← België

Arrest 265857 - Provinciale en lokale reglementen (behalve fiscaal) - 27/02/2026

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 februari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.857 Rolnummer: A. 241578/X-18633 Zaak: Arrest 265857 - Provinciale en lokale reglementen (behalve fiscaal) - 27/02/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-03-02 Raadplegingen: 120 - laatst gezien 2026-06-18 06:36 Fiche Arrest nr 265.857 van 27 februari 2026 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Provinciale en lokale reglementen (behalve fiscaal) Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 265.857 van 27 februari 2026 in de zaak A. 241.578/X-18.633 In zake :

  1. C.V.
  2. A.G. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pieter Van Assche kantoor houdend te 9000 Gent Koning Albertlaan 128 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jonas De Wit kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de GEMEENTE KOKSIJDE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Laurent Proot en Féline Vanden Bussche kantoor houdend te 9000 Gent Kasteellaan 141 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1.
  3. Het beroep, ingesteld op 29 maart 2024, strekt tot de nietigverklaring van “het [m]inisterieel [b]esluit van 22 januari 2024 betreffende het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Koksijde van 13 november 2023 tot hervaststelling van het gemeentelijk aanvullend politiereglement op het verkeer – gemeentewegen – Zeedijk – Groenendijk”. 1.
  4. In hun memorie van wederantwoord, ingediend op 20 augustus 2024, vragen de verzoekende partijen om de uitbreiding van het X-18.633-1/11 beroep tot nietigverklaring tot “het [m]inisterieel [b]esluit van 11 juni 2024 betreffende het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Koksijde van 13 november 2023 tot hervaststelling van het gemeentelijk aanvullend politiereglement op het verkeer – gemeentewegen – Zeedijk Groenendijk”. II. Verloop van de rechtspleging
  5. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Lise Vandenhende heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partijen hebben een laatste memorie ingediend. De verwerende partij en de tussenkomende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 december
  6. Staatsraad David D’Hooghe heeft verslag uitgebracht. Advocaat Sander Kaïret, die loco advocaat Pieter Van Assche verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Jory Brabants-D’Hooghe, die loco advocaat Jonas De Wit verschijnt voor de verwerende partij en advocaat Féline Vanden Bussche, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Evelien De Taeye heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. X-18.633-2/11 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  7. III. Feiten 3.
  8. Elk van de verzoekende partijen is (mede-)eigenaar van een appartement in de residentie C., gelegen te Noordenwindhelling 1, 8670 Koksijde. 3.
  9. Op 13 november 2023 beslist de gemeenteraad van de gemeente Koksijde tot de “hervaststelling van het gemeentelijk aanvullend politiereglement op het verkeer – gemeentewegen – Zeedijk Groenendijk”. De verzoekende partijen hebben bij de Raad van State een beroep tot vernietiging tegen dit besluit ingesteld (zaak A. 241.715/X-18.655). 3.
  10. De hervaststelling van het reglement voert een parkeerverbod in langs de zuidkant van de Zeedijk Groenendijk, hetgeen in de aanhef van het reglement als volgt wordt verantwoord: “Overwegende dat de Zeedijk Groenendijk dringend aan vernieuwing [toe] is; Overwegende dat het invoeren van een parkeerverbod voor een meer ordentelijk wegbeeld zal zorgen waarbij in de huidige situatie een chaotisch wegbeeld is doordat auto’s er dwarsgeparkeerd, langsgeparkeerd staan; Overwegende dat het langs alle Zeedijken in politiezone Westkust verboden is te parkeren waardoor dit uniformiteit geeft binnen deze zone; Overwegende dat een parkeerverbod de verkeersveiligheid verbetert doordat er minder conflicten zullen zijn tussen voertuigen en fietsers/voetgangers; Overwegende dat een parkeerverbod geen negatieve impact heeft op de bereikbaarheid van de woningen langs de Zeedijk Groenendijk en dat alle woningen sowieso toegankelijk blijven; Overwegende dat met het invoeren van een parkeerverbod [men] nog steeds kan overgaan tot de activiteit van laden en lossen zoals boodschappen uitladen, valiezen afzetten, … ; Overwegende dat in de omliggende straten wel nog mag geparkeerd worden; Overwegende dat het verlies van een beperkt aantal parkeerplaatsen niet opweegt tegen de verbetering van de verkeersveiligheid (vermijden van X-18.633-3/11 conflicten tussen parkerende en geparkeerde wagens enerzijds en fietsers en voetgangers anderzijds.” De besluitenlijst van de gemeenteraad vermeldt ter zake het volgende: “Er is een nieuw ontwerp voor de heraanleg van de Zeedijk in Groenendijk. Deze is dringend aan vernieuwing toe en alsook moeten er rioleringswerken worden uitgevoerd. Op vandaag is [er] een pad voor gemengd gebruik van voetgangers en fietsers en een rijweg die continu toegankelijk is voor gemotoriseerd verkeer. In de berm, deels op het openbaar domein en deels op privéterrein, wordt geparkeerd. In afwachting van de effectieve herinrichting wenst me[n] al een parkeerverbod in te voeren langs deze Zeedijk. Deze maatregel is dezelfde als langs de Zeedijk in Koksijde, Sint- Idesbald en Oostduinkerke. Ook langs de Zeedijk in De Panne en in Nieuwpoort mag niet worden geparkeerd. Dit zorgt voor een uniformiteit langs alle zeedijken in de politiezone Westkust. Een parkeerverbod zal zorgen voor minder conflicten tussen voertuigen en zwakke weggebruikers (fietsers en voetgangers). Momenteel geldt hier geen parkeerverbod en dit zorgt voor een chaotisch wegbeeld: auto’s staan soms dwarsgeparkeerd, soms langsgeparkeerd. Met het invoeren van het parkeerverbod is het duidelijk dat er niemand mag parkeren. Dit zal de verkeersveiligheid en uniformiteit van de verkeerssituatie langs de Zeedijken ten goede komen. Het parkeerverbod zorgt er niet voor dat de langs de Zeedijk gelegen (meergezins)woningen niet bereikbaar zouden blijven. Een bewoner/bezoeker kan ten alle tijde nog zijn woning bereiken. Daarnaast geeft het parkeerverbod ook de mogelijkheid om te laden en lossen, er mag dus stilgestaan worden om bijvoorbeeld boodschappen uit te laden, valiezen af te zetten, ... Verder zal het parkeerverbod niet leiden tot een onaanvaardbare stijging van de parkeerdruk in de omgeving. In de huidige situatie zijn er langs de Zeedijk Groenendijk 9 officiële parkeerplaatsen. Daarnaast zijn er 31 niet officiële parkeerplaatsen die deels op privé en deels op openbaar domein zijn gelegen en die niet conform de Wegcode zijn. Bij parkeerverbod kan er uitgeweken worden naar de andere straten (Dewittelaan, Westdiephelling, Oostdiephelling, E. Debongnieplein) ofwel kan er geparkeerd worden voor de (eigen) aanwezige garage, maar dit zonder het openbaar domein in te nemen. Zowel inwoners als tweede verblijvers kunnen zich ook een parkeerkaart aanschaffen. Deze kaart geeft de mogelijkheid om in de betalende zone (111= paarse zone) aan een forfaitaire prijs te parkeren, zonder gebruik te maken van een betaalautomaat. Volgens een door SWECO uitgevoerde parkeertelling in 2022 (in het kader van de omgevingsvergunningsaanvraag voor de heraanleg van de Zeedijk- Groenendijk) blijkt er enkel in het zomerseizoen een overdruk naar parkeren toe, hetgeen ertoe kan leiden dat er een lokaal – met name in de X-18.633-4/11 omliggende straten – tekort aan parkeerplaatsen is. Dit is evenwel een algemeen verschijnsel in gans Koksijde en is eigen aan een toeristische kustgemeente. Concreet zal dit betekenen dat mogelijks iets verder dient te worden geparkeerd. Bovendien weegt het verlies van een beperkt aantal parkeerplaatsen niet op tegen de verbetering van de verkeersveiligheid (vermijden van conflicten tussen parkerende en geparkeerde wagens enerzijds en fietsers en voetgangers anderzijds), hetgeen prioritair is in het licht van het vrijwaren van het algemeen belang. Het invoeren van het parkeerverbod werd door de verkeerscommissie positief geadviseerd op 7 september
  11. Deze maatregel gaat in op 1 april 2024.” 3.
  12. Nadat onder meer door de verzoekende partijen een klacht werd ingediend in het kader van het bestuurlijk toezicht, beslist de gouverneur van de provincie West-Vlaanderen op 15 februari 2024 om geen toepassing te maken van zijn toezichtsbevoegdheid. 3.
  13. Op 21 december 2023 hebben de verzoekende partijen, samen met enkele anderen, tegen het onder randnummer 3.2 vermelde besluit van de gemeenteraad van de gemeente Koksijde van 13 november 2023 een bestuurlijk beroep ingediend, gesteund op artikel 24 van het decreet van 3 mei 2019 ‘houdende de gemeentewegen’ (hierna: het gemeentewegendecreet), ingediend. 3.
  14. Eerste verzoekster was ook betrokken bij een eerder bestuurlijk beroep, eveneens gesteund op het gemeentewegendecreet, dat op 20 december 2023 door een aantal andere personen tegen dezelfde beslissing van de gemeenteraad van de gemeente Koksijde van 23 november 2023 werd ingediend. 3.
  15. Op 22 januari 2024 beslist de verwerende partij om het sub randnummer 3.5 vermelde bestuurlijk beroep onontvankelijk te verklaren. Dit is het middels het verzoekschrift tot nietigverklaring bestreden besluit, dat als volgt wordt gemotiveerd: “Beroepsindieners vermelden artikel 24, eerste lid Decreet Gemeentewegen als rechtsgrond voor hun beroep. […] X-18.633-5/11 Met de invoering van het Decreet Gemeentewegen werd […] een georganiseerde administratieve beroepsprocedure bij de Vlaamse Regering gecreëerd tegen twee soorten besluiten van de gemeenteraad met betrekking tot de materie van de gemeentewegen. Enerzijds kan bij de Vlaamse Regering beroep worden ingediend tegen het besluit van de gemeenteraad tot definitieve vaststelling van het gemeentelijk rooilijnplan overeenkomstig artikel 17,5 Decreet Gemeentewegen. Ook kan bij de Vlaamse Regering beroep worden ingediend tegen het besluit van de gemeenteraad tot opheffing van een gemeenteweg overeenkomstig artikel 21, § 5 Decreet Gemeentewegen. Het thans bestreden besluit betreft echter geen definitieve vaststelling van een rooilijnplan (art. 17, § 5 Decreet Gemeentewegen) of een grafisch plan (art. 21 § 5 Decreet Gemeentewegen). Het bestreden besluit betreft een beslissing over een gemeentelijk aanvullend politiereglement. Een dergelijke beslissing kan niet worden aangevochten bij de Vlaamse Regering middels het georganiseerd administratief beroep uit artikel 24 Decreet Gemeentewegen. Het ingediende beroep is onontvankelijk.” 3.
  16. Bij beslissing van 11 juni 2024 wordt ook het bestuurlijk beroep vermeld sub randnummer 3.6 onontvankelijk verklaard. IV. Verzoek tot uitbreiding van het voorwerp van het beroep
  17. De onder randnummer 3.8 vermelde beslissing van 11 juni 2024 werd op 31 juli 2024 aan eerste verzoekster verzonden en maakt het voorwerp uit van een verzoek tot uitbreiding van het voorwerp van het beroep tot vernietiging, geformuleerd in de memorie van wederantwoord die op 20 augustus 2024 werd ingediend. Deze beslissing is inhoudelijk identiek aan het sub randnummer 3.7 vermelde besluit en er wordt eenzelfde wettigheidskritiek tegen aangevoerd.
  18. Het verzoek wordt ingewilligd. X-18.633-6/11 V. Onderzoek van de middelen Samenvatting van het enige middel
  19. Het enige middel voert de schending aan “van de artikelen 2 en 3 van de formele motiveringsplicht, de materiële motiveringsplicht en het zorgvuldigheidsbeginsel en artikel 24§1 van het Decreet Gemeentewegen”. Het verzoekschrift tot nietigverklaring vat het middel als volgt samen: “In het eerste en enig middel wordt opgeworpen dat de verwerende partij het administratief beroep van de verzoekende partijen ten onrechte, in strijd met de motiveringsplicht en zorgvuldigheidsplicht alsook artikel 24§1 van het Gemeentewegendecreet onontvankelijk heeft verklaard.” De verzoekende partij betogen in essentie dat de bestreden beslissing een verkapte beslissing over de wegen betreft. Beoordeling
  20. Artikel 24, § 1, van het gemeentewegendecreet luidt: “Tegen het besluit van de gemeenteraad tot definitieve vaststelling van het gemeentelijk rooilijnplan overeenkomstig artikel 17, § 5, of tegen het besluit van de gemeenteraad tot opheffing van een gemeenteweg overeenkomstig artikel 21, § 5, kan een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering.” Artikel 17, § 5, van het gemeentewegendecreet bepaalt: “De gemeenteraad stelt binnen zestig dagen na het einde van het openbaar onderzoek het gemeentelijk rooilijnplan definitief vast. Bij de definitieve vaststelling van het gemeentelijk rooilijnplan kunnen ten opzichte van het voorlopig vastgestelde gemeentelijk rooilijnplan alleen wijzigingen worden aangebracht die gebaseerd zijn op de bezwaren en opmerkingen die tijdens het openbaar onderzoek zijn geformuleerd, of eruit voortvloeien. X-18.633-7/11 De definitieve vaststelling van het gemeentelijk rooilijnplan kan geen betrekking hebben op delen van het grondgebied die niet opgenomen zijn in het voorlopig vastgestelde gemeentelijk rooilijnplan.”
  21. Een rooilijn is overeenkomstig artikel 2, 9°, van het gemeentewegendecreet “de huidige of de toekomstige grens tussen de openbare weg en de aangelande eigendommen, vastgelegd in een rooilijnplan. Als een rooilijnplan ontbreekt, is de rooilijn de huidige grens tussen de openbare weg en de aangelande eigendommen”. Overeenkomstig artikel 2, 5°, van het gemeentewegendecreet is een gemeentelijk rooilijnplan een “grafisch verordenend plan waarbij de huidige en toekomstige grenzen van een of meer gemeentewegen worden bepaald. Het gemeentelijk rooilijnplan geeft een openbare bestemming aan de gronden die in de gemeenteweg opgenomen zijn of opgenomen zullen worden”. Op grond van artikel 2, 6°, van het gemeentewegendecreet is een gemeenteweg “een openbare weg die onder het rechtstreekse en onmiddellijke beheer van de gemeente valt, ongeacht de eigenaar van de grond”.
  22. Luidens de bestreden beslissing is het bestuurlijk beroep dat de verzoekende partijen op basis van het gemeentewegendecreet hebben gericht tegen de beslissing van de gemeenteraad van de gemeente Koksijde van 13 november 2023 niet ontvankelijk omdat het een gemeentelijk aanvullend politiereglement betreft.
  23. De vaststelling van een aanvullend politiereglement op het verkeer maakt inderdaad geen beslissing in de zin van artikel 24, § 1, van het gemeentewegendecreet uit waartegen georganiseerd administratief beroep bij de Vlaamse regering open staat. Tegen een beslissing tot (her)vaststelling van een aanvullend politiereglement staat enkel een rechtstreeks beroep open bij de Raad van State, die X-18.633-8/11 desgevallend kan nagaan of er sprake is van een onwettige beslissing van de gemeenteraad.
  24. De verzoekende partijen betwisten dat de bestreden beslissing in werkelijkheid als een politiereglement is te beschouwen. Zij betogen dat onder het mom van een politiereglement een “oneigenlijke, verkapte wegenisbeslissing” is genomen, “met wijzigingen aan de rooilijn zonder dat daar de geëigende procedures voor gevolgd werden”. Zij menen daarvoor een aanknopingspunt te vinden in een grafisch plan “dat door de technische diensten werd bezorgd en waaruit blijkt dat de private parkeerplaatsen aan de zijde van de Zeedijk ingepalmd zullen worden”. Meer in het bijzonder verwijzen zij naar “de foutieve voorstelling inzake de parkeerplaatsen, welke in private eigendom zijn en niet tot het openbaar domein behoren, alsook de historiek van het vergunningsdossier, waarbij de gemeente reeds tweemaal had geprobeerd om de wegenis te wijzigen zonder de daartoe geëigende procedures te volgen”.
  25. Het plan waarnaar wordt verwezen, is geen document dat aan de gemeenteraad werd voorgelegd of door de gemeenteraad werd goedgekeurd. Naar eigen zeggen van de verzoekende partijen hebben de technische diensten van de gemeente Koksijde het betrokken plan aan hen bezorgd als antwoord op de vraag welke niet-officiële parkeerplaatsen verloren zouden gaan. Het betrokken plan kan hoe dan ook niet beschouwd worden als een gemeentelijk rooilijnplan omdat het geen aanduiding bevat van de huidige en toekomstige grenzen van de betrokken gemeenteweg.
  26. Ook de wijze waarop de gemeenteraad van de gemeente Koksijde tot de goedkeuring van het aanvullend politiereglement is gekomen, wijst niet op de bedoeling om op verkapte wijze tot een wijziging van de wegenis te besluiten. Luidens de toelichting in de “besluitenlijst van de gemeenteraad” beoogt het aanvullend politiereglement enkel om, “[i]n afwachting X-18.633-9/11 van de effectieve herinrichting […] al een parkeerverbod in te voeren langs [de] Zeedijk”.
  27. In haar verzoekschrift tot tussenkomst bevestigt de gemeente Koksijde dat er nog een omgevingsvergunningstraject loopt met het oog op de heraanleg van het betrokken stuk Zeedijk-Groenendijk: “In het kader van dat traject wordt een wegenisdossier opgemaakt, dat de nieuwe rooilijn zal vastleggen. Het gaat evenwel duidelijk om gescheiden procedures met een andere finaliteit.”
  28. Gezien het voorgaande, treedt de Raad van State het standpunt niet bij dat de beslissing waartegen de verzoekende partijen bestuurlijk beroep hebben ingesteld, een “oneigenlijke, verkapte wegenisbeslissing” betreft. Met de verwerende partij moet dan ook worden vastgesteld dat gemeenteraadsbesluit van 13 november 2023 niet kan worden beschouwd als een beslissing tot definitieve vaststelling van een gemeentelijk rooilijnplan in de zin van artikel 2, 5°, van het gemeentewegendecreet. De verwerende partij heeft dan ook terecht vastgesteld dat het voorwerp van het beroepschrift buiten het toepassingsgebied valt van artikel 24, § 1, van het gemeentewegendecreet, en heeft het beroepschrift op die grond afgewezen als onontvankelijk.
  29. Het enige middel is ongegrond. Het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen. BESLISSING
  30. Het verzoek van de gemeente Koksijde tot tussenkomst wordt ingewilligd.
  31. De Raad van State verwerpt het beroep. X-18.633-10/11
  32. De verzoekende partijen worden, elk voor de helft, verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zevenentwintig februari tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Stephan De Taeye, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, David D’Hooghe, staatsraad, Frédéric Vanneste, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Stephan De Taeye X-18.633-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.857 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.