id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 maart 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.978 Rolnummer: A. 246544/XII-9969 Zaak: Arrest 265978 - Dierenwelzijn - 12/03/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-03-20 Raadplegingen: 128 - laatst gezien 2026-06-18 06:38 Fiche Arrest nr 265.978 van 12 maart 2026 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 265.978 van 12 maart 2026 in de zaak A. 246.544/XII-9969 In zake : J.M. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Luc Carlé kantoor houdend te 9160 Lokeren Gentse Steenweg 36 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST ------------------------------------------------------------------------------------------------ I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 28 november 2025, strekt tot de nietigverklaring van “beslissing tot administratieve inbeslagname van mevrouw Lies De Meulenaere en Laura Van Herzele, controleurs en Griet Suenens, inspecteur-dierenarts bij de Afdeling Dierenwelzijn van het Departement Omgeving dd. 10 oktober 2025, van ‘alle roofvogels die in verblijven gehouden worden die niet voldoen aan de opgelegde normen in het rood aangeduid op de bijgevoegde lijst’.” Tevens wordt de nietigverklaring gevorderd van een kennisgeving van een informatiedocument en van de visitatiemachtiging uitgereikt op 22 september 2025 door de politierechtbank te Vilvoorde. II. Verloop van de rechtspleging
- Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van XII-9969-1/6 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 11 maart
- Kamervoorzitter Chantal Bamps heeft verslag uitgebracht. Advocaat Luc Carlé, die verschijnt voor verzoekster, is gehoord. Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Bij beslissing van 3 oktober 2025 (ondertekend op 10 oktober 2025) van de genoemde controleurs en inspecteur-dierenarts bij de Afdeling Dierenwelzijn van het Departement Omgeving worden ‘alle roofvogels die in verblijven gehouden worden die niet voldoen aan de opgelegde normen […] in [het] rood aangeduid op de bijgevoegde lijst’ administratief inbeslaggenomen. Dit is de eerste bestreden beslissing. Op 3 oktober 2025 ontvangt verzoekster een informatiedocument met betrekking tot de inbeslagname van dieren en een lijst van vogels die niet in beslag waren genomen. Dit is de tweede bestreden beslissing. XII-9969-2/6 Op 22 september 2025 wordt door de politierechtbank te Vilvoorde een visitatiemachtiging uitgereikt. Dit is de derde bestreden beslissing. IV. Toepassing kortedebattenprocedure Ambtshalve excepties over de ontvankelijkheid van het beroep Uiteenzetting van de ambtshalve exceptie
- Het auditoraat werpt in zijn verslag ambtshalve de niet- ontvankelijkheid van het beroep op, op grond van de volgende overwegingen: “ A. De beslissing tot inbeslagname
- Bij beslissing van 3 oktober 2025 van de inspectie Dierenwelzijn, ondertekend op 10 oktober 2025, worden alle roofvogels van de verzoekende partij, die in verblijven worden gehouden die niet voldoen aan de opgelegde normen, in toepassing van artikel 72, § 1, van de Vlaamse Codex Dierenwelzijn van 17 mei 2024, administratief in beslag genomen. Dit is de eerste bestreden beslissing.
- Artikel 72, § 4, van de Vlaamse Codex Dierenwelzijn luidt: ‘Het beslag, vermeld in paragraaf 1, wordt van rechtswege opgeheven door de beslissing, vermeld in paragraaf 3, of, bij het uitblijven van de voormelde beslissing, na zestig dagen vanaf de datum van de inbeslagname’.
- Het op grond van artikel 72, § 1, opgelegde beslag is derhalve ondertussen van rechtswege opgeheven. Als dit niet is geschied ingevolge een bestemmingsbeslissing als bedoeld in artikel 72, § 3, van de Vlaamse Codex Dierenwelzijn, dan nog moet worden vastgesteld dat sedert de inbeslagname meer dan 60 dagen zijn verstreken waardoor het beslag eveneens om die reden van rechtswege zou zijn opgeheven.
- Het beroep tot nietigverklaring gericht tegen de beslissing tot inbeslagname heeft bijgevolg geen voorwerp meer. Die vaststelling volstaat om het beroep tot nietigverklaring te verwerpen, in zoverre het die beslissing als voorwerp heeft. B. De kennisgeving van het informatiedocument
- De verzoekende partij betoogt dat zij op 3 oktober 2025 een informatiedocument van twee pagina’s ontving met betrekking tot de inbeslagname van dieren en een lijst van vogels die niet in beslag waren genomen. Dit document bleek onvolledig. Bij e-mail van 7 oktober 2025 van de verwerende partij werd de derde ontbrekende pagina van dit document meegedeeld. Deze kennisgeving is voor de verzoekende partij de tweede bestreden beslissing. XII-9969-3/6
- Geen enkel middel in het verzoekschrift heeft betrekking op deze beslissing. Dienvolgens kan de verzoekende partij om die reden alleen al de vernietiging ervan niet bekomen. Bovendien is de kennisgeving van een beslissing in principe zonder gevolgen voor de wettigheid van de beslissing; de kennisgeving is een loutere uitvoeringsmaatregel die niet vatbaar is voor vernietiging. C. De visitatiemachtiging
- De politierechtbank te Vilvoorde heeft een visitatiemachtiging uitgereikt op 22 september
- Deze visitatiemachtiging is de derde bestreden beslissing.
- Artikel 64, § 2, van de Vlaamse Codex Dierenwelzijn luidt: ‘De personen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° en 2°, kunnen zich alle inlichtingen en documenten doen bezorgen die ze nodig achten om hun taak uit te voeren en ze kunnen overgaan tot alle nuttige vaststellingen. Om hun opdracht uit te voeren, kunnen de personen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° en 2°, alle vervoermiddelen, gronden, bedrijven of lokalen betreden waar levende dieren gehouden of gebruikt worden. Het bezoek van lokalen die tot woning dienen, is alleen toegestaan in een van de volgende gevallen: 1° van 5 uur 's morgens tot 9 uur 's avonds met verlof van de rechter in de politierechtbank; 2° na toestemming of op verzoek van de persoon die het werkelijke genot heeft van die lokalen. Naast het geval, vermeld in het tweede lid, 1°, is het verlof van de rechter in de politierechtbank ook vereist voor het bezoek, buiten de uren, vermeld in het tweede lid, 1°, van lokalen die niet voor het publiek toegankelijk zijn. […]’.
- De verzoekende partij vraagt dan ook aan de administratieve rechter die de Raad van State is, om een beslissing van de justitiële rechter te controleren. De Raad van State ontbeert evenwel, in het kader van het annulatieberoep gesteund op artikel 14, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, de rechtsmacht om de wettigheid van de beslissing van de gewone rechter te beoordelen en daarbij eventueel tot de nietigheid van die beslissing te besluiten. In het arrest nr. P.18.0995.N ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190205.3/1 van 5 februari 2019 heeft het Hof van Cassatie uitdrukkelijk overwogen dat ‘voor de visitatie een gemotiveerde machtiging wordt verleend door een onafhankelijke rechter’ (punt 15; eigen onderlijning). De Raad van State oefent de rechtsprekende taak uit van de uitvoerende macht en mag daarbij niet op het terrein komen van de rechterlijke macht, laat staan om controle uit te oefenen op de beslissingen van de gewone rechter. Dat hierdoor een hiaat zou ontstaan, omdat niet wordt nagegaan of de voorwaarden voor de uitreiking van een visitatiemachtiging zijn nageleefd, maakt niet dat die taak dan maar aan de administratieve rechter toekomt.
- In zoverre met het verzoekschrift de annulatierechter wordt verzocht om de wettigheid van de beslissing van de politierechter te beoordelen, is het onontvankelijk. Wat in theorie wel ontvankelijk zou zijn, is dat wordt opgeworpen dat de eerste bestreden beslissing de limieten van de visitatiemachtiging niet heeft gerespecteerd, waardoor die administratieve beslissing de perken van de wettigheid is te buiten gegaan. Echter, zoals reeds overwogen, is het beroep tot nietigverklaring gericht tegen de beslissing tot inbeslagname zonder voorwerp.” XII-9969-4/6 Beoordeling
- Wanneer de ontvankelijkheid van het beroep in vraag wordt gesteld – en zulks des te meer wanneer dit zoals te dezen gebeurt in het beredeneerd verslag dat over de zaak is opgesteld door het daartoe aangestelde lid van het auditoraat – dan moet die partij daarover een standpunt innemen en de nodige verduidelijkingen bijbrengen. Ter terechtzitting, dit is bij de eerste procedurele gelegenheid die zich voor verzoekster in het kader van de toegepaste procedure van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ daarvoor aanbood, heeft zij niets daartegen ingebracht. In die omstandigheden en na een eigen onderzoek, ziet de Raad van State geen reden om het anders te zien dan het auditoraat en bevindt aldus, de redenering van het auditoraatsverslag bijvallend, dat het voorliggende beroep tot nietigverklaring, om al de redenen aangevoerd in het auditoraatsverslag, niet- ontvankelijk is. Het auditoraat heeft terecht gemeend dat de zaak met korte debatten een oplossing kan krijgen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 26 euro. XII-9969-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op twaalf maart tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Chantal Bamps, kamervoorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Chantal Bamps XII-9969-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.978 Gerelateerde publicatie(s) citeert: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190205.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.