id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 januari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.622 Rolnummer: Zaak: Arrest 265622 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 30/01/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-02-04 Raadplegingen: 181 - laatst gezien 2026-06-18 06:26 Fiche Arrest nr 265.622 van 30 januari 2026 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Vernietiging Samenvoeging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 265.622 van 30 januari 2026 in de zaken A. 236.566/X-18.171 A. 242.850/X-18.823 A. 242.876/X-18.828 In zake : I de NV V.R. die het rechtsgeding heeft hervat voor de NV G.V.R. II de NV G.V.R. III de NV V.R. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Marco Schoups, Nathan Van Wymeersch, Robin Beck en Ellen Gerits kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 127A bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Sophie Bleux kantoor houdend te 1000 Brussel Regentschapsstraat 58 bus 8 tegen : de GEMEENTE SINT-JOOST-TEN-NODE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Véronique Christiaens en Marnix De Smedt kantoor houdend te 1050 Brussel Kroonlaan 340 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- X-18.171-18.823-18.828-1/21 I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep in de zaak sub I, ingesteld op 7 juni 2022, strekt tot de nietigverklaring van: 1) “Het politiebesluit van de Burgemeester van de gemeente Sint-Joost-ten- Node van 5 april 2022, waarbij de burgemeester onder meer: opdracht geeft werken uit te voeren op de geschorste bouwplaats gelegen ter hoogte van de Leuvensesteenweg en de Scailquinstraat te 1210 Sint-Joost-ten-Node (stabiliteitswerken en afdichtingswerken/herstellingswerken), hiertoe derden aanstelt om deze werken uit te voeren […], alle kosten ‘ten laste en voor risico’ van o.a. [de verzoekende partij] (tezamen met de bouwheer) legt en aan [de verzoekende partij] oplegt om de werf vrij te maken om de werkzaamheden uit te voeren” (eerste bestreden besluit) 2) “Het politiebesluit (zowel de Franstalige versie als de Nederlandstalige versie) van de Burgemeester van de gemeente Sint-Joost-ten-Node van 25 april 2022, waarbij onder meer: het politiebesluit van 5 april 2022 gewijzigd wordt, de schorsing van de bouwplaats gehandhaafd wordt, een verbod tot betreding van de bouwplaats wordt opgelegd, [de verzoekende partij] (tezamen met de bouwheer) verwezen wordt in alle kosten die verband houden met de uitvoering van het besluit, bewoning wordt toegelaten en een verbod wordt opgelegd op het gebruik van gasinstallaties in de naburige gebouwen.” (tweede bestreden besluit). De beroepen in de zaken sub II en III, respectievelijk ingesteld op 30 augustus 2024 door de nv G.V.R. en op 3 september 2024 door de nv V.R., strekken tot de nietigverklaring van het politiebesluit van de burgemeester van de gemeente Sint-Joost-Ten-Node van 2 juli 2024 waarbij de burgemeester, in het Nederlands en het Frans, besluit dat de toepassing van artikel 58 van de bestuurstaalwet de nietigheid van het besluit van 5 april 2022 tot gevolg heeft, dat het met toepassing van dat artikel noodzakelijk is het besluit te vervangen en dat die vervanging uitwerking heeft op de datum van het vervangen bescheid. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 261.658 van 6 december 2024 heropent de Raad in de zaak sub I het debat en gelast het bevoegde lid van het auditoraat een aanvullend verslag op te stellen. X-18.171-18.823-18.828-2/21 In de zaken sub II en III heeft de verwerende partij een memorie van antwoord en heeft de verzoekende partij een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een (aanvullend) verslag opgesteld in de drie zaken. In de drie zaken dienen alle partijen een laatste memorie in, in de volgorde bepaald in het verslag van de eerste auditeur. De partijen zijn in de drie zaken opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 14 november
- Staatsraad David D’Hooghe heeft verslag uitgebracht. Advocaten Ellen Gerits en Sophie Bleux, die verschijnen voor de verzoekende partij in de drie zaken, en advocaat Véronique Christiaens, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- In opdracht van de bouwpromotor, de nv C., voert de verzoekende partij sloop- en bouwwerken uit op een terrein gelegen te Sint-Joost- ten-Node, tussen de Leuvense Steenweg en de Scailquinstraat. X-18.171-18.823-18.828-3/21 Het betreft meer bepaald de sloop van vijf gebouwen en de bouw van twee gebouwen met winkels, appartementen en parkeerplaatsen. In een eerste fase worden de bestaande gebouwen afgebroken, nadien wordt de bouwput voorbereid en in de loop van het voorjaar van 2022 worden grondwerken en de funderingswerken – inclusief het plaatsen van de bouwputbeschoeiing en een secanspalenwand – uitgevoerd. 3.2.
- Op 1 april 2022 ontvangen de hulpdiensten een oproep vanwege een bewoner van het naastliggende gebouw aan de Scalquinstraat, waarna de hulpdiensten zich ter plaatse begeven. 3.2.
- Het interventierapport van de Dienst voor Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (DBDMH) van 1 april 2022 vermeldt scheuren van ongeveer 1 cm in de gebouwen aan de Scailquinstraat 56 en in het gebouw aan de Leuvensesteenweg 47: Oproep: dreigende instorting van een gebouw, Scailquinstraat
- Aanwezigheid van barsten. Waargenomen: wij komen aan voor het gebouw Scailquin 56 (GV+6). Aan kant nr. 54 is een werf in aanbouw: er worden secanspalen gestort. Verschillende bewoners van het gebouw Scailquinstraat 56 tonen ons hun flat: er zijn barsten in de muren aan de kant nr. 58 (aan de andere kant dan de werf), met name in de flats van de bovenste verdiepingen. Scheuren van de orde van maximum 1 cm. Er is geen geluid waarneembaar. De bewoners melden dat de barsten een week geleden zijn begonnen en met de dag groter worden. Als we naar beneden gaan, melden de bewoners van het aangrenzende gebouw aan de zijkant ook barsten. Gebouw (R+6) gelegen aan de Leuvensesteenweg nr.
- De scheuren bevinden zich aan dezelfde kant als het Scailquin-gebouw en liggen dus tegenover de werf. We vragen de politie om de hulp van de stabiliteitsingenieur van de gemeente. Enkele minuten later arriveerden de gemeentelijk NIP (Nood- en Interventieplan)-ambtenaar en de ingenieur van de gemeente ter plaatse. Na een nieuw bezoek aan de gebouwen in hun aanwezigheid verklaart de ingenieur dat de stabiliteit van de gebouwen in gevaar is en dat zij moeten worden ontruimd. Dit komt neer op een totaal van 24 appartementen (12 per gebouw). De informatie wordt vervolgens doorgegeven aan de politie en er wordt een multidisciplinaire coördinatie opgezet. X-18.171-18.823-18.828-4/21 3.2.
- Rond de middag van 1 april 2022 beslist de burgemeester dan om de betrokken bouwwerf te schorsen. In de Nederlandstalige versie van de vervangende beslissing van 2 juli 2024, met uitwerking vanaf 1 april 2022, luidt deze beslissing als volgt: “Gelet de op de Nieuwe gemeentewet, inzonderheid de artikelen 133, lid 2, en 135, paragraaf 2; Gelet op het Gemeenschappelijk algemeen reglement voor alle 19 Brusselse gemeenten; Overwegende dat de gemeenten de taak hebben om hun inwoners te verzekeren van de voordelen van een goede politie, met name van openbare netheid, gezondheid, veiligheid en rust in de straten, openbare plaatsen en gebouwen; dat deze bevoegdheid o.a. betrekking heeft op de handhaving van de openbare veiligheid en de openbare gezondheid; Overwegende de stabiliteitsproblemen die zich op 1 april 2022 voordeden ter hoogte van de Leuvensesteenweg en de Scailquinstraat te 1210 Sint- Joost-ten-Node; Overwegende de interventie van de hulpdiensten dienaangaande voor de bouwplaats met de volgende B1 referenties: 327730; Overwegende dat de aannemer van deze bouwwerf [de verzoekende partij] is, […]; Overwegende dat de werfverantwoordelijke [X.] is; Overwegende dat, in afwachting van nadere informatie, de genoemde bouwplaats tijdelijk moet worden geschorst om risico’s voor de openbare veiligheid, waaronder instortingsgevaar in een bewoond gebied, te voorkomen; Gezien de dringendheid en de ernst van de feiten; Overwegende dat het belangrijk is dat de openbare veiligheid wordt gehandhaafd en in stand gehouden; Overwegende dat de dringendheid en de ernst van de feiten onder deze omstandigheden niet toelaten dat bovengenoemd bedrijf wordt gehoord; Gelet op de afweging van de betrokken belangen; Gezien de dringendheid; Overwegende het voorzorgsbeginsel; Om deze redenen, BESLUIT Artikel 1 - De hierboven aangeduide werf wordt geschorst. Dit besluit zal worden opgeheven in functie van aanvullende informatie die onder de aandacht van de Burgemeester wordt gebracht en in het bijzonder informatie waaruit blijkt dat de openbare orde definitief is hersteld of de bevestiging dat er geen enkel risico bestaat op het verstoren van de openbare orde;” X-18.171-18.823-18.828-5/21 Tegen dit besluit stelt de verzoekende partij ook een annulatieberoep in bij de Raad van State (zaak gekend onder het rolnummer A. 236.530/X-18.165). Bij arrest nr. 265.621 van 30 januari 2026 verwerpt de Raad van State dit beroep. 3.2.
- Na het bezoek van de experten van een in stabiliteit gespecialiseerd studiebureau, aangesteld door de gemeente en een tweede crisisvergadering van het coördinatiecomité om 17.15 uur, blijft de werf geschorst, de gebouwen onbewoond en wordt de evolutie van de barsten opgevolgd tijdens het weekend. 3.3.
- Op maandag 4 april 2022 komt het coördinatiecomité van de gemeente opnieuw samen om de bevindingen van het weekend van 2 en 3 april te bespreken: De D1 rapporteert ons de ontwikkeling van hun onderzoek. De vrijdag gemeten scheurwijdte van 19,1 mm is opgelopen tot 20,6 mm, d.w.z. een evolutie van 1,5 mm. Het kantoor AA (het studiebureau inzake stabiliteit) deelt ons mee dat het gebouw vanaf 80 mm als ‘bouwvallig’ wordt beschouwd! We zijn er dus nog lang niet, wat de leden van de vergadering niet geruststelt. De D1 herinnert ons eraan dat we naast het technische aspect ook rekening moeten houden met het gevoel van onveiligheid van de bewoners! De deskundige interpreteert de metingen zo dat het gebouw stabiel is en dat de metingen geruststellend zijn. Hij vertelt ons dat hun analyses dit weekend in dezelfde richting gaan. De vraag is wat te doen? Het voorstel van AA bestaat erin de scheur tussen de twee gebouwen te dichten en het gebouw te stabiliseren en te versterken. AA’s risicobeoordeling. Op voorwaarde dat het werk wordt stilgelegd, is er geen risico. Het is dan ook duidelijk dat dit dossier in twee delen moet worden opgesplitst, met een stabilisatiegedeelte van het gebouw met als doel de bewoners zo snel mogelijk weer in een ‘veilig’ gebouw te laten wonen en een tweede gedeelte dat geen prioriteit heeft, namelijk de voortzetting van de werf. De D1 deelt ons mee dat in de huidige staat, in geval van brand, de brandweer niet in het gebouw zou optreden! X-18.171-18.823-18.828-6/21 Besloten werd om de firma S. beugels te laten plaatsen om het gebouw te stabiliseren. Een tweede bedrijf zal verantwoordelijk zijn voor het dichten van de scheuren. De OW zorgt voor deze stappen. De bewoners zullen tot en met vrijdag worden ondergebracht in de reeds toegewezen hotels. Voor de vergadering van morgen om 18.00 uur wordt verzocht om een presentatie voor de bewoners, zodat zij begrijpen wat er aan de hand is. De D1 zorgt voor de continuïteit van de opmetingen totdat de metingen door de controleur van de gemeente worden verricht. De bewoners zullen die dag tussen 17.00 en 18.00 uur naar hun huizen mogen terugkeren om hun bezittingen op te halen. Zij zullen worden vergezeld door vredeshandhavers en de politie. 3.3.2 Op diezelfde maandag 4 april 2022 om 18.43 uur stuurt de verzoekende partij een e-mail naar de burgemeester met de volgende inhoud: “Geachte burgemeester, In eerste instantie betreuren wij de gebeurtenissen van afgelopen vrijdag waarbij het pand grenzend aan onze werf moest ontruimd worden. Het plaatsen van de secanspalenwand op onze werf werd naar onze mening conform de studies van het studiebureau en de grondonderzoeken uitgevoerd en ook werden de rekennota’s en uitvoeringstekeningen gecontroleerd, geverifieerd en vrijgegeven voor uitvoering. Het is nu belangrijk om de situatie verder te evalueren en ervoor te zorgen dat de bewoners veilig kunnen terugkeren naar hun appartementen. Gelet op het gezamenlijke belang en onze wens dit correct aan te pakken, vragen wij een dringend overleg met u en uw diensten om zo tot een correcte oplossing te komen.” 3.3.
- Naar aanleiding van de voormelde bevindingen van het coördinatiecomité van 4 april 2022 neemt de burgemeester op 5 april 2022 een nieuw politiebesluit dat, in de Nederlandstalige versie van de vervangende beslissing (zie hierna randnummer 3.7) luidt als volgt: “Overwegende de technische nota van het studiebureau inzake stabiliteit [...] van 1 april 2022, dat door de gemeente met spoed was aangesteld; dat uit dit verslag met name blijkt dat het voornoemde gebouw verschillende scheuren vertoont, alsook dat er een bouwplaats naast het voornoemde gebouw is gelegen; Overwegende het advies van de DBDMH van 1 april 2022, waarin met name wordt gewezen op de aanwezigheid van scheuren in voornoemd gebouw; Overwegende het verslag van het departement openbare werken van 4 april 2022, waarin met name wordt vastgesteld dat de voornoemde bouwplaats X-18.171-18.823-18.828-7/21 scheuren in het voornoemde gebouw heeft veroorzaakt en dat de voeg van de voorgevel, aan de kant van de Leuvensesteenweg, tot op de derde verdieping van het betrokken gebouw is opengegaan; Overwegende dat de grootste scheur op het hoogste punt 2,06 centimeter bedroeg; Overwegende dat er, gelet op de bovengenoemde elementen, een duidelijk risico van verstoring van de openbare veiligheid bestaat; dat dit bovendien wordt bevestigd door de evacuatie van de bewoners van het betreffende gebouw; dat er dringend maatregelen moeten worden genomen om de openbare veiligheid te herstellen; Overwegende dat uit bovengenoemd verslag blijkt dat er beveiligingswerken moeten worden verricht om enerzijds de stabiliteit van het betreffende gebouw te waarborgen en anderzijds de terugkeer van de bewoners naar hun woningen mogelijk te maken; Overwegende dat uit dit laatste blijkt dat de bedreiging van de openbare veiligheid blijft bestaan zolang de volgende werkzaamheden niet worden uitgevoerd binnen een termijn van ten minste 3 dagen na de effectieve aanvang ervan: - Aan de buitenzijde van het gebouw moeten stabilisatiewerken worden uitgevoerd aan de gehele gevelmuur, aan de kant van de bouwplaats, met de plaatsing van driepoten die op betonblokken steunen; - Binnen in het gebouw moeten de afdichtingswerken, die erin bestaan dc scheuren te herstellen, worden uitgevoerd nadat de stabilisatiewerken van het gebouw zijn voltooid; Overwegende dat, gezien de urgentie en de ernst van de feiten, deze werkzaamheden door de Gemeente moeten worden uitgevoerd op kosten en risico van de bouwheer en de aannemer; dat de Gemeente sinds het ontstaan van de verstoring van de openbare orde immers verscheidene malen heeft getracht contact met laatstgenoemden op te nemen; dat de belanghebbenden de ontvangst van het besluit van 1 april 2022 slechts per e-mail hebben bevestigd, zonder maatregelen voor te stellen om de situatie op te lossen; dat de Gemeente in dit verband op dezelfde datum initiatieven heeft genomen om de voornoemde werkzaamheden zo spoedig mogelijk uit te voeren; Overwegende dat de Gemeente onder deze voorwaarden voor de uitvoering van deze werken heeft aangeduid: - De firma [S.] voor het plaatsen van driepoten met steunen op betonblokken; - De firma [R.] voor de afdichtingswerken; Overwegende verder dat uit de technische nota van 1 april 2022 van voornoemd studiebureau inzake stabiliteit blijkt dat een monitoring door middel van verklikkers moet worden ingesteld om de structurele verschuivingen van de muur die aan het beschadigde gebouw grenst, te volgen, en dat deze controle moet worden voortgezet voor en na de plaatsing van de stabilisatiestatieven; Overwegende dat pas wanneer uit de resultaten van de monitoring van de verschuivingen een herstel naar een stabiele toestand blijkt, de bewoners naar hun woningen zullen mogen terugkeren; dat deze terugkeer evenwel X-18.171-18.823-18.828-8/21 niet kan plaatsvinden zonder de uitvoering van de bovengenoemde stabilisatiewerken; Overwegende dat deze stabilisatiewerken slechts kunnen worden uitgevoerd op voorwaarde, enerzijds, dat het terrein volledig wordt ontruimd en leeggemaakt vóór de plaatsing van de driepoten en, anderzijds, dat het plaatsingsplan van de reeds op het terrein geboorde en geschroefde palen, naast de secanspalen, aan de Gemeente wordt overgemaakt voor de plaatsing van de driepoten en hun funderingsblokken; Overwegende het belang om de openbare veiligheid te herstellen en de bewoners in staat te stellen met spoed naar hun huizen terug te keren; Overwegende dat de urgentie en de ernst van de feiten onder deze omstandigheden niet toelaten om de voornoemde bouwheer en aannemer te horen of om een nota met opmerkingen te vragen; Overwegende de afweging van de aanwezige belangen; Gelet op de urgentie; Overwegende het voorzorgsprincipe; Om deze redenen, BESLUIT: Artikel 1 - §
- Vanaf de datum van ondertekening van dit besluit zal [S.] ten laste en voor risico van [C.], en [de verzoekende partij], binnen een termijn van ten minste 3 dagen na de effectieve aanvang van de werkzaamheden de volgende maatregel uitvoeren: - Aan de buitenzijde van het gebouw, stabilisatiewerken aan de gehele gevelmuur, aan de kant van de bouwplaats, met de plaatsing van driepoten die op betonblokken steunen; §
- Zodra de driepoten overeenkomstig paragraaf 1 zijn geplaatst, voert de firma [R.], de volgende maatregel uit ten laste en voor risico van de voornoemde vennootschappen: - Binnen het gebouw, afdichtingswerken, d.w.z. herstel van de scheuren, nadat de stabilisatiewerken aan het gebouw zijn uitgevoerd, binnen een minimumtermijn zoals hierboven vermeld. §
- De bouwheer en de aannemer dragen gezamenlijk en hoofdelijk alle kosten van welke aard dan ook in verband met: - Alle opdrachten van het studiebureau inzake stabiliteit [...], aangesteld door de Gemeente, met inbegrip van het opstellen van verslagen, het toezicht op de werken en alle andere handelingen die verband houden met de uitvoering van dit besluit; - Alle opdrachten van de firma’s [S.] en [R.]; - Het onderbrengen van bepaalde bewoners in tijdelijke accommodatie, zoals hotels. Artikel 2 - De voornoemde bouwheer en aannemer zijn verplicht, na kennisgeving van dit besluit, het terrein volledig te ontruimen en leeg te maken om de plaatsing van de driepoten mogelijk te maken. Artikel 3 -De toegang tot het onroerend goed gelegen aan de Leuvensesteenweg 47-51 en de Scailquinstraat 56 in 1210 Sint-Joost-ten- Node is tijdelijk verboden in afwachting van de voltooiing van de bovenvermelde werkzaamheden en de opheffing van het verbod. Dit verbod is niet van toepassing voor de hulpdiensten, politiediensten en de uitvoering van dringende werkzaamheden zoals hierboven vermeld. X-18.171-18.823-18.828-9/21 In elk geval kan de Burgemeester bij wijze van uitzondering de toegang verlenen tot het goed.” Dit is het eerste bestreden besluit in de zaak sub I. 3.
- De in het besluit van 5 april 2022 opgenomen stabiliteitswerken worden in de week van 16 april 2022 voltooid. 3.
- Op 25 april 2022 besluit de burgemeester om de eerder genomen beslissing van 5 april 2022 te wijzigen: “Overwegende […] het rapport van het expertisebureau [I.] van 13 april 2022, dat werd aangesteld door de Franstalige Rechtbank van Eerste Aanleg van Brussel; waarin een potentieel gevaar wordt opgemerkt in die zin dat de verplaatsing over de volle hoogte van de gebouwen ten opzichte van de buur aan de rechterkant op de Leuvensesteenweg en aan de linkerkant in de Scalquinstraat de inklemming van de gasleidingen in de mandelige muren zou kunnen hebben veroorzaakt; Dat de Gemeente in deze omstandigheden met spoed de firma [C.] heeft aangesteld, […] en die tot taak had de gasinstallaties te certificeren om de heropening van de meters mogelijk te maken; Overwegende de e-mail van [E.G.] van 19 april 2022, waarin hij ons informeert dat voornoemde firma aan het einde van haar bezoek heeft geconcludeerd dat van de 26 geteste installaties onder de 24 woningen, een handelszaak en een VZW, er slechts één voldeed aan de waterdichtheidsnormen; dat met andere woorden alle gasinstallaties, en met name de leidingen, van de betreffende woningen een waterdichtheidsprobleem vertonen; Overwegende de inspectieverslagen van de gasinstallatie van 20 april 2022, opgesteld door de firma [A.]; Overwegende dat er onder deze omstandigheden een risico bestaat van duidelijke verstoring van de openbare veiligheid waardoor het gebruik van al de gasinstallaties van deze gebouwen voorlopig onmogelijk wordt; Overwegende dat de stabiliteitswerken vermeld in het politiebesluit van 5 april 2022 tot op heden werden uitgevoerd; dat het niettemin aangewezen is om de bewoning van de gebouwen afhankelijk te stellen van een tijdelijk verbod op het gebruik van de gasinstallaties, waarbij deze voorwaarde wordt opgeheven na ontvangst van een conformiteitsattest dat is opgesteld door een daartoe erkende instantie van de gasdeskundige en waarin wordt bevestigd dat alle gasinstallaties van de betreffende gebouwen geen waterdichtheidsproblemen meer vertonen, alsook van de inspectie door SIBELGA van de waterdichtheid van de hoofdleidingen binnen de twee gebouwen, welke leidingen zich boven de individuele meters bevinden; Overwegende dat, op advies van de Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, na de kanteling X-18.171-18.823-18.828-10/21 van voornoemde gebouwen, de integriteit van de indeling (brandwerendheid, rookverspreiding, ...) van hun woon- of handelsruimten snel moet worden gecontroleerd en, indien nodig, de genoemde integriteit snel moet worden hersteld; dat de urgentie evenwel niet van die aard is dat het onmogelijk is om de firma’s [C.] en [de verzoekende partij] op voorhand over deze kwestie te horen; Overwegende de urgentie, aangezien de bewoners geacht werden naar hun woningen terug te keren zodra de werken vermeld in het besluit van 5 april 2022 werden voltooid; Overwegende dat de hervatting van de bouwplaats in zijn huidige staat en in het bijzonder de grondwerken die [C.] van plan is uit te voeren, volgens het verslag van de gerechtelijke deskundige een onvermijdelijke resterende kanteling zullen veroorzaken (verslag van de deskundige [M.] van 13 april 2022); dat het in deze omstandigheden onmogelijk lijkt te garanderen dat een resterende kanteling geen nieuwe gebreken zal veroorzaken aan de technische installaties en de RF-indeling van de woon- of commerciële eenheden, zodat, in de huidige omstandigheden, elke hervatting van de bouwplaats een ernstig risico voor de openbare veiligheid zou inhouden; Dat de urgentie van het uitvaardigen van dit bevel onverenigbaar is met het vooraf horen van de bouwheer, de aannemer, de syndicus, de mede- eigenaars en elke andere bewoner van dit gebouw; Overwegende dat het onder deze omstandigheden aangewezen is om het politiebesluit van 5 april 2022 te wijzigen, meer bepaald de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om de bewoners in staat te stellen naar hun woning terug te keren; Overwegende de afweging van de aanwezige belangen; Gelet op de urgentie; Overwegende het voorzorgsprincipe; Om deze redenen, BESLUIT: Het politiebesluit van de Burgemeester van 5 april 2022 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 1 – §l. De schorsing van de bouwplaats gelegen Leuvensesteenweg/ Scailquinstraat wordt gehandhaafd. §
- Het is voor alle personen verboden het terrein van deze bouwplaats te betreden, tenzij mits toelating van de Burgemeester. §
- De hulpdiensten, de deskundigen aangeduid door de Gemeente en de gemeentelijke ambtenaren die belast zijn met de controle op de werken krijgen toegang tot de bouwplaats. §
- Iedere expertise is toegestaan op de site mits inachtneming van een voorafgaande kennisgeving van ten minste één volle werkdag, zaterdag niet inbegrepen. §
- De opheffing van de schorsing van de genoemde bouwplaats zal worden toegestaan op voorwaarde dat de bouwheer en de aannemer voldoende garanties bieden, met name wat betreft de voorwaarden voor het respecteren van de openbare veiligheid en gezondheid. Artikel 2 - De bouwheer en de aannemer dragen gezamenlijk en hoofdelijk alle kosten in verband met de uitvoering van de maatregelen voorzien in dit besluit. X-18.171-18.823-18.828-11/21 Artikel 3 – §l. De bewoning van de gebouwen gelegen aan de Leuvensesteenweg 47-51 en de Scailquinstraat 56 te 1210 Sint-Joost-ten- Node is voor iedereen toegestaan. §
- Het gebruik van gasinstallaties is verboden. §
- Dit verbod kan worden opgeheven na ontvangst van een conformiteitsattest dat wordt afgeleverd door een daartoe erkende instantie van de gasdeskundige en waarin wordt bevestigd dat alle gasinstallaties van de betrokken gebouwen geen waterdichtheidsproblemen meer vertonen en na de inspectie door SIBELGA van de waterdichtheid van de hoofdleidingen binnen de twee gebouwen, waarbij deze leidingen zich boven de individuele meters bevinden. §
- De deskundigen belast met de controle van de gas-, water- en elektrische installaties van de gebouwen en de hulpdiensten krijgen toegang tot het gebouw. §
- Ongeacht de hervatting van de bouwplaats dienen de bouwheer en de aannemer voldoende garanties te bieden voor de veiligheid en de gezondheid om een nieuwe verstoring van de openbare orde te voorkomen.” Dit is het tweede bestreden besluit in de zaak sub I. 3.
- Op 26 april 2022 vindt een hoorzitting plaats met de nv C. en de verzoekende partij. 3.
- Op 2 juli 2024 besluit de burgemeester, in het Nederlands en het Frans, dat de toepassing van artikel 58 van de bestuurstaalwet de nietigheid van het besluit van 5 april 2022 tot gevolg heeft, dat het met toepassing van dat artikel noodzakelijk is om het besluit te vervangen en dat die vervanging uitwerking heeft op de datum van het vervangen bescheid. Dit is het bestreden besluit in de zaken sub II en III. 3.
- Op 29 maart 2023 neemt de burgemeester van de gemeente Sint- Joost-ten-Node intussen een vierde beslissing, waarbij de schorsing van de werf wordt opgeheven nadat een aantal nader bepaalde voorwaarden zijn vervuld. Tegen deze beslissing dient de verzoekende partij eveneens een annulatieberoep in bij de Raad van State, gekend onder het rolnummer A. 239.189/X. 18.
- X-18.171-18.823-18.828-12/21 IV. Voorwerp van het beroep in de zaak sub I, II en III
- In zijn arrest nr. 261.658 van 6 december 2024 stelt de Raad van State dat de vervanging van de bestreden beslissing van 5 april 2022 door de beslissing van 2 juli 2024, en de daarmee gepaard gaande verdwijning van het politiebesluit van 5 april 2022, niet belet dat “het beroep tegen dat besluit zijn materiële voorwerp heeft behouden. De beslissing van 2 juli 2024 is alleen maar de nieuwe gedaante van het politiebesluit van 5 april
- Aangenomen wordt dat het beroep, in zoverre het initieel dat laatste politiebesluit viseerde, geacht moet worden voortaan tegen de vervangende beslissing van 2 juli 2024 te zijn gericht.”
- In de mate dat het beroep in de thans voorliggende zaken is gericht tegen het bestreden besluit van 5 april 2022 is het dienvolgens gericht tegen de beslissing van 2 juli 2024, zijnde de “nieuwe gedaante van het politiebesluit van 5 april 2022”. V. Samenhang 6.
- In de drie zaken wordt met betrekking tot het bestreden besluit van 5 april 2022, gelet op het voorgaande, dezelfde beslissing aangevochten, en dit op grond van twee middelen die identiek zijn. Met het oog op een goede rechtsbedeling is het aangewezen om de zaken sub I, II en III, samen te behandelen. 6.
- De Raad van State ziet echter geen redenen om ook over te gaan tot de samenvoeging van deze drie zaken met andere op de voormelde feiten betrokken zaken die eveneens bij de Raad van State werden ingediend. VI. Ontvankelijkheid
- In de zaak sub I werd het beroep tegen de politiebesluiten van 5 april en 25 april 2022 ingediend door de nv G.V.R., maar werd het geding hervat door de nv V.R., om reden dat de bedrijfstak “bouwactiviteiten” op 30 november 2023 door de nv G.V.R. werd ingebracht in de nv V.R., hetgeen “van rechtswege X-18.171-18.823-18.828-13/21 tot gevolg [heeft] dat alle activa en passiva m.b.t. het bedrijfsonderdeel ‘bouwactiviteiten’ aan [de nv V.R.] werden overgedragen”. Tegen het besluit van 2 juli 2024 dat het besluit van 5 april 2022 vervangt, dienen zowel de nv G.V.R., dit betreft de zaak sub II, alsook – om de voormelde reden – de nv V.R., dit betreft de zaak sub III, een beroep in.
- De verwerende partij houdt in de zaak sub II dan ook terecht voor dat, gelet op de overdracht van bedrijfstak, de verzoekende partij in die zaak, de nv G.V.R., geen procesbevoegdheid meer heeft om de vernietiging van het bestreden besluit te benaarstigen.
- Het beroep in de zaak sub II is niet ontvankelijk. VII. Onderzoek van de aangevoerde schending van de hoorplicht Standpunt van de partijen
- In het auditoraatsverslag wordt het standpunt van de partijen ten aanzien van de aangevoerde schending van de hoorplicht als volgt samengevat: “10.
- […] Aangevoerd wordt dat verwerende partij de thans bestreden besluiten heeft genomen zonder verzoekende partij op voorhand te hebben gehoord en haar de mogelijkheid te bieden haar standpunt uiteen te zetten. Verwerende partij heeft de bestreden beslissingen genomen zonder kennis van alle relevante feiten, waaronder bijvoorbeeld de aangehaalde diepgaande en technisch uitermate relevante gespecialiseerde onderzoeken. De door verwerende partij aangehaald urgentie om de hoorplicht naast zich neer te leggen wordt in het bestreden besluit niet gemotiveerd zodat het gaat om een loutere stijlformule. De beslissing van verwerende partij om werken te laten uitvoeren op de werf door derde-ondernemingen doch ‘ten laste en voor risico van’ o.a. verzoekende partij en het bevel om met het oog daarop de werf te ontruimen, tast onbetwistbaar op een ernstige wijze de belangen aan van verzoekende partij. Desondanks werd verzoekende partij niet voorafgaandelijk gehoord door verwerende partij, hoewel verzoekende partij daartoe herhaaldelijk had aangedrongen, o.a. per e-mail van 4 april
- X-18.171-18.823-18.828-14/21 Op een algemene en nietszeggende wijze wordt in de bestreden beslissing gesteld dat de betrokkene niet gehoord kan worden omwille van de urgentie en de ernst van de feiten, doch deze verwijzing is niet meer dan een loutere stijlformule en volstaat zodoende niet. Los van de vaststelling dat er geen urgentie was en de feiten ook niet zwaarwichtig waren, is dit geen afdoende motivering om de hoorplicht buiten spel te zetten. Er wordt geenszins gemotiveerd waarom er een noodzaak zou zijn om snel op te treden en waarom er zodoende sprake was van urgentie of van ernstige feiten. Verwerende partij vond immers blijkbaar wel de tijd om enerzijds diverse expertisevergaderingen te organiseren en het advies in te winnen van o.a. een eenzijdig aangesteld studiebureau (waaraan zij vervolgens een geheel foutieve en eenzijdige uitlegging geeft) en anderzijds derde-aannemers te contacteren met het oog op de uitvoering van de door de eerste bestreden beslissing bevolen werkzaamheden. Daarentegen meent zij dat er beweerdelijk geen tijd was om verzoekende partij te horen. Dit is niet ernstig. Bovendien vonden de werkzaamheden zoals bepaald in het eerste bestreden besluit pas plaats op 13 april 2022 (meer dan 8 dagen na het nemen van het besluit) zodat er geenszins sprake kan zijn van hoogdringendheid. Anders dan verwerende partij in de eerste bestreden beslissing suggereert, heeft verzoekende partij geenszins het contact met verwerende partij en de uitoefening van de hoorplicht verhinderd. Meer zelfs, verzoekende partij heeft zelf herhaaldelijk en nadrukkelijk aangedrongen om gehoord te worden en een overleg te laten plaatsvinden, teneinde tot correcte oplossingen te komen. Verwerende partij heeft deze berichten evenwel zonder meer naast zich neergelegd. […] Verwerende partij lijkt zich in eerste instantie te baseren op het rapport van gerechtsdeskundige [M.] van 13 april 2022, tussen dit rapport en de tweede bestreden beslissing, liet verwerende partij 12 dagen verstrijken. In tussentijd achtte verwerende partij het schijnbaar wel mogelijk om zowel de firma ‘[C]’ als de VZW [A.C.] te contacteren teneinde bepaalde aanvullende onderzoeken te laten uitvoeren. Beide firma’s leveren klaarblijkelijk verslagen af op respectievelijk 19 april 2022 en 20 april
- Op 20 april 2022 beschikte verwerende partij reeds over alle informatie op basis waarvan zij meende de tweede bestreden beslissing te kunnen nemen (quod non). Evenwel liet verwerende partij vervolgens nog 5 dagen verstrijken alvorens de eigenlijke beslissing te nemen en deze over te maken aan verzoekende partij. Derhalve kan verwerende partij niet ernstig beweren dat de urgentie van de situatie niet zou hebben toegelaten verzoekende partij voorafgaandelijk te horen. Zij had hiervoor ruimschoots de tijd, zowel na het rapport van gerechtsdeskundige [M.] van 13 april 2022 als na ontvangst van het rapport van de door haarzelf eenzijdig geraadpleegde firma’s. Niettemin liet verwerende partij na verzoekende partij op enige wijze te horen. Zoals […] toegelicht […] was er geen acuut gevaar of ernstig risico voor de openbare veiligheid, niet uit hoofde van een vermeend stabiliteitsgevaar, noch n.a.v. problemen met de gasleidingen of waterleidingen. X-18.171-18.823-18.828-15/21 Tot slot wordt opgemerkt dat de hoorzitting georganiseerd op 26 april 2022 geen betrekking heeft op beide bestreden beslissingen en de begane schending van de hoorplicht op geen enkele wijze kan remediëren. De hoorplicht kan immers slechts voorafgaand aan de te nemen beslissing op nuttige wijze georganiseerd worden. Een hoorzitting de dag na het nemen van het besluit is evident niet doeltreffend. Er werd bovendien niet ingegaan op de maatregelen begrepen in de beslissing van 25 april 2022 (dewelke op dat moment reeds genomen waren), noch op de gegevens waarop verwerende partij zich daarvoor gebaseerd had. […] 10.3 In haar memorie van antwoord doet verwerende partij gelden dat het politiebesluit van 1 april 2022 is uitgevaardigd in het kader van de activering van het gemeentelijk rampenplan, aangezien alle betrokken diensten en specialisten, zij het met soms uiteenlopende meningen, van oordeel waren dat de beschadigde gebouwen een risico voor de openbare veiligheid vormden. Bovendien was de verzoekende partij, ingevolge de klachten van de omwonenden, reeds verschillende dagen op de hoogte van de rampzalige gevolgen van de uitvoering van haar werkzaamheden voor de naburige gebouwen, maar weigerde zij echter zelf haar werkzaamheden op te schorten, al was het maar voor de tijd die nodig was om de oorzaken van de schade te onderzoeken en een passende oplossing aan de omwonenden voor te stellen. Haar enige reactie, die zij omschrijft als die van een voorzichtig en redelijk persoon, was om betrokken personen naar hun respectievelijke verzekeraars door te verwijzen. De verzoekende partij heeft het ook niet nuttig geacht enige studie of berekeningsnota toe te zenden die het werk van de leden van de coördinatiecommissie (gemeentediensten, DBDMH, Civiele Bescherming, ingenieurs, enz.) zou hebben vergemakkelijkt. Op een verzoek om medewerking bij het veiligstellen van het terrein op 2 april 2022 werd pas op 4 april daaropvolgend, op zeer laconieke wijze, gereageerd. Verwerende partij heeft dus gehandeld in een situatie van hoogdringendheid waarin gevaar voor personen en goederen bestond. Gelet op deze omstandigheden was zij van oordeel dat de spoedeisendheid en de ernst van de feiten onder deze omstandigheden noch een hoorzitting, noch een verzoek om een nota van opmerkingen aan de verzoekende partij toelieten. Nadat de noodsituatie was afgehandeld en de openbare orde tijdelijk was hersteld, heeft verwerende partij zowel verzoekende partij als de bouwpromotor, [C.], gehoord op 26 april 2022, zijnde de datum waarop de CEO van verzoekende partij en zijn raadsman zich niet meer in het buitenland bevonden. […] 10.4 In haar memorie van wederantwoord herhaalt verzoekende partij hetgeen zij in haar inleidend verzoekschrift heeft uiteengezet. Verder benadrukt zij dat een verwijzing naar het gemeentelijk rampenplan niet volstaat om de hoorplicht ter zijde te schuiven. Indien de redenering van verwerende partij gevolgd wordt zou bij iedere activering van het rampenplan of een risico voor de openbare veiligheid de hoorplicht niet moeten worden nageleefd. Dit alles klemt des te meer nu de X-18.171-18.823-18.828-16/21 stuttingswerken pas in de week van 16 april werden uitgevoerd – ruim na de bestreden beslissing – en verzoekende partij aanwezig was op de werf en zich beschikbaar heeft gehouden voor vragen of overleg. […] De hoorzitting van 26 april is laattijdig, zij vond plaats nadat alle beslissingen werden genomen, bovendien had deze hoorzitting geen betrekking op het thans bestreden besluit. […]” Beoordeling
- De verzoekende partij beklaagt zich er essentie over dat zij niet voorafgaand aan de bestreden beslissingen werd gehoord. Indien dit wel zou zijn gebeurd, had zij de nodige informatie aan de verwerende partij kunnen verstrekken zodat deze met volledige kennis van zaken een beslissing had kunnen nemen. De verwerende partij van haar kant betoogt dat in casu, gelet op de hoogdringendheid en de ernst van de situatie, de hoorplicht ter zijde mocht worden geschoven.
- De hoorplicht als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur houdt in dat, in beginsel, tegen niemand een ernstige maatregel kan worden genomen die van aard is om zijn belangen ernstig aan te tasten, zonder dat hem vooraf de gelegenheid wordt geboden om zijn standpunt op een nuttige wijze te doen kennen. De bestreden beslissingen strekken er onder meer toe de bouwplaats te schorsen, derde ondernemingen op te dragen specifieke werkzaamheden uit te voeren, en alle kosten die met de betrokken maatregelen gepaard gaan ten laste te leggen van de verzoekende partij. Het betreft dan ook beslissingen waarop de hoorplicht van toepassing is.
- De bestreden beslissingen zijn, wat de hoorplicht betreft, als volgt gemotiveerd: X-18.171-18.823-18.828-17/21 “Overwegende dat de urgentie en de ernst van de feiten onder deze omstandigheden niet toelaten om de voornoemde bouwheer en de aannemer te horen of een nota met opmerkingen op te vragen” (bestreden besluit van 5 april 2022); “Dat de urgentie van het uitvaardigen van dit bevel onverenigbaar is met het vooraf horen van de bouwheer, de aannemer, de syndicus, de mede- eigenaars en elke andere bewoner van dit gebouw” (bestreden besluit van 25 april 2022); Volgens de bestreden beslissingen diende de hoorplicht niet te worden nageleefd om redenen van “urgentie” en de “ernst van de feiten”.
- In het arrest nr. 265.621 van 30 januari 2026 heeft de Raad van State aangenomen dat de verwerende partij bij het nemen van het initiële besluit tot schorsing van de bouwwerf op 1 april 2022 de hoorplicht niet heeft miskend om reden dat de noodzaak bestond om snel op te treden teneinde een onmiddellijke dreiging van de openbare veiligheid te voorkomen.
- De op vrijdag 1 april 2022 bestaande hoogdringendheid om uit voorzorg onmiddellijk een tijdelijke en bewarende voorzorgsmaatregel te nemen, verantwoordt echter niet dat de verzoekende partij later evenmin wordt gehoord aangaande het voornemen van de verwerende partij om de schorsing van de bouwplaats te bevestigen én om binnen een nader bepaalde termijn, op eigen kosten en op eigen risico van de bouwheer en de verzoekende partij, nader bepaalde afdichtings- en stabiliteitswerken te laten uitvoeren.
- De verwerende partij maakt niet aannemelijk dat het niet mogelijk of nuttig was om de verzoekende partij vooraf te horen. Het loutere gegeven dat de verwerende partij meerdere keren zou hebben gevraagd om technische nota’s en studies over te maken, is alvast niet van aard dat de verzoekende partij niet meer vooraf zou moeten worden uitgenodigd om haar standpunt aangaande de voorgenomen maatregelen mee te delen.
- Specifiek wat de bestreden beslissing met uitwerking vanaf 5 april 2022 betreft, is bijkomend op te merken dat de door de verwerende partij X-18.171-18.823-18.828-18/21 ingeroepen urgentie haar niet heeft belet om voorafgaandelijk aan die beslissing bijeenkomsten van het coördinatiecomité te houden, op 1 april en op 4 april, én een studiebureau aan te stellen. Daarbij komt dat de verzoekende partij bij e-mail van 4 april 2022 uitdrukkelijk om een “dringend overleg” heeft gevraagd. Op dat ogenblijk waren de werken door het besluit van 1 april 2022 reeds geschorst. Bovendien blijkt uit de over de feiten van 1 april 2022 opgemaakte verslagen dat de verwerende partij ook al op de hoogte was dat er geen eensgezindheid bestond over een eventueel instortingsgevaar.
- Specifiek wat de bestreden beslissing van 25 april 2022 betreft, wordt de ingeroepen urgentie nog meer ongeloofwaardig. Op dat moment waren immers ook al gerechtelijke procedures in kort geding opgestart voor de voorzitter van de Franstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel, was er al een gerechtsdeskundige aangesteld, én had deze reeds een eerste verslag neergelegd.
- De verwerende partij toont hoe dan ook niet aan dat pas op 26 april 2022 kon worden overgegaan tot het horen van de verzoekende partij. Het gegeven dat een vertegenwoordiger van de bouwheer bij e-mail van 13 april 2022 heeft laten weten dat de CEO en de raadsman van de bouwheer in het buitenland verbleven, met verzoek om de betrokken vertegenwoordiger te verwittigen van de datum van de hoorzitting, verantwoordt evenmin dat de bestreden beslissing van 25 april 2022 werd genomen vooraleer de verzoekende partij daaromtrent werd gehoord.
- De verwerende partij doet er voorts niet van blijken dat de tegenspraak die werd gevoerd in het kader van de gerechtelijke procedures voor de Franstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel, ook betrekking had op de maatregelen die door haar nog zouden worden genomen. X-18.171-18.823-18.828-19/21 De verwerende partij kan ter zake ook niet nuttig verwijzen naar gegevens die pas na de bestreden beslissing van 25 april 2022 bekend zijn geworden.
- De verwerende partij kan voorts niet worden gevolgd in het in haar laatste memorie voorgehouden standpunt dat de wijziging die met de bestreden beslissing van 25 april 2022 werd doorgevoerd “niets [heeft] veranderd aan de juridische toestand”. De verwerende partij betwist immers niet dat de bestreden beslissing die op 5 april 2022 uitwerking heeft gehad, wel degelijk rechtsgevolgen voor de verzoekende partij heeft gehad. Zij overtuigt er dan ook niet van dat een wijziging van die beslissing geen rechtsgevolgen voor de verzoekende partij zou hebben.
- Het besluit is dat de bestreden beslissingen werden genomen met miskenning van de hoorplicht. De loutere verwijzing naar de urgentie en de ernst van de feiten kan te dezen niet verantwoorden dat aan de hoorplicht werd voorbijgegaan. Het besproken middel is in de aangeven mate gegrond. BESLISSING
- De zaken A. 236.566/X-18.171, A. 242.850/X-18.823 en A. 242.876/X-18.828 worden gevoegd.
- De Raad van State vernietigt de politiebesluiten van de burgemeester van de gemeente Sint-Joost-Ten-Node van 5 april 2022 en dat van 2 juli 2024 waarbij het politiebesluit van de burgemeester van 5 april 2022, met uitwerking op datum van 5 april 2022 wordt vervangen, en waarbij de bouwplaats gelegen ter hoogte van de Leuvensesteenweg en de Scailquinstraat X-18.171-18.823-18.828-20/21 te 1210 Sint-Joost-Ten-Node wordt geschorst, een aantal specifieke werkzaamheden aan derden worden opgedragen, en de nader bepaalde kosten ten laste van de bouwheer en de verzoekende partij worden gelegd.
- De Raad van State vernietigt het politiebesluit van de burgemeester van de gemeente Sint-Joost-Ten-Node van 25 april 2022, waarbij de onder punt 2 vermelde beslissing wordt gewijzigd.
- In de zaken A. 236.566 en A. 242.876 wordt de verwerende partij verwezen in de kosten van de beroepen tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 46 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 1540 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. De verzoekende partij in de zaak A. 242.850 wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op dertig januari tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jan Clement, kamervoorzitter, Stephan De Taeye, staatsraad, David D’Hooghe, staatsraad, bijgestaan door Karin Meerschaut, griffier. De griffier De voorzitter Karin Meerschaut Jan Clement X-18.171-18.823-18.828-21/21 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.622 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div