← België

Arrest 265920 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 09/03/2026

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 maart 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.920 Rolnummer: A. 242818/X-18820 Zaak: Arrest 265920 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 09/03/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-03-13 Raadplegingen: 181 - laatst gezien 2026-06-18 06:37 Fiche Arrest nr 265.920 van 9 maart 2026 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 265.920 van 9 maart 2026 in de zaak A. 242.818/X-18.820 In zake : 1. J.R. 2. C.M. 3. de VZW SCHILDESTRAND bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Steven De Coster kantoor houdend te 2000 Antwerpen Amerikalei 31 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de GEMEENTE SCHILDE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Sylvie Doggen kantoor houdend te 2000 Antwerpen Amerikalei 122/14 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 23 augustus 2024, strekt tot de nietigverklaring van “de gemeenteraadsbeslissing van de gemeente Schilde […] van 27 mei 2024 […], meer bepaald van het in deze beslissing terug te vinden niet genummerde punt ‘affectatie tot openbaar domein’ zoals terug te vinden op p. 12/35 tot p. 16/35 van de gepubliceerde beslissing/notulen […], waarbij de in deze beslissing opgesomde percelen binnen het gebied Schildestrand worden geaffecteerd tot openbaar domein”. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. X-18.820-1/16 Adjunct-auditeur Nino Vermeire heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partijen hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 januari 2026. Staatsraad David D’Hooghe heeft verslag uitgebracht. Advocaat Steven Maris, die loco advocaat Steven De Coster verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Sylvie Doggen, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Nino Vermeire heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. De eerste en de tweede verzoekende partij zijn eigenaars en bewoners van een onroerend goed gelegen te ‘Schildestrand’, een zone voor verblijfsrecreatie met tal van weekendverblijven op het grondgebied van de gemeente Schilde. Ook de gemeente Schilde is eigenaar van meerdere onroerende goederen gelegen te ‘Schildestrand’, waaronder ook twee percelen die grenzen aan het onroerend goed van de eerste en de tweede verzoekende partij: perceel 471/S/23 en perceel 471/M/16. X-18.820-2/16 3.2. Tussen de eerste en de tweede verzoekende partij, enerzijds, en de verwerende partij, anderzijds, loopt sinds 30 maart 2023 voor het Vredegerecht van het kanton Brasschaat een burgerrechtelijk geschil omtrent afpaling en verkrijgende verjaring van de twee vermelde percelen. Bij vonnis van het Vredegerecht van het kanton Brasschaat van 24 januari 2024 wordt een deskundige aangesteld met als opdracht: “[…] de toestand ter plaatse te onderzoeken alsook de titels van eigendom, de kadastrale gegevens, het werkelijk bezit, de plaatselijke ligging, de overblijfselen van vroegere scheidingslijnen, alle zichtbare tekens, de af te palen percelen op te meten, dit alles om de werkelijke scheidingslijn tussen de eigendommen te bepalen, dit alles op plan te zetten en toe te lichten in een verslag en dit in voorlezing over te maken aan partijen, te antwoorden op alle nuttige vragen van partijen […].” 3.3. Op 22 augustus 2023 besluit de gemeenteraad van de gemeente Schilde om “de gemeentelijke gronden in de zone Schildestrand te laten affecteren aan het openbaar domein”. Het gemeenteraadsbesluit maakt evenwel geen precieze melding van de percelen die aldus in het openbaar domein worden opgenomen. 3.4. Op 27 mei 2024 besluit de gemeenteraad van de gemeente Schilde (opnieuw) om de gemeentelijke gronden gelegen te “Schildestrand” te affecteren tot het openbaar domein, ditmaal met expliciete vermelding en oplijsting van de betrokken percelen. Ter verantwoording van het nieuwe besluit verwijst deze beslissing naar “een schrijven ontvangen van de federale overheidsdienst dat bij een affectatie de percelen opgenomen moeten worden in het gemeenteraadsbesluit”. Dit besluit luidt: “Voorgeschiedenis X-18.820-3/16 •Op 31 juli 2023 besliste het college van burgemeester en schepenen om de affectaties tot het openbaar domein van Schildestrand te agenderen op de gemeenteraad. •Op 22 augustus 2023 besliste de gemeenteraad om een lijst van gronden van Schildestrand te affecteren tot het openbaar domein. •Op 6 mei 2024 besliste het college van burgemeester en schepenen om de affectaties tot het openbaar domein van Schildestrand te agenderen op de gemeenteraad van 27 mei 2024. Feiten en context •In de loop der jaren zijn er heel wat gronden aangekocht op Schildestrand die geen nieuwe bestemming hebben gekregen. •In het nieuw goederenrecht dat in werking is getreden op 1 september 2022 is de termijn voor verkrijgende verjaring van privé gronden teruggebracht naar 10 jaar bij bezetting ter goede trouw. Wanneer de bezitter echter ter kwade trouw is bij de aanvang van zijn bezit, bedraagt de termijn voor verkrijgende verjaring dertig jaar. •Verkrijgende verjaring is niet van toepassing op het openbaar domein. •Er is een overzicht beschikbaar op de e-service van de federale overheid van de onroerende gegevens van alle gemeentelijke eigendommen. •In augustus 2023 werd gevraagd aan de federale overheidsdienst om de affectaties beslist door de gemeenteraad op 22 augustus 2023 door te voeren. •Op 21 maart 2024 werd een schrijven ontvangen van de federale overheidsdienst dat bij een affectatie de percelen opgenomen moeten worden in het gemeenteraadsbesluit. Juridische gronden […] •Artikel 3.27, Wet houdende Boek 3 ‘Goederen’ van het Burgerlijk Wetboek van 4 februari 2020 Duurtijd voor de verkrijgende verjaring. De termijn voor verkrijgende verjaring bedraagt tien jaar. Indien de bezitter echter te kwader trouw is bij de aanvang van zijn bezit, bedraagt de termijn voor verkrijgende verjaring dertig jaar. •Artikel 3.45, Wet houdende Boek 3 ‘Goederen’ van het Burgerlijk Wetboek van 4 februari 2020 Publieke en private goederen: Publieke goederen behoren tot het privaat domein, behalve indien ze tot het openbaar domein zijn bestemd. Goederen behorend tot het openbaar domein zijn niet voor verkrijgende verjaring door een andere privaatrechtelijke of publiekrechtelijke persoon vatbaar en kunnen evenmin het voorwerp van natrekking of van enige andere wijze van oorspronkelijke verkrijging zijn ten gunste van een andere privaatrechtelijke of publiekrechtelijke persoon. Evenwel kan een persoonlijk of zakelijk gebruiksrecht op een openbaar domeingoed bestaan in de mate dat het aan de openbare bestemming van dat goed niet in de weg staat. X-18.820-4/16 Argumentatie •Op verschillende momenten en op verschillende locaties wordt vastgesteld dat er onterechte innames zijn van privé-percelen van de gemeente. De meeste situaties doen zich voor in de zone Schildestrand. •Vanuit de Vlaamse overheid is er een uitdoofbeleid voor alle weekendzones dat ook lokaal bestuur Schilde op het grondgebied moet realiseren. Op korte termijn worden er tijdelijke invullingen gegeven aan de gemeentelijke percelen. Op langere termijn zal de zone een openbare recreatieve invulling krijgen. •Om mogelijke dossiers over verjaring te voorkomen, kunnen percelen in privé-eigendom van de gemeente geaffecteerd worden bij het openbaar domein. De procedure bestaat uit een goedgekeurde gemeenteraadsbeslissing door te sturen naar het kadaster met de motivering van de opname. •Er wordt voorgesteld om te starten met de percelen gelegen in de zone Schildestrand te affecteren tot het openbaar domein. Bij aankoop van nieuwe percelen in de toekomst kan hierover standaard meebeslist worden door de gemeenteraad. •Wanneer de gemeente wenst te verkopen of een andere invulling wenst te geven aan een perceel is er vooraf een gemeenteraadsbeslissing nodig van desaffectatie. •Een nieuwe beslissing van de gemeenteraad is nodig voor de federale overheidsdiensten om de affectaties tot het openbaar domein te kunnen doorvoeren. •Sinds de gemeenteraad[s]beslissing van 22 augustus 2023 werden er nog een paar gronden aangekocht, welke mee opgenomen werden. Bij nieuwe aankopen kan de affectatie tot het openbaar domein mee in de aankoopbeslissing opgenomen worden. […].” Het besluit maakt vervolgens uitdrukkelijk melding van de percelen die worden geaffecteerd tot het openbaar domein. Zo wordt uitdrukkelijk melding gemaakt van “het perceel gekend met kadastrale gegevens Schilde afdeling 1, Sectie A, 471_S_23 met een oppervlakte van 13690m2” en van “het perceel gekend met kadastrale gegevens Schilde afdeling 1, Sectie A, 471_M_16 met een oppervlakte van 567m2”. Dit is het bestreden besluit. 3.5. Parallel heeft de verwerende partij gewerkt aan een ontwerp van masterplan voor het Schildestrand. X-18.820-5/16 Het betreft een gebied dat zich situeert om en rond een grote vijver. De memorie van antwoord vermeldt ter zake: “In het verre verleden was er effectief sprake van een zandstrand rondom de vijver waar mensen kwamen zonnen en zwemmen. In de vijver zelf konden diverse water(sport)activiteiten worden beoefend. Schildestrand is overwegend een weekendzone. Dit betekent dat men er enkel recreatief mag verblijven, voor een weekend- of een vakantieperiode. Er mag niet permanent gewoond worden. Jarenlang heeft de gemeente Schilde gewerkt aan een adequaat masterplan voor Schildestrand. […] In het kader van de verdere uitwerking van deze visie kon door de gemeente alvast een tijdelijke invulling worden verleend aan bepaalde clusters (zgn. quick wins) tot op een ogenblik dat in een masterplan een definitieve bestemming zou worden opgenomen. Een dergelijke ‘tijdelijke invulling’ betrof een uitdoofbeleid, dat reeds sinds de jaren ’90 heerst ter hoogte van Schildestrand én waarvan alle bewoners van bij aanvang op de hoogte zijn. […] Het intussen goedgekeurde ontwerp van masterplan […] formuleert drie afzonderlijke ambities voor de site Schildestrand: (

  1. i)Verbetering van de zichtbaarheid van het fort en herstel van het authentieke karakter […] (
  2. ii)Een duidelijk doorlopende antitankgracht […] (iii) Een zinvolle invulling voor het fort […] Het masterplan stelt dat een culturele en sportieve invulling van de site het grootse potentieel heeft. Schildestrand verandert zo geleidelijk van een zone voor verblijfsrecreatie naar een gebied voor dagrecreatie. Ter verwezenlijking van haar beleidsvisie is de gemeente Schilde in de loop der jaren overgegaan tot aankoop van de diverse percelen ter hoogte van Schildestrand met de bedoeling om deze percelen mee tot haar gemeentelijke eigendommen met publiek karakter te affecteren en er opnieuw een mooi recreatiedomein te creëren met een wandelpad rondom de grote vijver. […] Het komt thans aan de gemeenteraad toe om het ontwerp van masterplan, waarin inmiddels de bemerkingen van de bewoners werden verwerkt, officieel goed te keuren. Bovendien komt het de gemeente Schilde toe om een RUP te realiseren. In afwachting van dit ruimtelijk uitvoeringsplan dat de lange termijnvisie voor Schildestrand vastlegt, kiest de gemeente nu dus voor een zinvolle korte termijn invulling van de door haar aangekochte percelen. Zo is er een losloopzone voor honden gecreëerd aan de Karekiet, zijn een aantal percelen beplant en is er nieuw bos aangeplant in de zone bestemd als natuurgebied. Dit najaar zullen ook de overgebleven percelen worden beplant. X-18.820-6/16 Daarnaast werd het eerste deel van een wandelroute rondom het water aangelegd en heeft een VZW een omgevingsvergunning bekomen voor een activiteit op de vijver met telegeleide miniatuurbootjes. Later zal de wandelroute worden doorgetrokken rondom de vijver. Het bestuur kiest bewust voor invullingen die mogelijk gebruik in de toekomst niet hypothekeren.” IV. Ontvankelijkheid A. Belang Exceptie van de verwerende partij 4. De verwerende partij betwist in de memorie van antwoord het belang van de eerste en de tweede verzoekende partij bij de nietigverklaring van het (volledige) bestreden besluit. Zij werpt op dat de bestreden beslissing tot affectatie “niet relevant [is] voor de beslechting van de discussie ten gronde”, te weten de discussie aangaande het eigendomsstatuut van de percelen waarvoor de eerste twee verzoekende partijen zich (voor een gedeelte) op de verkrijgende verjaring beroepen. Zij werpt ook op dat de eerste en de tweede verzoekende partij niet doen blijken van enig belang bij de nietigverklaring van de bestreden beslissing ten aanzien van de percelen die niet het voorwerp uitmaken van een eigendomsbetwisting. 5. Ook het belang van de derde verzoekende partij wordt betwist. Volgens de verwerende partij kan de derde verzoekende partij geen belang putten uit het gegeven dat de vereniging als doel heeft om de belangen van de eigenaars/verblijvers van het gebied ‘Schildestrand’ te behartigen. X-18.820-7/16 Beoordeling 6. De bestreden beslissing beperkt er zich toe om een aantal nader bepaalde gemeentelijke percelen te affecteren tot het openbaar domein. Dit gebeurt kennelijk ten bewarende titel, “[o]m mogelijke dossiers over verjaring te voorkomen”. De bestreden beslissing bevat geen bindende bepalingen over de bestemming van de betrokken percelen. Er wordt enkel melding gemaakt van de intentie om de betrokken zone op langere termijn “een openbare recreatieve invulling” te geven. Op “korte termijn worden er tijdelijke invullingen gegeven aan de gemeentelijke percelen”, maar de bestreden beslissing bevat ter zake geen nadere bepalingen. 7. De verzoekende partijen tonen niet aan dat het loutere feit dat de gemeentelijke percelen worden opgenomen in het openbaar domein, hen een nadeel berokkent. De bewering dat de verwerende partij “erop uit is om het gebied Schildestrand en hun wijk van meer dan 200 woningen […] kapot te maken”, kan niet gerelateerd worden aan de bestreden beslissing die enkel beoogt om, door middel van de affectatie, te vermijden dat gemeentelijke gronden door middel van verkrijgende verjaring teloor zouden gaan, en dat de beoogde publieke bestemming daardoor in het gedrang zou komen. In die mate is de exceptie van gebrek aan belang gegrond. 8. De eerste en de tweede verzoekende partij houden echter ook voor dat de bestreden beslissing twee percelen viseert waarvan zij menen (voor een gedeelte) eigenaar te zijn, waaromtrent een eigendomsbetwisting bestaat en waaromtrent een gerechtelijke procedure aanhangig is die nog niet finaal werd beslecht. X-18.820-8/16 9. De eerste en de tweede verzoekende partij hebben belang om op te komen tegen de beslissing die (delen van) percelen, die – naar hun mening – tot hun eigendom behoren, opneemt in het openbaar domein. Of dit inderdaad het geval is, hangt samen met de beoordeling van de grieven die ter zake worden aangevoerd. B. Ontvankelijkheid wat de bestreden beslissing betreft – verhouding met het gemeenteraadsbesluit van 22 augustus 2023 Exceptie van de verwerende partij 10. Volgens de verwerende partij is het beroep tot nietigverklaring “zonder voorwerp”, om reden dat het bestreden besluit van 27 mei 2024 louter een aanvulling betreft op een eerder besluit van de gemeenteraad van de verwerende partij van 22 augustus 2023, waarbij reeds werd beslist om de gemeentelijke gronden in het gebied “Schildestrand” te affecteren tot het openbaar domein. Dit eerdere besluit van 22 augustus 2023 werd door de verzoekende partijen niet aangevochten. Beoordeling 11. De bestreden beslissing van 27 mei 2024 is genomen nadat de gemeenteraad van de gemeente Schilde op 22 augustus 2023 ook reeds had beslist om “de gemeentelijke gronden in de zone Schildestrand te laten affecteren aan het openbaar domein”. 12. Luidens de bestreden beslissing werd daarop vanwege de federale overheidsdienst gereageerd dat het niet volstond dat een overzicht van de gemeentelijke eigendommen beschikbaar is op de e-service van de federale X-18.820-9/16 overheid, maar dat de geviseerde percelen in het gemeenteraadsbesluit zelf moeten worden opgenomen. Daartoe werd het bestreden besluit aangenomen. 13. In die context neemt de Raad van State aan dat de bestreden beslissing van 27 mei 2024 in de plaats is gekomen van de gemeenteraadsbeslissing van 22 augustus 2023, en deze vervangt. Het gemeenteraadsbesluit van 22 augustus 2023 kan om die reden dan ook niet langer enig rechtsgevolg hebben. 14. De exceptie van onontvankelijkheid ratione materiae wordt verworpen. C. Wat de termijn betreft Exceptie van de verwerende partij 15. De verwerende partij betwist de tijdigheid van het beroep om reden dat de verzoekende eigenaars tijdens de gemeenteraadszitting van 27 mei 2024 aanwezig waren. Volgens de verwerende partij hebben zij op die datum dan ook kennis kunnen nemen van het bestreden besluit. Beoordeling 16. Luidens artikel 4, § 1, derde lid van het algemeen procedurereglement moeten de beroepen tot nietigverklaring worden ingediend binnen zestig dagen nadat de bestreden akten, reglementen of beslissingen werden bekendgemaakt of betekend. Indien ze noch bekendgemaakt, noch betekend moeten worden, gaat de termijn in met de dag waarop verzoeker er kennis van heeft gehad. 17. De bestreden beslissing dient te worden bekendgemaakt. De verwerende partij toont niet aan dat de verzoekende eigenaars meer dan X-18.820-10/16 zestig dagen na deze bekendmaking hun beroep tegen het bestreden besluit hebben ingediend. 18. De exceptie inzake laattijdigheid van het beroep wordt verworpen. V. Onderzoek van de middelen A. Voorafgaandelijke opmerking 19. De middelen worden enkel onderzocht in de mate zij betrekking hebben op de (delen van
  3. de)percelen waarvan de verzoekende eigenaars menen door middel van verkrijgende verjaring eigenaar te zijn geworden. B. Het eerste middel Uiteenzetting van het middel 20. De verzoekende eigenaars voeren in essentie de schending aan van artikel 3.45 van het Burgerlijk Wetboek “en het hierin besloten begrip openbaar domein”, en van het motiveringsbeginsel en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het legaliteitsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel. 21. De verzoekende eigenaars betogen dat een domeingoed kan worden geaffecteerd tot het openbaar domein op voorwaarde dat het goed tot het gebruik van allen (of voor een openbare dienst) zou dienen. Volgens hen is dit in casu niet het geval. Verweerder heeft weliswaar binnen het gebied “Schildestrand” een aantal percelen verworven, doch dit maakt nog niet dat deze percelen zouden dienen tot het gebruik van allen (of voor een openbare dienst). Volgens de verzoekende eigenaars bevat het bestreden besluit geen pertinente motieven voor de affectatie tot het openbaar domein. Het eerste X-18.820-11/16 motief, het voorkomen van verkrijgende verjaring, heeft niets te maken met het doel van publiek domein, met name iets wat dient tot het gebruik van allen. Het tweede motief, dat er op korte termijn tijdelijke invullingen aan de betrokken percelen gegeven zullen worden en op lange termijn de ‘zone’ een openbare recreatieve invulling zal krijgen, bevestigt dat de verwerende partij niet zinnens is om wat dan ook te doen met de betrokken percelen, maar dat er pas op langere termijn een openbare recreatieve functie van de zone zal gezocht worden (die de verwerende partij duidelijk nog niet heeft). Beoordeling 22. Overeenkomstig artikel 3.45 van het Burgerlijk Wetboek behoren publieke goederen tot het privaat domein, behalve indien ze tot het openbaar domein zijn bestemd. Aangenomen wordt dat een goed kan behoren tot het openbaar domein wanneer het door een uitdrukkelijke of impliciete beslissing van de overheid wordt bestemd tot het gebruik van allen of voor een openbare dienst (Cass., 15 maart 2018, arrest nr. N-20180315-6 (F.16.0141.N ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180315.6)). 23. Het bestreden besluit betreft een uitdrukkelijke beslissing van de verwerende partij om over te gaan tot affectatie van nader bepaalde percelen in het gebied “Schildestrand”. Blijkens de overwegingen en de motieven van het bestreden besluit, steunt de beslissing tot affectatie op de wens om mogelijke discussies over verkrijgende verjaring ingevolge onterechte innames van percelen te vermijden, om zodoende invulling te kunnen geven aan de wens om het gebied “Schildestrand” op termijn een andere invulling te geven, gericht op openbare (dag)recreatie. 24. De verzoekende partijen tonen niet aan dat dergelijke motieven de beslissing tot affectatie van de gemeentegronden niet kunnen wettigen. Dat die bestemming pas in een latere fase zal worden gerealiseerd, en dat de beoogde X-18.820-12/16 bestemming inzake recreatie nog niet in lijn zou liggen met de actuele planologische bestemming, doet niet anders besluiten. 25. Daarbij komt dat het bestreden besluit geen retroactieve werking heeft, zodat de bestreden beslissing er ook niet toe kan strekken om een reeds voltrokken eigendomsverwerving op grond van verkrijgende verjaring ongedaan te maken. 26. De conclusie is dat de schending van de aanvoerde rechtsregels niet aannemelijk wordt gemaakt. Het middel wordt verworpen. C. Tweede middel Uiteenzetting van het middel 27. Het auditoraatsverslag vat het middel samen als volgt: “Verzoekers voeren in het tweede middel de schending aan van artikel 16 van de Grondwet, van artikel 1 van het eerste Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, van de artikelen 3.27 en 3.50 Burgerlijk Wetboek, van de artikelen 3, 7, 10-30 ‘en kortom alle andere procedureregels’ van het decreet van 24 februari 2017 betreffende onteigening voor het algemeen nut, machtsafwending, van het beginsel van onpartijdigheid en onafhankelijkheid en van het beginsel ‘dat niemand gelijktijdig rechter en partij mag zijn’, van het motiveringsbeginsel (o.a. de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen) en van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het legaliteitsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het redelijkheidsbeginsel. Verzoekers betogen (samengevat) dat verweerder middels het bestreden besluit de (beweerde onterechte) innames van zijn percelen door eerste en tweede verzoekers, alsook door andere personen binnen het gebied ‘Schildestrand’, tracht te bestrijden. Om dit aan te tonen, wijzen verzoekers erop dat het eerder besluit van verweerder van 22 augustus 2023, waarbij reeds beslist werd om de gemeentelijke gronden in het gebied ‘Schildestrand’ te affecteren tot het openbaar domein, genomen werd binnen de anderhalve maand nadat eerste en tweede verzoekers verkrijgende verjaring over (een deel van) twee aan hun perceel X-18.820-13/16 aangrenzende percelen inriepen in het burgerrechtelijk geschil met verweerder voor het Vredegerecht van het kanton Brasschaat. Verweerder tracht door het bestreden besluit, via de omweg van ‘openbaar domein’, een onteigening te doen van (een deel van) voornoemde percelen, die volgens eerste en tweede verzoekers hun eigendom zijn geworden door verkrijgende verjaring, zonder respect voor de onder aanhef genoemde bepalingen en beginselen. Verweerder wil zich verder onttrekken aan de rechterlijke macht die moet oordelen of de innames al dan niet rechtmatig zijn/waren en of dit al dan niet aanleiding geeft tot verkrijgende verjaring. Verweerder wil opdringen dat het gaat om onterechte innames en dat er geen sprake is van verkrijgende verjaring. Dit blijkt uit de motivering van het bestreden besluit, die evenwel niet pertinent is.” Beoordeling 28. De verzoekende eigenaars werpen in essentie op dat de rechterlijke beslechting van de nog hangende eigendomsbetwisting zou kunnen uitwijzen dat de verzoekende eigenaars middels verkrijgende verjaring eigenaar zijn geworden van (een deel van) de kwestieuze percelen. Zij menen dat, in een dergelijk geval, de bestreden beslissing met zich zou meebrengen dat de betrokken goederen, ook al zijn zij geen eigendom van de verwerende partij, toch in het openbaar domein zouden zijn opgenomen, zodat de eigenaars er de facto niet meer over zouden kunnen beschikken. 29. De Raad van State treedt dit standpunt niet bij. De bestreden beslissing bevat geen enkele indicatie dat het de bedoeling was om ook goederen van privaatrechtelijke personen in het openbaar domein op te nemen. Integendeel blijkt die bedoeling enkel te hebben bestaan ten aanzien van “percelen in privé-eigendom van de gemeente”. Er dient dan ook te worden aangenomen dat de bestreden beslissing er niet toe strekt om ook de (delen van) percelen die aan de verzoekende eigenaars (zouden) toekomen, in het openbaar domein op te nemen. X-18.820-14/16 30. Vermits de bestreden beslissing er niet toe strekt (delen van) percelen die aan de verzoekende eigenaars zouden toebehoren, te affecteren tot het openbaar domein, wordt het tweede middel, dat van het tegendeel uitgaat, verworpen. VI. Kosten 31. De verwerende partij vraagt in haar memorie van antwoord een rechtsplegingsvergoeding van 1.800 euro. Evenwel is er geen grond om aan deze partij een rechtsplegingsvergoeding toe te kennen hoger dan het door artikel 67, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ voorziene (geïndexeerd) basisbedrag. BESLISSING 1. De Raad van State verwerpt het beroep 2. De verzoekende partijen worden, elk voor een derde, verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 600 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. X-18.820-15/16 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op negen maart tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jan Clement, kamervoorzitter, Stephan De Taeye, staatsraad, David D’Hooghe, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Jan Clement X-18.820-16/16 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.920 Gerelateerde publicatie(
  4. s)citeert: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180315.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.