← België

Arrest 266063 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 18/03/2026

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 maart 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.063 Rolnummer: A. 243989/IX-10615 Zaak: Arrest 266063 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 18/03/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-03-24 Raadplegingen: 112 - laatst gezien 2026-06-18 06:40 Fiche Arrest nr 266.063 van 18 maart 2026 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 266.063 van 18 maart 2026 in de zaak A. 243.989/IX-10.615 In zake: R.H. woonplaats kiezend bij de Algemene Centrale der Openbare Diensten (ACOD) Fontainasplein 9-11 1000 Brussel bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ineke Michelsen kantoor houdend te 2440 Geel Diestseweg 155 tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Patrik De Maeyer, Daisy Daniels en Julien Jouve kantoor houdend te 1160 Brussel Tedescolaan 7 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 17 januari 2025, strekt tot de nietigver- klaring van de beslissing van de directeur HR a.i. voor de voorzitter van het direc- tiecomité van de FOD Justitie van 18 november 2024 waarbij verzoeker in non- activiteit wordt geplaatst wegens ongewettigde afwezigheid op 13 september
  2. II. Verloop van de rechtspleging
  3. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. IX-10.615-1/12 Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 9 maart
  4. Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge- bracht. Advocaat Theresa Nevelsteen, die loco advocaat Ineke Michel- sen verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Daisy Daniels, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoör- dineerd op 12 januari
  5. III. Feiten 3.
  6. Verzoeker is statutair penitentiair bewakingsassistent in de ge- vangenis van Gent. Hij vraagt een dag verlof aan voor 13 september
  7. Op 17 augustus 2024 schrijft penitentiair bewakingsassistent DL de volgende e-mail aan de verschillende teamleiders: IX-10.615-2/12 “Onderwerp: aanpassingen week 9/9 tem 15/9 Collega’s Gelieve nota te nemen van onderstaande en indien nodig betrokkene te ver- wittigen. 10/9: losse dag verlof voor: [VRF - DSK - IY - DSA] • [GM] cult • [HD] vroeg hulp 1 • [VHK] dag bewegingen 11/9: losse dag verlof voor: [VRF – BI] • [CV] laat KC vl D ipv laat 1° • [VDBT] laat 1e • [DVT] bezoekzaal 12/9 Losse dag verlof voor: [EJ – VG – MA – CS – EJ] • [DJ] laat 10e 13/9 Losse dag verlof voor: [verzoeker – MA – AS – DSA – SV – CS – EJ] • [DSM] dag hulp centrum • [VHD] cort • [VRT] vroeg 10e • [VZS] laat 11e • [VDAR] vroeg 6e 15/9 Losse dag verlof voor: [UE] • [VDAR] Laat 8e Met vriendelijke groet [LD] Functie Penitentiair bewakingsassistent” Op 13 september 2024 neemt verzoeker effectief verlof. 3.
  8. Op 16 september 2024 richt het waarnemend inrichtingshoofd een aangetekend schrijven aan verzoeker waarin zij stelt dat verzoeker op 13 sep- tember 2024 ongewettigd afwezig zou zijn geweest. In de brief staat het volgende te lezen: “Wij stelden vast dat u op 13/09/2024 afwezig was op het werk zonder rechtvaardiging: x Andere: U had geen gegarandeerd verlof op 13/09/
  9. Op 12/09/2024 werd een voicemail nagelaten dat u op dienst werd verwacht op 13/09/
  10. U kwam niet werken. Gelieve binnen 10 kalenderdagen volgend op deze kennisgeving van dit schrijven een verklaring te geven voor uw ongewettigde afwezigheid. Indien u niet antwoordt binnen deze termijn of indien de door u aangegeven reden niet gewettigd is, bent u ongewettigd afwezig en wordt u voor die dag/periode in non-activiteit gezet hetgeen gevolgen heeft voor uw IX-10.615-3/12 anciënniteit. U heeft geen recht op wedde voor die dag/periode. Er kan te- vens een tuchtprocedure opgestart worden.” Met een e-mail van 30 september 2024 antwoordt verzoeker: “Toen ik woensdag 11 september 2024 bij het verlaten van de inrichting de dienstlijsten controleerde stond ik nog steeds in verlof. Dit verlof werd toegekend door bureau SPX op zaterdag 17 augustus
  11. Als de inrichting beslist om mijn verlof op minder dan 24 uur in te trekken via voicemail, dan ben ik daar niet verantwoordelijk voor als deze voice- mail mij laattijdig bereikt.” 3.
  12. Op 18 november 2024 wordt vervolgens het thans bestreden be- sluit genomen. Het luidt: “Voor de voorzitter van het directiecomité Gelet op het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel, inzonderheid artikel 106, zoals meermaals gewijzigd; Gelet op het koninklijk besluit van 19 november 1998 betreffende de ver- loven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbe- sturen, zoals meermaals gewijzigd, inzonderheid de artikels 3 en 4; Gelet op het koninklijk besluit van 25 oktober 2013 betreffende de gelde- lijke loopbaan van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt, zo- als meermaals gewijzigd; Gelet op het besluit van de voorzitter van het Directiecomité van de Fede- rale Overheidsdienst Justitie van 9 mei 2018 houdende overdracht van be- voegdheid en van handtekening inzake personeel voor de centrale diensten, de Veiligheid van de Staat en de buitendiensten van het directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen; Overwegende dat betrokkene, penitentiair bewakingsassistent bij de Ge- vangenis te Gent, afwezig was op de dienst op 13/09/2024, zonder toestem- ming of zonder dat betrokkene vooraf verlof of dienstvrijstelling had ge- kregen; Overwegende dat betrokkene hierover werd aangeschreven bij aangete- kende brief van 24/09/2024; Overwegende dat de door betrokkene ingeroepen reden, in casu ‘op 17/08/2024 werd mijn losse verlof goedgekeurd door het bureau dienstlijs- ten. Als de inrichting beslist om mijn verlof op minder dan 24u in te trekken via voicemail, dan ben ik niet verantwoordelijk dat de voicemail mij laat- tijdig bereikt’ niet kan worden aanvaard als geldige reden omdat betrok- kene geen gegarandeerde losse dag verlof had op 13/09/2024 omdat dit niet bevestigd werd door het bureau dienstlijsten. In de verlofnota wordt ver- meld dat tijdens de piekperiode alle aanvragen van losse verlofdagen onder voorbehoud zijn en enkel kunnen bevestigd worden door het team dienst- lijsten; omdat er op 12/09/2024 een voicemail werd ingesproken dat IX-10.615-4/12 betrokkene op dienst verwacht werd op 13/09/2024, dat betrokkene niet bereikbaar was op zijn gsm is niet de verantwoordelijkheid van de strafin- richting die hem trachten bereiken heeft maar dus de voicemail te horen kreeg; Overwegende dat de ambtenaar die zonder toestemming afwezig is of de duur van zijn verlof zonder geldige reden overschrijdt, van rechtswege in non-activiteit is. Besluit Art. 1: [Verzoeker], bovengenoemd, was onwettig afwezig op 13/09/2024 (1 effectieve werkdag). Gedurende deze onwettige afwezigheid is betrok- kene van rechtswege in non-activiteit. Art. 2: De wedde van betrokkene wordt evenredig met de duur van boven- genoemde onwettige afwezigheid verminderd en betrokkene kan geen aan- spraak maken op een bevordering of een bevordering in de weddeschaal.” IV. Regelmatigheid van de rechtspleging
  13. De verwerende partij heeft tijdig een laatste memorie ingediend, waarin zij haar opmerkingen geeft op het auditoraatsverslag dat haar in het ongelijk stelt. Zo een memorie doet ervan blijken dat de verwerende partij de voortzetting van de procedure wenst. Er is dan ook geen reden, anders dan verzoeker het ziet in zijn laatste memorie, om toepassing te maken van de versnelde rechtspleging. Nu overigens de beide partijen ook een laatste memorie hebben gewisseld, valt er nog weinig aan de rechtspleging te versnellen. Het is verzoeker bovendien ontgaan dat een versnelde rechtspleging, ten slotte, de Raad van State ook niet ervan ontslaat om te beoordelen of de conclusie van het auditoraatsverslag kan worden bijgeval- len. V. Onderzoek van het enige middel Standpunt van de partijen
  14. Verzoeker put een enig middel “uit de schending van de ‘Dienst- nota: Aanvragen groot verlof 2024 voor personeel bewaking en techniek’ en de schending van de materiële motiveringsplicht”. IX-10.615-5/12 In de dienstnota waaraan de bestreden beslissing refereert, staat inderdaad dat losse verlofdagen tijdens de piekperiode (van 24 juni 2024 tot 22 sep- tember 2024) enkel door het bureau Dienstlijsten kunnen worden toegekend of be- vestigd. Geheel ten onrechte wordt er in de bestreden beslissing vanuit gegaan dat verzoekers aanvraag voor een losse verlofdag op 13 september 2024 nog niet was bevestigd door het bureau Dienstlijsten. Deze bevestiging werd door het bureau Dienstlijsten immers reeds uitgebracht op 17 augustus 2024 zoals blijkt uit het e-mailbericht van DL, penitentiair bewakingsassistent van het bureau Dienstlijsten van diezelfde datum. Dit houdt een miskenning in van de materiële- motiveringsplicht aangezien dit ingeroepen motief geen steun vindt in de werke- lijkheid. Anders dan de motivering van de bestreden beslissing wil doen geloven, was er dus geenszins sprake van een “nog niet door het bureau dienstlijs- ten bevestigd verlof” maar wel van een reeds toegekend verlof dat de verwerende partij nadien – minder dan 24 uur op voorhand – via voicemail heeft proberen in te trekken. Uit de motivering van de bestreden beslissing blijkt dat de ver- werende partij het verzoeker kwalijk lijkt te nemen dat hij op 12 september 2024 niet bereikbaar was op zijn gsm. Er wordt echter geenszins verduidelijkt uit welke juridische bepaling zou volgen dat verzoeker – nadat hij op 11 september 2024 de strafinrichting had verlaten en bij die gelegenheid had vastgesteld dat hij nog steeds in verlof stond – nog steeds bereikbaar had moeten blijven via zijn gsm. Ook deze overweging kan bijgevolg niet als een deugdelijk motief voor de bestreden beslis- sing worden beschouwd waardoor de materiëlemotiveringsplicht opnieuw werd geschonden.
  15. In de memorie van antwoord betoogt de verwerende partij dat, gelet op de toepasselijke dienstnota ‘Aanvragen groot verlof 2024 voor personeel IX-10.615-6/12 bewaking en techniek’, voor losse verlofdagen slechts sprake is van een verkregen verlof in de zin van artikel 3 van het koninklijk besluit van 19 november 1998 ‘betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen’, wanneer het bureau Dienstlijsten de aanvraag voor een losse ver- lofdag duidelijk aanvaardt. Het algemeen rechtsbeginsel patere legem quam ipse fecisti vereist dat de strafinrichting de individuele verlofregelingen organiseert in overeenstemming met die dienstnota. Zij stelt dat, in tegenstelling tot hetgeen verzoeker beweert, de e- mail van 17 augustus 2024 geen definitieve goedkeuring inhoudt van de aanvragen voor de losse verlofdagen die erin worden vermeld. Het gaat louter om een “oplijs- ting” van de voorlopige dienstregeling van de week van 9 tot 15 september
  16. De verwerende partij voegt eraan toe dat die e-mail niet aan verzoeker is gericht doch wel aan de teamleiders om hen in te lichten over de voorlopige dienstregeling. Verzoeker kan er enkel kennis van hebben gekregen via zijn teamleider, die geen deel uitmaakt van of beslissingen kan nemen namens het bureau Dienstlijsten. De betrokken e-mail kan aldus op geen enkele manier worden begrepen als een beves- tiging van het bureau Dienstlijsten aan verzoeker. De verwerende partij besluit dat verzoeker niet beschikte over een verlofdag voor 13 september
  17. Er is ook geen sprake van een intrekking van een verlofdag, doch wel van een niet-toeken- ning ervan. Wat de bereikbaarheid van verzoeker op 12 september 2024 be- treft, doet de verwerende partij, na te hebben gewezen op artikel 7bis, § 1, van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 ‘houdende het statuut van het Rijksperso- neel’, het volgende gelden: “De ziektemeldingen op 12 september 2024 zijn onvoorziene omstandig- heden en de noodzaak om de continuïteit van dienstverlening op 13 sep- tember 2024 te garanderen, vereist in redelijkheid dat personeelsleden op de hoogte worden gesteld van hun werkschema, nog voor hun werkdag van start gaat.
  18. Belangrijker is echter het volgende. Aangezien de verzoekende partij nog geen bevestiging van haar losse verlofdag had gekregen, was er op IX-10.615-7/12 11 en 12 september 2024 geen sprake van een verlofdag in de zin van arti- kel 3 van het KB van 19 november
  19. Zij diende er dan ook vanuit te gaan dat zij op 13 september 2024 in ieder geval moest werken. Minstens diende zij zich hierover bij de strafinrichting te informeren, dan wel bereikbaar te zijn. Dit geldt des te meer nu de verzoekende partij werkzaam is voor een open- bare dienst, die een zekere continuïteit moet garanderen, hetgeen tijdens de vakantieperiode een uitdaging kan zijn. De vaststelling is echter dat zij ook op 13 september 2024 niet bereikbaar was, terwijl zij geen verlof had en dus dienst had.
  20. In het bestreden besluit wordt de verzoekende partij dan ook niet ten kwade geduid dat zij op 12 september 2024 onbereikbaar was. De beslis- sing berust op het feit dat zij op 13 september 2024 afwezig was. Met de verwijzing, in de motieven van de beslissing, naar de vruchteloze pogingen tot contactname van 12 september 2024, heeft de verwerende partij enkel aangegeven dat het verweer van de verzoekende partij, volgens dewelke zij het voicemailbericht laattijdig heeft gehoord, geen afdoende verantwoor- ding was voor de ongewettigde afwezigheid op 13 september
  21. Dat is ook correct. Dat de verzoekende partij zowel op 12 als op 13 september 2024 geen teken van leven gaf, betreft dan ook haar eigen verantwoorde- lijkheid, en doet niets af aan het feit dat zij op 13 september 2024 niet kwam opdagen terwijl zij geen definitief verlof had gekregen, ook niet toen zij op 11 september 2024 de strafinrichting verliet.”
  22. In haar laatste memorie wijst de verwerende partij op een bijko- mend stuk, dat de definitieve dienstregeling is van 13 september
  23. Hieruit kan worden afgeleid dat het voorlopige verlof van verzoeker niet kon doorgaan wegens ziektemeldingen en hij dus diende te presteren, in de plaats van collega WI. Echter, ook de naam van verzoeker werd finaal doorgestreept toen bleek dat hij niet kwam opdagen. Uit het administratief dossier blijkt volgens de verwerende partij geen uitdrukkelijke aanvaarding van de vrije verlofdag van verzoeker. De toepas- selijke dienstnota bepaalt nochtans dat tijdens de piekperiode van 24 juni 2024 tot 22 september 2024 alle aanvragen van losse verlofdagen onder voorbehoud zijn en uitdrukkelijk bevestigd moeten worden door het bureau Dienstlijsten. Dat deze be- vestiging voor losse verlofdagen kan worden meegedeeld via de tussenkomst van de teamleiders blijkt niet uit de toepasselijke dienstnota. Zolang een verlofaanvraag voor een losse dag verlof niet expliciet wordt toegekend door het bureau Dienst- lijsten aan de penitentiaire bewakingsassistent in kwestie, heeft men geen IX-10.615-8/12 (gegarandeerd) verlof. De niet aan verzoeker gerichte e-mail van 17 augustus 2024 kan dan ook niet als een uitdrukkelijke aanvaarding van zijn verlofaanvraag wor- den beschouwd. A fortiori blijkt uit de definitieve dienstregeling van 13 september 2024 dat het verlof van verzoeker niet kon worden aanvaard. De verwerende partij blijft bij haar standpunt dat verzoeker op 13 september 2024 geen gegarandeerde vrije dag had en er dus geen sprake was van een verlof in de zin van artikel 3, eerste lid, van het koninklijk besluit van 19 november 1998 ‘betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen’. Bijgevolg was verzoeker, met toepassing van artikel 4 van voormeld KB, van rechtswege in non-activiteit voor de werkdag van 13 september 2024, zoals door de bestreden beslissing wordt bevestigd. Beoordeling
  24. Niet betwist wordt dat voor de door verzoeker aangevraagde ver- lofdag van 13 september 2024, de dienstnota ‘Aanvragen groot verlof 2024 voor personeel bewaking en techniek’ van toepassing is. Deze dienstnota bepaalt onder meer dat tijdens de piekperiode van 24 juni 2024 tot 22 september 2024 alle aan- vragen van losse verlofdagen onder voorbehoud zijn en enkel bevestigd kunnen worden door het bureau Dienstlijsten.
  25. Verzoeker en de verwerende partij verschillen van mening of de e-mail van 17 augustus 2024 te beschouwen is als een goedkeuring van de aanvraag en dus de toekenning van een verlofdag op 13 september 2024 aan verzoeker. Ver- zoeker stelt dat voormelde e-mail een bevestiging is van zijn aangevraagde verlof- dag door het bureau Dienstlijsten; de verwerende partij is het daar niet mee eens en ziet de e-mail als een voorlopige dienstregeling. Zij wijst er ook nog op dat de e-mail niet gericht is aan verzoeker, maar aan de verschillende teamleiders.
  26. Het wordt niet betwist dat de e-mail van 17 augustus 2024 uit- gaat van het bureau Dienstlijsten. IX-10.615-9/12
  27. Stellen, zoals de verwerende partij het doet, dat die e-mail slechts een “oplijsting” is van de “voorlopige” dienstregeling van de week van 9 tot 15 september 2024, kan niet worden aangenomen. Dat staat nergens te lezen in de bewuste e-mail, die als onderwerp heeft ‘aanpassingen week 9/9 tem 15/9’ en zon- der de minste reserve voor elk van die dagen de “losse dag verlof” opsomt voor de betrokkenen, onder wie verzoeker op 13 september
  28. De verwerende partij legt ook niet uit – eventueel aan de hand van voorbeelden – hoe anders de verlofaan- vragen door het bureau Dienstlijsten dan wél definitief worden goedgekeurd en meegedeeld en hoe dit in concreto voor de betrokken week is gedaan. Een beslis- sing waaruit uitdrukkelijk of impliciet blijkt dat de verlofaanvraag van verzoeker is afgewezen, ligt evenmin voor. De e-mail van 17 augustus 2024 moet dan ook worden be- schouwd als de bevestiging, dan wel de toekenning van een losse verlofdag op 13 september 2024 aan verzoeker.
  29. Dat de e-mail van 17 augustus 2024 gericht is aan de verschil- lende teamleiders en niet aan verzoeker doet aan het voorgaande geen afbreuk. In de dienstnota ‘Aanvragen groot verlof 2024 voor personeel bewaking en techniek’, wordt onder de praktische afspraken – weliswaar wat het groot verlof betreft – uit- drukkelijk vermeld dat het bureau Dienstlijsten het personeelslid omtrent zijn aan- vraag inlicht “via de teamleider”. Er valt niet meteen in te zien – en zulks blijkt evenmin uit voormelde dienstnota – dat die praktische werkwijze anders zou zijn voor de aanvragen van “losse verlofdagen”. Trouwens vangt de voormelde e-mail van 17 augustus 2024, gericht aan de teamleiders, aan met de zin: “Gelieve nota te nemen van onderstaande en indien nodig betrokkene te verwittigen”.
  30. Het stuk 6 dat de verwerende partij bij haar laatste memorie voegt, overtuigt evenmin om het anders te zien. Op dat stuk is in rijen en kolommen voor “gevangenis Gent” de dienstregeling van 13 september 2024 opgenomen, met handmatige aanpassingen en toevoegingen. Onder de hoofding ‘courante afwezig- heden’, ‘losse dag verlof’, staat evenwel onder anderen de naam van verzoeker IX-10.615-10/12 voorgedrukt en handmatig doorstreept. Dat strookt met een voorheen toegekende losse dag verlof, die naderhand ongedaan is gemaakt. Dat verzoekers naam boven- dien in een andere rij – ‘PBA werkhuis 5’ – handmatig is bijgeschreven én door- streept, spoort dan weer met het voicemailbericht van 12 september 2024 dat ver- zoeker op de dienst wordt verwacht, waaraan geen gevolg is gegeven.
  31. Ten overvloede zij opgemerkt dat de onbereikbaarheid van ver- zoeker op 12 september 2024 niet relevant is voor de vraag of hij de bevestiging of goedkeuring had voor zijn losse verlofdag op 13 september
  32. Aangezien de verwerende partij voorts uitgaat van de verkeerd gebleken premisse dat aan verzoeker geen losse verlofdag was toegekend en er dus geen sprake is van een intrekking van een verlofdag, dient evenmin onderzocht of er sprake is van een geldige intrekking van die verlofdag met het voicemailbericht van 12 september 2024, aangezien dat niet het motief is voor de bestreden beslis- sing.
  33. Het motief dat verzoeker “afwezig was op de dienst op 13/09/2024, zonder toestemming of zonder dat betrokkene vooraf verlof of dienst- vrijstelling had gekregen” en hij “geen gegarandeerde losse dag verlof had op 13/09/2024 omdat dit niet bevestigd werd door het bureau dienstlijsten” kan niet standhouden. Terecht voert verzoeker aan dat de materiëlemotiveringsplicht is ge- schonden. Het enige middel is gegrond. BESLISSING
  34. De Raad van State vernietigt de beslissing van de directeur HR a.i. voor de voorzitter van het directiecomité van de FOD Justitie van 18 november 2024 waarbij R.H. in non-activiteit wordt geplaatst wegens ongewettigde afwezig- heid op 13 september
  35. IX-10.615-11/12
  36. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nie- tigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 154 euro, die verschuldigd is aan de ver- zoekende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op achttien maart tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Jurgen Neuts, staatsraad, Jim Deridder, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Geert Van Haegendoren IX-10.615-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.063 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.