id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 maart 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.933 Rolnummer: A. 241809/XII-9714 Zaak: Arrest 265933 - Kind & Gezin - 10/03/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-03-13 Raadplegingen: 170 - laatst gezien 2026-06-18 06:37 Fiche Arrest nr 265.933 van 10 maart 2026 Sociale zaken en volksgezondheid - Kind & Gezin Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ecli_input ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR ecli_prefixe ECLI ecli_pays BE ecli_cour RVSCE ecli_cour_old RVSCE ecli_annee 2019 ecli_ordre ARR ecli_typedec ecli_datedec ecli_chambre ecli_nosuite Invalid ECLI ID - no_ordre - 1 elements ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR invalide Invalid ECLI ID - no_ordre - 1 elements ecli_input ECLI:BE:GHCC:2020.ARR.105 ecli_prefixe ECLI ecli_pays BE ecli_cour GHCC ecli_cour_old ecli_annee 2020.ARR.105 ecli_ordre ecli_typedec ecli_datedec ecli_chambre ecli_nosuite Invalid ECLI ID - 4 element(
- s)ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI ECLI:BE:GHCC:2020.ARR.105 invalide Invalid ECLI ID - 4 element(
- s)ecli_input ECLI:BE:GHCC:2010.ARR.109 ecli_prefixe ECLI ecli_pays BE ecli_cour GHCC ecli_cour_old ecli_annee 2010.ARR.109 ecli_ordre ecli_typedec ecli_datedec ecli_chambre ecli_nosuite Invalid ECLI ID - 4 element(
- s)ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI ECLI:BE:GHCC:2010.ARR.109 invalide Invalid ECLI ID - 4 element(
- s)RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIIe KAMER nr. 265.933 van 10 maart 2026 in de zaak A. 241.809/XII-9714 In zake : 1. de BV SERVING YOU 2. N.S. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gerard Soete kantoor houdend te 8400 Oostende Kerkstraat 8 bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de VLAAMSE GEMEENSCHAP, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Evelyne Maes en Brecht Vroonen kantoor houdend te 3000 Leuven Arnould Nobelstraat 34/0101 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 29 april 2024, strekt tot de nietigverklaring van het “[m]inisterieel besluit tot sluiting van het niet-erkend woonzorgcentrum dd. 17 april 2024 uitgaande van de Vlaamse Regering en ondertekend door de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin […] en inhoudende het bevelen van de sluiting van het niet-erkende woonzorgcentrum, […] en uitgebaat door [de eerste verzoekende partij] waarbij de sluiting inhoudt dat de voorziening niet als woonzorgcentrum mag worden uitgebaat en deze beslissing tot sluiting uitwerking heeft uiterlijk op 31 augustus 2024 waarbij deze beperkte periode uitsluitend bedoeld is om voor de huidige bewoners een door het Departement Zorg aanvaarde oplossing te realiseren waarbij in de periode tussen de kennisgeving van dit besluit en de uitwerking van het besluit onder geen enkele voorwaarde nieuwe bewoners kunnen worden XII-9714-1/27 opgenomen en ten overstaan van de bewoners enkel maatregelen kunnen worden genomen na voorafgaand en permanent overleg van het Departement Zorg”. II. Verloop van de rechtspleging 2. Bij arrest nr. 260.800 van 26 september 2024 werden de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit en de vordering tot het opleggen van voorlopige maatregelen verworpen. De verzoekende partijen hebben een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Anja Somers heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partijen hebben een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 februari 2026. Kamervoorzitter Chantal Bamps heeft verslag uitgebracht. Advocaat Sebastien Verteneuil, die loco advocaat Gerard Soete verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Evelyne Maes, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. XII-9714-2/27 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. De feiten worden in het tussenarrest nr. 260.800 van 26 september 2024 als volgt weergegeven: “3.1. De eerste verzoekende partij is een sociaal project. In de statuten worden de activiteiten als volgt omschreven: het verstrekken van hulp, onderdak, logies, bijstand en verzorging aan hulpbehoevende personen, mindervalide personen en personen die niet in staat zijn in te staan voor zichzelf wegens psychische of fysische afwijking in de meest ruime zin van het woord: het algemeen welzijnswerk met huisvesting en overige maatschappelijke dienstverlening met huisvesting, dit alles met uitsluiting van de activiteiten van een rust- en verzorgingstehuis, een rustoord voor bejaarden, zorghotel of hersteloord. 3.2. Op 24 augustus 2023 vindt er naar aanleiding van een klacht een onaangekondigde inspectie plaats. De vaststellingen worden weergegeven in het verslag ZI-2023-00791. Hierin wordt vastgesteld dat er indicaties zijn dat de voorziening deels voldoet aan de kenmerken van een woonzorgcentrum, zoals beschreven in artikel 33 van het decreet van 15 februari 2019 ‘betreffende de woonzorg’ zonder dat de voorziening hiervoor is erkend. Tweeëntwintig bewoners zijn immers ouder dan 65 jaar. 3.3. Op 6 december 2023 wordt een voornemen tot sluiting als niet-erkend woonzorgcentrum en niet-erkend psychiatrisch verzorgingstehuis meegedeeld aan de eerste verzoekende partij. 3.4 Op 3 januari 2024 dienen de verzoekende partijen een bezwaarschrift in tegen het voornemen tot sluiting van een niet-erkend woonzorgcentrum. 3.5. De Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers (hierna: de adviescommissie) behandelt het bezwaarschrift op 1 februari 2024 en verstrekt het volgende advies: ‘De Commissie gaat niet over tot een nieuwe, eigen beoordeling van de situatie, maar spreekt zich uit over de genomen beslissing. Zij gaat na of die beslissing in overeenstemming is met de wettelijke regeling, met de algemene rechtsbeginselen en met de beginselen van behoorlijk bestuur, of zij procedureel correct tot stand gekomen is en of zij redelijk verantwoord en opportuun is. De adviescommissie is overtuigd van de inzet en toewijding van de initiatiefnemers, maar de commissie moet ook oog hebben voor de noden van de kwetsbare mensen die in Serving You verblijven en de opdracht van de overheid om deze mensen te beschermen. Wanneer een instelling wil fungeren als een woonzorgcentrum of een psychiatrisch verzorgingstehuis dient die daarvoor een erkenning te hebben van de overheid. Het doel en gevolg daarvan is dat er toegezien kan worden op het naleven van diverse XII-9714-3/27 kwaliteitsnormen die beogen dat personen in een kwetsbare positie de opvolging en begeleiding kunnen krijgen die ze nodig hebben. Wat het voornemen tot sluiting als niet-erkend woonzorgcentrum betreft, meent de commissie dat Serving You voldoet aan de definitie van een woonzorgcentrum zoals omschreven in artikel 33 van het woonzorgdecreet van 15 februari 2019, met name ‘een woonzorgvoorziening waar in een aangepaste infrastructuur en binnen een organisatorisch geheel zorg en ondersteuning wordt geboden in een thuisvervangend milieu aan ouderen met een complexe zorg- en ondersteuningsvraag, die er permanent verblijven.’ Er verblijven immers 65-plussers bij Serving You, op een permanente basis, met een complexe zorg- en ondersteuningsvraag, aan wie zorg en ondersteuning wordt geboden in een thuisvervangend milieu. […] Nadat de commissie kennis heeft genomen van de administratie[ve] dossiers, inclusief beide bezwaarschriften, en nadat ze beide partijen heeft gehoord[,] beschouwt de adviescommissie de bezwaarnota’s als gedeeltelijk gegrond. Om deze reden moet een nieuwe beslissing worden genomen door de minister. Het is ondenkbaar dat Serving You verder kan functioneren buiten elk regelgevend kader en zonder dat er enig toezicht door de overheid kan plaatsvinden, maar de meerwaarde van initiatieven als Serving You kunnen ook niet worden miskend. Het zou wenselijk zijn om samen met Serving You te zoeken naar manieren om minstens delen van Serving You te behouden binnen een passen kader. De commissie hoopt dat Serving You kan worden begeleid bij haar zoektocht naar welk initiatief zij zich concreet wil richten en profileren en dat haar vervolgens de nodige tijd wordt gegund om de eventueel noodzakelijke vergunningen en erkenningen hiervoor te kunnen verkrijgen. De commissie wenst te benadrukken dat ongeacht de beslissing die wordt genomen, het welzijn van de mensen die er momenteel verblijven centraal dient te worden geplaatst.’ 3.6. Op 17 april 2024 neemt de minister de beslissing tot sluiting van het niet- erkende woonzorgcentrum op grond van de volgende overwegingen: ‘-Serving You werd in 2016 en 2017 al geïnspecteerd naar aanleiding van klachten en bezorgdheden van het gemeentebestuur aangaande de kwaliteit van zorg. Na die inspecties heeft Serving You niet te kennen gegeven zich te willen conformeren aan de geldende normen voor een psychiatrisch verzorgingstehuis of woonzorgcentrum; -ook na het inspectiebezoek van 24 augustus 2023 heeft Serving You geen aanstalten gemaakt om zich te laten erkennen, noch als woonzorgcentrum, noch als psychiatrisch verzorgingstehuis; -tijdens de hoorzitting van de Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers op 1 februari 2024 gaf Serving You dubbele signalen: enerzijds wil men (verder) functioneren als ‘een sociaal project’, dat niet aan bepaalde erkenningsnormen hoeft te voldoen. Anderzijds wil men niet gesloten worden en, om dat te voorkomen, wel erkend worden. Het bleef echter onduidelijk welke taken de voorziening zou uitoefenen, en bijgevolg als welke zorgvorm men erkend wil worden; -het Departement Zorg ontving na de zitting van de Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat)pleegzorgers een e-mail van Serving You met de vraag hoe ze zich kunnen conformeren als sociaal project. Het Departement Zorg heeft geantwoord dat men, ongeacht de naamgeving, wanneer bepaalde taken worden uitgeoefend onderworpen kan zijn aan bepaalde regelgevingen XII-9714-4/27 waarvoor een erkenning noodzakelijk is. Het is dus belangrijk dat voorzieningen eerst zelf weten welke doelgroep van zorggebruikers ze willen opvangen en welke dienstverlening ze willen aanbieden vooraleer de administratie kan duiden welke regelgeving op dergelijke voorzieningen van toepassing is; -bovendien stelde Zorginspectie een algemene achteruitgang van de kwaliteit van zorg en inbreuken vast op de patiëntenrechten. De kwetsbare doelgroep die in Serving You verblijft heeft recht op een kwalitatieve zorg, die ze momenteel niet ontvangt; -de sluiting van de voorzieningen van Serving You heeft tot gevolg dat deze voorzieningen niet langer als woonzorgcentrum mogen worden uitgebaat; -de gedwongen verhuizing heeft een ernstige [i]mpact op de levenskwaliteit van de getroffen bewoners, aangezien zij hun vertrouwde woonomgeving moeten verlaten; -er moeten maatregelen worden genomen om de verdere huisvesting van de bewoners te realiseren en de uitvoering van deze maatregelen moet het voorwerp uitmaken van een voorafgaand overleg tussen de burgemeester en de voorzitter van het bijzonder comité sociale dienst van de gemeente in kwestie en het Departement Zorg; -het is billijk voor de betrokken bewoners dat de sluiting van het niet-erkende woonzorgcentrum voldoende in de tijd wordt gespreid, zodat zij de kans krijgen om een volwaardig alternatief te vinden.’ 3.7. Het ministerieel besluit van 17 april 2024 luidt als volgt: ‘Artikel 1. De sluiting van het niet-erkende woonzorgcentrum, gelegen […] en uitgebaat door [de eerste verzoekende partij], wordt bevolen. De sluiting houdt in dat de voorziening niet als woonzorgcentrum mag worden uitgebaat. Art. 2. Deze beslissing tot sluiting heeft uitwerking uiterlijk op 31 augustus 2024. Deze beperkte periode is uitsluitend bedoeld om voor de huidige bewoners een door het Departement Zorg aanvaarde oplossing te realiseren. Art. 3. In de periode tussen de kennisgeving van dit besluit en de uitwerking van dit besluit kunnen onder geen enkele voorwaarde nieuwe bewoners worden opgenomen. Art. 4. Ten overstaan van de bewoners kunnen enkel maatregelen genomen worden na voorafgaand en permanent overleg met het Departement Zorg.’ Dit is de bestreden beslissing.” 3.2. De sluiting wordt uitgevoerd en opgevolgd door een begeleidingsteam. Tussen 6 mei 2024 en 29 augustus 2024 vinden er zeven bijeenkomsten van het begeleidingsteam plaats. Tijdens deze vergaderingen wordt de mogelijkheid voor kamerverhuur zonder zorg bekeken. 3.3. Op 28 augustus 2024 beslist de verwerende partij om de sluitingsdatum te verlengen tot uiterlijk 30 september 2024, omdat er nog bijkomende tijd nodig is om de bewoners te begeleiden naar een andere, gepaste huisvesting. XII-9714-5/27 3.4. Op 7 november 2024 voert de Zorginspectie een inspectiebezoek uit in het kader van de opvolging van de sluiting. De Zorginspectie gaat na of op beide locaties van de eerste verzoekende partij de effectieve sluiting als niet-erkend woonzorgcentrum en niet-erkend psychiatrisch verzorgingstehuis kan worden vastgesteld en er enkel nog private kamerverhuur plaatsvindt. Uit het inspectiever- slag blijkt dat er nog 13 bewoners verblijven waarvan twee ouder dan 65 jaar. Uit de vaststellingen blijkt dat de bewoners niet in staat zijn en niet in staat worden geacht om zelfstandig te leven en zij psychotrope geneesmiddelen nemen. 3.5. Ten gevolge van deze inspectie schrijft de secretaris-generaal van het Departement Zorg op 13 december 2024 de burgemeester van Bredene aan met het verzoek om over te gaan tot de effectieve sluiting: “[…] Om die reden verzoek ik u om over te gaan tot de effectieve sluiting van Serving You als niet-erkend woonzorgcentrum en niet-erkend psychiatrisch verzorgingstehuis, op de locaties Duinenstraat 280 en Tulpenlaan 4 in 8450 Bredene, overeenkomstig artikel 50, vierde lid van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 april 2014 tot vaststelling van de procedures voor de gezondheidsvoorzieningen, en artikel 62, 6° lid van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2024 over de procedures voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers, dat het volgende bepaalt: ‘Als na de datum van sluiting, vermeld in de beslissing tot sluiting van de woonzorgvoorziening, vermeld in artikel 59, wordt vastgesteld dat de uitbating van een woonzorgvoorziening niet is stopgezet, gaat de burgemeester, op schriftelijk verzoek van de secretaris-generaal, over tot de effectieve sluiting conform artikel 67, eerste lid, van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019. Het lokaal bestuur, in samenwerking met de administratie, staat in voor de begeleiding en de overplaatsing van de bewoners of de gebruikers naar een passende woonvoorziening in samenspraak met de bewoners of de gebruikers en hun vertegenwoordiger. Het lokaal bestuur kan voor de begeleiding en overplaatsing geen aanspraak maken op een vergoeding van de bewoners en hun wettelijke vertegenwoordigers.’ Artikel 67 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019 stelt: ‘Als na de inwerkingtreding van de sluiting van een woonzorgcentrum, van een centrum voor dagverzorging, van een centrum voor dagopvang van een dienst voor gezinszorg, van een centrum voor kortverblijf, van een groep van assistentiewoningen of van een centrum voor herstelverblijf wordt vastgesteld dat de uitbating ervan niet is stopgezet, gaat de burgemeester, op schriftelijk verzoek van de Vlaamse Regering, over tot de effectieve sluiting, onverminderd de bevoegdheid die door de Nieuwe gemeentewet aan de burgemeester is verleend. Hij beveelt de stopzetting van de activiteiten en, in voorkomend geval, de ontruiming van de gebouwen, en verzegelt de gebouwen. Die maatregelen worden uitgevoerd op kosten en risico van de rechtspersoon die het woonzorgcentrum, het centrum voor dagverzorging, het XII-9714-6/27 centrum voor dagopvang van een dienst voor gezinszorg, het centrum voor kortverblijf, de groep van assistentiewoningen of het centrum voor herstelverblijf uitbaat. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure daarvan.’ De begeleiding van deze bewoners naar een volwaardige alternatieve huisvesting blijft, een gedeelde prioritaire bekommernis. Ik wens u en uw diensten uitdrukkelijk te bedanken voor alle inspanningen de voorbije maanden om de bewoners trachten te bereiken en zo goed mogelijk te begeleiden naar een nieuwe thuis, en om deze begeleiding ook nu verder te zetten. Ik vraag u om het departement op de hoogte te houden van het verdere verloop. Mijn medewerkers staan uiteraard ter beschikking bij verdere vragen.” 3.6. Op 24 februari 2025 neemt de burgemeester een bevel tot effec- tieve sluiting: “Artikel 1 De burgemeester beveelt de effectieve sluiting van het niet-erkend woonzorgcentrum en het niet-erkend psychiatrisch verzorgingstehuis Serving You op de adressen: Tulpenlaan 4 en Duinenstraat 280 te 8450 Bredene. Op 01/04/2025 worden de bewoners of gebruikers geacht een alternatieve huisvesting te hebben gevonden zo niet worden alle voornoemde gebouwen ontruimd. Na de ontruiming zal de burgemeester, als verantwoordelijke van de bestuurlijke politie op het grondgebied van zijn gemeente, de politie laten instaan voor de verzegeling van de gebouwen. Aan de uitbater wordt opgelegd om alle nodige medewerking te verlenen om tot herhuisvesting over te gaan tegen uiterlijk 1/4/2025. De uitbater wordt hiermee in kennis gesteld van het voornemen dat er bestuurlijke maatregelen kunnen getroffen worden, waaronder het opleggen van een bestuurlijke dwangsom. De uitbater wordt hierbij uitgenodigd hierop zijn reactie te geven binnen de twee weken na betekening van dit voornemen. Artikel 2 De bewoners en hun wettelijk[e] vertegenwoordigers worden geïnformeerd over de stand van zaken en het voornemen om tot overplaatsing te gaan. Artikel 3 Deze beslissing wordt betekend door de lokale politie aan de uitbater van de in artikel 1 vermelde entiteiten, de B.V. Serving You, [N.S.], waarna de politie PV opstelt van betekening. Artikel 4 Deze beslissing wordt betekend aan het Departement Zorg.” Deze beslissing wordt door de verzoekende partijen aangevochten middels een op 8 april 2025 ingediende vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging en een beroep tot nietigverklaring, gekend onder rolnummer A. 244.495/XII-9866. Bij arrest nr. 263.552 van 11 juni 2025 worden de vordering tot schorsing, de vordering tot het bevelen van voorlopige maatregelen en tot het opleggen van een dwangsom door de Raad van State verworpen. XII-9714-7/27 3.7. Op 10 maart 2025 deelt de raadsman van de verzoekende partijen aan de burgemeester mee dat het Departement Zorg op 27 februari 2025 een voor- nemen heeft geuit om een administratieve geldboete op te leggen. 3.8. Uit een e-mail van 24 maart 2025 van de eigenaars van de betreffende panden van de voorzieningen blijkt dat de verkoop van de panden nog “de enige intentie” is van de eigenaar en dat zij vooral bevreesd zijn dat de panden verzegeld worden. Dit blijkt ook uit de verkoopopdrachten van 17 maart 2025 met betrekking tot beide panden. 3.9. Op 31 maart 2025 wordt een volledige ontruiming van de panden vastgesteld. 3.10. Op 1 april 2025 wordt er tot verzegeling overgegaan. 3.11. Op 8 april 2025 neemt het Departement Zorg de definitieve beslissing om geen administratieve geldboete op te leggen. 3.12. Na het voorleggen van verkoopopdrachten waarbij de heer M. en mevrouw S. zich voordoen als eigenaars van beide panden, vaardigt de burgemeester op 11 april 2025 een besluit uit “ontzegeling van de panden van Serving You een niet-erkende voorziening met kenmerken van zowel een woonzorgcentrum als van een psychiatrisch verzorgingstehuis”. Daarin beslist de burgemeester tot de tijdelijke opheffing van de verzegeling van de panden in functie van de mogelijkheid voor potentiële kopers om het pand te bezoeken. De politie wordt belast met een dagelijkse controle van de panden zodat snel kan ingegrepen worden, mocht van de ontzegeling misbruik worden gemaakt. 3.13. Per e-mail van 15 april 2025 bedankt de eigenaar van de gebouwen de algemene directeur stellende “Hierbij willen wij u oprecht bedanken voor uw inspanningen om de verzegeling van de gebouwen ongedaan te maken. Zo kunnen we de geplande verkoop op een normale manier laten verlopen.” XII-9714-8/27 3.14. Op 9 mei 2025 verlengt de burgemeester de ontzegeling van de gebouwen met drie maanden. Bij beslissing van 13 augustus 2025 wordt de ontzegeling opnieuw verlengd tot en met 31 december 2025. IV. Ontvankelijkheid van het beroep A. Exceptie van gebrek aan hoedanigheid in hoofde van de tweede verzoekende partij Standpunt van de partijen 4. In haar laatste memorie betwist de verwerende partij de hoedanigheid in hoofde van de tweede verzoekende partij om het voorliggende beroep in te stellen. Dienaangaande laat zij in essentie gelden dat krachtens de rechtspraak van de Raad van State een verzoekende partij dient te getuigen van de vereiste hoedanigheid om op ontvankelijke wijze een beroep tot nietigverklaring in te stellen, wat onder meer inhoudt dat de verzoekende partij een zekere persoonlijke en individuele band moet hebben met de bestreden beslissing. De verwerende partij benadrukt dat
- i)te dezen het bestreden besluit uitsluitend betrekking heeft op bv Sereving you, zijnde de eerste verzoekende partij, nu het een niet-erkend woonzorgcentrum sluit dat wordt uitgebaat door de eerste verzoekende partij en
- ii)de tweede verzoekende partij niet de bestemmeling is van het besteden besluit, noch de uitbater van de bedoelde inrichting, doch dat zij louter bestuurder en aandeelhouder van de eerste verzoekende partij is. Dienvolgens beschikt, volgens de verwerende partij, de tweede verzoekende partij niet over de vereiste hoedanigheid om een beroep tot nietigverklaring in te stellen tegen het bestreden besluit. Het enkele feit dat zij als zaakvoerder de communicatie van de Vlaamse Gemeenschap ontving met betrekking tot de sluiting van het niet-erkend woonzorgcentrum doet volgens de verwerende partij hieraan geen afbreuk. XII-9714-9/27 5. In hun laatste memorie laten de verzoekende partijen dienaangaande in essentie gelden: “[S.N.] heeft zich altijd in rechte voorzien omdat van meet af aan alle betekeningen door de overheid gebeurden aan zowel BV SERVING YOU als aan [S.N.]. Als de overheid het aangewezen acht betekeningen te doen aan [S.N.] persoonlijk, betekent dit dat men haar persoonlijk aanspreekt zodat zij uiteraard opkomt tegen een beslissing waarvoor zij persoonlijk wordt aangesproken. [S.N.] is aandeelhouder van BV SERVING YOU. Zij verleende de hulp en bijstand waarin zij wel werd geholpen door haar echtgenoot [M.T.]. Het is niet betwist dat S.N.diegene was die het sociaal werk deed. [S.N.] treedt op als drijvende kracht maar ook als bestuurder maar inzonderheid ook als aandeelhouder.” Beoordeling 6. Een verzoekende partij dient te beschikken over de vereiste hoedanigheid om het beroep tot nietigverklaring in te stellen. De vereiste van hoedanigheid – procesbevoegdheid of kwaliteit – heeft betrekking op de band tussen de procespartij en de handeling die zij voor de administratieve rechter bestrijdt. 7. Blijkens de procedurestukken van de verzoekende partijen, treedt de tweede verzoekende partij op in haar hoedanigheid van bestuurder van de eerste verzoekende partij. Tijdens de terechtzitting wordt door de raadsman van de verzoekende partijen bevestigd dat de twee verzoekende partij bestuurder en aandeelhouder is van de eerste verzoekende partij. De rechtsvordering waarvan het specifieke opzet erin bestaat om de sluiting van een niet-erkend woonzorgcentrum, uitgebaat door de eerste verzoekende partij ongedaan te maken, kan alleen worden ingesteld door de uitbater (zijnde de eerste verzoekende partij) wiens voorziening het voorwerp uitmaakt van de thans aangevochten sluiting. De tweede verzoekende partij is niet de geadresseerde van het bestreden besluit. Als bestuurder/aandeelhouder van de eerste verzoekende partij beschikt zij niet over de vereiste hoedanigheid om het beroep in te stellen. Het betoog van de verzoekende partijen dat
- i)als de overheid XII-9714-10/27 het aangewezen acht betekeningen te doen aan de tweede verzoekende partij persoonlijk, dit betekent dat men haar persoonlijk aanspreekt zodat zij uiteraard opkomt tegen een beslissing waarvoor zij persoonlijk wordt aangesproken en
- ii)de tweede verzoekende partij optreedt als drijvende kracht, doet niet anders besluiten. Conclusie 8. De tweede verzoekende partij beschikt niet over de vereiste hoedanigheid om de vernietiging van het thans bestreden besluit te benaarstigen. Het annulatieberoep is niet ontvankelijk in hoofde van de tweede verzoekende partij. De exceptie is gegrond. B. Exceptie van gebrek aan actueel belang in hoofde van de verzoekende partijen Vooraf 9. Om de redenen uiteengezet onder randnummers 6 tot 8 wordt de door de verwerende partij opgeworpen exceptie van gebrek aan actueel belang enkel onderzocht voor wat de eerste verzoekende partij betreft. Voor zover hierna sprake is van verzoekende partijen, wordt hiermee enkel de eerste verzoekende partij bedoeld, die voor het verdere verloop van de beoordeling wordt aangeduid als zijnde “de verzoekende partij”. Standpunt van de partijen 10. De verwerende partij stelt in de memorie van antwoord het belang van de verzoekende partijen bij het voorliggende beroep in in vraag, nu de verzoekende partijen in hun verzoekschrift niet uiteenzetten welk belang zij hebben bij het beroep tot nietigverklaring tegen het bestreden besluit. XII-9714-11/27 11. In de memorie van wederantwoord repliceren de verzoekende partijen als volgt: “Art. 17 Ger.w. bepaalt dat de rechtsvordering niet kan worden toegelaten indien de eiser geen hoedanigheid en geen belang heeft om ze in te dienen. Krachtens art. 18 Ger.w. moet het belang een reeds gekregen en dadelijk belang zijn. De Vlaamse Gemeenschap verwijst naar art. 19 lid 1 W. 12.01.1973 waarin is bepaald dat iedereen, die van een belang doet blijken, een beroep tot nietigverklaring kan instellen. De wetten op de Raad van State geven aan dat het volstaat van een belang ‘te doen blijken’. De bewering dat in het verzoekschrift het belang moet worden uiteengezet, is te verwerpen: op basis van het verzoekschrift maar ook van de feitelijke gegevens moet worden nagegaan of een belang blijkt. Het Hof van Cassatie stelde dat de procespartij, die voorhoudt titularis te zijn van een subjectief recht, belang heeft om de vordering in te stellen, ook al wordt dit recht betwist. Er is aan toegevoegd dat het onderzoek naar het bestaan of draagwijdte van het subjectief recht dat wordt ingeroepen, niet de ontvankelijkheid betreft, maar de gegrondheid van de vordering (Cass. 02/04/2004, C.02.0609.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040402.4.). Een recent arrest van het Hof van Cassatie besliste dat belang in de zin van art. 17 Ger.w. bestaat uit het materieel of moreel voordeel, hoe gering ook, dat degene die de vordering instelt, op het ogenblik van de rechtsingang mag verwachten en waardoor zijn bestaande rechtstoestand gewijzigd en verbeterd kan worden (Cass. 23/04/2021, C.19.0502.N ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210423.1N.6). Bij het arrest van het Hof van Cassatie van 23/04/2021 is er de conclusie van eerste advocaat-generaal Ria MORTIER. Zij wijst erop dat het inroepen van afwezigheid van belang impliceert dat de eisende partij niet (meer) beschikt over het ius agendi, het recht om van de rechter een beslissing te verkrijgen aangaande de gegrondheid van haar aanspraak. Het zuiver processueel belang als toepassingsvoorwaarde voor het ius agendi, dat speelt dat op het niveau van de toelaatbaarheid, moet onderscheiden van het materieel belang dat speelt op het niveau van de gegrondheid. In haar advies benadrukte zij dat het belang elk materieel of moreel voordeel is dat wie een eis instelt of verweer voert, op het ogenblik van de rechtsingang mag verwachten en waardoor zijn huidige rechtstoestand gewijzigd en verbeterd kan worden. Het betreft dus het voordeel dat de vordering kan opleveren aan de eiser. Dit kan in abstracte zin de handhaving van zijn subjectief recht zijn of in meer concrete zin het voorwerp van de vordering. Het kan zowel gaan om het verkrijgen van een voordeel als om het voorkomen van een nadeel. Waar het om gaat, is dat de vordering bij gegrondverklaring de rechtspositie van de eiser moet wijzigen of verbeteren. Daarom moet worden aangetoond dat met het instellen van de vordering enig materieel of moreel voordeel wordt nagestreefd. In de voetnoten 5 t/m 11 verwijst Ria MORTIER naar de rechtsleer waarop zij zich steunt. De Vlaamse Gemeenschap erkent dat er belang is vanaf het ogenblik dat men dat doet ‘blijken’. Ter zake kan er geen betwisting zijn over het belang. Voor het ogenblik is BV SERVING YOU al grotendeels ontmanteld door de Vlaamse Gemeenschap die niet bereid was een beslissing over de schorsing en voorlopige maatregelen af te wachten, zodat vanaf het ministerieel besluit er uitvoering aan werd gegeven. De Vlaamse Gemeenschap gaat verder dan wat zij zelf aangaf in besluiten voor de Raad van State en in de pleidooien in de procedure vordering/schorsing: haar visie is dat SERVING YOU en XII-9714-12/27 meegaand [S.N.] geen enkele activiteiten mogen hebben, niet de minste, zelfs niet wat zij uitdrukkelijk inroept voor de Raad van State en waarbij zij beweerde dat het standpunt van SERVING YOU &[ S.N.] onjuist was, waar werd voorgehouden dat een algehele sluiting werd nagestreefd. Het gaat zover dat S.N.wordt verweten dat zij verklaarde dat er nog kamerverhuur mocht gebeuren ingevolge wat de Vlaamse Gemeenschap vooropzette in de nota voor de Raad van State en in pleidooien in de procedure schorsing. SERVING YOU diende een beroep tot vernietiging in tegen het Ministerieel besluit tot sluiting van een niet-erkend woonzorgcentrum, waarbij zij acht middelen inriep om dat ministerieel besluit te vernietigen waardoor er geen sluiting kan zijn, zodat zij verder activiteiten kon hebben. Zowel SERVING YOU als [S.N.] riepen in dat er geen activiteit was als niet-erkend woonzorgcentrum maar dat zelfs in het kader van de wet- en regelgeving i.v.m. een woonzorgcentrum niet correct werd gehandeld, waardoor het ministerieel besluit nietig moet verklaard worden. BV SERVING YOU was de vennootschap die instond voor de uitbating zodat die een rechtstreeks en onmiddellijk belang heeft dat persoonlijk, zeker, actueel en wettig is. [S.N.] werd aangesproken als bestuurder van BV SERVING YOU. Zij was persoonlijk werkzaam in SERVING YOU zodat zij ook persoonlijk wordt aangesproken. Zij heeft eveneens het vereiste belang. Zowel SERVING YOU als [S.N.] streven direct en persoonlijk voordeel na zijnde de uitbating van de activiteit van SERVING YOU met daarbij [S.N.] als bestuurder en drijvende kracht.” In hun laatste memorie laten de verzoekende partijen gelden: “2. Het auditoraat benadert de problematiek van het belang totaal verkeerd door te vertrekken vanuit het gegeven dat eigendommen te koop worden gesteld zodat dat belang zou ontnemen om de procedure te vervolgen. BV SERVING YOU, met als zaakvoerder [S.N.] die ook aandeelhouder is, is een vennootschap die werd opgericht op 27/03/2008 met statutenwijzigingen op 28/04/2016 en 26/05/2021. De activiteit van SERVING YOU is het verstrekken van hulp, onderdak, logies, bijstand, verzorging aan hulpbehoevende personen, mindervalide personen en personen die niet in staat zijn voor zichzelf in te staan wegens psychische en fysische afwijking, waarbij in de meest ruime zin van het woord algemeen welzijnswerk wordt nagestreefd met huisvesting, overige maatschappelijke dienstverlening met huisvesting, dit alles met uitsluiting van de activiteiten van een rust- en verzorgingstehuis, een rustoord voor bejaarden, zorghotel of hersteloord. SERVING YOU, geleid door [S.N.], ontwikkelde begeleid wonen te 8450 Bredene, Duinenstraat 280 & Tulpenlaan 4. Daartegen werd opgekomen door het Departement Zorg met vooral actief handelen van de gemeente Bredene waarvan de burgemeester niet wilde dat een dergelijke activiteit in zijn gemeente zou worden uitgeoefend omdat die activiteit de hulpbehoevenden van de ruime regio Oostende aantrok. Dat leidde tot een sluiting omdat beweerd werd dat er een woonzorgcentrum en psychiatrisch verzorgingstehuis werd uitgebaat, waarna later, nadat werd voorgehouden dat er kamerverhuur mocht, algehele sluiting volgde omdat ook kamerverhuur als onrechtmatig werd beschouwd en in realiteit uitbating van een woonzorgcentrum of psychiatrisch verzorgingstehuis. SERVING YOU en [S.N.] ondernamen alle beschikbare procedures om verder activiteiten te kunnen hebben. De standpunten van het Departement Zorg en de gemeente Bredene werden procedureel betwist. Ingevolge arresten XII-9714-13/27 van de Raad van State van 26/09/2024 en een arrest 11/06/2025 werden de vorderingen schorsing en het opleggen van maatregelen afgewezen. De gevolgen daarvan waren dat de beide panden quasi volledig werden ontruimd terwijl er uiteindelijk slechts een beperkt aantal kamers betrokken werden in het kader van een kamerverhuur wat vervolgens werd afgesloten door de beslissing van de burgemeester van de gemeente Bredene die de beide eigendommen volledig verzegelde en afsloot. De Raad van State besliste dat er voor SERVING YOU en [S.N.] geen spoedeisendheid was voor de maatregel waarbij werd gevraagd dat er verder activiteiten konden zijn. De huidige toestand is dat beide panden volledig verzegeld zijn zodat er geen enkele activiteit meer is wat tevens betekent geen inkomsten. Het auditoraat stelt dat er geen belang meer is omdat, gedwongen door de omstandigheden en de schulden, BV SERVING YOU haar panden te koop stelt. De betrachting is door verkoop van minstens 1 pand de schulden te kunnen aanzuiveren om zo faillissement te vermijden. Er kan niet miskend worden dat de schulden op korte termijn 129.954 EUR bedragen zodat die moeten aangezuiverd worden. Daarnaast zijn er de financiële schulden van de kredieten en leningen ten bedrage van 434.908 EUR. De totale passiva bedragen trouwens 858.661 EUR omdat de reserves ook een schuld zijn. Een behoorlijk bedrijfsbeleid vereist, gezien zodoende iedere activiteit is uitgesloten door verzegeling, verkoop van minstens 1 pand om de schuldenlast te beperken. Zelfs als SERVING YOU beide panden zou verkopen om de schulden, die aanzienlijk zijn, aan te zuiveren, betekent dat niet dat SERVING YOU ophoudt te bestaan. SERVING YOU heeft een maatschappelijk doel zodat het niet alleen haar recht maar ook haar plicht is dat maatschappelijk doel na te streven. SERVING YOU heeft als vennootschap zowel recht als belang na te streven dat zij haar activiteit mag ontwikkelen zodat zij gerechtigd is op een beoordeling van de argumenten waarmee zij de vernietiging van de beslissing van het Ministerieel Besluit nastreeft. Het is niet omdat, geconfronteerd met, de beoordeling over gebrek aan spoedeisendheid, SERVING YOU, in het kader van een verantwoordbeleid, de schulden moet beperken en onvermogendheid moet vermijden door activa te gelde te maken, er geen belang meer is voor de vennootschap om haar doel na te streven zodat het haar belang is een beoordeling ten gronde te krijgen. Het is niet omdat twee volledig gesloten panden te koop worden aangeboden dat het belang wordt verloren gezien SERVING YOU, ook na verkoop van de panden, verdere activiteiten kan ontwikkelen waarbij het haar belang is dat de vordering in vernietiging wordt ingewilligd zodat zij verdere activiteiten kan ontwikkelen in desgevallend andere panden wanneer de beide panden zouden verkocht zijn, wat op heden niet het geval is. Het auditoraat miskent ook dat SERVING YOU en [S.N.] het slachtoffer zijn van een overheidsingrijpen dat volgens de voorziening onrechtmatig is zodat er vernietiging moet zijn van het Ministerieel Besluit wat dan zal leiden tot de mogelijkheid ongestoord verder activiteiten te hebben met zelfs een vergoeding voor alle schade die werd geleden. 3. Het auditoraat heeft een volledig verkeerde visie op art. 19 lid 1 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Het auditoraat wijst op de tekst van de wettelijke bepaling dat een beroep tot nietigverklaring mogelijk is ‘door elke partij welke doet blijken van een benadeling of van een belang’. Duidelijk heeft het auditoraat uit het oog verloren dat SERVING YOU en [S.N.] niet alleen belang hebben maar dat er zekerlijk benadeling is doordat ten onrechte werd ingeroepen dat er een woonzorgcentrum en psychiatrisch XII-9714-14/27 verzorgingstehuis was terwijl dat niet het geval was, onafgezien dat werd beweerd dat kamerverhuur wel mogelijk was wat later totaal werd uitgesloten zodat trapsgewijs eerst de voorzieningen grotendeels werden ontmanteld om dan afgesloten te worden. Het auditoraat wijst in haar verslag erop dat als door de vernietiging opnieuw een kans wordt gekregen om een situatie in gunstige zin beoordeeld te zien, dat het belang tot nietigverklaring verantwoordt. Men kan veel zeggen maar in ieder geval roept SERVING YOU in dat zij verder activiteiten wilt hebben zoals zij dat in het verleden deed en het ook ziet, onafgezien dat in de huidige stand, door de volledige sluiting, zij maatregelen moet nemen om aan haar schulden te kunnen voldoen. Als SERVING YOU en [S.N.] de kredieten en leningen niet afbetalen, zal uitvoering gebeuren door de financierders met als gevolg uitwinning en dan uiteraard faillissement omdat er staking van betaling zou zijn. Zowel SERVING YOU als [S.N.] hebben evident belang bij het beroep. Dat is niet buitensporig restrictief of formalistisch maar wel reëel. Waar het auditoraat stelt dat de verzoekende partij aannemelijk moet maken dat de gevraagde nietigverklaring concreet en direct voordeel oplevert, wordt erop gewezen dat het concreet, direct en persoonlijk voordeel is dat SERVING YOU, die als vennootschap blijft bestaan, de activiteiten moet uitoefenen die haar maatschappelijk doel zijn maar wat nu onmogelijk wordt gemaakt door een verkeerde visie van de bevoegde overheid. Daarbij komt dat de overheid door de wijze waarop er werd gehandeld, enorme schade veroorzaakt. De overheid riep zelf in dat zij enkel een sluiting wou als woonzorgcentrum of als psychiatrisch verzorgingstehuis/dat er geen enkel bezwaar was tegen een activiteit van kamerverhuur. Er is geen woonzorgcentrum of een psychiatrisch verzorgingstehuis door specifieke activiteiten. SERVING YOU & [S.N.] sloten dat uit vanaf 01/09/2024. Niettemin ging de overheid toch door omdat de gemeente Bredene vooropstelde dat men op haar grondgebied geen enkele activiteit meer wou zoals die van SERVING YOU gezien, ook bij kamerverhuur, sociale zwakkeren zouden komen, zodat die beroep konden doen op steun vanwege de gemeente Bredene door opvragen van een leefloon enz.. Bij SERVING YOU verbleven effectief heel wat personen die onder bewindvoering zaten zodat zij overheidshulp moesten hebben. De bewering van het auditoraat dat er meer moet zijn dan een morele genoegdoening is betwist. In ieder geval geldt voor SERVING YOU en [S.N.] dat niet morele genoegdoening wordt nagestreefd maar wel het feit dat verder activiteit mogen ontwikkeld worden zonder dat de vernietiging van het Ministerieel Besluit er moet zijn. Het begrip belang moet in zijn juridische betekenis genomen worden. De procespartij die voorhoudt titularis te zijn van een subjectief recht, heeft belang om te vorderen (Cass. 02/04/2004, C.02.0609.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040402.4). Het Hof van Cassatie besliste zelfs op 23/04/2021, C.19.0502.N ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210423.1N.6, dat belang in een procedure bestaat uit het materieel of moreel voordeel hoe gering ook, dat degene die de vordering instelt, op het ogenblik van de rechtsingang mag verwachten en waardoor zijn bestaande rechtstoestand wijzigt en verbeterd kan worden. In het arrest van 23/04/2021 was er vernietiging omdat de appelrechters niet naar recht oordeelden wanneer zij te kennen gaven dat het onzeker was dat de eiseres na de nietigverklaring van de concessieovereenkomsten de beoogde concessie zal verwerven maar dit niet uitsluiten zodat zij hun beslissing niet verantwoordden dat de vordering van de eiseres bij gebrek aan belang niet ontvankelijk was. XII-9714-15/27 Bij het arrest is er een conclusie van eerste advocaat-generaal Ria MORTIER. Zij wijst erop dat het ‘belang’ in de context van de toelaatbaarheid en bijgevolg gelinkt aan het ius agendi, wordt omschreven als elk materieel of moreel voordeel dat wie een eis instelt of verweer voert op het ogenblik van de rechtsingang mag verwachten en waardoor zijn huidige rechtstoestand wijzigt en verbeterd kan worden. In de voetnoot 4 verwijst zij naar uitgebreide rechtsleer. Het betreft dus een voordeel dat de vordering voor de eiser kan opleveren. Dit kan in abstracte zin de handhaving zijn van zijn subjectief recht of in meer concrete zin het voorwerp van de vordering. Het kan zowel gaan om het verkrijgen van een voordeel als om het voorkomen van een nadeel. Waar het om gaat, is dat de vordering bij gegrondverklaring de rechtspositie van de eiser moet wijzigen en verbeteren. De eisende partij moet aantonen dat met het instellen van vordering enig materieel of moreel voordeel wordt nagestreefd. Het geringste belang volstaat. Daarbij wijst zij in voetnoot 6 naar het arrest van het Hof van Cassatie van 12/03/1956 maar ook naar rechtsleer terwijl er de opmerking is dat het adagium de minimis non curat praetor niet bij de wet wordt voorzien. Dat weerlegt het onjuist standpunt van het auditoraat zoals dat in de huidige procedure wordt voorgehouden. SERVING YOU streeft effectief na dat zij verder zou kunnen uitbaten waarbij het geen belang heeft dat in de toestand van financiële problematiek panden te koop worden aangeboden om de financiële verplichtingen te kunnen nakomen. 4. Het auditoraat geeft op volledig verkeerde wijze het schrijven weer van [M.T.] van 24/03/2025 met de bewering dat SERVING YOU geen activiteit meer wenst uit te oefenen en enkel de intentie zou hebben om de gebouwen te verkopen. Het auditoraat doet verkeerde voorstellingen. Het schrijven van [M.T.] van 24/03/2025 wordt verkeerd geïnterpreteerd. Het schrijven van 24/03/2025 kwam er na de beslissing van de burgemeester om de beide panden volledig te verzegelen. Bij het inspectieverslag van 06/1.1/2024 werd vermeld dat het gebouw te 8450 Bredene, Tulpenlaan 4, te koop werd aangenomen via een immobiliënkantoor. Het schrijven van 24/03/2025 bewijst dat er geen verkoop was. Juist omdat dat niet vlotte werden beide gebouwen te koop aangeboden in de hoop dat er toch een gebouw zou worden verkocht. Door de verzegeling was de verkoop niet meer mogelijk omdat er geen toegang was. De burgemeester verzegelde omdat hij iedere kamerverhuur onmogelijk wou maken. Het werd SERVING YOU en [S.N.] verweten dat zij de piste van de kamerverhuur gebruikten want in de visie van de overheid betekende dat hetzelfde als de vorige activiteit gezien minvermogenden werden aangetrokken. Daarom werd alles afgesloten. M.T. had contact met secretaris [J.E.] van de gemeente Bredene die meedeelde dat men niet zou verzegelen op voorwaarde dat er in de gebouwen niets meer zou gebeuren, wat betekende noch de vroegere activiteit die men omschreef als woonzorgcentrum of psychiatrisch verzorgingstehuis noch die van kamerverhuur. Omdat er geen inkomsten meer waren, moest minstens een gebouw verkocht worden om schulden te kunnen aanzuiveren. Als M.T. schreef dat ‘onze enige intentie nog is om de gebouwen te verkopen’, zodat hij daarom vroeg om niet te verzegelen, was dat om aan te geven dat er effectief geen enkele activiteit meer zou gebeuren in afwachting van een uitspraak ten gronde door de Raad van State, ook niet kamerverhuur. De Raad van State moet er rekening mee houden dat effectief alle bewoners, ook die er zouden verblijven met kamerverhuur, door de gemeente waren verwijderd. Tevens eiste de XII-9714-16/27 gemeente dat in beide panden alle inboedel zou worden verwijderd zodat er zekerlijk zelfs geen kamerverhuur zou kunnen zijn. Nu alles volledig was ontmanteld en er geen enkele activiteit meer mogelijk was door de verzegeling, moest er verkocht worden gezien de gevraagde schorsingen door de Raad van State waren afgewezen. Als T.M. schreef dat de enige intentie nog was om de gebouwen te verkopen, was dat om aan te geven dat men niet de intentie had om de vroegere uitbating te doen zoals in het verleden noch om kamers te verhuren, niettegenstaande de Vlaamse Gemeenschap bij hoog en laag beweerde dat kamers mochten verhuurd worden. 5. Het auditoraat stelt de problematiek van het belang verkeerd voor wanneer zij erop wijst dat zelfs als de bestreden beslissing moet vernietigd worden, geen woonzorgcentrum mag uitgebaat worden zolang zij niet over de vereiste erkenning beschikte. Het auditoraat miskent de argumentatie van het verzoek in vernietiging. Tevens is er miskenning dat SERVING YOU geen woonzorgcentrum uitbaatte, waarbij zij zelfs de bedoeling nooit had dat te doen. In de statuten is uitdrukkelijk de activiteit van het woonzorgcentrum uitgesloten. Het auditoraat miskent volledig de diverse middelen die werden ingeroepen. SERVING YOU roept middelen in waardoor het ministerieel besluit moet vernietigd worden. Het vierde middel stelt uitdrukkelijk dat de activiteit van SERVING YOU geen woonzorgvoorziening was zodat het niet gaat over een niet-erkende voorziening die de opdracht van een woonzorgcentrum uitoefende. Er is door het auditoraat miskenning dat door de diverse middelen, wanneer die gegrond zijn, SERVING YOU een normale activiteit mag ontwikkelen zoals zij dat in het verleden deed omdat er helemaal geen woonzorgcentrum was noch een psychiatrisch verzorgingstehuis. Als het auditoraat stelt dat er geen rechten zouden zijn omdat het om een erkende voorziening moet gaan waarbij alle vormen onderworpen zijn aan een erkenning, is dat een ingaan tegen de middelen met zodoende de argumentatie dat niet over de middelen zouden mogen geoordeeld worden maar wel dat in de visie van het auditoraat er niet zou moeten geoordeeld worden over de middelen omdat die toch ongegrond zijn. Dat is er voor SERVING YOU en [S.N.] uiteraard wel van belang. Het vereiste actueel belang is er zelfs in principe gelet op de statuten van SERVING YOU die nastreven een activiteit te doen zoals omschreven wat geen woonzorgcentrum is zodat ten onrechte die activiteiten werden beoordeeld als woonzorgcentrum of psychiatrisch verzorgingstehuis. 6. De opmerking betreffende de tussenkomst van [S.N.]. [S.N.] heeft zich altijd in rechte voorzien omdat van meet af aan alle betekeningen door de overheid gebeurden aan zowel BV SERVING YOU als aan [S.N.]. Als de overheid het aangewezen acht betekeningen te doen aan [S.N.] persoonlijk, betekent dit dat men haar persoonlijk aanspreekt zodat zij uiteraard opkomt tegen een beslissing waarvoor zij persoonlijk wordt aangesproken. [S.N.] is aandeelhouder van BV SERVING YOU. Zij verleende de hulp en bijstand waarin zij wel werd geholpen door haar echtgenoot [M.T.]. Het is niet betwist dat [S.N.] diegene was die het sociaal werk deed. [S.N.] treedt op als drijvende kracht maar ook als bestuurder maar inzonderheid ook als aandeelhouder. De opmerking van het auditoraat dat zij verzuimt aan te geven welk nadeel zij ondervindt door de beslissing, mist ernst. Als men zijn werk, uitgeoefend in het kader van de vennootschap, kapot ziet gaan, heeft men zowel moreel als materieel belang. Moreel belang omdat de zorgactiviteiten van SERVING YOU de bekommernis zijn van [S.N.] die XII-9714-17/27 zich voor de minvermogen wou inzetten, maar ook materieel omdat zij aandeelhouder en zaakvoerder is van BV SERVING YOU die financieel zwaar wordt getroffen door de beslissingen gezien er geen inkomsten meer zijn, iedere activiteit onmogelijk wordt gemaakt, het onroerend goed in waarde gedevalueerd is door de verzegeling zodat kopers niet meer geïnteresseerd zijn omdat zij toch moeilijkheden vrezen enz.. 7. Het is onjuist wat het auditoraat schrijft dat de activiteit van SERVING YOU niet verder kan worden uitgeoefend door de intentie om de gebouwen te verkopen, zodat de activiteit niet meer kan plaatsvinden, gezien bovendien het gebrek aan vergunning en erkenning de mogelijkheid uitsluit om dienstverlening te organiseren. De bewering dat de vernietiging van de beslissing het beoogde voordeel niet kan leveren, is een ontoelaatbare juridische redenering. Er wordt immers voorgehouden dat er gebrek aan belang is omdat ... de vordering ongegrond is nu er geen vergunning of erkenning kan bekomen worden. De middelen in vernietiging werden juist ontwikkeld om te bekomen dat de activiteiten van SERVING YOU wel verder mogelijk zijn omdat er geen uitbating is van een woonzorgcentrum noch van een psychiatrisch verzorgingstehuis, onafgezien dat kamerverhuur wel kan maar zowel de Vlaamse Regering als de gemeente Bredene, in overleg, iedere hulpactiviteit willen uitsluiten. Het is juridisch onaanvaardbaar dat het auditoraat stelt dat er over de middelen niet moet worden geoordeeld bij gebrek aan belang omdat de middelen ongegrond zijn nu er een vergunning en erkenning moet zijn voor de activiteiten terwijl juist het tegenovergestelde wordt geargumenteerd in de middelen waarover ... niet zou mogen geoordeeld worden. Er is de intentie om de gebouwen te verkopen wanneer dat mogelijk is gezien er geen inkomsten meer zijn maar wel zware schulden die nagenoeg het miljoen euro benaderen. Ondertussen moeten die schulden wel worden aangezuiverd dan wel opschorting bekomen terwijl de financiële lasten erop toenemen. Nu de uitspraak van de Raad van State moet worden afgewacht, moet SERVING YOU de aangepaste maatregelen nemen. Dat kan inhouden verkoop van de onroerende goederen. Dat betekent niet dat, als de activiteiten wel mogelijk zijn en in die zin wordt beslist, er in de toekomst geen verdere activiteiten meer zullen zijn, zelfs als de onroerende goederen verkocht worden gezien SERVING YOU dan nog altijd nieuwe onroerende goederen kan kopen dan wel zelfs huren. Het auditoraat is niet te volgen in de bewering dat de intentie om de gebouwen te verkopen betekent dat de activiteiten niet meer kunnen plaatsvinden. Het auditoraat zou moeten vaststellen dat de activiteiten nu uitgesloten zijn door niet alleen de beslissing van het Ministerieel Besluit maar vooral door de verzegeling waardoor geen kamerverhuur kan gebeuren want inkomsten uitsluit. De gemeente Bredene verzegelde om te bekomen dat SERVING YOU geen inkomsten zou hebben door het verhuren van kamers niettegenstaande zelfs voor de Raad van State door de Vlaamse Gemeenschap werd gepleit dat zij de kamers mocht verhuren. Inhoudelijk werd dat door het Departement Zorg al aangevallen met de bewering dat in de kamers enkel personen mochten wonen waarvan Departement Zorg oordeelde dat die in staat waren om kamers te bewonen, niettegenstaande [S.N.] en SERVING YOU zich over de toestand van de bewoner niet meer zouden bekommeren zodat die voor zichzelf moesten instaan. In ieder geval is SERVING YOU een rechtspersoon die verder activiteiten wilt ontwikkelen zodat het onjuist is te beweren dat de intentie om gebouwen te verkopen meebrengt dat er geen activiteit meer zou kunnen plaatsvinden gezien bij gegrondheid van de voorziening in vernietiging er wel activiteiten XII-9714-18/27 mogelijk zijn wat dan op andere plaatsen kan gebeuren door het kopen van een nieuw eigendom, het huren van een pand dan wel, gezien de verkoop van geen kanten vlot, in de bestaande goederen. Hoe dan ook is het verkeerd te stellen dat een rechtspersoon, die haar onroerend goed verkoopt, geen activiteit meer zou kunnen hebben omdat het onroerend goed verkocht is terwijl er tal van andere formules bestaan om activiteiten te hebben waaronder huren, leasing, enz.. Het is duidelijk dat het auditoraat onder het mom van gebrek aan belang een beoordeling over de argumenten in vernietiging wilt vermijden, mogelijks omdat die argumenten door haar als gegrond worden beoordeeld zodat daarom alles in het werk wordt gesteld om SERVING YOU het recht op beoordeling te ontnemen en zodoende ook het fundamenteel recht haar maatschappelijk doel na te streven op de wijze zoals het probleemloos gebeurde totdat na vele jaren werd voorgehouden dat de activiteit toch die zou zijn van een woonzorgcentrum of een psychiatrisch verzorgingstehuis.” Beoordeling 12. Gelet op artikel 19, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, kan het beroep tot nietigverklaring bedoeld bij artikel 14 van deze wet, voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State worden gebracht “door elke partij welke doet blijken van een benadeling of van een belang”. Die vereiste is erop gericht de rechtszekerheid te dienen en een goede rechtsbedeling te verzekeren (RvS (A.V.) 22 maart 2019, 244.015, ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR. 244.015). Een verzoekende partij beschikt over dit rechtens vereiste belang indien twee voorwaarden vervuld zijn: vooreerst dient zij door de bestreden administratieve rechtshandeling een persoonlijk, rechtstreeks, zeker, actueel en wettig nadeel te lijden; voorts moet de eventueel tussen te komen nietigverklaring van die rechtshandeling haar een direct en persoonlijk voordeel verschaffen, hoe miniem ook (RvS (A.V.) 15 januari 2019, nr. 243.406, ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR. 243.406). Dit geldt evenzeer bij het aanvechten van reglementaire akten. De omstandigheid dat de verzoekende partij als gevolg van de vernietiging opnieuw een kans krijgt om haar situatie in gunstigere zin te zien beoordeeld, volstaat om het belang tot nietigverklaring te verantwoorden. XII-9714-19/27 Het belang moet niet alleen bestaan bij het instellen van het beroep maar moet voortduren tot aan de sluiting van het debat (RvS (A.V.) 22 maart 2019, 244.015, ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.015), zonder dat de verzoekende partij noodzakelijk elk belang bij de nietigverklaring verliest wanneer zij het initiële voordeel niet meer kan ambiëren (cf. GwH 9 juli 2020, 105/2020, ECLI:BE:GHCC:2020.ARR.105, punten B.11.2. en B.12.2). Het staat aan de Raad van State te oordelen of de verzoekende partij die een zaak voor de Raad brengt, doet blijken van een belang bij haar beroep. De Raad van State dient er over te waken dat het belangvereiste niet op een buitensporig restrictieve of formalistische wijze wordt toegepast (GwH 30 september 2010, 109/2010, ECLI:BE:GHCC:2010.ARR.109, punt B.4.3; GwH 9 juli 2020, 105/2020, ECLI:BE:GHCC:2020.ARR.105, punt B.9.3; EHRM 17 juli 2018, 5475/06, ECLI:CE:ECHR:2018:0717JUD000547506, Vermeulen/België, punten 42 e.v.). Er is voor een verzoekende partij geen stelplicht om haar belang bij het beroep te omschrijven of toe te lichten. Echter, wordt dit belang in twijfel getrokken, dan valt het haar toe bij de eerstvolgende procedurele gelegenheid hierover opheldering te verschaffen en haar belang te staven. Doet een verzoekende partij zulks, dan heeft zij daarmee ook de contouren geschetst waarom het haar te doen is en moet de Raad van State met die door de verzoekende partij vastgelegde grenzen van het gerechtelijk debat rekening houden (RvS (A.V.) 15 januari 2019, 243.406 ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.406). Voorts kan de aard van het belang weliswaar evolueren, maar een verzoekende partij moet minstens aannemelijk maken dat de gevraagde nietigverklaring haar nog een concreet, direct en persoonlijk voordeel oplevert. Onvoldoende om een nietigverklaring van de bestreden beslissing te kunnen verkrijgen, is dan ook het belang van een verzoekende partij dat in de loop van de annulatieprocedure is geëvolueerd naar nog uitsluitend een belang bij het onwettig XII-9714-20/27 horen verklaren van die beslissing om de toekenning van een schadevergoeding – door de rechtscolleges van de rechterlijke orde, die daartoe zelf de eventuele fout van de overheid kunnen vaststellen – te faciliteren. Het voordeel moet in beginsel ook méér zijn dan de morele genoegdoening die een verzoekende partij put uit het horen onwettig verklaren van de bestreden beslissing, inzonderheid om derden aldus te overtuigen van haar initieel gelijk. Een dergelijk belang heeft een karakter dat niet valt binnen de grenzen van het belang zoals bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Dat beoogde voordeel is immers niet verbonden met het verdwijnen van de bestreden beslissing uit het rechtsverkeer maar enkel met het horen gegrond verklaren erga omnes van de door de verzoekende partij aangevoerde middelen. 13. De verzoekende partij betwist het ministerieel besluit tot sluiting van een niet-erkend woonzorgcentrum van 17 april 2024. Deze sluiting, die inhoudt dat de voorziening niet als woonzorgcentrum mag worden uitgebaat, heeft uitwerking uiterlijk op 31 augustus 2024. De periode tussen de kennisgeving van het bestreden besluit en de uitwerking ervan is uitsluitend bedoeld om voor de huidige bewoners een door het Departement Zorg aanvaarde oplossing te realiseren waarbij in die periode onder geen enkele voorwaarde nieuwe bewoners kunnen worden opgenomen en ten overstaan van de bewoners enkel maatregelen kunnen worden genomen na voorafgaand en permanent overleg van het Departement Zorg. Uit het onder randnummer 3.1. weergegeven feitenrelaas blijkt dat de verzoekende partij, als vennootschap, een sociaal project is waarvan de activiteiten in de statuten worden omschreven als zijnde: het verstrekken van hulp, onderdak, logies, bijstand en verzorging aan hulpbehoevende personen, mindervalide personen en personen die niet in staat zijn in te staan voor zichzelf wegens psychische of fysische afwijking in de meest ruime zin van het woord: het algemeen welzijnswerk met huisvesting en overige maatschappelijke dienstverlening met huisvesting, dit alles met uitsluiting van de activiteiten van een rust- en verzorgingstehuis, een rustoord voor bejaarden, zorghotel of hersteloord. XII-9714-21/27 Niettegenstaande dient te worden aangenomen dat door de tussenkomst van het bestreden besluit de verzoekende partij niet langer kan instaan voor de uitbating van de voorziening onder de vorm van een woonzorgcentrum, kan niet worden ontkend dat, gelet op het gegeven dat de panden te koop staan en op de wilsuiting van de bestuurder van de vennootschap dat er enkel nog de intentie zou zijn om de gebouwen te verkopen, vragen rijzen naar het actueel belang bij het voorliggende annulatieberoep in hoofde van de verzoekende partij. 14. Het belang moet niet alleen bestaan bij het instellen van het beroep, maar moet voortduren tot aan de sluiting van het debat. 15. De Raad van State stelt vast dat
- i)de sluiting, die inhoudt dat de voorziening niet als woonzorgcentrum mag worden uitgebaat, uitwerking heeft uiterlijk op 31 augustus 2024;
- ii)de verwerende partij op 28 augustus 2024 beslist om de sluitingsdatum te verlengen tot uiterlijk 30 september 2024; iii) op 7 november 2024 de Zorginspectie een inspectiebezoek uitvoert in het kader van de opvolging van de sluiting en uit het inspectieverslag blijkt dat er nog 13 bewoners verblijven waarvan twee ouder dan 65 jaar en dat de bewoners niet in staat zijn en niet in staat worden geacht om zelfstandig te leven en zij psychotrope geneesmiddelen nemen;
- iv)ten gevolge van deze inspectie de burgemeester van Bredene op 13 december 2024 wordt aangeschreven door de secretaris-generaal van het Departement Zorg met het verzoek om over te gaan tot de effectieve sluiting;
- v)op 24 februari 2025 de burgemeester een bevel tot effectieve sluiting neemt;
- vi)uit een e-mail van 24 maart 2025 blijkt dat de verkoop van de panden nog “de enige intentie” is van de eigenaar en dat er vooral vrees is dat de panden zouden worden verzegeld; vii) op 31 maart 2025 een volledige ontruiming van de panden wordt vastgesteld; viii) op 1 april 2025 tot verzegeling wordt overgegaan;
- ix)na voorlegging van verkoopopdrachten waarbij de heer M. en mevrouw S. zich voordoen als eigenaars van beide panden, de burgemeester op 11 april 2025 een besluit uitvaardigt tot “ontzegeling van de panden van Serving You”;
- x)bij e-mail van 15 april 2025 de eigenaar van de gebouwen de algemene directeur bedankt hierbij onder meer stellende “Zo kunnen we de geplande verkoop op een XII-9714-22/27 normale manier laten verlopen.” en
- xi)op 9 mei 2025 de burgemeester de ontzegeling van de gebouwen met drie maanden verlengt en bij beslissing van 13 augustus 2025 opnieuw verlengt tot en met 31 december 2025. Vanuit dat oogpunt kan een vernietiging van het bestreden besluit de verzoekende partij niet tot voordeel strekken. 16. De verzoekende partij verliest evenwel in dat geval niet noodzakelijk, ingevolge deze gewijzigde (juridische) omstandigheid, elk belang bij de nietigverklaring. Zoals hiervoor is aangenomen, kan de aard van het belang immers evolueren, maar dient de verzoekende partij minstens aannemelijk te maken dat de gevraagde nietigverklaring haar nog een concreet, direct en persoonlijk voordeel oplevert. Ter zake heeft zij een stelplicht. Des te meer wanneer de ontvankelijkheid van het beroep in vraag wordt gesteld, dient die partij daarover een standpunt in te nemen en de nodige verduidelijkingen bij te brengen. Dienaangaande laat de verzoekende partij in haar laatste memorie in essentie gelden dat:
- i)het de bedoeling van de verwerende partij en de burgemeester van de gemeente Bredene was om alle activiteiten onmogelijk te maken, terwijl de verwerende partij zou hebben aangegeven dat kamerverhuur is toegestaan;
- ii)zij genoodzaakt was om de panden te koop te stellen om een faillissement te vermijden, doch dat zij als vennootschap bij de verkoop van beide panden blijft bestaan, haar maatschappelijk doel blijft nastreven en haar activiteiten later in andere panden kan ontwikkelen; iii) zij er belang bij heeft om haar maatschappelijk doel na te streven;
- iv)de e-mail van T. M. van 24 maart 2025 verkeerd wordt weergegeven, nu met de e-mail enkel wordt aangegeven dat er geen enkele activiteit meer zouden plaatsvinden in afwachting van een uitspraak van de Raad van State;
- v)zij nooit een woonzorgcentrum heeft uitgebaat, zodat volgens haar, zij bij een vernietiging van het bestreden besluit niet is onderworpen aan een erkenning of vergunning en
- vi)zij in haar middelen heeft uiteengezet dat kamerverhuur nog mogelijk is en het dan ook niet correct is dat zij een vergunning of erkenning nodig heeft om haar activiteiten uit te oefenen, hierbij benadrukkend XII-9714-23/27 dat zij later activiteiten kan ontwikkelen in nieuwe gekochte of gehuurde onroerende goederen. 17. In zoverre de verzoekende partij vooreerst laat gelden dat het de bedoeling van de verwerende partij en de burgemeester van de gemeente Bredene is om alle activiteiten onmogelijk te maken, terwijl de verwerende partij zou hebben aangegeven dat kamerverhuur is toegestaan en zij aan de hand van deze argumentatie haar actueel belang bij het voorliggend beroep situeert in de mogelijkheid om kamerverhuur in de kwestieuze locaties te organiseren, wordt haar betoog niet bijgevallen. Met het voorliggende beroep betwist de verzoekende partij het ministerieel besluit van 17 april 2024 tot sluiting van een niet-erkend woonzorgcentrum, wat inhoudt dat de voorziening niet als woonzorgcentrum mag worden uitgebaat. De tussenkomst van het bestreden besluit heeft met andere woorden tot gevolg dat de verzoekende partij niet langer kan instaan voor de uitbating van de voorziening als woonzorgcentrum. Niet blijkt dat het al dan niet toestaan van kamerverhuur het voorwerp uitmaakt van het thans bestreden besluit, dat enkel de gebouwen van de verzoekende partij sluit in zoverre deze als woonzorgcentrum werden uitgebaat. Het feit dat aan de verzoekende partij geen mogelijkheid meer zou worden geboden om kamerverhuur in de kwestieuze locaties te organiseren, vloeit bijgevolg niet voort uit het thans bestreden besluit, doch is het gevolg van het op 24 februari 2025 door de burgemeester van de gemeente Bredene opgelegde sluitingsbevel wegens het niet stopzetten van niet- erkende activiteiten als woonzorgcentrum na de in het thans bestreden besluit vooropgestelde uiterlijke sluitingsdatum op 31 augustus 2024. Deze gedwongen sluiting evenwel maakt niet het voorwerp uit van het thans voorliggende annulatieberoep. Het voordeel dat door de verzoekende partij nog wordt beoogd bij het aanvechten van het thans bestreden besluit, met name haar betrachting dat kamerverhuur wordt toegestaan, is bijgevolg vreemd aan het voorwerp van het thans bestreden besluit en bijgevolg aan de finaliteit van een mogelijke vernietiging XII-9714-24/27 van dat besluit. De door de verzoekende partij aangevoerde argumentatie kan dan ook niet haar actueel belang staven. 18. In zoverre de verzoekende partij argumenteert dat de gebouwen te koop werden gezet om de financiële problemen op te vangen die door het bestreden besluit werden veroorzaakt, volstaat de vaststelling dat zij met deze blote bewering niet aantoont in hoeverre een mogelijke vernietiging van het thans bestreden besluit haar een direct en persoonlijk voordeel zou kunnen verschaffen. 19. In zoverre de verzoekende partij laat gelden dat het niet de intentie van haar bestuurders was om de gebouwen te verkopen, doch om te verzekeren dat er in afwachting van een uitspraak ten gronde over het thans voorliggende beroep geen activiteiten meer zouden plaatsvinden, kan haar betoog evenmin worden bijgevallen. Nog daargelaten het gegeven dat niet blijkt uit de e- mails van haar bestuurders gericht aan de administratie van de gemeente Bredene dat de gebouwen enkel in afwachting van een uitspraak ten gronde zouden te koop worden gesteld, doch integendeel wordt aangegeven dat “het onze enige intentie nog is om de gebouwen te verkopen”, volstaat de vaststelling dat de verkoop van de gebouwen, te dezen onder meer de locatie waar de voorziening als een woonzorgcentrum werd uitgebaat, een definitieve maatregel betreft. Niet blijkt, noch wordt aangetoond door de verzoekende partij, in hoeverre een dergelijke maatregel, al dan niet genomen in afwachting van een uitspraak ten gronde, ter staving van een actueel belang in haren hoofde kan worden aangevoerd. 20. De verzoekende partij betoogt vervolgens dat zij na de nietigverklaring haar maatschappelijk doel kan nastreven in een nieuw gekocht of gehuurd pand. Zoals terecht wordt aangevoerd door de verwerende partij, gaat de verzoekende partij voorbij aan de precieze draagwijdte van de bestreden beslissing, met name de sluiting van twee specifieke locaties (Duinenstraat 280 8450 Bredene en Tulpenlaan 4 8450 Bredene) als woonzorgcentrum. Het bestreden besluit verhindert daarentegen niet dat de verzoekende partij, met inachtneming van gebeurlijk geldende regelgeving inzake erkenningen, elders activiteiten ontplooit en op die manier haar maatschappelijk doel kan nastreven. Met het door de XII-9714-25/27 verzoekende partij aangevoerde argument wordt bijgevolg niet aannemelijk gemaakt, laat staan aangetoond, welk direct en persoonlijk voordeel een eventuele nietigverklaring van het thans bestreden besluit haar zou opleveren. 21. In zoverre de verzoekende partij in haar laatste memorie tracht aannemelijk te maken dat de gevraagde nietigverklaring haar nog een concreet, direct en persoonlijk voordeel oplevert door aan te voeren dat zij schade heeft geleden en dat deze schade maakt dat zij een belang heeft bij de verderzetting van de procedure, volstaat deze bewering, zonder deze te staven met concrete gegevens en overtuigende argumenten, op zich niet om haar actueel belang bij het voorliggende beroep aan te tonen. In zoverre het de bedoeling van de verzoekende partij zou zijn om aan de hand van het aangevoerde argument te willen alluderen op de mogelijkheid en/of de intentie om een schadevergoeding tot herstel te vorderen op grond van artikel 11bis van de gecoördineerde wetten op de Raad van State – daargelaten de vaststelling dat bij de sluiting van het debat niet blijkt dat zij een vordering tot schadevergoeding tot herstel heeft ingediend overeenkomstig het voornoemde artikel 11bis – impliceert deze mogelijkheid en/of intentie op zich niet dat de verzoekende partij haar actueel belang behoudt. Het gebeurlijk belang bij het voortzetten van de procedure valt in die omstandigheden immers niet te onderscheiden van het belang bij het onwettig horen verklaren van het bestreden besluit om de toekenning van een schadevergoeding te faciliteren. Zoals hiervoor is gesteld (zie supra, randnummer 6), is een dergelijk belang onvoldoende. 22. In die omstandigheden is wat de verzoekende partij met de gevraagde nietigverklaring dan nog nastreeft niet méér dan het voordeel om derden te overtuigen van haar initieel gelijk. Een dergelijk belang heeft een karakter dat niet valt binnen de grenzen van het belang zoals bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Het aldus beoogde voordeel is immers niet verbonden met het verdwijnen van het bestreden besluit uit het rechtsverkeer maar enkel met het horen gegrond verklaren erga omnes van de door de verzoekende partij aangevoerde middelen. XII-9714-26/27 23. De verzoekende partij heeft geen actueel belang meer bij het voorliggende beroep tot vernietiging. 24. Het beroep is niet-ontvankelijk. BESLISSING 1. De Raad van State verwerpt het beroep. 2. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 800 euro, een bijdrage van 48 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 924 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op tien maart tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Chantal Bamps, kamervoorzitter, Peter Sourbron, staatsraad, Ann Coolsaet, staatsraad, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Chantal Bamps XII-9714-27/27 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.933 Gerelateerde publicatie(
- s)voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.800 citeert: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040402.4 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210423.1N.6 ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.406 ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.015 ECLI:CE:ECHR:2018:0717JUD000547506 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.