← België

Arrest 265472 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 20/01/2026

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 januari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.472 Rolnummer: A. 238835/X-18372 Zaak: Arrest 265472 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 20/01/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-01-23 Raadplegingen: 192 - laatst gezien 2026-06-18 06:12 Fiche Arrest nr 265.472 van 20 januari 2026 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 265.472 van 20 januari 2026 in de zaak A. 238.835/X-18.372 In zake: M.D. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Evert Vervaet kantoor houdend te 1700 Dilbeek Tenbroekstraat 35 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Matthias Kirsch kantoor houdend te 1040 Brussel Sint-Michielslaan 55 bus 10 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 7 april 2023, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme van 7 februari 2023 ‘tot vastlegging van de digitale atlas van de gerangschikte onbevaarbare waterlopen en publieke grachten’. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij arrest nr. 262.511 van 27 februari 2025 wordt het debat heropend. Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft een aanvullend verslag opgesteld. X-18.372-1/6 Dat verslag werd aan de verwerende partij ter kennis gebracht op 12 augustus
  3. Op 29 september 2025 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quinquies van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (hierna: het algemeen procedurereglement). De verwerende partij heeft gevraagd om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 9 januari
  4. Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. Advocaat Evert Vervaet, die verschijnt voor verzoekster, en advocaat Matthias Kirsch, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten
  6. Wat de uiteenzetting van de feiten betreft, wordt verwezen naar ’s Raads arrest nr. 262.511 van 27 februari
  7. X-18.372-2/6 IV. Beoordeling
  8. Gelet op artikel 30, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en artikel 14quinquies van het algemeen procedurereglement kan de beslissing waarvan de nietigverklaring gevorderd wordt volgens een versnelde rechtspleging nietig worden verklaard indien noch de verwerende partij, noch degene die belang heeft bij de beslechting van het geschil, een verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag van de auditeur waarin de nietigverklaring wordt voorgesteld.
  9. Artikel 91, tweede lid, van het algemeen procedurereglement luidt: “De voor de proceshandelingen voorgeschreven termijnen, gelijk aan of korter dan dertig dagen, worden verhoogd met vijftien dagen wanneer ze, ten gevolge van de berekening uitgevoerd met toepassing van artikel 88, ingaan en verstrijken tussen 1 juli en 31 augustus.” In het verslag aan de Koning bij het koninklijk besluit van 21 juli 2023 ‘tot wijziging van diverse besluiten betreffende de procedure voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ waarmee de voormelde bepaling is ingevoerd, wordt de volgende toelichting gegeven: “Bij deze bepaling worden de voor de proceshandelingen voorgeschreven termijnen, gelijk aan of korter dan dertig dagen, verhoogd met vijftien dagen, wanneer deze, ten gevolge van de berekening uitgevoerd met toepassing van artikel 88 van het algemeen procedurereglement, ingaan en vervallen tussen 1 juli en 31 augustus. Met deze wijziging wordt tegemoetgekomen aan de vraag van de verschillende balies. Die stellen vast dat de griffie van de Raad van State, tijdens juli en augustus, met andere woorden tijdens het gerechtelijk reces, kennisgevingen uitvoert met betrekking tot niet-dringende procedures. Het niet antwoorden binnen de voorgeschreven termijnen leidt evenwel, naargelang van het geval, tot het vermoeden van verlies van belang, afstand of instemming. Ten gevolge van het ontworpen lid zullen de rechtzoekenden en hun advocaten, tijdens het gerechtelijk reces wanneer er meer afwezigen zijn, dus automatisch kunnen beschikken over een X-18.372-3/6 aanvullende termijn van vijftien dagen om te reageren op de kennisgevingen van de Raad van State. De rechten van de rechtzoekende worden aldus versterkt zonder dat dit leidt tot een werkelijke verlenging van de totale duur van de procedure.” Hieruit blijkt dat een aanpassing van de termijnregeling voor de kennisgevingen die termijnen doen ingaan én vervallen tijdens de maanden juli en augustus volstond om aan de geuite bekommernissen tegemoet te komen.
  10. De betekening aan de verwerende partij van het verslag van de auditeur waarin de nietigverklaring van de bestreden beslissing wordt voorgesteld, is op 12 augustus 2025 gebeurd. De door artikel 91, tweede lid, van het algemeen procedurereglement voorziene termijnverlenging (zie randnummer 5) vindt te dezen geen toepassing, nu de dertigdagentermijn voor het indienen van een laatste memorie of een verzoek tot voortzetting van de procedure pas ná 31 augustus 2025 is verstreken. De verwerende partij heeft haar laatste memorie, die als een verzoek tot voortzetting van de procedure kan worden begrepen, pas op 25 september 2025 ingediend, dit is buiten de vooropgestelde dertigdagentermijn. Er bestaat dan ook aanleiding om de bestreden beslissing met toepassing van de onder randnummer 4 vermelde bepalingen te vernietigen. De Raad van State stelt volledigheidshalve nog vast dat de verwerende partij geen overmacht inroept om ervan te overtuigen dat de door de wetgever in dit geval voorziene vernietiging te dezen niet gerechtvaardigd zou zijn.
  11. In het auditoraatsverslag, dat zoals gezien de vernietiging van de bestreden beslissing voorstelt, worden het eerste en het tweede middel gegrond bevonden. X-18.372-4/6 Met betrekking tot het eerste middel wordt in het auditoraatsverslag onder meer besloten “dat de bestreden beslissing een reglementaire akte is, waar bij de vaststelling van de situering van de waterlopen en grachten een verordenende bevoegdheid wordt uitgeoefend”, dat “[e]en dergelijke vastlegging en de gevolgen die dit heeft in het rechtsverkeer [niet] kan […] worden beschouwd als zijnde een (aanvullende) uitvoeringsmaatregel van bijkomstige of detailmatige aard”, zodat niet de Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme maar wel de Vlaamse regering te dezen bevoegd was. Inzake het tweede middel wordt in het auditoraatsverslag onder meer overwogen dat “[g]elet op de beperkte inspraakmogelijkheid die in casu wordt voorzien en die niet alle mogelijke gevolgen van de vaststelling van de digitale atlas behelst, dient te worden besloten dat het bestreden besluit minstens op gespannen voet staat met [artikel 6 van het Verdrag van Aarhus]”.
  12. De Raad van State ziet geen reden om deze beoordeling niet bij te vallen. Het eerste en het tweede middel zijn gegrond en verantwoorden de nietigverklaring van het bestreden ministerieel besluit. BESLISSING
  13. De Raad van State vernietigt het besluit van de Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme van 7 februari 2023 ‘tot vastlegging van de digitale atlas van de gerangschikte onbevaarbare waterlopen en publieke grachten’.
  14. Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit.
  15. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van X-18.372-5/6 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan verzoekster. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op twintig januari tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Stephan De Taeye, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Karin Meerschaut, griffier. De griffier De voorzitter Karin Meerschaut Stephan De Taeye X-18.372-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.472 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.511 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.