id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 maart 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.899 Rolnummer: A. 243425/VII-42703 Zaak: Arrest 265899 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 05/03/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-03-09 Raadplegingen: 134 - laatst gezien 2026-06-18 06:36 Fiche Arrest nr 265.899 van 5 maart 2026 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 265.899 van 5 maart 2026 in de zaak A. 243.425/VII-42.703 In zake : de NV LUMO bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Thomas Eyskens en Maartje Jongbloet kantoor houdend te 1000 Brussel Bischoffsheimlaan 33 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de PROVINCIE ANTWERPEN Tussenkomende partijen :
- de NV K. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Wim Mertens en Philippe Dreesen kantoor houdend te 3580 Beringen Paalsesteenweg 81 bij wie woonplaats wordt gekozen
- de NV L. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Greg Jacobs en Bruno Vantomme kantoor houdend te 1210 Brussel Kunstlaan 1 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het cassatieberoep, ingesteld op 31 oktober 2024, strekt tot de nietigverklaring van arrest nr. RvVb-A-2425-0061 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 26 september 2024 in de zaak 2223-RvVb-0889-A. VII-42.703-1/7 II. Verloop van de rechtspleging
- Het cassatieberoep is toelaatbaar verklaard bij beschikking van 13 december
- De verzoekende partij heeft een toelichtende memorie ingediend. De tussenkomende partijen hebben verzoekschriften tot tussenkomst ingediend. De tussenkomsten zijn toegestaan bij beschikking van 11 februari
- De tussenkomende partijen hebben memories ingediend. Eerste auditeur Wouter De Cock heeft op 8 mei 2025 een verslag opgesteld, op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 5 februari
- Staatsraad Francis Van Nuffel heeft verslag uitgebracht. Advocaat Thomas Eyskens, die verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Philippe Dreesen, die verschijnt voor de eerste tussenkomende partij, en advocaat An-Sofie Debersaques, die loco advocaten Greg Jacobs en Bruno Vantomme verschijnt voor de tweede tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. VII-42.703-2/7 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 (hierna: RvS-wet). III. Feiten 3.
- De deputatie van de provincieraad van Antwerpen verleent op 1 juni 2023 in graad van bestuurlijk beroep aan de tussenkomende partijen een omgevingsvergunning voor de bouw van drie verzamelgebouwen voor 45 KMO- units te Meerhout. Onder meer de verzoekende partij stelt bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen (hierna: RvVb) een beroep in tot vernietiging van de deputatiebeslissing. 3.
- Met het bestreden arrest vernietigt de RvVb de beslissing van 1 juni 2023, en beveelt hij de verwerende partij om een nieuwe beslissing te nemen over het bestuurlijk beroep van de verzoekende partij. IV. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep Uiteenzetting van de verzoekende partij
- De verzoekende partij zet uiteen dat zij beschikt over het vereiste belang bij het cassatieberoep. In geval van cassatie zou zij immers een kans verwerven op een gunstigere uitspraak van de bodemrechter. Zij wijst erop dat het bestreden arrest oordeelt dat zowel het eerste annulatiemiddel als het tweede onderdeel van het tweede annulatiemiddel die zij had opgeworpen, ongegrond zijn. Ook gaat de RvVb niet in op haar verzoek om het arrest in de plaats te stellen van de verwerende partij op grond van artikel 37, § 2, van het decreet van 4 april 2014 ‘betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges’ (hierna: DBRC). VII-42.703-3/7 Volgens de verzoekende partij kleeft aan de twee verworpen annulatiemiddelen gezag van gewijsde, in die zin dat de beoordeling zich opdringt aan de deputatie die in navolging van het bestreden arrest een herstelbeslissing dient te nemen. Indien die herstelbeslissing vervolgens wordt bestreden, zou de RvVb ook gebonden zijn door het gezag van gewijsde van zijn eigen oordeel aangaande de verwerping van de betrokken middelen. Zo de Raad van State het bestreden arrest zou vernietigen op grond van de cassatiemiddelen die de verzoekende partij opwerpt, zou de verzoekende partij een nieuwe kans verwerven op een gunstigere uitspraak, in de zin dat de met het bestreden arrest verworpen middelen alsnog gegrond kunnen worden bevonden, zodat de deputatie hiermee rekening moet houden bij de herstelbeslissing. Dit alles klemt volgens de verzoekende partij des te meer nu de middelen die door de RvVb zijn verworpen, raken aan de ontvankelijkheid van de vergunningsaanvraag. Indien de RvVb de middelen opnieuw dient te beoordelen in het licht van een vernietigingsarrest van de Raad van State, en deze gegrond bevindt, zal de deputatie volgens de verzoekende partij bij het nemen van de herstelbeslissing niet anders kunnen dan vaststellen dat de vergunningsaanvraag onontvankelijk is en moet worden geweigerd. Het is in dat geval ook mogelijk dat de RvVb ingaat op de vraag om zijn arrest in de plaats te stellen en zelf de vergunning weigert. Beoordeling
- Met het bestreden arrest doet de RvVb uitspraak over het beroep van de verzoekende partij tot vernietiging van een beslissing tot afgifte van een omgevingsvergunning, genomen in graad van bestuurlijk beroep. Het bestreden arrest: - verwerpt het eerste middel tot nietigverklaring en het tweede onderdeel van het tweede middel tot nietigverklaring; - bevindt het eerste onderdeel van het tweede middel tot nietigverklaring en het derde middel tot nietigverklaring in de aangegeven mate gegrond; - onderzoekt niet het vierde en het vijfde middel tot nietigverklaring; VII-42.703-4/7 - vernietigt de bestreden beslissing en beveelt het bestuur om een nieuwe beslissing te nemen over het bestuurlijk beroep van de verzoekende partij.
- Er kan slechts worden overgegaan tot cassatie van een vernietigingsarrest van de RvVb op grond van middelen die de vernietigingsgronden bekritiseren. Enkel de motieven op grond waarvan de RvVb de middelen tot vernietiging gegrond verklaart, zijn immers onverbrekelijk verbonden met het beschikkend deel van het vernietigingsarrest.
- De omstandigheid dat de beoordeling van de RvVb op grond waarvan annulatiemiddelen worden verworpen gezag van gewijsde kan genieten tussen de partijen, doet hieraan geen afbreuk. Artikel 35, tweede lid, DBRC bepaalt dat de RvVb in een vernietigingsarrest alle aangevoerde middelen beslecht, waarvan hij oordeelt “dat de beoordeling nuttig kan zijn in geval van een nieuwe beslissing of een andere handeling van het bestuur”. De RvVb beoordeelt onaantastbaar of het nuttig is om in een vernietigingsarrest meerdere middelen te beslechten, hoewel de vernietiging reeds verantwoord wordt door de gegrondheid van één middel. Verder behoort het aan het vergunningverlenend bestuur om zich bij het nemen van de nieuwe vergunningsbeslissing te richten naar de feitelijke en juridische situatie zoals ze zich op dat ogenblik voordoet. Met het onderzoek van de cassatiemiddelen die worden gericht tegen de beslissing van een vernietigingsarrest tot verwerping van annulatiemiddelen zou de Raad van State aldus in de beoordeling van de zaak zelf treden, wat hem op grond van artikel 14, § 2, RvS-wet als cassatierechter verboden is. De beslissing van het bestuur na het vernietigingsarrest van de RvVb kan bovendien het voorwerp uitmaken van een nieuw vernietigingsberoep, en de beslissing van de RvVb over dat beroep kan vervolgens in cassatie worden aangevochten, zodat de wettigheidsvraagstukken die aan de orde zijn in de thans aangevoerde cassatiemiddelen desgevallend alsnog aan de Raad van State kunnen worden voorgelegd, waarbij het gezag van gewijsde van het eerste arrest van de RvVb niet verhindert dat die vraagstukken dan onderzocht worden. VII-42.703-5/7
- De omstandigheid dat de RvVb bij een herbeoordeling na cassatie zou kunnen vaststellen dat het bestuur over een gebonden bevoegdheid beschikt en zijn arrest met toepassing van artikel 37, § 2, DBRC in de plaats zou kunnen stellen van de te nemen beslissing, doet hieraan evenmin afbreuk. Wanneer de nieuw te nemen beslissing na een vernietigingsarrest het gevolg is van een gebonden bevoegdheid van het vergunningverlenend bestuur, is de RvVb immers niet verplicht om zijn arrest in de plaats te stellen van die beslissing. De Raad van State kan als cassatierechter niet in die beoordeling treden.
- De verzoekende partij voert slechts middelen tot cassatie aan waarin zij opkomt tegen de beoordelingen van het bestreden arrest ter verwerping van het eerste middel tot nietigverklaring en het tweede onderdeel van het tweede middel tot nietigverklaring. Het cassatieberoep is niet ontvankelijk. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het cassatieberoep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 24 euro. De tussenkomende partijen worden verwezen in de kosten van de tussenkomsten, begroot op 300 euro, elk voor de helft. VII-42.703-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vijf maart tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter, Francis Van Nuffel, staatsraad, Frédéric Vanneste, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Carlo Adams VII-42.703-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.899 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div