← België

Arrest 266039 - Sluitingen van vestigingen - 17/03/2026

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 maart 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.039 Rolnummer: A. 246603/XII-9970 Zaak: Arrest 266039 - Sluitingen van vestigingen - 17/03/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-03-27 Raadplegingen: 119 - laatst gezien 2026-06-18 06:39 Fiche Arrest nr 266.039 van 17 maart 2026 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Sluitingen van vestigingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 266.039 van 17 maart 2026 in de zaak A. 246.603/XII-9970 In zake: de BV ALIF bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gregory Verhelst kantoor houdend te 2000 Antwerpen Bouwmeestersstraat 11 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jonas De Wit en Matthias Boydens kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1. De vordering, ingesteld op 16 januari 2026, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van “het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de stad Antwerpen dd. 14 november 2025 tot goedkeuring van intrekking van de uitbatingsvergunning van de bv ALIF met betrekking tot haar vestiging aan de Antwerpsesteenweg te 2660 Hoboken”. II. Verloop van de rechtspleging 2. Bij beschikking van 3 februari 2026 werd de procedurekalender vastgesteld en werden de partijen opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 12 maart 2026. XII-9970-1/8 De nota met opmerkingen en het administratief dossier werden ingediend overeenkomstig de procedurekalender. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een verslag opgesteld. Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaten Gregory Verhelst en Margot Dehaen, die verschijnen voor de verzoekende partij, en advocaat Matthias Boydens, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. De verzoekende partij exploiteert een nachtwinkel aan de Antwerpsesteenweg 9 te Hoboken. 3.2. In de loop der jaren worden verscheidene processen-verbaal opgesteld wegens inbreuken op onder meer de brandveiligheidsvoorschriften, de politiecodex van de stad Antwerpen, het stedelijk politiereglement ‘Uitbatingsvergunning’ en de economische wetgeving. Tevens wordt vastgesteld dat de bestuurder van de verzoekende partij, de heer M.S., ondanks een negatief moraliteitsadvies, blijft optreden als feitelijk exploitant van de handelszaak. 3.3. Op 11 april 2025 beslist het college van burgemeester en schepenen van de stad Antwerpen om de inrichting, met ingang van 18 april 2025, voor een periode van één week te sluiten. Tegelijk beslist het college om, na het XII-9970-2/8 verstrijken van deze sluitingsperiode, de uitbatingsvergunning te schorsen totdat “in de bvba ALIF voor beide vestigingen, met name de handelszaak gelegen aan de Antwerpsesteenweg 9 te 2660 Hoboken en de handelszaak gelegen aan de De Bruynlaan 33 te 2610 Wilrijk, één (of meerdere) bestuurder(

  1. s)is/zijn aangesteld volgens de voorwaarden gesteld in artikel 8 van het uitbatingsreglement”. 3.4. In opvolging van het dossier worden in de inrichting meerdere hercontroles uitgevoerd waarbij telkens opnieuw inbreuken worden vastgesteld. Ook krijgt de verzoekende partij diverse malen de gelegenheid om te worden gehoord. 3.5. Op 23 oktober 2025 vindt een hoorzitting plaats in aanwezigheid van mevrouw S.K., de nieuw aangestelde bestuurder van de verzoekende partij, en haar raadsman. 3.6. Op 14 november 2025 gaat het college van burgemeester en schepenen van de stad Antwerpen over tot de intrekking van de op 16 maart 2020 verleende vergunning voor de uitbating van een nachtwinkel, gelegen aan de Antwerpsesteenweg 9 te Hoboken. Dit is de bestreden beslissing. IV. Schorsingsvoorwaarden 4. Krachtens artikel 17, § 1, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd waarvan het onderzoek zich leent voor een versnelde behandeling en waarmee de nietigverklaring van deze beslissing prima facie kan worden verantwoord. XII-9970-3/8 V. Spoedeisendheid Uiteenzetting van de verzoekende partij 5. De verzoekende partij voert ter adstructie van de spoedeisendheid van de zaak aan dat haar bedrijvigheid bestaat uit de exploitatie van twee winkels die enkel rendabel uitgebaat kunnen worden als nachtwinkel. Overdag moet er immers geconcurreerd worden met naburige supermarkten die beter gelegen en beter bereikbaar zijn. Door de gelijktijdige sluiting van haar beide handelszaken wordt de economische activiteit van de vennootschap volledig lamgelegd en vallen alle inkomsten weg. Daartegenover staat dat de maandelijkse huurgelden voor de panden (1.101 euro en 801 euro) en alle andere vaste kosten blijven doorlopen. Door het ongunstig moraliteitsadvies verkeert de bestuurder van de vennootschap zelfs in de onmogelijkheid om in een nachtwinkel van derden tewerkgesteld te worden aangezien dit advies meebrengt dat hij op geen enkele manier nog betrokken mag zijn bij de uitbating van een nachtwinkel. Volgens de verzoekende partij is er sprake van een “dramatische situatie die gelijkstaat met de onmiddellijke teloorgang van alles wat jarenlang door noeste arbeid opgebouwd was, zonder enig perspectief van een doorstart”. Voorts wordt in de uiteenzetting benadrukt dat de nachtwinkel reeds meer dan vijftien jaar wordt uitgebaat en dat uit de jaarrrekeningen blijkt dat het zakencijfer gestaag werd opgebouwd. Beide nachtwinkels samen genereerden in 2024 een winst ten bedrage van 25.874 euro en in 2023 van 65.782 euro. Uit een verklaring van haar boekhouder blijkt dat zij in de periode van 1 januari 2025 tot en met 30 juni 2025, tijdens de uitbating als nachtwinkel, een positieve omzet en winst realiseerde. In de daaropvolgende periode van 1 juli 2025 tot en met 31 december 2025, waarin de handelsactiviteit werd voortgezet als dagwinkel, is er echter sprake van een significante daling van de omzet, gecombineerd met een negatieve brutomarge en een verlieslatend resultaat. Deze evolutie wijst op een verzwakte financiële positie en verhoogt het risico op continuïteitsproblemen indien er geen corrigerende maatregelen worden XII-9970-4/8 genomen. Volgens de verzoekende partij zorgt de maandelijkse verplichting om de huurgelden te betalen, terwijl er geen rendabele bedrijfsvoering meer is, alleen al voor een onoverkomelijke financiële strop. Tot slot benadrukt de verzoekende partij dat als zij de uitkomst van een annulatieprocedure, die normalerwijze een doorlooptijd van twee jaar heeft, zou moeten afwachten, zij haar vast cliënteel volledig zal verliezen. Ook zou haar voorraad, waaronder ook bederfbare goederen, op termijn waardeloos worden waardoor de financiële schade nog groter wordt. Beoordeling 6. Naar eis van artikel 17, § 2, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet de vordering tot schorsing “een uiteenzetting van de feiten [bevatten] die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van deze vordering wordt ingeroepen”. Hetzelfde is te lezen in artikel 4, § 1, eerste lid, 5°, van het koninklijk besluit van 19 november 2024 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding en tot wijziging van diverse besluiten betreffende de procedure voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Het komt er voor een verzoekende partij die beweert dat de zaak spoedeisend is op aan om van die urgentie te overtuigen. Zij dient daartoe aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, gelet op de nadelige gevolgen die een – voortdurende – tenuitvoerlegging van het bestreden besluit voor haar persoonlijk veroorzaakt. Er moet een causaal verband bestaan tussen de aangevoerde nadelige gevolgen en het bestreden besluit zodat deze nadelen voorkomen kunnen worden door een schorsing van de tenuitvoerlegging van dit besluit. Die gegevens moeten door de verzoekende partij worden onderbouwd op een wijze die de rechter toelaat om ze te verifiëren, zodat hij kan aftoetsen of ze de beweerde spoedeisendheid inderdaad verantwoorden. XII-9970-5/8 De spoedeisendheid van de zaak wordt niet vermoed, welke ook de aard van de bestreden beslissing is. In beginsel mag alleen rekening worden gehouden met hetgeen in het verzoekschrift of de daarbij gevoegde stukken wordt uiteengezet en gestaafd. 7. De verzoekende partij voert in essentie aan dat haar uitbating enkel als nachtwinkel rendabel kan zijn en dat de intrekking van de vergunning voor het uitbaten van een dergelijke winkel de continuïteit van haar handelsactiviteiten in gevaar zal brengen. 8. Een financieel nadeel volstaat in beginsel niet om de behandeling van een zaak bij spoedeisendheid te verantwoorden. Dit is uitzonderlijk anders indien bijzondere redenen worden aangevoerd waaruit blijkt dat de bestreden beslissing tot gevolg heeft dat de activiteit van de verzoekende partij op een definitieve wijze in gevaar wordt gebracht of wanneer een belangrijk deel van de activiteit moet worden stopgezet, waardoor zij op een faillissement afstevent, of dat het voortbestaan zelf of het financieel evenwicht van het bedrijf door de bestreden beslissing daadwerkelijk in gevaar wordt gebracht. 9. Hoewel het zich direct laat begrijpen dat de bestreden beslissing waarbij de vergunning voor het uitbaten van een nachtwinkel wordt ingetrokken, onmiddellijk nadelige financiële gevolgen heeft voor een exploitant die zich specifiek op dat marktsegment heeft toegelegd, is de verzoekende partij – wil zij de spoedeisendheid van haar vordering verantwoorden – nog steeds ertoe gehouden om aan de hand van verifieerbare gegevens en stavingsstukken aan te tonen of minstens aannemelijk te maken dat een eventueel tussen te komen vernietigingsarrest onherroepelijk te laat zal komen om de aangevoerde nadelen op te vangen of haar belangen veilig te stellen. 10. In casu wordt in de eerste plaats vastgesteld dat de bestreden beslissing er niet aan in de weg staat dat de verzoekende partij haar dagwinkel verder kan blijven uitbaten en uit die exploitatie inkomsten kan halen. De omstandigheid dat zij om verscheidene redenen niet zou kunnen concurreren met XII-9970-6/8 nabijgelegen supermarkten, neemt niet weg dat ook een kleinschalige buurtwinkel een specifiek publiek kan aantrekken en dus in beginsel winstgevend kan zijn. De stellige bewering van de verzoekende partij dat de bestreden beslissing meebrengt dat al haar economische activiteiten worden stilgelegd, waardoor zij totaal geen inkomsten meer kan genereren, mist in elk geval feitelijke grondslag. In zoverre zij verwijst naar de lagere omzet, de negatieve brutomarge en het verlieslatend resultaat, opgetekend in de tweede helft van het jaar 2025 waarin de zaak werd uitgebaat als een dagwinkel, wordt daarmee niet aangetoond of aannemelijk gemaakt dat de uitbating als dagwinkel op termijn niet rendabel kan zijn. Een periode van lagere omzet leidt immers niet per se tot de conclusie dat er een reëel gevaar bestaat voor het voortbestaan van de onderneming. Bovendien nuanceert de verzoekende partij zelf dergelijk risico aangezien het – blijkens de bewoordingen van haar uiteenzetting – afhankelijk is van het niet voorzien van “tijdige herstelmaatregelen of bijkomende ondersteuning”. Er kan op het eerste gezicht niet worden ingezien waarom de verzoekende partij als normaal exploitant van een kleinhandelszaak, die geconfronteerd wordt met ongunstige toevalligheden, niet de elementaire wendbaarheid zou hebben om – los van de draagwijdte van de bestreden beslissing – alle maatregelen te nemen die strekken tot het voortbestaan van de bestaande handelsactiviteiten. Nu de verzoekende partij haar koopwaar nog overdag zal kunnen aanbieden, kan ook niet aangenomen worden dat de winkelvoorraad op korte termijn waardeloos zal worden, minstens wordt hiervan geen bewijs bijgebracht. Evenmin overtuigt de bewering dat er sprake zal zijn van een definitief en onherstelbaar verlies aan cliënteel. De slotsom is dan ook dat, hoewel geredelijk aangenomen kan worden dat de bestreden beslissing een merkbare weerslag kan hebben op de bestaande handelsactiviteiten van de verzoekende partij, niet wordt aangetoond dat de leefbaarheid van de onderneming in gevaar wordt gebracht. XII-9970-7/8 11. Waar tot slot wordt opgeworpen dat haar bestuurder door het negatief moraliteitsonderzoek niet meer als werknemer tewerkgesteld kan worden in nachtwinkels van derden, volstaat de vaststelling dat dit argument niet relevant is voor de beoordeling van de spoedeisendheid van de voorliggende vordering die moet plaatsvinden in hoofde van de verzoekende partij zelf. 12. Aan de voorwaarde van de spoedeisendheid is niet voldaan. Besluit 13. Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn, wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zeventien maart tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Peter Sourbron XII-9970-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.039 Gerelateerde publicatie(
  2. s)voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.265.174 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.