← België

Arrest 265980 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 12/03/2026

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 maart 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.980 Rolnummer: A. 243265/X-18884 Zaak: Arrest 265980 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 12/03/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-03-12 Raadplegingen: 127 - laatst gezien 2026-06-18 06:38 Fiche Arrest nr 265.980 van 12 maart 2026 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Vernietiging Verwerping overige Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 265.980 van 12 maart 2026 in de zaak A. 243.265/X-18.884 In zake : F.S. woonplaats kiezend te tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de gouverneur van de provincie West-Vlaanderen bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Stijn Butenaerts, Andy Hoedenaeken en Oona Fransen kantoor houdend te 1080 Brussel Leopold II-laan 180 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 21 oktober 2025, strekt tot de nietigverklaring van het “[b]esluit van de Gouverneur van de Provincie West- Vlaanderen [van 6 augustus 2024 waarbij] [d]e aanvraag van [verzoeker] […] om toelating te verkrijgen om de plannen op te maken en de controle over de uitvoering van de werken te doen voor het (ver)bouwen van de eigen gezinswoning, gelegen [te] Wervik, wordt geweigerd”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Adjunct-auditeur Fien De Corte heeft een verslag opgesteld. X-18.884-1/9 Verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 januari
  3. Staatsraad David D’Hooghe heeft verslag uitgebracht. Verzoeker, die in persoon verschijnt, en advocaat Oona Fransen, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Fien De Corte heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Verzoeker is (mede-)eigenaar van een onroerend goed gelegen te Wervik. 3.
  6. Op 29 april 2024 dient verzoeker een aanvraag in bij de gouverneur van de provincie West-Vlaanderen om op grond van artikel 4, tweede lid, van de wet van 20 februari 1939 ‘op de bescherming van den titel en van het beroep van architect’ (hierna: de wet van 20 februari 1939), een afwijking te verkrijgen op de verplichting om een beroep te doen op een architect voor het opmaken van de plannen en het uitoefenen van het toezicht op de uitvoering van de werken aan voormeld onroerend goed. X-18.884-2/9 Luidens het type-aanvraagformulier verklaart verzoeker “dat zijn/ haar aanvraag om vrijgesteld te worden van de medewerking van een architect tot doel heeft de plannen van zijn/ haar woning/ bijgebouw (*) te ontwerpen, te ondertekenen en controle uit te oefenen op de uitvoering van de werken. De op te richten/ te verbouwen (*) woning/ bijgebouw (*) zal bijgevolg door hem/ haar en zijn/ haar gezin betrokken worden, zal noch geheel, noch gedeeltelijk verkocht of verhuurd worden en zal geen commerciële of handelsfunctie hebben. (*) schrappen wat niet van toepassing is” De in het aanvraagformulier gevraagde “[k]orte omschrijving van de werken” wordt door verzoeker als volgt beschreven: “Herbestemming van de gebouwen van vlasroterij naar woongelegenheid voor eigen gebruik. Restauratie van de geïnventariseerde gebouwen (onroerend goed ID 51212).” 3.
  7. Op 7 mei 2024 wordt aan het college van burgemeester en schepenen van de stad Wervik een gemotiveerd advies gevraagd. 3.
  8. Op 10 juni 2024 verleent het college van burgemeester en schepenen van de stad Wervik op 10 juni 2024 een gunstig advies over de aanvraag van de verzoekende partij: “Op 31/05/2024 kwam de aanvrager, [verzoeker], langs op de dienst met het voorstel en het ontwerp van de gewenste plannen. [Verzoeker] is in het bezit van een oude vlasroterij […]. Deze wenst hij te verbouwen en te herbestemmen tot toeristische verblijven. Deze werken moeten in principe uitgevoerd worden onder leiding van een erkende architect. Er kan een aanvraag ingediend worden bij de gouverneur om af te stappen van deze verplichting en een machtiging te verlenen zodoende de aanvrager deze plannen zelf kan opmaken. Hiervoor dient hij aan te tonen dat hij de vereiste kennis en expertise bezit om deze werken te kunnen uitvoeren. De aanvrager diende een aanvraag in bij de [de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken (de Gouverneur van de provincie West-Vlaanderen) (=IBZ)] tot bekomen van dergelijke machtiging, waarna de vraag van IBZ naar ons werd gericht om een gemotiveerd advies te verlenen. ADVIES De aanvraag wordt door de dienst GUNSTIG geadviseerd. X-18.884-3/9 De aanvrager heeft zijn diploma voorgelegd van architect. Uit het gesprek op 31/05/2024 was duidelijk dat de aanvrager wist waarmee hij bezig was. Bijkomend betreft de [aanvraag] eerder kleinere ingrepen binnenin het gebouw, die geen invloed zullen hebben op de algemene structuur van het gebouw.” 3.
  9. Op 16 juli 2024 vraagt de attaché bij de FOD Binnenlandse Zaken bij de gemeente bijkomende informatie op: “In het besluit van het CBS lees ik het volgende: ‘[Verzoeker] is in het bezit van een oude vlasroterij […]. Deze wenst hij te verbouwen en te herbestemmen tot toeristische verblijven’ Herbestemming tot toeristische verblijven impliceert volgens mij dat het gebouw een commerciële functie zal hebben. Klopt dit wel? Want in een door hem ondertekende verklaring staat er: ‘herbestemming van de gebouwen van vlasroterij naar woongelegenheid voor eigen gebruik’. Het kan uiteraard maar één van de twee zijn: ofwel is het voor toeristisch verblijf, of het is voor eigen woongelegenheid. Kan u mij zeggen welk van beide het is?” 3.
  10. Op 6 augustus 2024 beslist de gouverneur van de provincie West-Vlaanderen om de aangevraagde afwijking te weigeren. De motivering luidt: “De toelating afwijking architect kan enkel verleend worden wanneer het gaat om een woning die men zelf zal betrekken, wat betekent dat er men zijn domicilie moet plaatsen, en die geen commerciële functie zal hebben. In een door hem ondertekende verklaring van 29/04/2024 [verklaart verzoeker] dat de te verbouwen woning door hem en zijn gezin zal betrokken worden, en no[ch] geheel, no[ch] gedeeltelijk verkocht of verhuurd zal worden en geen commerciële of handelsfunctie zal hebben. Uit gegevens van de stad Wervik blijkt dat er op dat adres geen woongelegenheid mogelijk is en dat er geen domicilie mag geplaatst worden. Bovendien blijkt dat er plannen zijn om er een toeristisch verblijf van te maken. [Verzoeker] voldoet niet aan de voorwaarden voor het verlenen van de toelating afwijking architect aangezien hij er zijn domicilie niet kan plaatsen en aangezien hij commerciële plannen (toerisme) heeft voor de woning. Bijgevolg kan de toelating afwijking architect niet verleend worden aan [verzoeker].” Dit is de bestreden beslissing. X-18.884-4/9 IV. Regelmatigheid van de rechtspleging 4.
  11. Verzoeker dient, naar aanleiding van de hem meegedeelde vaststelling van de terechtzitting op 23 januari 2026, op 9 januari 2026 een toelichtende nota in. 4.
  12. Bij schrijven van 13 januari 2026 deelt de verwerende partij mee dat de toelichtende nota van verzoeker een stuk is dat niet is voorzien in de geldende procedure, zodat hiermee geen rekening kan of mag worden gehouden bij de beoordeling van de zaak. De verwerende partij verzoekt dan ook uitdrukkelijk dat dit stuk buiten beschouwing wordt gelaten. 4.
  13. De toepasselijke procedureregeling voorziet niet in de mogelijkheid tot de neerlegging van een toelichtende nota na het auditoraatsverslag en de uitwisseling van de laatste memories zodat deze nota niet in het debat wordt toegelaten. V. Ontvankelijkheid van het beroep
  14. In haar laatste memorie doet de verwerende partij afstand van de exceptie inzake de laattijdigheid van het beroep.
  15. De verwerende partij voert ook aan dat het verzoekschrift niet ontvankelijk is omdat niet duidelijk wordt gemaakt om welke reden de bestreden beslissing de geschonden geachte wettelijke bepalingen zou miskennen (obscuri libelli).
  16. De Raad van State stelt vast dat het inleidend verzoekschrift niet altijd even bevattelijk en ondubbelzinnig weergeeft op welke wijze de bestreden beslissing de door de verzoekende partij ingeroepen bepalingen schendt. De grief die in het kader van het onderzoek ten gronde wordt onderzocht, is evenwel voldoende duidelijk. X-18.884-5/9
  17. De exceptie van onontvankelijkheid wordt verworpen. VI. Onderzoek van de middelen Standpunt van de partijen
  18. Verzoeker voert onder meer de schending aan van artikel 4 van de wet van 20 februari 1939 en van artikel 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’. Hij licht dit als volgt toe: “De Gouverneur van de Provincie West-Vlaanderen motiveert niet waarom een domicilie te Wervik, onmogelijk is. Hij baseert zich op gegevens verstrekt door de Stad Wervik. Deze gegevens zijn niet bekend gemaakt. Evenmin wordt gemotiveerd waarom het gunstig advies uitgebracht door het Schepencollege van Wervik in zitting van 10/06/2024, niet gevolgd werd.”
  19. De verwerende partij betoogt in de memorie van antwoord dat het besluit wel degelijk weergeeft “om welke redenen aan de betrokkene geen machtiging werd verleend”. De weigering is gesteund op een draagkrachtige en afdoende motivering doordat deze, enerzijds, is gebaseerd op het advies van het college van burgemeester en schepenen van de stad Wervik waarin uitdrukkelijk wordt vermeld dat verzoeker het pand wenst te herbestemmen tot toeristische accommodaties – wat niet door verzoeker wordt betwist – en, anderzijds, op “aanvullende gegevens” van de stad Wervik dat verzoeker er zijn domicilie niet kan plaatsen aangezien het onroerend goed in zonevreemd gebied ligt. Een en ander “strookt niet met de vrijblijvende aanbevelingen die werden geformuleerd binnen de Conferentie van Gouverneurs in 2005”. Volgens de verwerende partij brengt dit ook met zich mee dat “de onafhankelijkheid van de architect niet gewaarborgd [kan] blijven”. X-18.884-6/9 Beoordeling
  20. Artikel 2 van de wet van 20 februari 1939 bepaalt wie gerechtigd is om het beroep van architect uit te oefenen. Artikel 4 van die wet verplicht onder meer de particulieren om een beroep te doen op de medewerking van een architect voor het opmaken van de plannen en de controle op de uitvoering der werken waarvoor “een voorafgaande aanvraag om toelating tot bouwen is opgelegd”. Afwijkingen mogen worden toegestaan door de provinciegouverneur, “op voorstel van het Schepencollege van de gemeente, waar de werken moeten uitgevoerd worden”.
  21. Het college van burgemeester en schepenen van de stad Wervik heeft de aanvraag gunstig geadviseerd, om reden dat verzoeker het diploma van architect heeft voorgelegd, hij “wist waarmee hij bezig was” en de beoogde werkzaamheden betrekking hebben op “eerder kleinere ingrepen binnenin het gebouw”.
  22. Dat verzoeker in staat kan worden geacht om zelf de nodige plannen op te maken en de uitvoering van de werken te controleren, wordt door de bestreden beslissing niet in vraag gesteld. De aanvraag wordt afgewezen omdat “[verzoeker] er zijn domicilie niet kan plaatsen en aangezien hij commerciële plannen (toerisme) heeft voor de woning”.
  23. De bestreden beslissing verantwoordt niet waarom voor het verlenen van een afwijking overeenkomstig artikel 4 van de wet van 20 februari 1939 als voorwaarde zou gelden dat “het gaat om een woning die men zelf zal betrekken, wat betekent dat er men zijn domicilie moet plaatsen” en dat bovendien elke commerciële functie is uitgesloten. X-18.884-7/9
  24. De memorie van antwoord verwijst ter zake naar “elementen die besproken zijn geweest binnen de Conferentie van Gouverneurs van 2005”. De verwerende partij heeft ook documenten overgemaakt waaruit de “consensus” blijkt die de Conferentie van de Gouverneurs op 18 april 2005 heeft bereikt over een interne nota aangaande een “eenvormige aanpak van de toepassing van artikel 4, tweede lid van de wet van 20 februari 1939 […]”. Die nota maakt melding van de voorwaarde “dat de nieuw te bouwen woning of de te verbouwen woning enkel bestemd is als […] eigen gezinswoning en geen commerciële of handelsfunctie heeft”.
  25. Aan dergelijke nota kan evenwel geen normatieve waarde worden toegekend. Bovendien bevat ook die nota geen nadere verantwoording waarom het verlenen van een afwijking zou vergen dat het gaat om een woning waar de verzoeker domicilie moet kunnen houden, en waarom de betrokken woning geen commerciële functie mag krijgen.
  26. Ten slotte betoogt verzoeker terecht dat de bestreden beslissing niet motiveert “waarom een domicilie te Wervik onmogelijk is”. De memorie van antwoord van de verwerende partij verwijst ter zake naar het standpunt van de stad Wervik, maar dat vindt geen bevestiging in het administratief dossier.
  27. Het middel is in de aangegeven mate gegrond, en verantwoordt de vernietiging van de bestreden beslissing. VII. Verzoek tot injunctie
  28. In het beschikkende gedeelte van haar memorie van wederantwoord vraagt verzoeker om “desgevallend de verwerende partij op te dragen een nieuw besluit te nemen of maatregelen te nemen om de onwettigheid die heeft geleid tot de nietigverklaring van de bestreden beslissing te verhelpen”. X-18.884-8/9
  29. Er is geen reden om daarop in te gaan vermits verzoeker niet aannemelijk maakt dat de verwerende partij aan een vernietigingsarrest geen gevolg zal geven en zal weigeren om ter zake een nieuwe beslissing te nemen. BESLISSING
  30. De Raad van State vernietigt het besluit van de gouverneur van de provincie West-Vlaanderen van 6 augustus 2024 waarbij de aanvraag van F.S. om toelating te verkrijgen om de plannen op te maken en de controle over de uitvoering van de werken te doen voor het (ver)bouwen van de eigen gezinswoning, gelegen […], 8940 Wervik, wordt geweigerd.
  31. De Raad van State verwerpt het beroep voor het overige.
  32. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 24 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op twaalf maart tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jan Clement, kamervoorzitter, Patricia De Somere, staatsraad, David D’Hooghe, staatsraad, bijgestaan door Karin Meerschaut, griffier. De griffier De voorzitter Karin Meerschaut Jan Clement X-18.884-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.980 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.