding inbegrepen, in beraad te houden. BESLISSING De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van het directiecomité van autonoom gemeentebedrijf ‘Mobiliteit en Parkeren Antwerpen’ van 2 december 2025 waarbij de opdracht voor diensten met als voorwerp ‘Aanstellen controlebureau Parking Loodswezen’, werd gegund aan de bv B. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op twaalf januari tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Kaat Leus, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Kaat Leus XIV-40.006-23/23 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.363 Gerelateerde publicatie(
  4. s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.599 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.