id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 januari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.426 Rolnummer: A. 246393/IX-10778 Zaak: Arrest 265426 - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 15/01/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-01-15 Raadplegingen: 181 - laatst gezien 2026-06-18 06:22 Fiche Arrest nr 265.426 van 15 januari 2026 Openbaar ambt - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 265.426 van 15 januari 2026 in de zaak A. 246.393/IX-10.778 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Katrien Crauwels kantoor houdend te 2610 Antwerpen Sneeuwbeslaan 14 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN VAN LAAKDAL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Koen Geelen en Mina Boel kantoor houdend te 3500 Hasselt Gouverneur Roppesingel 131 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 14 november 2025, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de algemeen directeur van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van Laakdal van 17 september 2025 die luidt: “Artikel 1 Aan [verzoeker], maatschappelijk werker, wordt als interne ordemaatregel, louter in het belang van de dient en zonder gegrond te zijn op een persoonlijke tekortkoming, opgelegd: - Het fysiek verwijderen uit het (landschaps)kantoor van de sociale dienst en overplaatsing van betrokkene naar een andere werkplek binnen het gemeentehuis: o Concreet wordt zijn werkplek vastgelegd op het stiltebureel van de dienst Vrije Tijd. o In overleg en met de nodige afspraken met zijn diensthoofd kan betrokkene ook aan thuiswerken doen. IX-10.778-1/11 - Het niet meer laten deelnemen aan de teamvergaderingen van de sociale dienst. Artikel 2 In overleg met het diensthoofd zal een aangepast takenpakket voor betrokkene worden vastgelegd rekening houdend met zijn niveau en graad en zijn competenties. Artikel 3 De ordemaatregelen zoals bepaald in dit besluit gaan in op 22 september
- De ordemaatregel geldt voor een termijn van zes maanden; na drie maanden zal er een tussentijdse evaluatie gebeuren waarbij de grondslag van dit besluit terug wordt bekeken en geëvalueerd. Artikel 4 […]” II. Verloop van de rechtspleging
- Bij beschikking van 19 november 2025 werd de procedurekalender vastgesteld. De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 12 januari
- Staatsraad Jim Deridder heeft verslag uitgebracht. Advocaat Katrien Crauwels, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Mina Boel, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. IX-10.778-2/11 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Verzoeker is sinds 1997 tewerkgesteld als maatschappelijk werker op de dienst ‘Maatschappelijke integratie en verbinding’ van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn (hierna: OCMW) van de gemeente Laakdal. 3.
- Sinds 2020 heeft deze dienst te kampen met verschillende problemen: een diensthoofd wordt verwijderd en een vastgestelde negatieve sfeer geeft aanleiding tot een risicoanalyse van de externe preventieadviseur. Verzoeker gaat in op de vraag om begin oktober 2023 tijdelijk de functie van waarnemend diensthoofd op te nemen. Wanneer het diensthoofd het werk hervat, geeft verzoeker op 21 augustus 2024 aan dat hij op het aanbod om de functie “in tandem” voort te zetten liever niet ingaat en de voorkeur eraan geeft om terug te keren naar zijn functie als maatschappelijk werker. Van januari tot april 2025 is het diensthoofd opnieuw afwezig; zij hervat in mei
- 3.
- Op 23 en 24 juli 2025 leggen verschillende medewerkers van verzoekers dienst een schriftelijke verklaring af ten behoeve van de algemeen directeur, waarin zij de samenwerking met “de oude garde” in het algemeen en met verzoeker in het bijzonder op de korrel nemen. 3.
- Op 9 september 2025 zendt de algemeen directeur aan verzoeker het bericht dat hij overweegt om aan verzoeker een ordemaatregel op te leggen en dat met het oog daarop op 12 september 2025 een hoorzitting wordt georganiseerd. IX-10.778-3/11 Op een vraag van verzoeker om een uitstel en mededeling van de stukken wordt niet ingegaan. Verzoeker verschijnt niet op de hoorzitting. 3.
- Op 17 september 2025 beslist de algemeen directeur om verzoeker bij ordemaatregel vanaf 22 september 2025 en voor een periode van zes maanden fysiek te verwijderen uit het landschapskantoor van de sociale dienst en hem over te plaatsen naar een andere werkplek binnen het gemeentehuis, meer bepaald het stiltebureel van de dienst ‘Vrije tijd’, met toelating om in overleg en met de nodige afspraken met zijn diensthoofd aan thuiswerken te doen. Voorts mag verzoeker niet deelnemen aan de teamvergaderingen van de sociale dienst en zal worden voorzien in een aangepast takenpakket dat rekening houdt met verzoekers niveau, graad en competenties. Dat is de bestreden beslissing, die tevens nog vermeldt dat een tussentijdse evaluatie zal geschieden na drie maanden. De kennisgeving van deze beslissing gaat gepaard met een uitnodiging voor een gesprek op 3 oktober 2025, dat wordt voorgesteld als een eerste evaluatiemoment en een kans voor verzoeker om alsnog zijn standpunt uiteen te zetten. 3.
- Verzoeker verschijnt ook op 3 oktober 2025 niet; hij is, onder dekking van medische attesten, afwezig tot en met 4 januari
- Ter terechtzitting lichten de partijen nog toe dat verzoekers arbeidsongeschiktheid is verlengd tot 8 februari 2026, dat het bestuur nog geen initiatief tot een tussentijdse evaluatie heeft genomen en dat er lastens verzoeker op dit ogenblik geen tuchtvervolging is ingesteld. IX-10.778-4/11 IV. Ontvankelijkheid Exceptie
- De verwerende partij werpt op dat het schorsingsverzoek onontvankelijk is omdat geen spoedeisendheid is aangetoond. Beoordeling
- De spoedeisendheid is een schorsingsvoorwaarde – zij wordt hierna in dat licht onderzocht – en geen ontvankelijkheidsvoorwaarde.
- De exceptie wordt verworpen. V. Schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. VI. Spoedeisendheid Standpunt van verzoeker
- Verzoeker zet de spoedeisendheid in zijn verzoekschrift als volgt uiteen (verwijzingen naar stukken zijn weggelaten): “Niettegenstaande de bestreden beslissing verzoekers statutaire toestand niet wijzigt en geen directe financiële gevolgen heeft, heeft de maatregel verregaande gevolgen voor de wijze waarop verzoeker zijn functie moet IX-10.778-5/11 vervullen, aangezien het hem niet meer is toegelaten om samen te werken met de collega’s en hij van zijn collega’s wordt geïsoleerd. o Hij wordt gedwongen in een sociaal isolement ten aanzien van zijn collega’s De bestreden beslissing beoogt verzoeker letterlijk te verwijderen uit het team. Hij mag niet deelnemen aan vergaderingen en moet plaatsnemen in een ruimte waar hij alleen zit. Verzoeker moet verhuizen van een landschapskantoor met zijn collega’s naar een afgesloten ruimte, zonder direct daglicht, die tot voor kort dienst deed als stockageruimte voor niet gebruikt materiaal van de dienst Vrije Tijd. Hij mag geen deel meer uitmaken van het teamoverleg, zijn toegang tot gemeenschappelijke communicatietools [is] geblokkeerd, … de maatregel heeft duidelijk als opzet om hem volledig uit het normale werkmilieu te verwijderen o Niet alleen dat; het diensthoofd kreeg de opdracht om voor verzoeker een [ander] aangepast takenpakket vast te leggen, rekening houdende met zijn niveau en graad en zijn competenties. Ook hiervan is het opzet zonder meer om hem te isoleren van het team ‘om verdere verstoring van de dienst te vermijden zal ook het takenpakket van betrokkene worden bekeken en aangepast. Dit takenpakket […] zal van die orde [zijn] dat de interactie met de overige teamleden niet meer strikt nodig is, en indien toch nodig, via het diensthoofd kan verlopen.’ Hierdoor zal verzoeker niet meer kunnen doen wat hij al 28 jaar doet. Het spreekt voor zich dat dit eveneens de nodige stress in hoofd van verzoeker met zich meebrengt. De genomen maatregel is ernstig en heeft een zware psychologische impact op verzoeker. Hij is hiervoor in behandeling bij zijn huisarts en heeft op diens aandringen ook een psycholoog geconsulteerd. Zijn arts bevestigt dat de bestreden beslissing ‘zorgt voor een uitputtende stressreactie met het ontstaan van slapeloosheid met paniekaanvallen, een ernstige aantasting van zijn zelfbeeld en psychische decompressie’. Ook verzoekers moeder getuigt over de psychisch en fysiek nadelige gevolgen die zij heeft waargenomen tijdens de vakantie waar zij verzoeker vergezelde meteen na de kennisname van de bestreden beslissing. Het is voor hem moreel ondraaglijk om op een dergelijke manier uit zijn functie te zijn ontheven. Dit moreel lijden verstaat zich niet met de te verwachten duur van de vernietigingsprocedure, alvorens tot herstel kan worden gekomen. Het is algemeen geweten dat sociale uitsluiting op de werkvloer wordt beschouwd als een vorm van pesten op het werk. Het tast het zelfvertrouwen, de motivatie en de mentale gezondheid van de betrokken werknemer aan en leidt tot onherstelbare psychologische schade. Verzoeker leidt aan angststoornissen en psychische decompressie en is hiervoor in behandeling bij zijn huisarts en een psycholoog. Het eenzijdig verwijderen uit zijn functie voelt voor verzoeker, die reeds 28 jaar zijn werk met volle overtuiging doet, aan als een verlies van zijn professionele identiteit. Het bedreigt zijn reputatie ten aanzien van zijn IX-10.778-6/11 directe collega’s, maar ook binnen de rest van de organisatie (burgerzaken, financiële dienst, wijkwerking politie, raadsleden, …) binnen de gemeente en het OCMW en zal onherstelbare schade berokkenen indien deze maatregel nog langer aanhoudt. Verzoeker heeft een levenspartner en is vader van drie kinderen van resp. 20, 18 en 14 jaar. Twee hebben hogere studies aangevat en zitten op kot. Ook voor zijn gezin zijn de gevolgen zwaar, zoals blijkt uit de getuigenis van zijn levenspartner. Zodoende verkeert verzoeker in een toestand van onherroepelijke schadelijke gevolgen. Verzoeker – die vroeger amper ziek was – is sedert eind september tot nu onafgebroken arbeidsongeschikt.” Beoordeling
- Zoals sub 7 in herinnering is gebracht, kan krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen indien, onder meer, “de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring”.
- Het komt er voor een verzoekende partij die beweert dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, op aan om van die urgentie te overtuigen aan de hand van de concrete feiten die zij in haar vordering aanvoert. Dit houdt in dat het aan deze partij toevalt om op de omstandigheden van haar zaak betrokken, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen waarom de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing voor haar persoonlijk veroorzaakt, niet kunnen worden gedragen gedurende de gewone doorlooptijd van de annulatieprocedure en waarom de afloop van deze procedure bijgevolg niet kan worden afgewacht. Die gegevens moeten door de verzoekende partij worden onderbouwd op een wijze die de rechter toelaat om ze te verifiëren, zodat hij kan aftoetsen of ze de beweerde spoedeisendheid inderdaad verantwoorden.
- Zoals de Raad van State inmiddels reeds meermaals heeft geoordeeld, wordt de spoedeisendheid van de zaak niet vermoed of automatisch bewezen geacht, welke ook de aard van de bestreden beslissing is. IX-10.778-7/11 Dit geldt des te meer nu krachtens artikel 17, § 1, tweede lid, van de voornoemde gecoördineerde wetten een schorsing kan worden gevorderd “op elk moment” en dus niet meer, zoals in de voorheen bestaande regelgeving, noodzakelijk in een enig verzoekschrift samen met de nietigverklaring.
- De thans bestreden beslissing dient zich aan als een ordemaatregel. Een ordemaatregel, waarvan niet wordt aangevoerd noch blijkt dat deze gepaard gaat met een financieel nadeel, is uitsluitend bedoeld om de goede werking van de dienst te verzekeren en niet om het betrokken personeelslid te bestraffen voor schuldig gedrag. Dat een ordemaatregel feitelijk ongunstige gevolgen heeft, verandert in beginsel niet het juridisch karakter van die maatregel.
- Voor zover verzoeker aanvoert dat hij door de bestreden beslissing reputatieschade lijdt bij zijn directe collega’s en binnen de ruimere organisatie van de gemeente en het OCMW, wordt eraan herinnerd dat bij een ordemaatregel de vraag naar de schuld van verzoeker buiten beschouwing wordt gelaten, dat wordt aangenomen dat een dergelijke maatregel op zich geen aantasting inhoudt van de reputatie en de goede naam en dat hij in beginsel geen nadeel kan veroorzaken dat niet naar behoren kan worden hersteld door de morele genoegdoening van een vernietigingsarrest dat, met terugwerkende kracht, de ordemaatregel ongedaan maakt. De mogelijk andere perceptie door derden van de betekenis en draagwijdte van de bestreden beslissing toont op zich niet aan dat verzoeker een zodanige morele schade ondervindt dat hij de afloop ten gronde niet kan afwachten en dat hij geen genoegen moet nemen met de morele genoegdoening die een nietigverklaring en de ermee samenhangende vaststelling van een onwettigheid oplevert.
- Voorst stelt verzoeker dat hij door de bestreden beslissing wordt geïsoleerd van de werkvloer en van zijn collega’s doordat hij moet verhuizen naar IX-10.778-8/11 een afzonderlijke ruimte, niet meer mag deelnemen aan het teamoverleg, zijn toegang tot gemeenschappelijke communicatietools is geblokkeerd en zijn takenpakket is aangepast zodat de interactie met overige teamleden niet meer dan nodig is. Het lijdt geen twijfel dat de aldus geschetste gevolgen van de bestreden beslissing voor verzoeker, mede gelet op zijn lange staat van dienst, onaangenaam zijn. Daarbij moet evenwel vooreerst worden opgemerkt dat in de bestreden beslissing wordt aangegeven dat het doel van de maatregel erin bestaat de rust en sereniteit op de werkvloer te laten weerkeren en dat, buiten elke schuldvraag om, de overplaatsing van één lid van het team meer voor de hand ligt dat het verplaatsen van alle teamleden die klachten hebben geuit. Die overwegingen komen op het eerste gezicht niet onredelijk voor en de Raad van State ziet daarin geen bewijs van pesten op het werk – in de huidige stand van de procedure alleszins niet derwijze dat daardoor spoedeisendheid wordt aangetoond. Bovendien moet worden aangestipt dat verzoeker voor de duurtijd van de tijdelijke maatregel – die na drie maanden zal worden geëvalueerd – een werkplek binnen het gemeentehuis krijgt toegewezen en dat thuiswerk mogelijk is gemaakt.
- In de mate dat de bestreden beslissing voor verzoeker een “aangepast takenpakket” in het vooruitzicht stelt, wordt vastgesteld dat daarbij met verzoekers niveau, graad en competenties rekening moet worden gehouden. De Raad wil aannemen dat dit aspect desondanks enige stress veroorzaakt, maar verzoeker toont op geen enkele wijze aan dat hij daardoor een dermate ernstige schade lijdt dat hij de afloop ten gronde niet kan afwachten.
- Bovendien overtuigt verzoeker er, de tijdelijkheid en de voorwaarden van de bestreden beslissing in acht genomen, middels het door hem IX-10.778-9/11 voorgelegde medisch attest niet van dat hij wat de psychosociale gevolgen betreft het resultaat van de annulatieprocedure niet kan afwachten op het gevaar af dat zijn gezondheid onherstelbare schade oploopt.
- Wat voorafgaat, doet besluiten dat zélfs indien de bestreden beslissing geen loutere ordemaatregel zou zijn, maar – zoals verzoeker beweert – een verdoken tuchtkarakter zou vertonen, verzoeker niet ervan overtuigt waarom hij voor het herstel van dit morele leed niet de afloop van de procedure ten gronde kan afwachten. Héél wat administratieve beslissingen kunnen immers de eer van de betrokkenen aantasten. Ook het aldus ondergane morele nadeel kan in beginsel worden hersteld door de morele voldoening die een annulatiearrest zal verschaffen. Verzoeker toont niet aan dat zulks in zijn geval niet zou volstaan.
- Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering. 2.. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. IX-10.778-10/11 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vijftien januari tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Jim Deridder, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Jim Deridder IX-10.778-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.426 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.