← België

Arrest 265856 - Provinciale en lokale reglementen (behalve fiscaal) - 27/02/2026

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 februari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.856 Rolnummer: A. 241715/X-18655 Zaak: Arrest 265856 - Provinciale en lokale reglementen (behalve fiscaal) - 27/02/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-03-02 Raadplegingen: 124 - laatst gezien 2026-06-18 06:09 Fiche Arrest nr 265.856 van 27 februari 2026 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Provinciale en lokale reglementen (behalve fiscaal) Beslissing : Verwerping Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 265.856 van 27 februari 2026 in de zaak A. 241.715/X-18.655 In zake :

  1. C.V.
  2. A.G. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pieter Van Assche kantoor houdend te 9000 Gent Koning Albertlaan 128 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de GEMEENTE KOKSIJDE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Laurent Proot en Féline Vanden Bussche kantoor houdend te 9000 Gent Kasteellaan 141 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  3. Het beroep, ingesteld op 17 april 2024, strekt tot de nietigverklaring van het “besluit van de gemeenteraad van de gemeente Koksijde van 13 november 2023 strekkende tot hervaststelling van het gemeentelijk aanvullend politiereglement op het verkeer – gemeentewegen – zeedijk groenendijk, bekendgemaakt op de gemeentelijke website op 22 november 2023”. II. Verloop van de rechtspleging
  4. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Lise Vandenhende heeft een verslag opgesteld. X-18.655-1/12 Eerste verzoekster heeft een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 december
  5. Staatsraad David D’Hooghe heeft verslag uitgebracht. Advocaat Sander Kaïret, die loco advocaat Pieter Van Assche verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Féline Vanden Bussche, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Evelien De Taeye heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. III. Feiten 3.
  7. Elk van de verzoekende partijen is (mede-)eigenaar van een appartement in de residentie C., gelegen te Noordenwindhelling 1, 8670 Koksijde. 3.
  8. Op 13 november 2023 beslist de gemeenteraad van de gemeente Koksijde tot de “hervaststelling van het gemeentelijk aanvullend politiereglement op het verkeer – gemeentewegen – Zeedijk Groenendijk”. Dit is het bestreden besluit. X-18.655-2/12 3.
  9. De hervaststelling van het reglement voert een parkeerverbod in langs de zuidkant van de Zeedijk Groenendijk, hetgeen in de aanhef van het reglement als volgt wordt verantwoord: “Overwegende dat de Zeedijk Groenendijk dringend aan vernieuwing [toe] is; Overwegende dat het invoeren van een parkeerverbod voor een meer ordentelijk wegbeeld zal zorgen waarbij in de huidige situatie een chaotisch wegbeeld is doordat auto’s er dwarsgeparkeerd, langsgeparkeerd staan; Overwegende dat het langs alle Zeedijken in politiezone Westkust verboden is te parkeren waardoor dit uniformiteit geeft binnen deze zone; Overwegende dat een parkeerverbod de verkeersveiligheid verbetert doordat er minder conflicten zullen zijn tussen voertuigen en fietsers/voetgangers; Overwegende dat een parkeerverbod geen negatieve impact heeft op de bereikbaarheid van de woningen langs de Zeedijk Groenendijk en dat alle woningen sowieso toegankelijk blijven; Overwegende dat met het invoeren van een parkeerverbod [men] nog steeds kan overgaan tot de activiteit van laden en lossen zoals boodschappen uitladen, valiezen afzetten, … ; Overwegende dat in de omliggende straten wel nog mag geparkeerd worden; Overwegende dat het verlies van een beperkt aantal parkeerplaatsen niet opweegt tegen de verbetering van de verkeersveiligheid (vermijden van conflicten tussen parkerende en geparkeerde wagens enerzijds en fietsers en voetgangers anderzijds.” De besluitenlijst van de gemeenteraad vermeldt ter zake het volgende: “Er is een nieuw ontwerp voor de heraanleg van de Zeedijk in Groenendijk. Deze is dringend aan vernieuwing toe en alsook moeten er rioleringswerken worden uitgevoerd. Op vandaag is [er] een pad voor gemengd gebruik van voetgangers en fietsers en een rijweg die continu toegankelijk is voor gemotoriseerd verkeer. In de berm, deels op het openbaar domein en deels op privéterrein, wordt geparkeerd. In afwachting van de effectieve herinrichting wenst me[n] al een parkeerverbod in te voeren langs deze Zeedijk. Deze maatregel is dezelfde als langs de Zeedijk in Koksijde, Sint- Idesbald en Oostduinkerke. Ook langs de Zeedijk in De Panne en in Nieuwpoort mag niet worden geparkeerd. Dit zorgt voor een uniformiteit langs alle zeedijken in de politiezone Westkust. Een parkeerverbod zal zorgen voor minder conflicten tussen voertuigen en zwakke weggebruikers (fietsers en voetgangers). Momenteel geldt hier geen parkeerverbod en dit zorgt voor een chaotisch wegbeeld: auto's staan soms dwarsgeparkeerd, soms langsgeparkeerd. Met het invoeren van het parkeerverbod is het duidelijk dat er niemand mag parkeren. Dit zal de X-18.655-3/12 verkeersveiligheid en uniformiteit van de verkeerssituatie langs de Zeedijken ten goede komen. Het parkeerverbod zorgt er niet voor dat de langs de Zeedijk gelegen (meergezins)woningen niet bereikbaar zouden blijven. Een bewoner/bezoeker kan ten alle tijde nog zijn woning bereiken. Daarnaast geeft het parkeerverbod ook de mogelijkheid om te laden en lossen, er mag dus stilgestaan worden om bijvoorbeeld boodschappen uit te laden, valiezen af te zetten, ... Verder zal het parkeerverbod niet leiden tot een onaanvaardbare stijging van de parkeerdruk in de omgeving. In de huidige situatie zijn er langs de Zeedijk Groenendijk 9 officiële parkeerplaatsen. Daarnaast zijn er 31 niet officiële parkeerplaatsen die deels op privé en deels op openbaar domein zijn gelegen en die niet conform de Wegcode zijn. Bij parkeerverbod kan er uitgeweken worden naar de andere straten (Dewittelaan, Westdiephelling, Oostdiephelling, E. Debongnieplein) ofwel kan er geparkeerd worden voor de (eigen) aanwezige garage, maar dit zonder het openbaar domein in te nemen. Zowel inwoners als tweede verblijvers kunnen zich ook een parkeerkaart aanschaffen. Deze kaart geeft de mogelijkheid om in de betalende zone (111= paarse zone) aan een forfaitaire prijs te parkeren, zonder gebruik te maken van een betaalautomaat. Volgens een door SWECO uitgevoerde parkeertelling in 2022 (in het kader van de omgevingsvergunningsaanvraag voor de heraanleg van de Zeedijk- Groenendijk) blijkt er enkel in het zomerseizoen een overdruk naar parkeren toe, hetgeen ertoe kan leiden dat er een lokaal – met name in de omliggende straten – tekort aan parkeerplaatsen is. Dit is evenwel een algemeen verschijnsel in gans Koksijde en is eigen aan een toeristische kustgemeente. Concreet zal dit betekenen dat mogelijks iets verder dient te worden geparkeerd. Bovendien weegt het verlies van een beperkt aantal parkeerplaatsen niet op tegen de verbetering van de verkeersveiligheid (vermijden van conflicten tussen parkerende en geparkeerde wagens enerzijds en fietsers en voetgangers anderzijds), hetgeen prioritair is in het licht van het vrijwaren van het algemeen belang.Het invoeren van het parkeerverbod werd door de verkeerscommissie positief geadviseerd op 7 september
  10. Deze maatregel gaat in op 1 april 2024.” 3.
  11. Nadat onder meer door de verzoekende partijen een klacht werd ingediend in het kader van het bestuurlijk toezicht, beslist de gouverneur van de provincie West-Vlaanderen op 15 februari 2024 om geen toepassing te maken van zijn toezichtsbevoegdheid. 3.
  12. Op 22 januari 2024 beslist de bevoegde Vlaamse minister om het bestuurlijk beroep dat op 21 december 2023 tegen de onder randnummer 3.2 vermelde beslissing van de gemeenteraad van de gemeente Koksijde van X-18.655-4/12 13 november 2023 werd ingesteld, gesteund op artikel 24 van het decreet van 3 mei 2019 ‘houdende de gemeentewegen’ (hierna: het gemeentewegendecreet), onontvankelijk te verklaren. Dit besluit wordt met een afzonderlijk annulatieberoep bestreden (zaak A. 241.578/X-18.633). IV. Afstand
  13. Tweede verzoeker heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend binnen een termijn van dertig dagen na de betekening van het auditoraatsverslag waarin de verwerping van het beroep werd voorgesteld. Gelet op artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt bijgevolg te zijnen aanzien een vermoeden van afstand van geding. V. Onderzoek van het enige middel Uiteenzetting van het middel
  14. Het enige middel voert de schending aan van het zorgvuldigheidsbeginsel en van de materiëlemotiveringsplicht als algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
  15. Het wordt door verzoekster als volgt samengevat: “Het eerste en enig middel werpt een schending op van de materiële motiveringsplicht en de zorgvuldigheidsplicht en wordt opgedeeld in drie onderdelen. Het eerste onderdeel zet uiteen dat de gemeenteraad zich op kennelijk foutieve gegevens heeft gebaseerd bij het vaststellen van het aanvullend gemeentelijk reglement. Enerzijds stelt de gemeenteraad ten onrechte dat de zeedijk een Zeedijk zou zijn én anderzijds worden private parkeerplaatsen aangeduid als parkeerplaatsen die op openbaar domein gelegen zouden zijn. In het tweede onderdeel wordt uiteengezet dat de gemeenteraad een onzorgvuldige afweging van de diverse belangen heeft gemaakt en de facto private parkeerplaatsen inlijft in het openbaar domein, dit alles met het oog op de herinrichting van de gemeenteweg, waarbij er reeds X-18.655-5/12 twee omgevingsvergunningsprocedures werden stopgezet omwille van belemmeringen op vlak van mobiliteit en de motieven de beslissing niet kunnen dragen. In het derde onderdeel wordt uiteengezet dat de zorgvuldigheidsplicht geschonden werd door geen enkele vorm van inspraak te organiseren.” Beoordeling
  16. Het eerste middelonderdeel bekritiseert in eerste instantie dat de verwerende partij de zeedijk Groenendijk een zeedijk noemt en deze vergelijkt met de zeedijken van Koksijde-bad, Sint-Idesbald en Oostduinkerke-Bad. Volgens verzoekster is zeedijk Groenendijk “een straat met laagbouw meergezinswoningen en villa’s, waar geen horeca of toeristische activiteiten plaatsvinden” en is deze om die reden niet vergelijkbaar met de “Zeedijken waar de gemeenteraad naar verwijst […] in de zin van wandelpromenades, boulevards met vele horeca en toeristische aangelegenheden”.
  17. Het louter gegeven dat zeedijk Groenendijk zich niet aandient als een boulevard met horeca en op toerisme gerichte uitbatingen, maakt het evenwel niet minder een “tegen de zee […] opgeworpen dijk” (Van Dale). Uit het administratief dossier blijkt bovendien dat de zeedijk Groenendijk, net als de andere zeedijken, wordt gebruikt door wandelaars, fietsers, en gocarts. Verzoekster toont dan ook niet aan dat zeedijk Groenendijk zich op een relevante manier van de andere zeedijken zou onderscheiden voor wat betreft het opleggen van een parkeerverbod. Dit blijkt ook niet uit de bestemming als overgangsgebied recreatie-natuur, terwijl andere zeedijken bestemd zijn als centrumgebied voor dagrecreatie. Dat er geen hoogbouw is, doet niet anders besluiten. X-18.655-6/12
  18. Wat betreft de bewering dat de gemeenteraad er ten onrechte van is uitgegaan dat de betrokken parkeerplaatsen op het openbaar domein gelegen zijn, terwijl het in werkelijkheid zou gaan om private parkeerplaatsen, blijkt vooreerst niet dat de bestreden beslissing enige uitspraak doet over de eigendomssituatie van de kwestieuze parkeerplaatsen. Uit de bestreden beslissing blijkt evenmin dat het de mogelijkheid om private eigendom voor de stalling van voertuigen te gebruiken, zonder meer uitsluit.
  19. De verklarende nota bij de bestreden beslissing verwijst wel naar het bestaan van “31 niet officiële parkeerplaatsen die deels op privé en deels op openbaar domein zijn gelegen en die niet conform de Wegcode zijn”, die door de bestreden beslissing komen te vervallen. Ook dat betwist verzoekster. Zij is van mening dat de kwestieuze parkeerplaatsen “niet op [het] openbaar domein gelegen zijn, maar wel privatief zijn”. Ter zake verwijst zij naar het ontbreken van een “vastgestelde rooilijn die de grens met het openbaar domein bepaalt”. In wezen betwist verzoekster dan ook dat de kwestieuze “31 niet officiële parkeerplaatsen” gedeeltelijk op het openbaar domein zouden gelegen zijn.
  20. Uit artikel 5, § 1, van het decreet van 16 mei 2008 ‘betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens’ vloeit voort dat een gemeentelijk reglement dat een parkeerverbod instelt, betrekking moet hebben op een gemeenteweg in de zin van artikel 2, 4°, van het decreet van 16 mei
  21. Het moet dus gaan om een openbare weg die wordt beheerd door de gemeente.
  22. Wat een openbare weg is, wordt niet nader gedefinieerd. Aangenomen wordt dat het gaat om de eigenlijke rij- of wandelweg, met inbegrip van de aanhorigheden. Het louter gegeven dat de betrokken parkeerplaatsen geen onderdeel zouden uitmaken van het voor motorvoertuigen berijdbaar gedeelte, toont op zich dan ook niet aan zij geen deel uitmaken van de openbare weg. X-18.655-7/12
  23. Voorts staat vast dat het privaat eigendomsstatuut van de weg niet uitsluit dat een weg een openbare bestemming heeft: “Zoals al in de algemene toelichting is opgenomen, vertrekt dit voorstel van decreet van één juridisch statuut voor alle openbare wegen waarvoor de gemeente de beheerder is, onafhankelijk van het eigendomsstatuut van de wegzate of de ‘origine’ van de weg. Niet het eigendomsstatuut van de wegzate, maar wel de bestemming die eraan gegeven wordt, bepaalt immers het openbare karakter van een weg.” (Parl.St. Vl.Parl., 2018-19, nr. 1847/1, 14-15)
  24. Blijft de vraag of de verwerende partij er in het kader van de bestreden besluitvorming mocht van uitgaan dat de “niet officiële parkeerplaatsen” minstens voor een gedeelte tot de openbare weg behoren. Verzoekster beweert stellig dat dit niet het geval is, maar daar blijft het bij. Zij toont niet aan de betrokken parkeerplaatsen niet (gedeeltelijk) geacht kunnen worden deel uit te maken van (de aanhorigheden van) de openbare weg. Haar betoog dat geen rooilijnplan werd vastgesteld en dat de parkeerplaatsen op private eigendom gelegen zijn, volstaat daartoe niet. Dat de betrokken parkeerplaatsen geen deel zouden uitmaken van (de aanhorigheden van) de openbare weg wordt evenmin aangetoond door de kritiek die verzoekster formuleert ten aanzien van een plan dat haar werd bezorgd, en waarop de kwestieuze parkeerplaatsen worden aangeduid.
  25. Het middelonderdeel luidens hetwelk de verwerende partij er ten onrechte aan is voorbijgegaan dat de betrokken parkeerplaatsen privatief zijn, is in de aangegeven mate ongegrond. Het eerste middelonderdeel is dan ook ongegrond.
  26. Het tweede middelonderdeel voert aan dat, door een aantal parkeerplaatsen te schrappen met het oog op de verbetering van de verkeersveiligheid, de verwerende partij “op onevenredige wijze de private X-18.655-8/12 belangen van de eigenaars van deze parkeerplaatsen [miskent]” en daarbij ook overgaat tot “een de facto onteigening”.
  27. In de mate dat verzoekster er ook in het kader van dit middelonderdeel van uitgaat dat de betrokken parkeerplaatsen niet (deels) op de openbare weg zijn gelegen, wordt verwezen naar de beoordeling van het eerste middelonderdeel.
  28. De bestreden beslissing overweegt ter zake onder meer dat “een parkeerverbod geen negatieve impact heeft op de bereikbaarheid van de woningen langs de Zeedijk Groenendijk en dat alle woningen sowieso toegankelijk blijven” en dat men “nog steeds kan overgaan tot de activiteit van laden en lossen zoals boodschappen uitladen, valiezen afzetten, … ”. Verzoekster overtuigt er niet van dat de verwerende partij, door het algemeen belang inzake verkeersveiligheid te laten prevaleren op het privaat belang van het behoud van de betrokken parkeerplaatsen, de grenzen van de redelijkheid te buiten is gegaan of anderszins onwettig heeft gehandeld.
  29. Het tweede middelonderdeel bekritiseert de bestreden beslissing ook om reden dat het in werkelijkheid zou gaan om een voorafname op de heraanleg van de Groenendijk. Verzoekster voert ter zake aan dat al twee omgevingsvergunningsprocedures werden stopgezet “nadat er diverse onwettigheden werden opgeworpen tijdens het openbaar onderzoek of tijdens de administratieve beroepsprocedure” die bovendien waren gerelateerd aan “[d]e parkeerplaatsen ter hoogte van de residenties […] alsook het ontbreken van een rooilijnplan”. Volgens verzoekster is het bestreden parkeerverbod ingegeven met de bedoeling “om een van de hoofdgrieven bij het herinrichtingsdossier, met name het verdwijnen van de private parkeerplaatsen voor de garages van de Residenties door deze in het openbaar domein in te lijven zonder daarbij de vereiste procedures uit het Gemeentewegendecreet te volgen, te neutraliseren”. X-18.655-9/12
  30. De bestreden beslissing erkent “dat de Zeedijk Groenendijk dringend aan vernieuwing [toe] is”. De bestreden beslissing wordt niettemin verantwoord om reden “dat het invoeren van een parkeerverbod voor een meer ordentelijk wegbeeld zal zorgen waarbij in de huidige situatie een chaotisch wegbeeld is doordat auto’s er dwarsgeparkeerd, langsgeparkeerd staan” en “een parkeerverbod de verkeersveiligheid verbetert doordat er minder conflicten zullen zijn tussen voertuigen en fietsers/voetgangers”.
  31. Verzoekster overtuigt er niet van dat deze motieven de bestreden beslissing niet kunnen verantwoorden. De loutere omstandigheid dat de bestreden beslissing van aard zou kunnen zijn om, in een volgende fase, de heraanleg van de Groenendijk te faciliteren, maakt de bestreden beslissing niet onwettig.
  32. Het derde middelonderdeel voert aan dat “– gelet op de historiek van het dossier – minstens in het kader van de zorgvuldigheidsnorm verwacht [mocht] worden van de gemeenteraad dat [h]ij de betrokken eigenaars zou consulteren”. Opnieuw wordt verwezen naar het gegeven “dat de grens van het openbaar domein ter discussie ligt én er 31 parkeerplaatsen op privaat domein worden ingepalmd met schending van de belangen van deze private eigenaars tot gevolg”.
  33. De bestreden beslissing betreft een parkeerverbod op de openbare weg. Ze beoogt geen uitspraak te doen over de begrenzing van het openbaar domein. Wel gaat de bestreden beslissing ervan uit dat het parkeerverbod op de openbare weg met zich meebrengt dat 31 niet-officiële parkeerplaatsen komen te vervallen. X-18.655-10/12 De aanname dat de betrokken parkeerplaatsen niet (deels) op de openbare weg – en het openbaar domein – zijn gelegen, werd bij de beoordeling van het eerste middelonderdeel niet aangenomen.
  34. In het licht van wat voorafgaat, overtuigen de verzoekende partijen er niet van dat het niet organiseren van een inspraakmoment over het kwestieuze parkeerverbod de onwettigheid van de bestreden beslissing met zich zou meebrengen.
  35. Ook het derde middelonderdeel wordt verworpen.
  36. Het enige middel wordt in zijn geheel verworpen. BESLISSING
  37. De Raad van State spreekt de afstand van geding in hoofde van tweede verzoeker uit.
  38. De Raad van State verwerpt het beroep.
  39. De verzoekende partijen worden, elk voor de helft, verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. X-18.655-11/12 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zevenentwintig februari tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Stephan De Taeye, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, David D’Hooghe, staatsraad, Frédéric Vanneste, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Stephan De Taeye X-18.655-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.856 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.