← België

Arrest 265444 - Bevolkingsregister - 16/01/2026

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 januari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.444 Rolnummer: A. 241971/X-18680 Zaak: Arrest 265444 - Bevolkingsregister - 16/01/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-01-20 Raadplegingen: 182 - laatst gezien 2026-06-18 06:23 Fiche Arrest nr 265.444 van 16 januari 2026 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Bevolkingsregister Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 265.444 van 16 januari 2026 in de zaak A. 241.971/X-18.680 In zake : A.O. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Samuel Debruyne kantoor houdend te 8000 Brugge Sint-Pieterskaai 73 B bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de STAD OOSTENDE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Sofie Logie en Niels Lemaire kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 17 mei 2024, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van 18 maart 2024 van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de stad Oostende waarbij verzoekers verklaring tot het verkrijgen van de Belgische nationaliteit niet ontvankelijk wordt verklaard. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een verslag opgesteld. Verzoeker heeft een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. X-18.680-1/5 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 28 november
  3. Staatsraad David D’Hooghe heeft verslag uitgebracht. Advocaat Jade Leenaert, die loco advocaten Sofie Logie en Niels Lemaire verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Verzoeker heeft de Nigeriaanse nationaliteit. 3.
  6. Op 8 januari 2024 dient verzoeker bij de ambtenaar van de burgerlijk stand van de stad Oostende een verklaring in tot het verkrijgen van de Belgische nationaliteit. 3.
  7. Bij schrijven van 18 maart 2024 ontvangt verzoeker van de verwerende partij volgend schrijven: “Op 8 januari 2024 hebt u een verklaring afgelegd tot het verkrijgen van de Belgische nationaliteit op basis van artikel 12 bis §1, 5° van het Wetboek van de Belgische nationaliteit. Op 15 januari 2024 werd u meegedeeld dat uw dossier onvolledig was door middel van het formulier ‘kennisgeving van ontbrekende stukken’ zoals voorzien in het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot uitvoering van de wet van 4 december 2012 tot wijziging van het Wetboek van de Belgische nationaliteit teneinde het verkrijgen van de Belgische nationaliteit migratieneutraal te maken. X-18.680-2/5 Aangezien u het verzuim niet hersteld hebt binnen de wettelijke voorziene termijn, heb ik besloten uw aanvraag niet-ontvankelijk te verklaren overeenkomstig artikel 15 § 2, derde lid, van het Wetboek van de Belgische nationaliteit.” Dit is de bestreden beslissing. IV. Onderzoek van het middel Standpunt van de partijen 4.
  8. In het eerste en enige middel voert verzoeker onder meer de schending aan van artikel 15, § 2, van het wetboek van de Belgische nationaliteit. Volgens de verzoekende partij werd er door de verwerende partij “niet tijdig betekend, noch tijdig medegedeeld dat de verklaring onvolledig is”. Bijgevolg diende de verklaring “geacht volledig te zijn” en “diende het dossier weldegelijk volledig te worden verklaard”. 4.
  9. In haar memorie van antwoord werpt de verwerende partij op dat verzoeker in zijn verzoek tot nietigverklaring heeft erkend dat hij het aangetekende schrijven van 15 januari 2024 van de stad Oostende heeft ontvangen en dat hij een regularisatietermijn kreeg aangeboden. Beoordeling
  10. Artikel 15, § 2, van het wetboek van de Belgische nationaliteit luidt als volgt: “De ambtenaar van de burgerlijke stand onderzoekt de volledigheid van de verklaring binnen dertig werkdagen na de aflegging van de verklaring. Indien een verklaring onvolledig is, biedt de ambtenaar de aanvrager de gelegenheid om binnen twee maanden het verzuim te herstellen. De ambtenaar van de burgerlijke stand geeft in een formulier zoals vastgesteld door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, aan welke stukken in de verklaring ontbreken. X-18.680-3/5 Indien van de gelegenheid om het verzuim te herstellen geen dan wel op niet afdoende wijze gebruik wordt gemaakt, wordt de verklaring niet ontvankelijk verklaard. […] Wordt de verklaring onvolledig beschouwd, dan wordt hiervan kennis gegeven bij aangetekende brief binnen vijfendertig werkdagen na de aflegging van de verklaring, dan wel binnen vijftien werkdagen na het verstrijken van de termijn die aan de vreemdeling wordt verleend om het verzuim te herstellen. De niet-tijdige betaling van het registratierecht kan evenwel niet worden geregulariseerd. Indien het ontvangstbewijs niet tijdig is betekend of indien niet tijdig is meegedeeld dat de verklaring onvolledig is, wordt de verklaring geacht volledig te zijn. […] De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, en op voordracht van de minister van Justitie, welke akten en stavingsstukken bij het verzoek moeten worden gevoegd om te bewijzen dat voldaan is aan de voorwaarden, en dat het dossier als volledig wordt bevonden als bedoeld in het eerste lid. […]”
  11. Te dezen verwijst de bestreden beslissing naar een mededeling van 15 januari 2024 aan verzoeker dat zijn dossier onvolledig was, door middel van het formulier ‘kennisgeving van ontbrekende stukken’, zoals voorzien in het koninklijk besluit van 14 januari 2013 ‘tot uitvoering van de wet van 4 december 2012 tot wijziging van het wetboek van de Belgische nationaliteit teneinde het verkrijgen van de Belgische nationaliteit migratieneutraal te maken’.
  12. Evenwel bevinden noch de aangetekende brief waarmee het voormelde formulier ter kennis diende te worden gebracht, noch het ontvangstbewijs van die aangetekende brief, zich in het administratief dossier. Nadat de eerste auditeur daaromtrent navraag heeft gedaan, deelt de verwerende partij mee dat dit stuk niet kon worden teruggevonden. Het document maakt ook geen deel van de stukken die verzoeker heeft overgemaakt.
  13. Bijgevolg blijkt niet dat de verwerende partij op 15 januari 2024 een formulier ‘kennisgeving van ontbrekende stukken’ aan verzoeker bij aangetekende brief heeft meegedeeld. Evenmin blijkt welke stukken door de verwerende partij dan wel als ontbrekend beschouwd zouden zijn geweest. X-18.680-4/5
  14. Het besluit is dat niet wordt aangetoond dat de verwerende partij tijdig, door kennisgeving bij aangetekende brief van het formulier ‘kennisgeving van ontbrekende stukken’, heeft meegedeeld dat de verklaring onvolledig is.
  15. Het middel is in de aangegeven mate gegrond. BESLISSING
  16. De Raad van State vernietigt de beslissing van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de stad Oostende van 18 maart 2024 waarbij de verklaring van verzoeker van 8 januari 2024 tot het verkrijgen van de Belgische nationaliteit overeenkomstig artikel 15, § 2, van het Wetboek van de Belgische nationaliteit niet ontvankelijk wordt verklaard.
  17. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan verzoeker. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zestien januari tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jan Clement, kamervoorzitter, Stephan De Taeye, staatsraad, David D’Hooghe, staatsraad, bijgestaan door Karin Meerschaut, griffier. De griffier De voorzitter Karin Meerschaut Jan Clement X-18.680-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.444 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.