id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 februari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.716 Rolnummer: A. 242243/XII-9511 Zaak: Arrest 265716 - Rusthuizen - 11/02/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-02-12 Raadplegingen: 152 - laatst gezien 2026-06-18 06:31 Fiche Arrest nr 265.716 van 11 februari 2026 Sociale zaken en volksgezondheid - Rusthuizen Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.716 no lien 287680 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIIe KAMER nr. 265.716 van 11 februari 2026 in de zaak A. 242.243/XII-9511 In zake : de NV PARC PALACE, thans de NV EMEIS BRUXELLES bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Kristiaan Caluwaerts en Jorge Chávez Aréstegui kantoor houdend te 2600 Berchem Potvlietlaan 6 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen :
- de BICOMMUNAUTAIRE DIENST VOOR GEZONDHEID, BIJSTAND AAN PERSONEN EN GEZINSBIJSLAG (IRISCARE)
- de GEMEENSCHAPPELIJKE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Anthony Poppe kantoor houdend te 9052 Gent Bollebergen 2 A/20 bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Michel Kaiser en Pierre Bellemans kantoor houdend te 1040 Brussel Louis Schmidtlaan 56 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 20 juni 2024, strekt tot de nietigverklaring van de mededeling van 19 april 2024 van de berekening met betrekking tot het verval van de erkenning voor 2 plaatsen in de ouderenvoorziening Parc Palace. XII-9511-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Anja Somers heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partijen hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting van 22 januari 2026, datum waarop de zaak in voortzetting is uitgesteld tot de terechtzitting van 5 februari
- Kamervoorzitter Chantal Bamps heeft verslag uitgebracht. Advocaat Jorge Chávez Aréstegui, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Ellen Verschuere, die loco advocaten Anthony Poppe, Michel Kaiser en Pierre Bellemans verschijnt voor de verwerende partijen, zijn gehoord. Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- XII-9511-2/4 III. Regelmatigheid van het procedureverloop
- Het is de eerste verwerende partij, Iriscare, die de bestreden beslissing heeft genomen. Artikel 15, § 1, tweede lid, van de ordonnantie van 24 april 2008 ‘betreffende de voorzieningen voor ouderen’ bepaalt dat “[h]et verval van de erkenningen […] door Iriscare [wordt] vastgesteld op 15 april van elk jaar”. De tweede verwerende partij, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, moet bijgevolg buiten de zaak worden gesteld. De eerste verwerende partij wordt verder “de verwerende partij” genoemd. IV. Verzoek tot afstand
- Met een brief van 30 januari 2026 doet de verzoekende partij afstand van haar beroep. V. Kosten
- De verzoekende partij vraagt de kosten, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding, ten laste van de verwerende partij te leggen “aangezien in de bestreden beslissing ten onrechte werd gesteld […] dat het beroep […]diende te worden ingeleid bij de Raad van State”.
- In de gegeven omstandigheden past het de kosten, zijnde het rolrecht en de bijdrage, ten laste van de verwerende partij te leggen. Overeenkomstig artikel 30/1 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de afdeling bestuursrechtspraak een ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.716 XII-9511-3/4 rechtsplegingsvergoeding toekennen, die een forfaitaire tegemoetkoming is in de kosten en honoraria van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij. Aangezien de verzoekende partij niet te beschouwen is als een “in het gelijk gestelde partij”, kan haar geen rechtsplegingsvergoeding worden toegekend. BESLISSING
- De Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie wordt buiten de zaak gesteld.
- De Raad van State verleent akte van de afstand.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 24 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op elf februari tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Chantal Bamps, kamervoorzitter, Peter Sourbron, staatsraad, Ann Coolsaet, staatsraad, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Chantal Bamps XII-9511-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.716 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div