id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 januari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.567 Rolnummer: A. 243078/VII-42654 Zaak: Arrest 265567 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 26/01/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-02-05 Raadplegingen: 175 - laatst gezien 2026-06-18 06:11 Fiche Arrest nr 265.567 van 26 januari 2026 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 265.567 van 26 januari 2026 in de zaak A. 243.078/VII-42.654 In zake : E.A. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Floris Sebreghts en Pieter-Jan Van De Weyer kantoor houdend te 2600 Berchem Borsbeeksebrug 36 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de PROVINCIE ANTWERPEN -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het cassatieberoep, ingesteld op 25 september 2024, strekt tot de nietigverklaring van arrest nr. RvVb-A-2324-0999 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 22 augustus 2024 in de zaak 2324-RvVb-0559-A. II. Verloop van de rechtspleging
- Het cassatieberoep is toelaatbaar verklaard bij beschikking van 22 november
- Verzoeker heeft een toelichtende memorie ingediend. Eerste auditeur Wouter De Cock heeft op 27 februari 2025 een verslag opgesteld, op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’ (hierna: cassatieprocedurebesluit). VII-42.654-1/7 Verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 4 december
- Staatsraad Francis Van Nuffel heeft verslag uitgebracht. Advocaat Annelies Geerts, die loco advocaten Floris Sebreghts en Pieter-Jan Van De Weyer verschijnt voor verzoeker, is gehoord. Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Het college van burgemeester en schepenen van Essen verleent aan L.D. een omgevingsvergunning voor het verkavelen van een terrein. Verzoeker tekent bestuurlijk beroep aan tegen die beslissing. 3.
- Op 18 januari 2024 verklaart de provinciale omgevingsambtenaar van de provincie Antwerpen het bestuurlijk beroep “onontvankelijk en/of onvolledig”. 3.
- Met het bestreden arrest verwerpt de Raad voor Vergunningsbetwistingen (hierna: RvVb) het beroep van verzoeker tot vernietiging van de beslissing van 18 januari
- VII-42.654-2/7 IV. Onderzoek van het middel tot nietigverklaring Uiteenzetting van het middel
- Verzoeker voert de schending aan van artikel 6, § 1, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, artikel 9 van het Verdrag van 25 juni 1998 ‘betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden’, artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, de artikelen 13 en 149 van de Grondwet, artikel 32, tweede lid, van het decreet van 4 april 2014 ‘betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges’, artikel 53, 2°, gelezen in samenhang met artikel 2, eerste lid, 1°, van het decreet van 25 april 2014 ‘betreffende de omgevingsvergunning’ (hierna: omgevingsvergunningsdecreet), artikel 56, derde lid, van het omgevingsvergunningsdecreet, en de artikelen 74, § 1, eerste lid, en 87, § 1, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse regering van 27 november 2015 ‘tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning’.
- Hij komt op tegen de beslissing van de RvVb om zijn beroep te verwerpen. Het bestreden arrest steunt hiervoor op volgende motieven: “Los van de vaststelling dat het handgeschreven verzoekschrift van [verzoeker] moeilijk leesbaar en niet helder geformuleerd is én de vaststelling dat [verzoeker] geen schending van concrete wetsbepalingen of beginselen van behoorlijk bestuur opwerpt of uiteenzet, stelt de [RvVb] vast dat [verzoeker] in [zijn] inleidend verzoekschrift hoofdzakelijk een algemeen betoog voert waaruit blijkt wat [zijn] standpunt is ten aanzien van verscheidene aspecten van de onderliggende aanvraag. [Verzoeker] concentreert zich met [zijn] kritiek in essentie op elementen die raken aan de grond van de zaak (gebrekkig ‘openbaar onderzoek’, onwettigheid voorwaarde inzake servitude en veiligheidsaspecten met betrekking tot een afstervende boom), maar laat na om concreet een middel te ontwikkelen waarin [hij] op duidelijke en gestructureerde wijze aangeeft waarom de bestreden beslissing op onwettige wijze [zijn] administratief beroepschrift onontvankelijk en/of onvolledig heeft verklaard. [Verzoeker] laat hierbij niet enkel na om de motieven van de bestreden beslissing concreet in [zijn] uiteenzetting te betrekken, [hij] duidt ook nergens de motieven in [zijn] VII-42.654-3/7 administratief beroepschrift aan die volgens [hem] getuigen van een afdoende persoonlijk belang als ‘betrokken publiek’. Het komt niet aan de [RvVb] om in de plaats van [verzoeker] een middel te ontwikkelen en uit de stukken van het administratief dossier zelf te distilleren waarom [verzoeker zijn] belang al dan niet afdoende in het administratief beroepschrift heeft uiteengezet, dan wel waarom de motieven van de bestreden beslissing niet zouden kunnen volstaan tot het ontzeggen van het belang van [verzoeker] in onderliggend dossier. [Verzoeker] voldoet bijgevolg niet aan de op [hem] rustende stelplicht.”
- Verzoeker formuleert hiertegen volgende grieven: “Anders dan wat in het bestreden arrest wordt geoordeeld, gaf [verzoeker] in zijn verzoekschrift bij de RvVb wel degelijk aan waarom de bestreden beslissing dd. 18 januari 2024 op onwettige wijze [zijn] administratief beroepschrift onontvankelijk en/of onvolledig had verklaard en welke motieven in het administratief beroepschrift d.d. 21 december 2023 getuigen van een afdoende persoonlijk belang als ‘betrokken publiek’. […] Het bestreden arrest blijkt echter uit te gaan van een foutieve uitlegging van de vereiste om als betrokken publiek in de zin van artikel 2, [eerste lid, 1°, van het omgevingsvergunningsdecreet] te getuigen van een afdoende persoonlijk belang. […] Uit artikel 53, 2° [van het omgevingsvergunningsdecreet] in combinatie met artikel 2,[ eerste lid, 1° van het omgevingsvergunningsdecreet] volgt dat een beroep kan worden ingesteld door elke persoon die waarschijnlijk gevolgen ondervindt van de afgifte van een omgevingsvergunning. [Het] volstaat dat de beroeper gegevens voorlegt die aannemelijk maken dat het waarschijnlijk is dat de tenuitvoerlegging van de omgevingsvergunning een effect heeft dat hem persoonlijk kan treffen. […] [De] (mede)eigenaar van een perceel dat het voorwerp vormt van een vergunningsaanvraag [onderscheidt] zich door deze hoedanigheid in principe reeds voldoende van het algemene publiek, en maakt […] door die enkele omstandigheid normaal reeds voldoende aannemelijk dat het waarschijnlijk is dat de tenuitvoerlegging van de omgevingsvergunning hem persoonlijk zal treffen. [Verzoeker] had in dat verband in de bestuurlijke beroepsprocedure geen andere stelplicht dan het vermelden van zijn hoedanigheid van (mede)eigenaar, wat hij ook deed. Daarbij werd ook verduidelijkt dat [verzoeker] zich niet kon vinden in de opgelegde vergunningsvoorwaarden, die hem als eigenaar per definitie raken. […] Indien de provinciale omgevingsambtenaar van oordeel was dat [verzoeker] ondanks deze hoedanigheid niet over het vereiste belang beschikt om een bestuurlijk beroep in te stellen op grond van artikel 53, 2° [van het omgevingsvergunningsdecreet], was het aan de provinciale omgevingsambtenaar om de feitelijke gegevens voor te leggen die konden aantonen dat het niet waarschijnlijk is dat [verzoeker] enig gevolg zou ondervinden van de vergunde handeling. VII-42.654-4/7 Door te oordelen dat - niettegenstaande [verzoeker] in zijn verzoekschrift dd. 1 maart 2024 de onontvankelijkheidsbeslissing van de provinciaal omgevingsambtenaar […] betwist en daarbij opnieuw aanvoert dat hij (mede)eigenaar is van het perceel dat het voorwerp vormt van de verkavelingsvergunning - [verzoeker] in zijn administratief beroepschrift nergens de motieven aanduidt die getuigen van een afdoende persoonlijk belang als ‘betrokken publiek’, geeft het bestreden arrest een foutieve draagwijdte aan dit begrip en schendt het derhalve de artikelen 2, 1°, en 53, 2°, van het [omgevingsvergunningsdecreet].” Beoordeling
- Luidens artikel 3, § 2, 9°, van het cassatieprocedurebesluit moet het verzoekschrift “een uiteenzetting van de cassatiemiddelen bevatten”. Onder “cassatiemiddel” moet een voldoende duidelijke omschrijving van de door het bestreden arrest geschonden rechtsregel of rechtsbeginsel worden begrepen. Onder “uiteenzetting” van het cassatiemiddel moet worden begrepen de wijze waarop die rechtsregel of dat rechtsbeginsel door de bestreden uitspraak worden miskend. In het middel wordt niet uiteengezet op welke wijze het bestreden arrest een schending zou inhouden van artikel 6, § 1, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, artikel 9 van het Verdrag van 25 juni 1998 ‘betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden’, artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, de artikelen 13 en 149 van de Grondwet, artikel 32, tweede lid, van het decreet van 4 april 2014 ‘betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges’, artikel 56, derde lid, van het omgevingsvergunningsdecreet, of de artikelen 74, § 1, eerste lid, en 87, § 1, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse regering van 27 november 2015 ‘tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning’.
- Verzoeker heeft voor de RvVb niet aangevoerd dat de beslissing van de provinciale omgevingsambtenaar om zijn bestuurlijk beroep onontvankelijk VII-42.654-5/7 en/of onvolledig te verklaren, artikel 53, 2°, gelezen in samenhang met artikel 2, eerste lid, 1°, van het omgevingsvergunningsdecreet schendt. Het bestreden arrest doet hierover ook geen uitspraak, zodat de kritiek van verzoeker berust op een verkeerde lezing van het arrest en feitelijke grondslag mist. Het bestreden arrest stelt integendeel vast dat verzoeker in zijn beroep bij de RvVb: - geen schending opwerpt of uiteenzet van concrete wetsbepalingen of beginselen van behoorlijk bestuur; - zich in essentie concentreert op elementen die raken aan de grond van de zaak, en nalaat om concreet een middel te ontwikkelen waarin hij op duidelijke en gestructureerde wijze aangeeft waarom de bestreden beslissing op onwettige wijze zijn administratief beroepschrift onontvankelijk en/of onvolledig heeft verklaard; - nalaat om de motieven van de bestreden beslissing concreet in zijn uiteenzetting te betrekken. In zoverre de schending wordt opgeworpen van de artikelen 53, 2°, gelezen in samenhang met artikel 2, eerste lid, 1°, van het omgevingsvergunningsdecreet gaat het dan ook om een nieuw middel dat niet voor het eerst in graad van cassatie kan worden aangevoerd.
- Het middel is niet ontvankelijk. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het cassatieberoep.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 24 euro. VII-42.654-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zesentwintig januari tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter, Peter Sourbron, staatsraad, Francis Van Nuffel, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Carlo Adams VII-42.654-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.567 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div