id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 januari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.525 Rolnummer: A. 242766/IX-10522 Zaak: Arrest 265525 - Leger en bijzondere korpsen - Reglementen - 22/01/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-01-26 Raadplegingen: 183 - laatst gezien 2026-06-18 06:24 Fiche Arrest nr 265.525 van 22 januari 2026 Openbaar ambt - Leger en bijzondere korpsen - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 265.525 van 22 januari 2026 in de zaak A. 242.766/IX-10.522 In zake:
- S.T.
- O.C. tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door:
- de minister van Sociale Zaken
- de minister belast met Ambtenarenzaken bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Stijn Butenaerts en Andy Hoedenaeken kantoor houdend te 1080 Brussel Leopold II-laan 180 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 19 augustus 2024, strekt tot de nietig- verklaring van het koninklijk besluit van 4 juni 2024 ‘houdende de wijziging van het koninklijk besluit van 13 juli 2017 tot vaststelling van de toelagen en vergoe- dingen van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt’ (BS 18 juni 2024). II. Verloop van de rechtspleging
- De tweede vertegenwoordiger van de verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend ten aanzien van de tweede vertegenwoordiger van de verwerende partij en een toelichtende memorie ten aanzien van de eerste verte- genwoordiger van de verwerende partij. IX-10.522-1/4 Adjunct-auditeur Samuel Mens heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partijen en de tweede vertegenwoordiger van de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 1 december
- Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge- bracht. De verzoekende partijen en advocaat Andy Hoedenaeken, die verschijnt voor de tweede vertegenwoordiger van de verwerende partij, zijn ge- hoord. Auditeur Samuel Mens heeft een met dit arrest eensluidend ad- vies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoör- dineerd op 12 januari
- III. Regelmatigheid van de rechtspleging
- De artikelen 64 en 65 RvS-Wet luiden: “Art.
- De partijen die onderworpen zijn aan de wetgeving op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gebruiken voor hun akten en verklaringen de taal welke hun opgelegd is door die wetgeving in hun binnendiensten. Evenwel in de gevallen bedoeld bij de artikelen 60 en 61, 4°, gebruiken zij de taal opgelegd aan de organen van de Raad van State. Art.
- Nietig is ieder verzoekschrift dat en iedere memorie die door een aan de wetgeving op het gebruik van de talen in bestuurszaken onderwor- pen partij aan de Raad van State is gericht in een andere taal dan die haar bij die wetgeving is opgelegd. IX-10.522-2/4 De nietigheid wordt ambtshalve uitgesproken. De nietige akte stuit echter de termijnen van de verjaring en van de proce- dure; deze termijnen lopen niet gedurende de instantie.”
- Niet wordt betwist dat de verzoekers statutaire ambtenaren zijn van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering die behoren tot de Franse taalrol. De verzoekers treden op in hun hoedanigheid van ambtenaar en zijn onderworpen aan de wetgeving op het gebruik van de talen in bestuurszaken. Ook dit wordt door hen niet betwist. Voor hun akten en verklaringen moeten zij dan luidens artikel 64 RvS-Wet in de huidige procedure de taal gebruiken welke hun is opgelegd door die wetgeving in hun binnendiensten. Dit betekent dat de verzoekers, als ambtenaar behorend tot de Franse taalrol, hun verzoekschrift verplicht in het Frans moesten opstellen. Dat hebben zij niet gedaan: het verzoekschrift is opgesteld in het Nederlands. Alsdan geldt wat de Raad van State heeft overwogen – in alge- mene vergadering van de afdeling Bestuursrechtspraak – namelijk “dat, aangezien [zij] een beslissing [bestrijden] waarbij [hun] statuut geregeld wordt, [zij] overeen- komstig artikel 64, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, [hun] verzoekschrift in het Frans [hadden] moeten stellen; dat overeenkomstig ar- tikel 65, eerste en tweede lid, de Raad van State ambtshalve moet vaststellen dat, wat die [verzoekers] betreft, het in het Nederlands gesteld verzoekschrift nietig is en dat bijgevolg […] de vordering niet geldig ingesteld is” (RvS, alg. verg. afd. Bestuursrechtspraak, nr. 104.652 van 13 maart 2002). Deze vaststelling mag overigens vaste rechtspraak heten – zie bijvoorbeeld RvS nr. 146.939 van 28 juni 2005, RvS nr. 178.404 van 8 januari 2008 en RvS nr. 246.752 van 21 januari
- IX-10.522-3/4
- De verzoekers verklaren deze conclusie niet te betwisten. BESLISSING
- Het beroep is niet geldig ingesteld.
- De verzoekende partijen worden, elk voor de helft, verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die ver- schuldigd is aan de tweede vertegenwoordiger van de verwerend partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op tweeëntwintig januari tweeduizend zesen- twintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Jurgen Neuts, staatsraad, Jim Deridder, staatsraad, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-10.522-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.525 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.