← België

Arrest 265751 - Wegenwezen - 13/02/2026

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 februari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.751 Rolnummer: A. 241747/X-18660 Zaak: Arrest 265751 - Wegenwezen - 13/02/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-02-16 Raadplegingen: 158 - laatst gezien 2026-06-18 06:32 Fiche Arrest nr 265.751 van 13 februari 2026 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Wegenwezen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 265.751 van 13 februari 2026 in de zaak A. 241.747/X-18.660 In zake : M.C. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Stijn Verbist en Fleur Suetens kantoor houdend te 2560 Kessel Torenvenstraat 16 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : 1. de GEMEENTE RANST 2. het VLAAMSE GEWEST beide bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jonas De Wit kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 23 april 2024, strekt tot de nietigverklaring van: “(

  1. a)Het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Ranst dd. 18 september 2023 houdende de goedkeuring van de rooilijn op 4,50 meter conform het ontwerp rooilijnplan voor de zijstraat Dorpstraat van 3 februari 2020 [en] (
  2. b)Het ministerieel besluit dd. 15 december 2023 betreffende het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Ranst van 18 september 2023 houdende de goedkeuring van de rooilijn op 4,50 meter diep conform het ontwerp rooilijnplan voor de zijstraat van de Dorpstraat.” X-18.660-1/12 II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partijen hebben elk een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Adjunct-auditeur Evelien De Taeye heeft een verslag opgesteld. Verzoeker heeft een laatste memorie ingediend. De verwerende partijen hebben elk een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 30 januari 2026. Staatsraad Patricia De Somere heeft verslag uitgebracht. Advocaat Fleur Suetens die verschijnt voor verzoeker, en advocaat Dylan Vercammen, die loco advocaat Jonas De Wit verschijnt voor de verwerende partijen, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Evelien De Taeye heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. Verzoeker is eigenaar van de percelen gelegen langsheen een zijstraat van de Dorpstraat te Ranst (kadastraal gekend als afdeling 4, sectie A, nrs. 222Y en 219H) waarvoor een nieuwe rooilijn wordt vastgesteld. X-18.660-2/12 3.2. Op 26 juni 2023 stelt de gemeenteraad van de gemeente Ranst een rooilijnplan voor de zijstraat van de Dorpstraat voorlopig vast. 3.3. Tijdens het openbaar onderzoek, dat wordt georganiseerd van 17 juli 2023 tot 16 augustus 2023, dient verzoeker een bezwaarschrift in. 3.4. Met het gemeenteraadsbesluit van 18 september 2023 wordt het rooilijnplan voor de zijstraat van de Dorpstraat definitief vastgesteld. Dit is het eerste bestreden besluit, dat onder meer luidt: “Bijkomende motivering: De voorgestelde aanpassing van de rooilijn kadert in de decretale doelstelling van artikel 3 van het gemeentewegendecreet om de structuur, de samenhang en de toegankelijkheid van de gemeentewegen te vrijwaren en te verbeteren. Dit omvat onder meer de uitbouw van een veilig wegennet op lokaal niveau. In overeenstemming met artikel 4 van hetzelfde decreet is de voorgestelde aanpassing ingegeven vanuit overwegingen van algemeen belang. De noodzaak van deze uitzonderingsmaatregel staat in het bijzonder in het teken van een adequate en duurzame gemeentelijke waterhuishouding. De verkeersveiligheid en ontsluiting van de aangrenzende percelen werden in acht genomen. Er was geen aanleiding om de beoordeling uit te voeren in een gemeentegrensoverschrijdend perspectief. De wijze van aanpassen houdt rekening met de actuele ontsluitingsfunctie van de gemeenteweg en vrijwaart tegelijk de behoeften van de gemeente en huidige en toekomstige generaties aan een duurzame en adequate waterhuishouding. In dit licht werden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten concreet tegen elkaar afgewogen. In dit kader wordt eveneens voorgesteld over te gaan tot onderhandelingen om betrokken grondstroken die niet reeds binnen de eerder vastgestelde, dan wel feitelijke rooilijn vielen, te verwerven voor opname in het openbaar domein. Met name zullen delen van de nutsinfrastructuur op privaat domein komen te liggen (zie hiervoor het bijgevoegde rioleringsplan), wat onduidelijkheid en rechtsonzekerheid oplevert inzake het statuut en het onderhoud van de nutsinfrastructuur, het bovenliggend wegdek en het onderhoud van en de verantwoordelijkheid voor de opstanden. In het kader van de gelijke behandeling van burgers voor de openbare lasten opgelegd in het kader van het algemeen belang, wordt bij de onderhandelingen uitgegaan van verwerving tegen de prijs van de opstanden, of gratis zo er geen opstanden zijn. Zo de eigenaars hier niet wensen op in te gaan, worden voorlopig enkel meer- en minderwaarden toegepast. Aangezien deze werkwijze de gemeentelijke diensten extra taken oplevert, wordt ervan uitgegaan dat een vergunningsaanvraag van de betrokken eigenaar waar mogelijk leidt tot toepassing van de last tot gratis overdracht X-18.660-3/12 van in de aanvraag vermelde openbare wegen en aanhorigheden en van de gronden waarop die worden of zullen worden aangelegd. De meer- en minderwaarden worden berekend overeenkomstig het verslag van de landmeter, waarbij er onder meer van wordt uitgegaan dat de werken die aanleiding hebben [ge]geven tot de aanpassing van de rooilijn een meerwaarde opleveren voor het betrokken perceel (bv mogelijkheid tot aansluiting op nieuwe of verbeterde riolering). Eigenaars kunnen de waarden betwisten in het kader van het openbaar onderzoek naar aanleiding van voorliggende beslissing. Zij moeten daarbij een eigen landmeter aanstellen die deze waarden samen met de door de gemeente aangestelde landmeter zal herbekijken. De meerwaarde wordt per perceel bepaald en bedraagt de raming of kostprijs gedeeld door het aantal begunstigde percelen. Gezien er bij een overdracht geen sprake kan zijn van meer- en minderwaarden, wordt de afrekening van de meer- en minderwaarden enkel doorgevoerd voor zover er geen (akkoord tot) afstand is en in elk geval pas na definitieve oplevering van de werken. Indien de werkelijke kostprijs in het voordeel van de eigenaars afwijkt van de oorspronkelijke raming, wordt er een herberekening doorgevoerd alvorens er gefactureerd wordt. Bespreking van de bezwaren: Er werden 2 bezwaarschriften ingediend. Inhoudelijk zijn deze gelijk. De bezwaarschriften gaan over: − In het gemeenteraadsbesluit wordt er geen melding gemaakt van een onteigeningsplan, maar de gemeente heeft wel de intentie om de betreffende grondstroken te verwerven. De bezwaarindieners zijn hier niet mee akkoord. − Het omvormen van deze private erfdienstbaarheid naar een gemeenteweg is gericht op het vrijwaren van private belangen van de gemeente. − Er wordt geen optimale riolering voorzien, op andere locaties is dit wel het geval. De gemeente handelt in het algemeen belang. Het is in het algemeen belang om de riolering te kunnen aanleggen aan zo veel mogelijk percelen omdat hierdoor het afvalwater kan worden afgevoerd en gezuiverd. Dit project kadert in deze doelstelling. Waar het nodig is moet de gemeente de grond verwerven om de werken ondergronds te kunnen laten uitvoeren. De rooilijnbreedte is hier zelfs heel wat smaller genomen dan standaard omdat er geen open grachten of openbare bermen worden voorzien en doordat de breedte van de wegenis zich beperkt tot het strikt noodzakelijke. Behalve de aanleg van de riolering staat de gemeente ook in voor het onderhoud van de openbare wegenis. Op die manier kunnen alle aangelanden op comfortabele wijze hun perceel bereiken. De gemeente heeft geen private belangen bij deze werken. Bijlagen: - Nieuw rooilijnplan zijstraat Dorpstraat opgetekend door beëdigd landmeter [J.F.] op 3 februari 2020 - Schattingsverslag van landmeter [J.F.] - Plan rioleringswerken - bezwaarschriften.” X-18.660-4/12 3.5. Tegen dit gemeenteraadsbesluit van 18 september 2023 houdende de definitieve vaststelling van het rooilijnplan stelt verzoeker een bestuurlijk beroep in bij de bevoegde Vlaamse minister. Dat beroep wordt afgewezen bij ministerieel besluit van 15 december 2023. Dit is het tweede bestreden besluit. IV. Onderzoek van het enige middel Uiteenzetting van het middel 4. In een enig middel voert verzoeker de schending aan van de artikelen 3, 4 en 25, § 2, van het decreet van 3 mei 2019 ‘houdende de gemeentewegen’ (hierna: het gemeentewegendecreet), en de materiëlemotiveringsplicht, het zorgvuldigheids- en redelijkheidsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Verzoeker vat zijn middel als volgt samen: “Doordat de eerste bestreden beslissing uitsluitend kadert in het privaat belang van de verkavelaar en geenszins een algemeen belang dient en doordat de tweede bestreden beslissing dit in de wettigheidscontrole op de eerste bestreden beslissing niet heeft vastgesteld, ligt een schending van de onder hoofding vermelde bepalingen voor. Het ontbreekt de bestreden beslissingen aan een gedegen motivering en een redelijke, eigen in concreto, zorgvuldige beoordeling van respectievelijk het bezwaarschrift en het beroepschrift van de verzoekende partij, zodat ook de beginselen van behoorlijk bestuur zijn geschonden.” Volgens verzoeker kan uit de eerste bestreden beslissing niet worden afgeleid dat de vaststelling van de nieuwe rooilijn het algemeen belang zou dienen en werd geen zorgvuldige afweging gemaakt zoals is vereist op grond van artikel 4, 5°, van het gemeentewegendecreet. Voorts stelt verzoeker dat in zijn voordeel een erfdienstbaarheid werd gevestigd voor het aanleggen – op eigen X-18.660-5/12 kosten – van een riolering naar de Dorpstraat, wat “de intentie van de gemeente Ranst om de betreffende grondstroken al dan niet gratis te verwerven voor opname in het openbaar domein dan ook in vraag stelt”. Er wordt geen melding gemaakt van een onteigeningsplan om de voornoemde verwerving te realiseren, noch ligt een bewijs voor dat “de betreffende private erfdienstbaarheid een gemeenteweg zou zijn”. Voor zover de eerste bestreden beslissing stelt dat “de voorgestelde aanpassing van de rooilijn kadert in de decretale doelstelling van artikel 3 van het gemeentewegendecreet om de structuur, de samenhang en de toegankelijkheid van de gemeentewegen te vrijwaren en te verbeteren”, merkt verzoeker op dat het rooilijnplan voorziet in een rooilijnbreedte van 3 meter aan het begin en het einde, en van 4,50 meter in het midden van de nieuwe wegenis. Hij ziet niet goed in hoe deze rooilijn, die niet overal dezelfde breedte heeft, de verkeersveiligheid ten goede komt. Deze willekeurige rooilijnbreedte van 4,50 meter is enkel ingegeven ten voordele van de private verkavelaar vermits – blijkens de weigering van de omgevingsvergunningsaanvraag door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Ranst van 11 mei 2023 – een rooilijnbreedte van 3 meter niet volstond. Hiermee wordt “letterlijk gewerkt op maat van de verkavelaar, die uitsluitend een privaat belang heeft”. Met de verkaveling zal de drukte in het smalle straatje toenemen, wat de verkeersveiligheid in ieder geval niet ten goede zal komen. In het bestreden gemeenteraadsbesluit wordt gesteld, onder het mom van de rioleringswerken die zouden kaderen in het algemeen belang, dat er een noodzaak bestaat om gronden te verwerven zodat de gemeente de werken ondergronds kan uitvoeren. Er wordt evenwel niet aangegeven waarom deze rioleringswerken zouden verantwoorden dat de weg enkel ter hoogte van het te verkavelen perceel breder wordt gemaakt. Wat het rioleringsproject precies inhoudt, blijft geheel onbesproken zodat dit project volgens verzoeker slechts een drogreden is om de rooilijn te wijzigen. Verzoeker besluit dat de eerste bestreden beslissing kennelijk uitsluitend een privaat belang dient, waardoor deze in strijd is met artikel 4, 1°, van X-18.660-6/12 het gemeentewegendecreet. Aangezien de tweede verwerende partij de hoger vastgestelde onwettigheid niet heeft vastgesteld, ondanks de beroepsgrieven van verzoeker in dat verband, is ook de tweede bestreden beslissing per definitie behept met een onwettigheid. 5. In de memorie van wederantwoord benadrukt verzoeker dat zijn standpunt niet is dat de rioleringswerken niet in het algemeen belang zouden zijn, maar wel dat er geen verantwoording wordt bijgebracht voor het voorzien van de nieuwe riolering en de daarmee gepaard gaande verbreding in het midden van de wegenis. Er zou geen nieuwe riolering vereist zijn indien de gewenste verkaveling niet wordt gerealiseerd. Uit het rioleringsplan kan niet worden afgeleid waarom de wegenis slechts ter hoogte van de gewenste verkaveling breder wordt gemaakt, nu ook in het begin van de wegenis een riolering wordt aangelegd. De rioleringswerken zijn bijgevolg geen rechtsgeldige reden voor de uitbreiding en heraanleg van de wegenis. Verzoeker benadrukt voorts dat er thans geen ontsluitingsproblemen bestaan, en dat die slechts zouden ontstaan met de komst van de gewenste verkaveling. Ook het vrijmaken voor bijkomende ruimte voor de noodzakelijke nutsvoorzieningen en riolering zal pas nodig zijn indien de verkaveling effectief wordt gerealiseerd. 6. In zijn laatste memorie herhaalt verzoeker dat uit het eerste bestreden besluit niet kan worden afgeleid “waarom er plots een nieuwe riolering in het algemeen belang dient te worden aangelegd”, en “waarom nu plots wél een rooilijnbreedte van 4,50 meter zou moeten worden aangenomen”. In het project ‘Rioleringswerken zijstraat Dorpstraat RAN 3025’ van 2019 was voorzien in een vaste rooilijnbreedte van 3 meter, zodat enkel kan worden geconcludeerd dat de wijzigingen aan de rooilijn louter zijn ingegeven vanuit de belangen van de ontwikkelaar. X-18.660-7/12 Beoordeling 7. Het gemeentewegendecreet luidt: “[…] Art. 2. Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder: […] 5° gemeentelijk rooilijnplan: grafisch verordenend plan waarbij de huidige en toekomstige grenzen van een of meer gemeentewegen worden bepaald. Het gemeentelijk rooilijnplan geeft een openbare bestemming aan de gronden die in de gemeenteweg opgenomen zijn of opgenomen zullen worden; 6° gemeenteweg: een openbare weg die onder het rechtstreekse en onmiddellijke beheer van de gemeente valt, ongeacht de eigenaar van de grond; […] Art. 3. Dit decreet heeft tot doel om de structuur, de samenhang en de toegankelijkheid van de gemeentewegen te vrijwaren en te verbeteren, in het bijzonder om aan de huidige en toekomstige behoeften aan zachte mobiliteit te voldoen. Om de doelstelling, vermeld in het eerste lid, te realiseren voeren de gemeenten een geïntegreerd beleid, dat onder meer gericht is op: 1° de uitbouw van een veilig wegennet op lokaal niveau; 2° de herwaardering en bescherming van een fijnmazig netwerk van trage wegen, zowel op recreatief als op functioneel vlak. Art. 4. Bij beslissingen over wijzigingen van het gemeentelijk wegennet wordt minimaal rekening gehouden met de volgende principes: 1° wijzigingen van het gemeentelijk wegennet staan steeds ten dienste van het algemeen belang; 2° een wijziging, verplaatsing of afschaffing van een gemeenteweg is een uitzonderingsmaatregel die afdoende wordt gemotiveerd; 3° de verkeersveiligheid en de ontsluiting van aangrenzende percelen worden steeds in acht genomen; 4° wijzigingen aan het wegennet worden zo nodig beoordeeld in een gemeentegrensoverschrijdend perspectief; 5° bij de afweging voor wijzigingen aan het wegennet wordt rekening gehouden met de actuele functie van de gemeenteweg, zonder daarbij de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang te brengen. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen. […] Art. 8. Niemand kan een gemeenteweg aanleggen, wijzigen, verplaatsen of opheffen zonder voorafgaande goedkeuring van de gemeenteraad. […] Art. 10. Bij beslissingen over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen wordt rekening gehouden met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 […]. X-18.660-8/12 Art. 11. §1. De gemeenten leggen de ligging en de breedte van de gemeentewegen op hun grondgebied vast in gemeentelijke rooilijnplannen, ongeacht de eigenaar van de grond. […].” 8. De beoordeling van opportuniteitskritiek behoort niet tot de bevoegdheid van de Raad van State, die een wettigheidsrechter is. In de uitoefening van zijn wettigheidscontrole mag de Raad van State zich niet in de plaats stellen van de gemeenteraad, die bij het vaststellen van een gemeentelijk rooilijnplan beschikt over een discretionaire bevoegdheid, maar is hij desgevraagd wel bevoegd om na te gaan of deze overheid op grond van juiste feitelijke gegevens in redelijkheid heeft kunnen beslissen. 9. Voor zover verzoeker aanvoert dat geen melding wordt gemaakt van een onteigeningsplan, noch bewijs voorligt dat “de betreffende private erfdienstbaarheid [op deze wegenis] een gemeenteweg zou zijn”, verduidelijkt hij niet op welke wijze de in het middel aangehaalde bepalingen en beginselen zouden zijn geschonden. In ieder geval, zoals in het tweede bestreden besluit wordt gesteld, staat het de gemeenteraad vrij om, met toepassing van artikel 8 van het gemeentewegendecreet, een nieuwe gemeenteweg aan te leggen zonder dat sprake is van een reeds bestaande openbare erfdienstbaarheid. Bovendien is, zoals bevestigd wordt in artikel 2, 6°, van het gemeentewegendecreet, het eigendomsstatuut van de wegzate niet bepalend om het onderscheid te maken tussen een openbare weg en een private weg. Het middel is in die mate, voor zover ontvankelijk, ongegrond. 10. Verzoeker stelt voorts in essentie dat de wijziging van de rooilijn in de zijstraat van de Dorpstraat niet is ingegeven vanuit het algemeen belang zoals is vereist krachtens artikel 4, 1°, van het gemeentewegendecreet, maar enkel ten dienste staat van het privaat verkavelingsproject in deze zijstraat. X-18.660-9/12 Blijkens het bestreden gemeenteraadsbesluit wordt het rooilijnplan vastgesteld vanuit de noodzaak om riolering aan te leggen, waarbij waar nodig “de gemeente de grond [moet] verwerven om de werken ondergronds te kunnen laten uitvoeren”, en de waterhuishouding te verbeteren, evenals om de bereikbaarheid en ontsluitingsgraad van de aangelanden te verbeteren. Dit zijn motieven van algemeen belang. 11. Anders dan verzoeker aanvoert, wordt het rioleringsproject wel concreet toegelicht, gelet op het rioleringsplan dat als bijlage bij het eerste bestreden besluit is gevoegd. De omstandigheden dat het rioleringsproject reeds dateert van 2019, en dat de gemeente niet eerder is opgetreden, leidt niet tot enige onwettigheid. Zoals in het tweede bestreden besluit wordt gesteld, maakt de “omstandigheid dat de gemeente Ranst niet eerder voorzag in enige initiatieven tot de aanleg van een rioleringsstelsel en op heden wel, […] dergelijk initiatief nog niet onwettig noch partijdig en niet in […] het algemeen belang.” Ook de omstandigheid dat het rooilijnplan voorziet in een rooilijnbreedte van 3 meter in het begin en het einde van de wegenis, terwijl in het midden een rooilijnbreedte van 4,5 meter is voorzien, toont de onwettigheid van het bestreden gemeenteraadsbesluit niet aan. Verzoeker zet niet nader uiteen hoe het gegeven dat er geen eenvormige breedte wordt voorzien doorheen het rooilijnplan de verkeersveiligheid ter plaatse in het gedrang zou brengen. Voorts, zoals in het tweede bestreden besluit wordt gesteld, neemt de “omstandigheid dat de voorliggende rooilijnaanpassing tevens een privaat belang ten goede zou komen, […] niet weg dat de voorliggende motieven hoofdzakelijk ingegeven zijn vanuit het algemeen belang en dat de verkaveling in de toekomst ook impliciet het algemeen [belang] kan raken, doch op heden ondergeschikt, dat er ontsluiting en toegang mogelijk gemaakt wordt voor drie nieuwe woongelegenheden”. Dat het bestreden rooilijnplan volgens verzoeker afbreuk zal doen aan het rustig en autoluw karakter van deze zijstraat ten nadele van de X-18.660-10/12 bewoners van de andere percelen, maakt het bestreden gemeenteraadsbesluit, dat uitdrukkelijk berust op motieven van algemeen belang, evenmin onwettig. Verzoeker toont niet aan dat de gemeente geen zorgvuldige afweging heeft gemaakt van “de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten” in de zin van artikel 4, 5°, van het gemeentewegendecreet. 12. Gelet op het voorgaande, maakt verzoeker niet aannemelijk dat de verwerende partijen met de bestreden besluiten de grenzen van de redelijkheid te buiten zouden zijn gegaan of anderszins onwettig gehandeld zouden hebben. 13. Het enige middel wordt verworpen. BESLISSING 1. De Raad van State verwerpt het beroep. 2. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, en een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan elk van de verwerende partijen. X-18.660-11/12 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op dertien februari tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jan Clement, kamervoorzitter, Stephan De Taeye, staatsraad, Patricia De Somere, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Jan Clement X-18.660-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.751 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.