id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 maart 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.916 Rolnummer: A. 246826/X-19242 Zaak: Arrest 265916 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 06/03/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-03-12 Raadplegingen: 128 - laatst gezien 2026-06-18 06:37 Fiche Arrest nr 265.916 van 6 maart 2026 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 265.916 van 6 maart 2026 in de zaak A. 246.826/X-19.242 In zake: N.D. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Coemans kantoor houdend te 3700 Tongeren-Borgloon Kruissteenweg 240 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Kristien Vanderheiden kantoor houdend te 3000 Leuven Diestsevest 47 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 22 december 2025, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het “besluit van de Vlaamse minister van Omgeving en Landbouw Nr. 22654, d.d. 7 oktober 2025, waarbij de oprichting van rioolwaterzuiveringsinfrastructuur in de stad Tongeren-Borgloon van openbaar nut wordt verklaard”. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij beschikking van 23 december 2025 werd de procedurekalender vastgesteld. X-19.242-1/11 De verwerende partij heeft een nota met opmerkingen en een administratief dossier ingediend. Adjunct-auditeur Fien De Corte heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 27 februari 2026, om 11.00 uur. Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. Advocaat Marc Jansen, die loco advocaat Bart Coemans verschijnt voor verzoekster, en advocaat Mijnendonckx, die loco advocaat Kristien Vanderheiden verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Fien De Corte heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Verzoekster is eigenaar van een perceel gelegen aan de Sittardstraat te Tongeren-Borgloon (hierna: verzoeksters perceel), op de foto hierna in het blauw aangegeven: X-19.242-2/11 3.
- In het kader van het project 22654 ‘Tongeren-Borgloon: Renovatie RWZI Borgloon-Tivoli’, waarbij verouderde onderdelen van de kwestieuze rioolwaterzuiveringsinfrastructuur (hierna: RWZI) worden afgebroken en nieuwe constructies gebouwd, dienen gronden te worden afgegraven en tijdelijk te worden gestockeerd. Aangezien hiervoor op het perceel van de RWZI onvoldoende vrije en toegankelijke ruimte beschikbaar is, worden twee percelen aangewend die zich op ongeveer 300 meter van de RWZI bevinden, meer bepaald verzoeksters’ perceel (inneming 01 op het grondinnemingsplan) en het daarnaast gelegen perceel (inneming 02) (hierna aangeduid als: de kwestieuze percelen): X-19.242-3/11 De kwestieuze percelen zijn blijkens de verrechtvaardigingsnota bij de aanvraag als volgt via de Colenstraat en de Sittardstraat te bereiken: 3.
- Op 30 april 2025 dient de nv Aquafin bij de bevoegde Vlaamse minister een aanvraag in om een verklaring van openbaar nut te verkrijgen voor het aanleggen/renoveren en exploiteren van de voornoemde RWZI. 3.
- Tijdens het openbaar onderzoek, dat van 11 juni tot 11 juli 2025 over de voormelde aanvraag wordt gehouden, worden geen bezwaren ingediend. 3.
- Met het bestreden besluit van 7 oktober 2025 verleent de verwerende partij de gevraagde verklaring van openbaar nut: “BESLUIT Artikel
- De bouw van de rioolwaterzuiveringsinfrastructuur - volgens de bijgevoegde goedgekeurde grondinnemingsplannen nummers 22654/1- 7.1/2 met revisie 3 van 17 februari 2025 en 22654/1-7.2/2 met revisie 3 van 17 februari 2025, en de bijbehorende legende, plannummer 22654/1-3 met revisie 3 van 17 februari 2025, van het project in het Investeringsplan 2024, - onder, op of boven private onbebouwde gronden, die niet volledig X-19.242-4/11 omsloten zijn met een ondoordringbare muur of omheining, gelegen op het grondgebied van de stad Tongeren-Borgloon, wordt van openbaar nut verklaard ten gunste van de nv Aquafin, Dijkstraat 8 te 2630 Aartselaar, hierna de gerechtigde te noemen. Deze installaties mogen op de hiernavolgende percelen gebouwd worden: Stad: Tongeren-Borgloon ------------------------------- Kadastraal gekend onder: […] Perceel: nummers: [perceel van de verzoekende partij] en […]. Art.
- De installaties op de onder artikel 1 vermelde percelen worden opgericht onder de volgende voorwaarden: 1) gedurende de aanleg rust de wettelijke erfdienstbaarheid van openbaar nut op de percelen en/of gedeelten van de percelen aangeduid in groene en groen gearceerde kleur op de bijgevoegde goedgekeurde grondinnemingsplannen nummers 22654/1-7.1/2 met revisie 3 van 17 februari 2025 en 22654/1-7.2/2 met revisie 3 van 17 februari 2025; 2) na de oprichting van de rioolwaterzuiveringsinfrastructuur rust de wettelijke erfdienstbaarheid van openbaar nut op de percelen en/of gedeelten van de percelen aangeduid in groene kleur en vervalt de wettelijke erfdienstbaarheid van openbaar nut op de strook grond nodig als tijdelijke werkzone, als gearceerde groene strook aangeduid op de bijgevoegde goedgekeurde grondinnemingsplannen nummers 22654/1- 7.1/2 met revisie 3 van 17 februari 2025 en 22654/1-7.2/2 met revisie 3 van 17 februari 2025; 3) alle redelijke maatregelen zullen getroffen worden om, zelfs gedurende de werkzaamheden, een normaal gebruik van de grond die belast is met een erfdienstbaarheid door de eigenaar, de huurder of de eventuele andere bezetter, mogelijk te maken; 4) de werkzaamheden mogen pas beginnen na het verloop van een termijn van twee maanden na kennisgeving per aangetekend schrijven aan de belanghebbende eigenaars en huurders; 5) de gerechtigde, dit is de nv Aquafin, stelt de nodige afdrukken van de plannen, bestemd voor de openbare besturen of diensten, ter beschikking. Art.
- Voor de studie, het toezicht, de oprichting, de bewaring, het onderhoud en het herstellen van de rioolwaterzuiveringsinfrastructuur krijgen de personen, door de gerechtigde daartoe aangesteld, steeds toegang tot deze installaties, en dit langs de kortste weg vanaf de openbare weg. Zij mogen zich langs de installatie verplaatsen en eventueel het materiaal nodig voor de oprichting, het onderhoud en het herstellen per voertuig aanbrengen. Zij mogen daarvoor gratis gebruik maken van alle wegen, erfdienstbaarheden en toegangen die langs de kortste weg naar de installaties leiden, met dien verstande dat alle eventueel berokkende schade aan het terrein of erop staande gewassen alsook de schade aan derden vergoed worden overeenkomstig de bepalingen van artikel 13 van de eerder vermelde wet van 12 april
- X-19.242-5/11 Art.
- Als de eigenaars van de percelen, vermeld in artikel 1, wensen dat de gerechtigde op deze erfdienstbaarheid de door de installaties bezette grond zou kopen, kunnen ze dit aan de minister laten weten binnen een termijn van twee jaar te rekenen vanaf het ogenblik waarop het besluit aan hen betekend werd. Art.
- De nv Aquafin verstuurt een afschrift van dit besluit naar: 1) het college van burgemeester en schepenen van de stad Tongeren- Borgloon; 2) de deputatie van de provincie Limburg. Art.
- Het besluit wordt samen met het goedgekeurde bijbehorende grondinnemingsplannen nummers 22654/1-7.1/2 met revisie 3 van 17 februari 2025 en 22654/1-7.2/2 met revisie 3 van 17 februari 2025, en de bijbehorende legende, plannummer 22654/1-3 met revisie 3 van 17 februari 2025, overgemaakt aan de nv Aquafin, Dijkstraat 8 te 2630 Aartselaar, die op haar beurt de belanghebbende eigenaars en huurders op de hoogte brengt van dit besluit. Art.
- […]” IV. Regelmatigheid van de rechtspleging
- De nv Aquafin werd door de griffie van de Raad van State aangeschreven om in de procedure tussen te komen, en dit tegen 16 januari 2026 om 12u00 zoals vastgesteld bij de beschikking nr. 582-n van 23 december
- Bij aangetekend schrijven van 6 februari 2026 bericht de nv Aquafin dat, “aangezien de vervaltermijn is verlopen”, een verzoek tot tussenkomst “niet meer op ontvankelijke wijze ingediend [kan] worden”. V. Ontvankelijkheid van het beroep
- Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om over de door de verwerende partij opgeworpen ontvankelijkheidsexceptie uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over die exceptie zouden alleen nodig zijn indien de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn. Dat is, zoals hierna zal blijken, niet het geval. X-19.242-6/11 VI. Schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, § 1, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd waarvan het onderzoek zich leent voor een versnelde behandeling en waarmee de nietigverklaring van de bestreden beslissing prima facie kan worden verantwoord. VII. Ernst van de middelen A. Eerste middel Uiteenzetting van het middel
- Verzoekster voert in een eerste middel de schending aan van artikel 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’ en van het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Zij bekritiseert dat uit de bestreden beslissing niet blijkt waarom wordt geopteerd voor de kwestieuze percelen als terrein voor grondverbetering, ofschoon die op 300 meter van de RWZI gelegen zijn, en niet voor “bijvoorbeeld de twee naburigste percelen”, die grenzen aan de RWZI (hierna: de aangrenzende percelen). Volgens verzoekster blijkt niet dat een voldoende afweging tussen de onderscheiden percelen werd gemaakt, en waarom haar perceel de beste keuze zou zijn. De keuze voor percelen op een afstand van 300 meter van de RWZI zal aanleiding geven tot een vertraging van de openbare werken en tot een onvermijdbare kostenstijging. De bestreden beslissing getuigt dan ook eerder van willekeur, en niet van een zorgvuldig handelen door de overheid. X-19.242-7/11 Beoordeling 8.
- Uit de bestreden beslissing blijkt de volgende motivering om de grondverbetering op de kwestieuze percelen te voorzien: “[…] dat de renovatie wordt verwezenlijkt op het huidige perceel van de RWZI; dat om de bouwkundige werken op de site te kunnen uitvoeren, gronden dienen afgegraven en tijdelijk gestockeerd te worden; dat op het perceel van de RWZI hiervoor onvoldoende vrije en toegankelijke oppervlakte ter beschikking is; […] Overwegende dat op [de kwestieuze percelen], het terrein voor grondverbetering wordt voorzien; dat dit terrein een akkerland in agrarisch gebied betreft, op 300m van de RWZI, en bereikbaar is via de Colenstraat en de Sittardstraat; dat de impact van het vrachtverkeer en de werken minimaal is; dat na afronding van de werken het terrein wordt hersteld naar de oorspronkelijke toestand; […]” 8.
- Deze formele motieven lijken steun te vinden in het administratief dossier. Zo wordt de kwestieuze locatie in de verrechtvaardigingsnota als volgt verantwoord: “1.2 Verantwoording van de locatie De locatie voor grondstockage en werfzone is gekozen op 300 meter afstand van de RWZI om de impact van het vrachtverkeer te minimaliseren. Het terrein, bereikbaar via de Colenstraat en Sittardstraat, bevindt zich in agrarisch gebied. Gezien de tijdelijke aard van de werken wordt de impact als laag geschat. Na afronding van de werken wordt het terrein hersteld naar de oorspronkelijke staat. Dit heeft betrekking op inneming 1 en inneming
- […]” Nog blijkens de verrechtvaardigingsnota werd bij de keuze voor de locatie rekening gehouden met het feit dat de kwestieuze percelen niet in een overstromingsgevoelig gebied zijn gelegen, dat ze momenteel gebruikt worden als akker en er geen bomen of beplantingen gerooid moeten worden, dat ze buiten een biologisch waardevol gebied zijn gelegen en dat de dichtstbijzijnde woning zich op het perceel aan de overzijde van de openbare weg bevindt. X-19.242-8/11 8.
- Verzoekster toont prima facie niet aan dat de openbare werken vertraging zullen oplopen en aanleiding zullen geven tot bijkomende kosten door te opteren voor de kwestieuze percelen. Zij weerlegt evenmin het motief dat de “impact van het vrachtverkeer en de werken minimaal is”. 8.
- De verwerende partij was er voorts op het eerste gezicht niet toe gehouden om in het bestreden besluit een afweging te maken tussen de verschillende mogelijke locaties die voor de grondverbetering in aanmerking kunnen komen. Bij gebreke aan enig tijdens het openbaar onderzoek voorgesteld alternatief, lijkt van haar ter zake geen specifieke argumentatie te kunnen worden verwacht. 8.
- Wat het door haar geprefereerde alternatief betreft, beperkt verzoekster er zich overigens toe louter de kadastrale nummers van de aangrenzende percelen te vermelden, en te beweren dat op die percelen “slechts oude wijnranken […] geplant staan die binnen zeer afzienbare tijd toch door jonge bomen vervangen zullen moeten worden”. De verwerende partij lijkt dit laatste op goede gronden tegen te spreken, onder verwijzing naar een foto van april 2025 van de “nog zeer levendig uit[ziende]” wijnranken. Zij voert prima facie terecht aan dat de kwestieuze percelen, anders dan de aangrenzende percelen, niet met wijnranken zijn beplant, zodat het rooien van dergelijke planting op de kwestieuze percelen niet is vereist. 8.
- Het besluit is dat verzoekster in de huidige stand van de rechtspleging niet aannemelijk maakt dat de verwerende partij met haar beslissing om de grondverbetering op de kwestieuze percelen te voorzien de grenzen van de redelijkheid te buiten zou gaan of anderszins onwettig heeft gehandeld. 8.
- Het middel is niet ernstig. X-19.242-9/11 B. Tweede middel Uiteenzetting van het middel
- Verzoekster voert in een tweede middel aan dat de verwerende partij bij de uitoefening van haar discretionaire bevoegdheid “de vereiste belangenafweging” niet heeft gemaakt, “zodat de voorwaarde van een wettige uitoefening van de beleidsvrijheid niet vervuld is”. Zij is “zelfs de mening toegedaan” dat de verwerende partij haar bevoegdheid heeft gebruikt om een particulier belang – “het zijne of dat van een derde” – te dienen. Volgens verzoekster getuigt de bestreden beslissing dan ook van machtsafwending. Zij heeft “een sterk vermoeden” dat de eigenaars van de aangrenzende percelen bevoordeeld zijn geworden, op een wijze die niet in het bestreden besluit “te detecteren is”. Beoordeling 10.
- Uit de beoordeling van het eerste middel is gebleken dat prima facie een afdoende motivering voorligt om de grondverbetering op de kwestieuze percelen te voorzien. 10.
- Voorts wordt eraan herinnerd dat wie machtsafwending aanvoert, daartoe voldoende ernstige, welbepaalde en overeenstemmende vermoedens moet aandragen waaruit kan worden afgeleid dat andere dan rechtmatige doeleinden door het bestuur werden nagestreefd. Opdat er van machtsafwending sprake kan zijn, moet daarenboven het ongeoorloofde kenmerk het enige doel van de bestreden beslissing zijn geweest. Gezien de afdoende motivering van de bestreden beslissing, is van machtsafwending op het eerste gezicht geen sprake. 10.
- Het middel is niet ernstig. X-19.242-10/11
- Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zes maart tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Stephan De Taeye; waarnemend voorzitter, staatsraad, bijgestaan door Karin Meerschaut, griffier. De griffier De voorzitter Karin Meerschaut Stephan De Taeye X-19.242-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.916 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div