← België

Arrest 265902 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 05/03/2026

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 maart 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.902 Rolnummer: Zaak: Arrest 265902 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 05/03/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-03-12 Raadplegingen: 130 - laatst gezien 2026-06-18 06:36 Fiche Arrest nr 265.902 van 5 maart 2026 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 265.902 van 5 maart 2026 in de zaken I. A. 243.925/VII-42.764 II. A. 243.926/VII-42.765 In zake : I. + II. de BV FACTUM FINANCE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Filip De Preter en Bert Van Herreweghe kantoor houdend te 1000 Brussel Keizerslaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : I. de PROVINCIE ANTWERPEN II.

  1. E.D.
  2. G.T. -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de beroepen
  3. De cassatieberoepen, ingesteld op 9 januari 2025, strekken tot de nietigverklaring van de arresten nrs. RvVb-A-2425-0289 en RvVb-A-2425-0290 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 12 december 2024 in de zaken 2324-RvVb-0172-A en 2324-RvVb-0198-A. II. Verloop van de rechtspleging
  4. De cassatieberoepen zijn toelaatbaar verklaard bij beschikkingen van 10 februari
  5. De verzoekende partij heeft in beide zaken een toelichtende memorie ingediend. VII-42.764 & VII-42.765-1/6 Eerste auditeur Wouter De Cock heeft op 22 mei 2025 in elk van de zaken een verslag opgesteld, op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 5 februari
  6. Staatsraad Francis Van Nuffel heeft verslag uitgebracht. Advocaat Benjamin Dewilde, die loco advocaten Filip De Preter en Bert Van Herreweghe verschijnt voor de verzoekende partij, is gehoord. Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  7. III. Feiten 3.
  8. De deputatie van de provincieraad van Antwerpen verleent op 7 september 2023 in graad van bestuurlijk beroep een omgevingsvergunning aan de verzoekende partij voor het ontbossen en verkavelen van een terrein te Bonheiden, en verbindt hieraan voorwaarden. 3.
  9. De verwerende partijen in de zaak sub II stellen tegen de deputatiebeslissing een vernietigingsberoep in bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen (hierna: RvVb). Ook de verzoekende partij stelt een vernietigingsberoep in bij de RvVb. VII-42.764 & VII-42.765-2/6 3.
  10. Op de zitting van 5 september 2024 neemt de RvVb de zaken in beraad. Met een schrijven van 4 december 2024 stellen de verwerende partijen in de zaak sub II dat zij afstand van geding doen, en vragen zij de RvVb om het nodige te doen om de afstand vast te stellen. De verzoekende partij dient naar aanleiding hiervan op 5 december 2024 een verzoek in om het debat te heropenen. 3.
  11. In het bestreden arrest in de zaak sub II oordeelt de RvVb dat er geen noodzaak is om het debat te heropenen, dat het tweede annulatiemiddel en het vierde annulatiemiddel gegrond zijn, en vernietigt hij de deputatiebeslissing van 7 september
  12. 3.
  13. Het bestreden arrest in de zaak sub I stelt vast dat de deputatiebeslissing van 7 september 2023 met een arrest van dezelfde datum vernietigd is, zodat de vordering van de verzoekende partij geen voorwerp meer heeft en het beroep wordt verworpen. IV. Samenvoeging
  14. Het is met het oog op de goede rechtsbedeling gepast om de twee cassatieberoepen in één arrest te beoordelen. De zaken worden samengevoegd. V. Onderzoek van het eerste middel tot nietigverklaring in de zaak sub II Uiteenzetting van het middel
  15. De verzoekende partij voert de schending aan van artikel 10 van het besluit van de Vlaamse regering van 16 mei 2014 ‘houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges’. VII-42.764 & VII-42.765-3/6 Zij komt op tegen de beslissing van het bestreden arrest tot inwilliging van het beroep tot nietigverklaring, ondanks het gegeven dat de verwerende partijen bij brief van 4 december 2024 uitdrukkelijk afstand hebben gedaan van het beroep én uit het bestreden arrest blijkt dat de RvVb hiervan kennis heeft genomen. Zij wijst erop dat wanneer een partij uitdrukkelijk afstand doet van haar beroep, de kamer de afstand onmiddellijk bij arrest dient vast te stellen. Door over te gaan tot vernietiging in weerwil van de uitdrukkelijke afstand waarvan hij kennis had, heeft de RvVb volgens de verzoekende partij artikel 10 van het besluit van de Vlaamse regering van 16 mei 2014 ‘houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges’ geschonden. Beoordeling
  16. Artikel 10, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse regering van 16 mei 2014 ‘houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges’ luidt: “Als de verzoeker uitdrukkelijk afstand doet van het door hem ingediende beroep of bezwaar, stelt de kamer de afstand van het beroep of bezwaar onmiddellijk bij arrest vast en beslist in voorkomend geval over de kosten.” Deze bepaling verplicht de RvVb om de uitdrukkelijke afstand van de verzoeker bij arrest vast te stellen. Het is de RvVb aldus verboden om, na kennisname van de uitdrukkelijke afstand, het beroep van de verzoeker te beoordelen, zelfs wanneer hij pas kennis neemt van de afstand nadat de zaak in beraad werd genomen.
  17. Het bestreden arrest stelt vast dat de verwerende partijen hebben meegedeeld “dat ze afstand van geding doen”. VII-42.764 & VII-42.765-4/6 Door deze afstand niet bij arrest vast te stellen, en integendeel over te gaan tot beoordeling van het beroep waarvan de verwerende partijen afstand hebben gedaan, miskent de RvVb artikel 10 van het besluit van de Vlaamse regering van 16 mei 2014 ‘houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges’. Het middel is gegrond. VI. Conclusie
  18. De gegrondheid van het cassatiemiddel leidt tot de vernietiging van het arrest nr. RvVb-A-2425-0289 in de zaak 2324-RvVb-0172-A. De beoordeling in het arrest nr. RvVb-A-2425-0290 in de zaak 2324-RvVb-0198-A dat het beroep van de verzoekende partij geen voorwerp meer heeft, verliest hierdoor zijn grondslag. Het is dan ook gepast om eveneens over te gaan tot vernietiging van dat arrest. BESLISSING
  19. De zaken A. 243.925/VII-42.764 en A. 243.926/VII-42.765 worden samengevoegd.
  20. De Raad van State vernietigt de arresten nrs. RvVb-A-2425-0289 en RvVb- A-2425-0290 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 12 december 2024 in de zaken 2324-RvVb-0172-A en 2324-RvVb-0198-A.
  21. Dit arrest dient te worden overgeschreven in de registers van de Raad voor Vergunningsbetwistingen en melding ervan moet worden gemaakt op de kant van de vernietigde arresten. VII-42.764 & VII-42.765-5/6
  22. De zaken worden verwezen naar de anders samengestelde Raad voor Vergunningsbetwistingen.
  23. De verwerende partij in de zaak sub I en de verwerende partijen in de zaak sub II worden, elk voor de helft, verwezen in de kosten van de cassatieberoepen, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 48 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 1.540 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vijf maart tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter, Francis Van Nuffel, staatsraad, Frédéric Vanneste, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Carlo Adams VII-42.764 & VII-42.765-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.902 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.