id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 februari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.744 Rolnummer: A. 243734/IX-10598 Zaak: Arrest 265744 - Varia (justitie) - 13/02/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-02-17 Raadplegingen: 161 - laatst gezien 2026-06-18 06:31 Fiche Arrest nr 265.744 van 13 februari 2026 Justitie - Varia (justitie) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 265.744 van 13 februari 2026 in de zaak A. 243.734/IX-10.598 In zake: N.N. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Patrick Verachtert kantoor houdend te 3900 Pelt Dorpstraat 124 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michel Van Dievoet kantoor houdend te 3000 Leuven Bondgenotenlaan 155A -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 16 december 2024, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de federale overheidsdienst Justitie, directoraat-generaal Rechterlijke Organisatie, Nationaal Register voor gerechtsdeskundigen en voor beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken van 16 oktober 2024 waarbij de opname van verzoeker in het Nationaal Register voor gerechtsdeskundigen en voor beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken wordt geweigerd. IX-10.598-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verwerende partij ter kennis gebracht op 14 juli
- Op 30 september 2025 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quinquies van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verwerende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Intrekking
- Gelet op artikel 30, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en artikel 14quinquies van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ kan de beslissing waarvan de nietigverklaring gevorderd wordt volgens een versnelde rechtspleging nietig worden verklaard indien noch de verwerende partij, noch degene die belang heeft bij de beslechting van het geschil, een verzoek tot voortzetting van de procedure IX-10.598-2/4 indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag van de auditeur waarin de nietigverklaring wordt voorgesteld.
- In het auditoraatsverslag wordt de nietigverklaring van de bestreden beslissing voorgesteld.
- De verwerende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
- Met een brief van 1 oktober 2025 deelt de verwerende partij evenwel mee dat de bestreden beslissing is ingetrokken bij beslissing van de federale overheidsdienst Justitie, directoraat-generaal Rechterlijke Organisatie, Nationaal Register voor gerechtsdeskundigen en voor beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken van 22 juli
- Door de intrekking van de bestreden beslissing is het voorliggende beroep zonder voorwerp geworden, zodat er geen reden meer is om de bestreden beslissing nietig te verklaren met toepassing van artikel 30, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en artikel 14quinquies van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Verzoeker, die daartoe de gelegenheid is geboden, heeft aan de Raad van State niet meegedeeld het anders te zien. IV. Kosten
- In de gegeven omstandigheden past het de kosten, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding, ten laste van de verwerende partij te leggen. IX-10.598-3/4 BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op dertien februari tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Geert Van Haegendoren IX-10.598-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.744 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div