← België

Arrest 265656 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 05/02/2026

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 februari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.656 Rolnummer: A. 242013/VII-42537 Zaak: Arrest 265656 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 05/02/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-02-06 Raadplegingen: 163 - laatst gezien 2026-06-18 06:28 Fiche Arrest nr 265.656 van 5 februari 2026 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : heropening debatten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.656 no lien 287523 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 265.656 van 5 februari 2026 in de zaak A. 242.013/VII-42.537 In zake : de BV INBEV BELGIUM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Renaud Van Melsen kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 250 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : J.V. woonplaats kiezend te -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het cassatieberoep

  1. Het cassatieberoep, ingesteld op 17 mei 2024, strekt tot de nietigverklaring van arrest nr. RvVb-A-2324-0649 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 18 april 2024 in de zaak 2223-RvVb-0357-A. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij beschikking nr. 15.955 van 19 augustus 2024 is het cassatieberoep toelaatbaar verklaard. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Peter Provoost heeft een verslag opgesteld. VII-42.537-1/5 Dat verslag werd naar de verzoekende partij verzonden met een ter post aangetekende brief van 30 september
  3. Op 28 november 2025 heeft de hoofdgriffier aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie- procedure bij de Raad van State’. De verzoekende partij heeft gevraagd om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 29 januari
  4. Staatsraad Francis Van Nuffel heeft verslag uitgebracht. Advocaat Renaud Van Melsen, die verschijnt voor de verzoekende partij, is gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Peter Provoost heeft advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 (hierna : RvS-wet). III. Beoordeling
  5. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, RvS-wet geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij geen ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.656 VII-42.537-2/5 verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het verslag.
  6. De verzoekende partij zet uiteen dat zij de aangetekende brief waarmee de griffie het auditoraatsverslag heeft verstuurd, niet heeft ontvangen. Zij zou evenmin een bericht hebben ontvangen dat de aangetekende zending niet kon worden aangeboden en kon worden opgehaald op een afhaalpunt van bpost. Zij benadrukt dat het advocatenkantoor waar zij keuze van woonplaats heeft gedaan, zich bevindt op de 10e verdieping van een gebouw, en dat dit kantoor beschikt over een receptie die elke werkdag ononderbroken open is van 9.00 u. tot 17.00 u. Bovendien zou de brievenbus op het gelijkvloers dagelijks gelicht worden. De omstandigheid dat het auditoraatsverslag haar niet heeft bereikt, zou aldus vreemd zijn aan de wil of nalatigheid van de verzoekende partij, zodat het vermoeden van afstand van geding niet zou kunnen worden toegepast.
  7. Uit de gegevens van het dossier blijkt dat de aangetekende zending waarmee het auditoraatsverslag naar de verzoekende partij werd verstuurd, ongeopend is teruggekeerd naar de griffie. Volgens de “track & trace” gegevens van bpost werd de zending op 1 oktober 2025 om 12.59 u. zonder succes aangeboden en werd “[de] ontvanger […] ingelicht”. De zending was volgens deze gegevens vervolgens van 3 tot 17 oktober 2025 beschikbaar in een afhaalpunt, waarna zij werd teruggestuurd. Aan de “track & trace” gegevens van bpost wordt geen bijzondere bewijswaarde toegekend. Wanneer de bestemmeling aannemelijk maakt dat hij zich correct heeft georganiseerd om post te ontvangen, en ontkent dat de zending op een bepaalde dag en uur werd aangeboden en/of dat een bericht van tevergeefse aanbieding werd achtergelaten, is er geen reden om aan de “track & trace” gegevens van bpost de voorkeur te geven. De onjuistheid van die gegevens kan immers het gevolg zijn van een vergissing van een medewerker van bpost. Er zijn verder geen elementen die erop wijzen dat het kantoor waar de verzoekende VII-42.537-3/5 partij keuze van woonplaats heeft gedaan, niet correct zou zijn georganiseerd om post te ontvangen. Het is bijgevolg onvoldoende zeker dat de aangetekende zending op het adres waar de verzoekende partij woonplaatskeuze heeft gedaan, daadwerkelijk is aangeboden en dat, desgevallend, het bericht van tevergeefse aanbieding in de daartoe bestemde brievenbus werd achtergelaten.
  8. Het vermoeden van afstand van geding wordt in dit geval niet toegepast. Het debat wordt heropend opdat de zaak volgens de gewone rechtspleging wordt verdergezet. De griffie zal aldus het auditoraatsverslag opnieuw ter kennis brengen van de verzoekende partij, waarna zij zal beschikken over een termijn van dertig dagen om desgevallend een verzoek in te dienen tot voortzetting van de procedure. BESLISSING
  9. De Raad van State heropent het debat.
  10. De zaak dient verder te worden behandeld volgens de gewone rechtspleging. VII-42.537-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vijf februari tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Francis Van Nuffel, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Francis Van Nuffel VII-42.537-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.656 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.