← België

Arrest 266054 - Fiscale provinciale en lokale reglementen - 17/03/2026

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 maart 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.054 Rolnummer: A. 244141/X-18987 Zaak: Arrest 266054 - Fiscale provinciale en lokale reglementen - 17/03/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-03-27 Raadplegingen: 112 - laatst gezien 2026-06-18 06:08 Fiche Arrest nr 266.054 van 17 maart 2026 Fiscaliteit - Fiscale provinciale en lokale reglementen Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 266.054 van 17 maart 2026 in de zaak A. 244.141/X-18.987 In zake: L.V. tegen: de STAD DENDERMONDE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Engelen kantoor houdend te 2000 Antwerpen Léon Stynenstraat 75C bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 17 januari 2025, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de verwerende partij van 19 november 2024 waarbij wordt geoordeeld dat de aangifte van verzoekster in de belasting op tweede verblijven voor het aanslagjaar 2024 voor haar woning gelegen te 9200 Dendermonde, niet valt onder de toepassing van het gemeenteraadsreglement ‘Belasting op tweede verblijven en recreatiehuizen’, goedgekeurd door de gemeenteraad op 13 december
  2. II. Verloop van de rechtspleging
  3. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een verslag opgesteld. X-18.987-1/3 Dat verslag werd aan verzoekster ter kennis gebracht op 3 september
  4. Op 15 november 2025 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoekster de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Verzoekster heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Beoordeling
  6. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. Verzoekster heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
  7. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. X-18.987-2/3 BESLISSING
  8. De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
  9. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zeventien maart tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jan Clement, kamervoorzitter, bijgestaan door Karin Meerschaut, griffier. De griffier De voorzitter Karin Meerschaut Jan Clement X-18.987-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.054 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.