← België

Arrest 265391 - Overheidsopdrachten - 13/01/2026

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 januari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.391 Rolnummer: A. 245518/XIV-39861 Zaak: Arrest 265391 - Overheidsopdrachten - 13/01/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-01-19 Raadplegingen: 180 - laatst gezien 2026-06-18 06:22 Fiche Arrest nr 265.391 van 13 januari 2026 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Opheffing Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 265.391 van 13 januari 2026 in de zaak A. 245.518/XIV-39.861 In zake: de BV A. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Bob Martens en Andi Zrza kantoor houdend te 1000 Brussel Wolstraat 70 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de FOD Kanselarij van de Eerste Minister bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Stijn Butenaerts en Andy Hoedenaeken kantoor houdend te 1080 Brussel Leopold II-laan 180 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de NV I. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jens Mosselmans, Daniel Cortez Cazas en Thomas Dirven kantoor houdend te 1000 Brussel Terhulpsesteenweg 120 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 15 september 2025, strekt tot de nietigverklaring van “de gunningsbeslissing van ongekende datum uitgaande van de FOD Kanselarij, […] die in het kader van de openbare procedure met als voorwerp ‘het verlenen van gespecialiseerde ICT-diensten’ werd genomen, [en XIV-39.861-1/3 waarbij] de FOD Kanselarij [heeft] beslist om perceel 3 van de voormelde overheidsopdracht (‘operations’) niet aan [de verzoekende partij] te gunnen, maar daarentegen aan [de tussenkomende partij]”. . II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij arrest nr. 264.038 van 1 september 2025 is de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing bevolen en is het verzoek tot tussenkomst van de nv I. ingewilligd. Overeenkomstig artikel 26, § 2, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State’, heeft de voorzitter van de XIVe kamer bij beschikking van 19 november 2025 aan de partijen voorgesteld dat de zaak niet op een openbare terechtzitting wordt behandeld, tenzij één van de partijen hierom verzoekt. Geen van de partijen heeft om een terechtzitting gevraagd. Overeenkomstig bovenvermelde beschikking, werd het debat gesloten en werd de zaak in beraad genomen op 17 december
  3. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Intrekking
  5. De bestreden gunningsbeslissing werd ingetrokken bij beslissing van de verwerende partij van 29 september
  6. Het voorliggende beroep is derhalve zonder voorwerp geworden. XIV-39.861-2/3 BESLISSING
  7. De Raad van State heft de bij arrest nr. 264.038 van 1 september 2025 bevolen schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid op.
  8. De Raad van State verwerpt het beroep.
  9. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 52 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 924 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op een rolrecht van 150 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op dertien januari tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XIV-39.861-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.391 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.038 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.