← België

Arrest 266019 - Wapens – exportvergunningen - 16/03/2026

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 maart 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.019 Rolnummer: A. 227846/XII-9982 Zaak: Arrest 266019 - Wapens – exportvergunningen - 16/03/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-03-20 Raadplegingen: 116 - laatst gezien 2026-06-18 06:39 Fiche Arrest nr 266.019 van 16 maart 2026 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Wapens – exportvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIIe KAMER nr. 266.019 van 16 maart 2026 in de zaak A. 227.846 /XII-9982 In zake : P.V. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joachim Douwen kantoor houdend te 2260 Westerlo Baksveld 3/E bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michel Van Dievoet kantoor houdend te 1000 Brussel Wolstraat 56 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 6 april 2019, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de minister van Justitie van 10 januari 2019 waarbij het bestuurlijk beroep tegen de beslissing van de gouverneur van de provincie Antwerpen van 25 juni 2018 houdende de schorsing van het recht om wapens voorhanden te hebben en de weigering van nieuwe aanvragen voor het verkrijgen van een wapenvergunning, wordt verworpen. XII-9982-1/7 II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft een verslag opgesteld. Verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 februari
  3. Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Michèle Hermans, die loco advocaat Joachim Douwen verschijnt voor de verzoeker en advocaat Michel Van Dievoet, die verschijnt voor de verwerende, zijn gehoord. Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Verzoeker heeft verschillende vuurwapens voorhanden. 3.
  6. Op 25 juni 2018 neemt de gouverneur van de provincie XII-9982-2/7 Antwerpen een beslissing waarbij de wapenvergunningen van verzoeker en het recht om vuurwapens voorhanden te hebben, worden geschorst voor de duur van een aantal lopende gerechtelijke onderzoeken. Tegelijk wordt een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning voor 82 bijkomende vuurwapens geweigerd, alsook de vraag tot registratie van twee vergunningsplichtige vuurwapens. 3.
  7. Tegen deze beslissing stelt verzoeker bestuurlijk beroep in bij de minister van Justitie. 3.
  8. Op 10 januari 2019 verwerpt de minister van Justitie het beroep van verzoeker. Dit is de bestreden beslissing IV. Ontvankelijkheid ratione temporis Standpunt van de partijen
  9. Verzoeker stelt in het inleidend verzoekschrift dat de bestreden beslissing enkel werd betekend aan zijn toenmalige raadsman en dat die kennisgeving niet rechtsgeldig is, omdat hij in het kader van de procedure voor de Federale wapendienst geen woonplaatskeuze heeft gedaan bij zijn raadsman. Verzoeker besluit dat de termijn om bij de Raad van State beroep in stellen pas een aanvang heeft genomen op 8 februari 2019, zijnde de datum waarop hij kennis kreeg van de bestreden beslissing. In ondergeschikte orde argumenteert verzoeker dat er sprake is van een toestand van overmacht aangezien hij zijn toenmalige raadsman “onmiddellijk opdracht gaf om het nodige te doen voor de neerlegging van een verzoekschrift bij de Raad van State” en zijn toenmalige raadsman hem desondanks op 25 maart 2019 heeft meegedeeld dat geen beroep werd ingesteld. XII-9982-3/7
  10. De verwerende partij werpt op dat het annulatieberoep te laat werd ingesteld. In dit verband merkt zij op dat de bestreden beslissing “met een aangetekende brief van 10.01.2019 met ontvangstmelding [werd] betekend aan de toenmalige raadsman [van verzoeker]” en dat “op 11.01.2019 voor ontvangst [werd] getekend”. Volgens de verwerende partij gaat het standpunt van verzoeker over de aanvang van de beroepstermijn niet op, omdat de kennisgeving van de bestreden beslissing aan zijn toenmalige raadsman geacht moet worden aan verzoeker zelf te zijn gedaan. De omstandigheid dat de betrokken raadsman geen gevolg zou hebben gegeven aan de opdracht van verzoeker om een vernietigingsberoep bij de Raad van State in te stellen, vormt volgens de verwerende partij geen toestand van overmacht. Beoordeling
  11. Artikel 4, § 1, derde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (hierna: algemeen procedurereglement) luidt als volgt: “De beroepen bedoeld in artikel 14, §§ 1 en 3 van de gecoördineerde wetten verjaren zestig dagen nadat de bestreden akten, reglementen of beslissingen werden bekendgemaakt of betekend. Indien ze noch bekendgemaakt noch betekend dienen te worden, gaat de termijn in met de dag waarop de verzoeker er kennis heeft van gehad.” De beroepstermijn bij de Raad van State raakt de openbare orde. Zulks verhindert dat de rechter ervan mag afwijken, bijvoorbeeld om redenen van billijkheid of het behartenswaardig karakter van een zaak. XII-9982-4/7
  12. De beslissing waarbij het recht om wapens voorhanden te hebben wordt geschorst en waarbij bijkomende wapenvergunningen worden geweigerd, moet aan de betrokkene worden betekend opdat de in artikel 4, § 1, derde lid, van het algemeen procedurereglement bepaalde termijn van zestig dagen een aanvang zou kunnen nemen. In de plaats van een individuele kennisgeving aan de betrokkene zelf, kan ook een kennisgeving volstaan aan de advocaat-lasthebber die hij heeft aangesteld om zijn belangen te behartigen. Een formele keuze van woonplaats bij de advocaat-lasthebber is daartoe niet vereist. Waar het om gaat, is of het bestuur al dan niet op goede gronden mag vermoeden dat de advocaat in de administratieve procedure gemachtigd is om namens zijn cliënt geldig kennis te krijgen van het resultaat van die procedure. Indien het bestuur er redelijkerwijze mag van uitgaan dat dit het geval is, dan geldt de kennisgeving van de beslissing aan de lasthebber als een kennisgeving aan de lastgever zelf.
  13. In dit geval werd het beroepschrift tegen de beslissing van de gouverneur van de provincie Antwerpen van 25 juni 2018 voor verzoeker ondertekend door zijn toenmalige raadsman. Het is ook aan die raadsman dat op 17 juli 2018 de goede ontvangst wordt gemeld van het beroepschrift, evenals de mededeling dat hij op de hoogte zal worden gebracht van de beslissing over het beroep. Vervolgens heeft dezelfde raadsman op 14 augustus 2018 bijkomende gegevens bezorgd aan de verwerende partij waarbij hij uitdrukkelijk heeft herbevestigd de raadsman van verzoeker te zijn. In de gegeven omstandigheden kon de verwerende partij terecht aannemen dat de toenmalige raadsman van verzoeker gemachtigd was om kennis te krijgen van de uitkomst van de administratieve beroepsprocedure, meer bepaald van de beslissing van de minister van Justitie van 10 januari
  14. XII-9982-5/7 De conclusie is dan ook dat in voorliggende zaak de termijn om bij de Raad van State beroep in te stellen is ingegaan met de ontvangst op 11 januari 2019 van de kennisgeving van de bestreden beslissing aan de toenmalige raadsman van verzoeker.
  15. De vrije keuze om vertegenwoordigd te worden door een advocaat brengt mee dat verzoeker in beginsel de gevolgen draagt van de gebeurlijke fouten of nalatigheden die begaan worden in de uitoefening van het gegeven mandaat. De omstandigheid dat de voormalige raadsman van verzoeker foutieve informatie zou hebben verstrekt over de aanvang van de beroepstermijn bij de Raad van State en hij zelfs de opdracht tot het instellen van een vernietigingsberoep zou hebben genegeerd, vormt dan ook geen geval van overmacht die heeft verhinderd dat het annulatieberoep tijdig kon worden ingediend.
  16. Het op 6 april 2019 ingestelde beroep tot nietigverklaring tegen de bestreden beslissing die op 11 januari 2019 regelmatig ter kennis werd gebracht, is laattijdig en daarom niet ontvankelijk. BESLISSING
  17. De Raad van State verwerpt het beroep.
  18. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. XII-9982-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zestien maart tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Chantal Bamps, kamervoorzitter, Peter Sourbron, staatsraad, Ann coolsaet, staatsraad, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Chantal Bamps XII-9982-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.019 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.