← België

Arrest 266061 - Overheidsopdrachten - 18/03/2026

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 maart 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.061 Rolnummer: A. 245205/XIV-39836 Zaak: Arrest 266061 - Overheidsopdrachten - 18/03/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-03-23 Raadplegingen: 106 - laatst gezien 2026-06-18 06:40 Fiche Arrest nr 266.061 van 18 maart 2026 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 266.061 van 18 maart 2026 in de zaak A. 245.205/XIV-39.836 In zake: de B.V. C. tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Steven Van Geeteruyen en Jef Goffins kantoor houdend te 3700 Tongeren Piepelpoel 13 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep Het beroep, ingesteld op 27 juni 2025, strekt tot de nietigverklaring van “de selectiebeslissing van het Agentschap Innoveren & Ondernemen (VLAIO) in het dossier VLAIO-2025-01 inzake de aanbesteding van een raamovereenkomst voor de aanduiding van dienstverleners voor verbetertrajecten rond cybersecurity bij Vlaamse ondernemingen, waarbij [de verzoekende partij] niet werd geselecteerd in de eerste stap van de mededingingsprocedure met onderhandeling.” II. Verloop van de rechtspleging

  1. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan de verzoekende partij ter kennis werd gebracht op 24 september
  2. XIV-39.836-1/3 Op respectievelijk 6 februari 2026 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij en de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. III. Beoordeling
  4. Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt. Bij het versturen aan de verzoekende partij van een kopie van de memorie van antwoord heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent. De verzoekende partij heeft geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent.
  5. Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. XIV-39.836-2/3 BESLISSING
  6. De Raad van State verwerpt het beroep.
  7. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 26 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op achttien maart tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XIV-39.836-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.061 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.