id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 januari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.625 Rolnummer: A. 247100/XII-10014 Zaak: Arrest 265625 - Sluitingen van vestigingen - 30/01/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-02-02 Raadplegingen: 175 - laatst gezien 2026-06-18 06:26 Fiche Arrest nr 265.625 van 30 januari 2026 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Sluitingen van vestigingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 265.625 van 30 januari 2026 in de zaak A. 247.100/XII-10.014 In zake: R LOUNGE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Kris Masson kantoor houdend te 2000 Antwerpen Vlaamse Kaai 32/3 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Thomas Beelen kantoor houdend te 3000 Leuven Justus Lipsiusstraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 22 januari 2026, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de beslissing van de Stad Antwerpen dd. 13/1/2026 […] waarbij gesteld wordt […] dat er op 3/12/2025 werd beslist tot onontvankelijkheid van de aanvraag […] voor shishabar te 2170 Antwerpen, Bredabaan 726 en dat deze beslissing nu wordt ingetrokken”. De verzoekende partij vraagt tevens om bij wijze van voorlopige maatregel te bevelen dat “R L. vanaf dag 1 na het arrest de shishabar […] terug kan openen en dit onder verbeurte van een dwangsom van 5.000 € per dag van niet- naleving”. XII-10.014-1/7 II. Verloop van de rechtspleging
- Bij beschikking van 23 januari 2026 werd, in samenspraak met het aangeduide lid van het auditoraat, de procedurekalender vastgesteld. De verwerende partij heeft een nota met opmerkingen en een administratief dossier ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 29 januari
- Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Kris Masson, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Thomas Beelen, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoekende partij exploiteert een shishabar te Antwerpen. 3.
- Op 20 oktober 2025 dient zij een aanvraag in die strekt tot het wijzigen van de bestuurders die vermeld worden in de bestaande uitbatingsvergunning. XII-10.014-2/7 3.
- Op 3 december 2025 wordt aan de verzoekende partij meegedeeld dat de aanvraag van 20 oktober 2025 wegens onvolledigheid niet ontvankelijk is en dat de procedure wordt stopgezet. 3.
- Vervolgens neemt het college van burgemeester en schepenen van de stad Antwerpen op 5 december 2025 een beslissing waarbij de uitbatingsvergunning voor de shishabar wordt ingetrokken. Bijkomend wordt beslist om de inrichting “te sluiten voor een periode van één maand met ingang van dinsdag 9 december 2025 om 00.00 uur tot en met 9 januari 2026 om 24.00 uur” en tevens dat “na deze termijn slechts tot heropening van de inrichting […] kan worden overgegaan op voorwaarde dat de bvba R L. cumulatief kan aantonen dat alle elementen die betrekking hebben op het uitbaten van een shishabar (zoals waterpijpen, tabak, enz.) werden verwijderd uit de handelszaak”. 3.
- Met de thans bestreden beslissing wordt aan de verzoekende partij het volgende meegedeeld: “ Op 20 oktober 2025 deed u een melding voor uw zaak: • naam van de onderneming: R L.; […] Op 3 december 2025 werd beslist tot onontvankelijkheid van de aanvraag met referte: ASTAD- 2025-
- Deze beslissing wordt ingetrokken. Uw aanvraag inzake een wijziging van bestuurders is immers zonder voorwerp geworden gelet op de sanctie van het college van burgemeester en schepenen met het nummer 2025_CBS_08960 van 5 december 2025 waarbij uw uitbatingsvergunning voor het uitbaten van een shishabar werd ingetrokken. Uw aanvraag met referte ASTAD-2025-5536031 wordt dan ook afgesloten.” IV. Ontvankelijkheid van de vordering
- De verwerende partij werpt op dat de verzoekende partij niet beschikt over het in rechte vereiste (rechtmatig) belang bij de ingestelde vordering. XII-10.014-3/7
- Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om over de door de verwerende partij opgeworpen ontvankelijkheidsexceptie uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over die exceptie zou alleen nodig zijn indien de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. V. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, § 1, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd waarvan het onderzoek zich leent voor een versnelde behandeling en waarmee de nietigverklaring van de bestreden beslissing prima facie kan worden verantwoord. Overeenkomstig paragraaf 5 van datzelfde artikel wordt de zaak behandeld bij uiterst dringende noodzakelijkheid en derhalve binnen een termijn van vijftien dagen of minder, wanneer zulks in het opschrift wordt vermeld. VI. Uiterst dringende noodzakelijkheid Uiteenzetting van de verzoekende partij
- De verzoekende partij laat ter verantwoording van de hoogdringendheid van haar vordering het volgende gelden: “Verzoekster moet door het gebrek aan uitbatingsvergunning sinds 3/12/2025 sluiten. Verzoekster lijdt hierdoor groot financieel verlies (om en bij de 20000 euro) verlies, heel veel reputatieschade. De Stad heeft inmiddels de beslissing van 3/12/2025, na tussenkomst van de raadsman van verzoekster, ingetrokken. Dit gelet op de grote hoeveelheid aan fouten die hierin werden gemaakt. XII-10.014-4/7 Bij beslissing van 13/1/2026 die wordt doorgestuurd op 19/1/2026 moet de s[h]ishabar verder gesloten blijven. Het is duidelijk dat de gewone schorsingprocedure te laat zou komen, gelet op de sluiting van de s[h]ishabar en het financieel verlies dat inmiddels geleden wordt. Het is ook duidelijk dat de Stad nog fouten heeft gemaakt waardoor de Stad zelfs de eerste beslissing heeft ingetrokken. Verzoekster meent dan ook te mogen stellen dat, gelet op al deze omstandigheden, wat blijkt uit het verdere relaas, kan aangenomen worden dat de eerste voorwaarde vervuld is. Een beroep tot nietigverklaring zelf, heeft geen schorsende werking. Bijgevolg blijft verzoekster onderhevig aan een ernstig financieel verlies wat betekent dat alleen door de schorsing van de bestreden beslissing, kan ongedaan gemaakt worden. Verzoekster brengt dan ook de nodige ernstige middelen naar voor om de beslissing te laten vernietigen. De Stad heeft zelf eigenlijk al een gedeelte van de beslissing vernietigd en deze staat daar helemaal niet los van, zoals men probeert te beweren.” Beoordeling
- De schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid houdt een ernstige verstoring in van het normale verloop van de rechtspleging voor de Raad van State, herleidt de mogelijkheden tot onderzoek van de zaak tot een strikt minimum en beperkt in aanzienlijke mate de uitoefening van het recht van verdediging van de verwerende partij. De aanwending van die procedure moet dan ook zeer uitzonderlijk blijven in die zin dat ze slechts mag worden aangewend in die enkele gevallen dat het uiterst dringende karakter van de zaak meteen voor iedereen zonder meer duidelijk is, of door de verzoekende partij op duidelijke en onomstootbare wijze wordt aangetoond.
- De schorsing van de tenuitvoerlegging kan niet bevolen worden indien de schorsing niet op één of andere manier voor de verzoekende partij een nuttig effect kan hebben. XII-10.014-5/7
- De uiteenzetting van de verzoekende partij gaat uit van de grondgedachte dat de bestreden beslissing aan de basis ligt van de sluiting van de shishabar, met alle nadelen van dien, zoals een “groot financieel verlies” en “heel veel reputatieschade”. Dit uitgangspunt is echter onjuist aangezien niet de bestreden beslissing, maar wel de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Antwerpen van 5 december 2025, waarbij de uitbatingsvergunning voor de shishabar wordt ingetrokken, een einde heeft gesteld aan de bestaande exploitatie. De thans bestreden beslissing strekt niet tot de intrekking van voormelde beslissing van 5 december 2025, zodat die beslissing verder uitwerking blijft hebben. De schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing kan dan ook niet verhelpen aan de nadelen die door de verzoekende partij worden ingeroepen om het urgent karakter van haar vordering te staven. VII. Conclusie
- Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, §§ 1 en 5, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn, wil een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden toegewezen. VIII. Voorlopige maatregel
- Aangezien werd vastgesteld dat de cumulatieve voorwaarden van artikel 17, §§ 1 en 5, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State voor het uitspreken van een schorsing niet zijn voldaan, moet de vraag tot het opleggen van een voorlopige maatregel onder verbeurte van een dwangsom, waarvoor dezelfde grondvoorwaarden gelden, eveneens worden verworpen. XII-10.014-6/7 BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en de vordering tot het opleggen van een voorlopige maatregel. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op dertig januari tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Peter Sourbron XII-10.014-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.625 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div