id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 januari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.386 Rolnummer: A. 241661/X-18645 Zaak: Arrest 265386 - Wegenwezen - 12/01/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-01-16 Raadplegingen: 176 - laatst gezien 2026-06-18 06:12 Fiche Arrest nr 265.386 van 12 januari 2026 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Wegenwezen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 265.386 van 12 januari 2026 in de zaak A. 241.661/X-18.645 In zake :
- R.V.
- J.B. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Johan Verstraeten kantoor houdend te 3000 Leuven Fonteinstraat 1A/501 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen :
- de GEMEENTE RANST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jonas De Wit kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen
- het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Sven Vernaillen en Katrien Dams kantoor houdend te 2600 Antwerpen Borsbeeksebrug 36 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 11 april 2024, strekt tot de nietigverklaring van: 1° het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Ranst van 26 juni 2023 tot goedkeuring van het voorgestelde rooilijnplan en het wegentracé in het kader van de omgevingsvergunningsaanvraag van de gemeente Ranst voor de aanleg van de Nieuwe Maasweg en 2° het besluit van de Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken van 5 december 2023 waarbij het bestuurlijk beroep van verzoekers tegen het X-18.645-1/12 voormelde gemeenteraadsbesluit wordt verworpen. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Adjunct-auditeur Evelien De Taeye heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partijen hebben een laatste memorie ingediend. De verwerende partijen hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 7 november
- Kamervoorzitter Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Sara Van Genechten, die loco advocaat Johan Verstraeten verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Julie Swerts, die loco advocaat Jonas De Wit verschijnt voor de eerste verwerende partij, en advocaat Enya Hicquet, die loco advocaten Sven Vernaillen en Katrien Dams verschijnt voor de tweede verwerende partij zijn gehoord. Adjunct-auditeur Evelien De Taeye heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- X-18.645-2/12 III. Feiten 3.
- Voor het gebied ten zuiden van het Albertkanaal te Ranst gelden het bij koninklijk besluit van 30 september 1977 vastgestelde gewestplan Turnhout en het bij koninklijk besluit van 3 oktober 1979 vastgestelde gewestplan Antwerpen. Krachtens deze gewestplannen bevindt zich tussen het Albertkanaal en de Ter Stratenweg een zone voor milieubelastende industrieën (donkerpaars “II”), met daarrond een zone voor ambachtelijke bedrijven en kleine en middelgrote ondernemingen (lichtpaars; hierna: de bedrijvenzone), en met ten zuidwesten een natuurgebied (lichtgroen) en ten zuidoosten een agrarisch gebied (geel) waardoor aan de oostzijde de Oelegemsesteenweg loopt. Het voornoemde natuurgebied is deels gelegen in het habitatrichtlijngebied BE2100017 “Bos- en heidegebieden ten oosten van Antwerpen” (hierna: het habitatrichtlijngebied) en is voor een deel opgenomen in het Vlaams Ecologisch Netwerk. Ter verduidelijking volgt hierna een uittreksel uit de weergave van het gewestplan op de website geopunt.be, waarop benaderende aanduidingen zijn aangebracht. X-18.645-3/12 3.
- Op 20 januari 2023 dient het gemeentebestuur van de gemeente Ranst bij zichzelf een omgevingsvergunningsaanvraag in om tussen de Ter Stratenweg en de Oelegemsesteenweg een nieuwe ontsluitingsweg voor de bedrijvenzone aan te leggen met de naam Nieuwe Maasweg. In de aanvraag wordt het volgende gesteld: “Voorliggende omgevingsvergunningsaanvraag betreft de Nieuwe Maasweg. Deze [nieuwe] weg verbindt [de bedrijvenzone] via de Ter Stratenweg rechtstreeks met de rotonde [aan] de Oelegemsesteenweg. Vanaf deze rotonde kan men verder aansluiten op het hoger gelegen verkeersnetwerk (E34/E313).” Het projectgebied voor de nieuwe ontsluitingsweg doorsnijdt – voor een klein deel – de bedrijvenzone, het natuurgebied en het habitatrichtlijngebied en – voor het grootste deel – het agrarisch gebied van het gewestplan. 3.
- Tijdens het openbaar onderzoek – gehouden van 11 februari 2023 tot 12 maart 2023 – worden negentien bezwaarschriften ingediend, waaronder één door verzoekers. Verzoekers zijn eigenaars van een terrein gelegen in het agrarisch gebied van het gewestplan dat aan de achterzijde door de nieuwe ontsluitingsweg doorsneden wordt en waarop zich aan de voorzijde hun woning bevindt (hierna: verzoekers’ eigendom). Ter verduidelijking volgt hierna een benaderende projectie van het projectgebied van de nieuwe ontsluitingsweg op het gewestplan, waarop bij benadering verzoekers’ eigendom is aangeduid. X-18.645-4/12 3.
- Met een besluit van 26 juni 2023 keurt de gemeenteraad van de gemeente Ranst het wegtracé en bijhorend rooilijnplan voorwaardelijk goed (hierna: het bestreden gemeenteraadsbesluit). 3.5.
- Tegen het bestreden gemeenteraadsbesluit tekenen verzoekers op 20 juli 2023 bestuurlijk beroep aan bij de Vlaamse regering. 3.5.
- In hun beroepschrift voeren verzoekers als grief aan dat bij de vaststelling van het rooilijnplan de voorschriften uit artikel 17 van het decreet van 3 mei 2019 ‘houdende de gemeentewegen’ (hierna: het gemeentewegendecreet) zijn miskend. 3.6.
- Met het besluit van 5 december 2023 verwerpt de Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken het bestuurlijk beroep van verzoekers (hierna: het bestreden ministerieel besluit). 3.6.
- In het bestreden ministerieel besluit wordt de in randnummer 3.5.2 bedoelde grief als volgt beantwoord: “Beroepsindieners verliezen […] uit het oog dat het rooilijnplan niet is vastgesteld geworden volgens de eigenstandige [reguliere] procedure zoals voorzien in artikel 17 van het Decreet Gemeentewegen doch in afwijking daarvan volgens het integratiespoor overeenkomstig artikel 12, § 2 Decreet X-18.645-5/12 Gemeentewegen is tot stand gekomen […].” IV. Ontvankelijkheid
- De in de memorie van antwoord van de eerste verwerende partij aangevoerde exceptie van laattijdigheid behoeft geen beoordeling daar deze partij er in haar laatste memorie afstand van doet. V. Onderzoek van het eerste middel Standpunt van de partijen 5.
- In het eerste middel wordt onder meer de schending aangevoerd van artikel 12, § 2, van het gemeentewegendecreet, evenals van het zorgvuldigheidsbeginsel en de materiëlemotiveringsplicht als algemene beginselen van behoorlijk bestuur. 5.
- Verzoekers lichten toe dat de doorgevoerde wijziging van het gemeentelijk wegennetwerk niet past in het kader van de realisatie van de bestemmingen natuurgebied en agrarisch gebied. Aldus is de door artikel 12, § 2, eerste lid, van het gemeentewegendecreet gestelde voorwaarde miskend.
- In haar memorie van antwoord stelt de eerste verwerende partij dat zij artikel 12, § 2, van het gemeentewegendecreet correct heeft toegepast, in de eerste plaats omdat de nieuwe gemeenteweg voorzien wordt op percelen binnen de omgevingsvergunningsaanvraag. Aan de door het decreet gestelde voorwaarde van de inpasbaarheid binnen de realisatie van de bestemming van de gronden werd voldaan, omdat de stedenbouwkundige handelingen effectief vergund zijn, omdat gemotiveerd afgeweken werd van de tegenstrijdigheid met de onderliggende bestemmingen en omdat niet eerder een afwijkend wegtracé bestemmingsmatig opgenomen werd in een onderliggend bijzonder plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan. De artikelen 17 en 18 van het gemeentewegendecreet zijn te dezen X-18.645-6/12 niet toepasselijk, daar rechtsgeldig gebruik is gemaakt van de in artikel 12, § 2, van dit decreet voorziene procedure.
- In haar memorie van antwoord stelt de tweede verwerende partij dat zij, gelet op de beknopte uiteenzetting in het bestuurlijk beroepschrift van verzoekers, naar best vermogen getracht heeft hierop te antwoorden. Het kwam niet aan haar toe om tussen de regels door een schending te ontwaren van de artikelen 12, § 2, 17, 18 en 25 van het gemeentewegendecreet. Een schending van deze bepalingen wordt voor het eerst in het verzoekschrift tot nietigverklaring voor de Raad van State opgeworpen. Het kan eerste verwerende partij dan ook bezwaarlijk verweten worden in strijd met deze bepalingen gehandeld en beslist te hebben.
- In haar laatste memorie benadrukt de eerste verwerende partij dat zij op het vlak van de vergunningverlening de prioriteit heeft gegeven aan het realiseren van het algemeen belang boven het realiseren van de onderliggende bestemming. Er kan bovendien geen sprake van zijn dat de doorgevoerde wijziging van het gemeentelijk wegennet de onderliggende bestemmingen natuurgebied of agrarisch gebied zou verhinderen of onomkeerbaar in gevaar zou brengen. Tot slot moet gewezen worden op de duidelijke bevoegdheidsafbakening tussen, enerzijds, de gemeenteraad en, anderzijds, het college van burgmeester en schepenen. Het komt alléén dit laatstgenoemde college toe om te oordelen over de overeenstemming van de vergunningsaanvraag met de bestemmingsvoorschriften.
- In haar laatste memorie stelt de tweede verwerende partij dat de gemeenteraad slechts bevoegd is om te oordelen over de ligging, de breedte en de uitrusting van de weg en dat de voorwaarde inzake de inpasbaarheid in de realisatie van de bestemming van de gronden alleen speelt indien eerder een afwijkend wegtracé opgenomen werd in een bijzonder plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan. X-18.645-7/12 Beoordeling
- Het gemeentewegendecreet bepaalt: “Hoofdstuk
- Aanleg, wijziging, verplaatsing en opheffing van gemeentewegen Afdeling
- Algemene beginselen Art. 8 - Niemand kan een gemeenteweg aanleggen, wijzigen, verplaatsen of opheffen zonder voorafgaande goedkeuring van de gemeenteraad. […] Art.
- §
- De gemeenten leggen de ligging en de breedte van de gemeentewegen op hun grondgebied vast in gemeentelijke rooilijnplannen, ongeacht de eigenaar van de grond. De gemeentelijke rooilijnplannen komen tot stand op de wijze, vermeld in afdeling
- […] Art.
- […] §
- In afwijking van artikel 11 kan de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg met overeenkomstige toepassing van artikel 31 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning opgenomen worden in een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, voor zover die wijziging past in het kader van de realisatie van de bestemming van de gronden. […] De mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, geldt niet als de beoogde wijziging, verplaatsing of opheffing betrekking heeft op een gemeenteweg die in een plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan bestemd is, of op een gemeentelijk rooilijnplan dat in een plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan is opgenomen. In dat geval gelden de procedureregels voor het opstellen van een ruimtelijk uitvoeringsplan. […] Afdeling
- Procedurele bepalingen over gemeentelijke rooilijnplannen Art.
- §
- Het college van burgemeester en schepenen neemt de nodige maatregelen voor de opmaak van de gemeentelijke rooilijnplannen. §
- Het gemeentelijk rooilijnplan bevat minstens de volgende elementen: 1° de actuele en toekomstige rooilijn van de gemeenteweg; 2° de kadastrale vermelding van de sectie, de nummers en de oppervlakte van de getroffen kadastrale percelen en onroerende goederen; 3° de naam van de eigenaars van de getroffen kadastrale percelen en onroerende goederen volgens kadastrale gegevens of andere gegevens die voor het gemeentebestuur beschikbaar zijn. […] §
- In voorkomend geval bevat het rooilijnplan de volgende aanvullende elementen: 1° een berekening van de eventuele waardevermindering of waardevermeerdering van de gronden ten gevolge van de aanleg, wijziging of verplaatsing van een gemeenteweg […]; 2° de nutsleidingen die door de wijziging of verplaatsing van de X-18.645-8/12 gemeenteweg op private eigendom zullen liggen. […] Art.
- §
- De gemeenteraad stelt het ontwerp van gemeentelijk rooilijnplan voorlopig vast. §
- Het college van burgemeester en schepenen onderwerpt het ontwerp van gemeentelijk rooilijnplan aan een openbaar onderzoek dat binnen een ordetermijn van dertig dagen na de voorlopige vaststelling, vermeld in paragraaf 1, minstens wordt aangekondigd door: […] 3° een bericht in het Belgisch Staatsblad; 4° een afzonderlijke mededeling die met een beveiligde zending wordt gestuurd naar de woonplaats van de eigenaars van de onroerende goederen die zich bevinden in het ontwerp van gemeentelijk rooilijnplan; […] Art.
- Het besluit van de gemeenteraad tot definitieve vaststelling van het gemeentelijk rooilijnplan wordt onmiddellijk na de definitieve vaststelling gepubliceerd op de gemeentelijke website, en aangeplakt bij het gemeentehuis en ter plaatse, minstens aan het begin- en eindpunt van het nieuwe, gewijzigde of verplaatste wegdeel. Het college van burgemeester en schepenen brengt iedereen die in het kader van het openbaar onderzoek een standpunt, opmerking of bezwaar heeft ingediend met een beveiligde zending op de hoogte van het besluit van de gemeenteraad tot definitieve vaststelling van het gemeentelijk rooilijnplan. […] Art.
- […] Het besluit heeft uitwerking veertien dagen na bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, tenzij het vaststellingsbesluit een ander tijdstip van inwerkingtreding bepaalt. […].” 11.
- Sedert de inwerkingtreding van het gemeentewegendecreet verloopt de creatie van een nieuwe gemeenteweg of de wijziging van een bestaande gemeenteweg op één van de wijzen die uitdrukkelijk door dit decreet voorzien zijn. In principe gebeurt deze creatie of wijziging steeds via de opmaak van een gemeentelijk rooilijnplan volgens de bepalingen van afdeling 2 “Procedurele bepalingen over gemeentelijke rooilijnplannen” van hoofdstuk 3 van het decreet (hierna: de reguliere procedure van de artikelen 16 tot 19 van het gemeentewegendecreet), waarin onder meer is voorzien in twee beslissingen van de gemeenteraad zodat een afzonderlijk openbaar onderzoek over een door die raad voorlopig vastgesteld ontwerp van rooilijnplan mogelijk wordt gemaakt. Uitzonderlijk laat artikel 12, § 2, van het gemeentewegendecreet X-18.645-9/12 toe af te wijken van de reguliere procedure van de artikelen 16 tot 19 van het gemeentewegendecreet, door meer bepaald de creatie of wijziging van een gemeenteweg op te nemen in een omgevingsvergunningsaanvraag (hierna: de afwijkingsmogelijkheid via een omgevingsvergunningsaanvraag). In dat geval wordt slechts één beslissing door de gemeenteraad genomen. 11.
- Om geldig gebruik te kunnen maken van de afwijkingsmogelijkheid via een omgevingsvergunningsaanvraag eist artikel 12, § 2, eerste lid, van het gemeentewegendecreet uitdrukkelijk dat de doorgevoerde wijziging van het wegennetwerk “past in het kader van de realisatie van de bestemming van de gronden”. 11.
- Anders dan de verwerende partijen blijkbaar menen, is de door artikel 12, § 2, eerste lid, van het gemeentewegendecreet opgelegde voorwaarde van de inpasbaarheid binnen de realisatie van de bestemming van de gronden een zelfstandige wettigheidsvereiste die geldt voor de beslissing van de gemeenteraad en aldus losstaat van de wettigheid van de omgevingsvergunning evenals van de andere voorwaarden en beperkingen die het gemeentedecreet oplegt, zoals de beperking uit artikel 12, § 2, derde lid, voor de hypothese dat eerder een gemeenteweg in een plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan bestemd is. Het komt de gemeenteraad toe om te oordelen of aan de zelfstandige voorwaarde van de inpasbaarheid binnen de realisatie van de bestemming van de gronden is voldaan. 11.
- Te dezen bestaat er geen discussie over dat aan die voorwaarde is voldaan in zoverre de nieuwe ontsluitingsweg voor de bedrijvenzone deze bedrijvenzone doorsnijdt. Evenwel valt niet in te zien dat er aan de voorwaarde van de inpasbaarheid binnen de realisatie van de bestemming van de gronden voldaan is in zoverre de nieuwe ontsluitingsweg het natuurgebied en het agrarisch gebied doorsnijdt. De nieuwe ontsluitingsweg voor de bedrijvenzone past immers niet in het kader van de realisatie van de bestemmingen natuurgebied en agrarisch gebied en de eerste verwerende partij ontkent niet dat er sprake is van een tegenstrijdigheid X-18.645-10/12 met deze bestemmingen.
- Uit het voorgaande volgt dat er voor de creatie van de nieuwe ontsluitingsweg – bij afwezigheid van een initiatief om een ruimtelijk uitvoeringsplan tot stand te brengen – gebruik diende te worden gemaakt van de reguliere procedure van de artikelen 16 tot 19 van het gemeentewegendecreet.
- Voorts gaat de tweede verwerende partij eraan voorbij dat verzoekers zich in hun bestuurlijk beroepschrift beklaagd hebben over de schending van het – tot de reguliere procedure van de artikelen 16 tot 19 van het gemeentewegendecreet behorende – artikel 17 van dit decreet. Ten onrechte verwerpt het bestreden ministerieel besluit de in het beroepschrift van verzoekers aangevoerde schending van (dit onderdeel van) de voornoemde reguliere procedure.
- Het middel is in de aangegeven mate gegrond. Dit verantwoordt de vernietiging van beide bestreden besluiten. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt: - het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Ranst van 26 juni 2023 tot goedkeuring van het voorgestelde rooilijnplan en het wegentracé in het kader van de omgevingsvergunningsaanvraag van de gemeente Ranst voor de aanleg van de Nieuwe Maasweg en - het besluit van de Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken van 5 december 2023 betreffende het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Ranst van 26 juni 2023 omtrent de zaak van de wegen – Omgevingsvergunning – OMV 2021084083 – aanleg Nieuwe Maasweg. X-18.645-11/12
- Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als de vernietigde besluiten.
- De verwerende partijen worden, elk voor de helft, verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partijen gezamenlijk. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op twaalf januari tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jan Clement, kamervoorzitter, Stephan De Taeye, staatsraad, David D’Hooghe, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Jan Clement X-18.645-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.386 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div