← België

Arrest 266090 - Sluitingen van vestigingen - 19/03/2026

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 maart 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.090 Rolnummer: A. 246981/XII-9998 Zaak: Arrest 266090 - Sluitingen van vestigingen - 19/03/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-03-27 Raadplegingen: 113 - laatst gezien 2026-06-18 06:40 Fiche Arrest nr 266.090 van 19 maart 2026 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Sluitingen van vestigingen Beslissing : Bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.090 no lien 288244 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 266.090 van 19 maart 2026 in de zaak A. 246.981/XII-9998 In zake: de BV STUYKA bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ben Stalmans kantoor houdend te 3300 Tienen Sint-Gillisplein 31 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD SINT-TRUIDEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Christian Lemache kantoor houdend te 3800 Sint-Truiden Tongersesteenweg 60 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1. De vordering, ingesteld op 11 januari 2026, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het “burgemeesterbesluit van 17 november 2025 […] waarbij de uitbatingsvergunning voor de seksuitbating ‘Medusa’ wordt geweigerd”. II. Verloop van de rechtspleging 2. Bij beschikking van 19 januari 2026 werd de procedurekalender vastgesteld en werden de partijen opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 12 maart 2026. De nota met opmerkingen en het administratief dossier werden ingediend overeenkomstig de procedurekalender. XII-9998-1/15 Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een verslag opgesteld. Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Ben Stalmans, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Matthias Boydens, die loco advocaat Christian Lemache verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. De verzoekende partij baat, onder de benaming ‘Medusa’, een seksinrichting uit aan de Luikersteenweg 297 te Sint-Truiden, 3.2. Op 19 december 2023 heeft de gemeenteraad van de stad Sint- Truiden het gemeentelijk uitbatingsreglement ‘op de seksuitbatingen’ (hierna: gemeentelijk uitbatingsreglement) goedgekeurd. Artikel 4 van dit reglement bepaalt dat voor het uitbaten van een seksinrichting op het grondgebied van de stad Sint-Truiden een voorafgaande vergunning vereist is. Overeenkomstig artikel 7 van het reglement kan de vergunning enkel worden toegekend na het uitvoeren van een “voorafgaand administratief onderzoek”, dat bestaat uit een omgevingsonderzoek, een brandveiligheidsonderzoek, een inrichtings- en hygiëne-onderzoek, een moraliteitsonderzoek, een financieel onderzoek en een onderzoek “om na te gaan of de uitbater of een persoon die betrokken is bij de uitbating al eerder betrokken was bij de exploitatie van een publiek toegankelijke inrichting waar een bestuurlijke maatregel of een gemeentelijke administratieve sanctie aan werd ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.090 XII-9998-2/15 opgelegd of betrokken was bij de uitbating van een publiek toegankelijke inrichting waar overlast werd vastgesteld”. In artikel 10 van het reglement wordt bepaald dat de burgemeester de uitbatingsvergunning kan weigeren indien (

  1. i)“de openbare orde gevaar loopt”, (
  2. ii)“de onderzoeken, die voorafgaan aan het verlenen van de toelating [sic], negatief worden geadviseerd” en/of (iii) “niet voldaan is aan de wettelijke of reglementaire bepalingen en voorwaarden van toepassing op de inrichting en de hygiëne”. Artikel 17 van het reglement bevat een overgangsregeling voor bestaande seksinrichtingen; voor hen geldt vanaf de datum van inwerkingtreding van het uitbatingsreglement een overgangsperiode van zes maanden om een ontvankelijke vergunningsaanvraag in te dienen en het “bewijs” van een dergelijke aanvraag “geldt als een tijdelijke uitbatingsvergunning tot de definitieve uitbatingsvergunning wordt verleend of geweigerd”. Het gemeentelijk uitbatingsreglement is in werking getreden op 1 januari 2024 (artikel 18 van het reglement). 3.3. Op 30 juni 2024 – dit is net binnen de door artikel 17 van het uitbatingsreglement vooropgestelde termijn van zes maanden – dient de verzoekende partij aan aanvraag in tot het verkrijgen van een vergunning voor het uitbaten van een seksinrichting. 3.4. Per e-mail van 1 juli 2024 wordt de verzoekende partij verzocht om bijkomende stukken over te maken. 3.5. Vervolgens deelt de verwerende partij bij brief van 9 juli 2024 aan de verzoekende partij het volgende mee: “Tijdens de gemeenteraad van 19 december 2023 werd het gemeentelijk uitbatingsreglement op de seksuitbatingen, alsook het gemeentelijk belastingreglement op de seksuitbatingen goedgekeurd. Beide reglementen traden in werking op l januari 2024' Artikel 4 van het gemeentelijk uitbatingsreglement op de seksuitbatingen bepaalt dat elke seksuitbating, gelegen op het grondgebied van de stad Sint- Truiden, slechts uitgebaat mag worden op voorwaarde dat zij, voor aanvang van de uitbating, beschikt over een geldige uitbatingsvergunning, afgeleverd door de burgemeester. Artikel 17 voorziet een overgangsmaatregel voor gevestigde seksuitbatingen, die al open waren voor de inwerkingtreding van het reglement, namelijk een XII-9998-3/15 overgangstermijn van 6 maanden voor het indienen van een ontvankelijke aanvraag. Deze termijn liep tot en met 30 juni 2024. U werd hierover geïnformeerd per brief in januari en juni. De brieven werden verstuurd naar het adres van de seksuitbating, namelijk Luikersteenweg 297 (3800 Sint-Truiden). Echter, tot op heden heeft u geen ontvankelijke aanvraag ingediend. Bijgevolg overweegt de burgemeester de seksuitbating Medusa bestuurlijk te sluiten o.b.v. artikel 16 van het gemeentelijk uitbatingsreglement op de seksuitbatingen. Wij nodigen u uit om hierover gehoord te worden door I.K., burgemeester, en J.A., handhavingscoördinator, op dinsdag 16 juli 2024 om 10.00u in het stadskantoor (1e verdieping - kantoor burgemeester - Kazernestraat 13 te 3800 Sint-Truiden). U zal gehoord worden in het Nederlands. Gelieve een tolk te voorzien indien nodig. U heeft het recht u hierbij te laten bijstaan door een advocaat.” 3.6. Nagenoeg een jaar later, meer bepaald op 20 juni 2025, richt de stad Sint-Truiden een brief tot de verzoekende partij waarvan de inhoud als volgt luidt: “Op 1 januari 2024 ging het gemeentelijk uitbatingsreglement op seksuitbatingen in Sint-Truiden in werking. Gevestigde seksuitbatingen die voor die datum geopend waren, kregen een overgangsperiode van 6 maanden (tot uiterlijk 30 juni 2024) voor het indienen van een ontvankelijke aanvraag (artikel 17 §1). Op 30 juni 2024 ontvíngen wij via e-mail van Ondernemershulp een aanvraag tot het bekomen van een uitbatingsvergunning voor seksuitbating Medusa. Hoewel deze aanvraag niet werd ingediend via het digitale invulformulier, werd de aanvraag toch ontvankelijk verklaard. ln de weken en maanden nadien werd herhaaldelijk verzocht om het dossier digitaal te vervolledigen, zonder resultaat. Volgens artikel 5 §2 van het reglement beschikt de aanvrager over een termijn van 30 dagen om het dossier te vervolledigen. Bij niet-naleving van deze termijn, wordt het dossier terugbezorgd aan de aanvrager en niet verder beoordeeld. Aangezien seksuitbating Medusa op dat ogenblik niet geopend was omwille van uw verblijf in het buitenland en er – volgens informatie van Ondernemershulp in augustus 2024 – problemen waren geweest met de boekhouding, werd u bijkomende tijd gegund. Op 19 december 2024 werd er uiteindelijk een digitale aanvraag ingediend. Diezelfde dag werd u, evenals Ondernemershulp, per e-mail verzocht om de ontbrekende stukken over te maken. Conform art. 6 §2 van het gemeentelijk reglement moeten documenten overhandigd worden binnen een termijn van 30 kalenderdagen. Dit is niet gebeurd. Ondanks herhaalde herinneringen aan zowel u als Ondernemershulp werd het dossier tot op heden niet volledig vervolledigd. We zijn intussen bijna een jaar na de inítiële aanvraag, zonder dat deze volledig werd aangevuld. Daarom wordt overwogen om het dossier niet verder te behandelen en terug te bezorgen aan de aanvrager. Dit zou tot gevolg hebben dat de tijdelijke vergunning krachtens artikel 17 §2 van het reglement vervalt en er bijgevolg geen sprake meer is van een geldige uitbatingsvergunning. XII-9998-4/15 Conform artikel 4 van het reglement is een vergunning verplicht. Bij gebrek daaraan dient de seksuitbating te sluiten, tot op het moment dat een definitieve uitbatingsvergunning wordt bekomen. U krijgt de gelegenheid om voor 30 juni 2025 schriftelijk verweer in te dienen. Dit kan: ● per mail aan handhaving@sint-truiden.be ● of per aangetekend schrijven ten aanzien van: […].” 3.7. Op 27 juni 2025 dient de verzoekende partij een verweerschrift in waarin zij om uitstel verzoekt en tegelijk informeert naar de stukken die nog zouden ontbreken. Bij haar verweerschrift voegt zij een uittreksel van het strafregister van de zaakvoerster, alsook een kopie van haar identiteitskaart en van de identiteitskaarten van de sekswerkers die in de inrichting zullen worden tewerkgesteld. 3.8. De verwerende partij antwoordt op 1 juli 2025 het volgende: “Bedankt voor uw reactie. De stukken die nog ontbreken zijn de volgende: ● Informatie over werkneemsters of zelfstandige sekswerkers (ID + uittreksel strafregister + aansluiting RSZ) ● Bewijs van verzekering objectieve B.A. (brand en ontploffing) Wanneer kan u ons deze stukken bezorgen? Dan leggen we deze informatie voor aan de burgemeester en zal hij een uiteindelijke beslissing nemen.” 3.9. Het college van burgemeester en schepenen van de stad Sint- Truiden neemt 18 juli 2025 een beslissing waarbij de sluiting van de seksinrichting wordt bevolen. Deze beslissing is als volgt gemotiveerd: “Op 1 januari 2O24 ging het gemeentelijk uitbatingsreglement op de seksuitbatingen in Sint-Truiden in voege. Gevestigde seksuitbatingen die voor die datum geopend waren, kregen een overgangsperiode van 6 maanden (tot uiterlijk 30 juni 2024) voor het indienen van een ontvankelijke aanvraag (artikel 17 §1). Op 30 juni 2024 ontving het lokaal bestuur een e-mail van Ondernemershulp met een aanvraag tot het bekomen van een uitbatingsvergunning voor seksuitbating Medusa, gelegen te Luikersteenweg 297 (3800 Sint-Truiden), in naam van mevrouw [E.S.] en haar vennootschap Stuyka. Hoewel deze aanvraag niet werd ingediend via het voorziene digitale invulformulier, werd XII-9998-5/15 de aanvraag toch ontvankelijk verklaard. In de weken en maanden nadien werd herhaaldelijk verzocht om het dossier digitaal te vervolledigen. Op 1 juli 2024 kregen ze als antwoord op hun initiële mail de vraag om een aantal documenten te bezorgen ter aanvulling van het dossier. Op 20 augustus 2024 werd per mail verzocht om dringend een digitale aanvraag te doen. Volgens artikel 5 §2 van het reglement beschikt de aanvrager over een termijn van 30 dagen om het dossier te vervolledigen. Bij niet-naleving van deze termijn, wordt het dossier terugbezorgd aan de aanvrager en niet verder beoordeeld. Aangezien de seksuitbating Medusa op dat ogenblik niet geopend was omwille van het verblijf van de uitbaatster in het buitenland en er - volgens informatie uit telefonisch contact met Ondernemershulp op 30 augustus 2024 - problemen waren met de boekhouding, werd hun bijkomende tijd gegund. Op 17 december 2024 liet Ondernemershulp per mail weten dat mevrouw [E.S.] een afspraak had op hun kantoor om de digitale aanvraag in orde te brengen. Op 19 december 2024 werd er uiteindelijk een digitale aanvraag ingediend. Diezelfde dag werden Ondernemershulp en mevrouw [S.] per e-mail verzocht om de ontbrekende stukken over te maken. Conform art. 6 §2 van het gemeentelijk reglement moeten documenten overhandigd worden binnen een termijn van 30 kalenderdagen. Pas op 6 en 10 februari 2025 werden ons bijkomende stukken aangeleverd, waarbij op 10 februari 2025 door het lokaal bestuur werd gemeld dat er nog steeds enkele stukken ontbraken. Daarvan mochten we 1 stuk ontvangen op 12 februari 2025, maar de rest van de gevraagde informatie bleef achterwege. Op 1 april 2025 werden ze per mail een laatste keer verwittigd over de ontbrekende stukken, met de melding dat het lokaal bestuur een procedure tot sluiting overwoog. Op 4 april 2025 ontvingen we een antwoordmail van Ondernemershulp waarin werd vermeld dat mevrouw [S.] alle ontbrekende stukken bezit, maar vertraging had op haar terugreis van Hongarije. Er werd gevraagd om uitstel tot dinsdag 8 april 2025, maar het dossier werd wederom niet vervolledigd. We zijn intussen een jaar na de initiële aanvraag, zonder dat het dossier werd vervolledigd. Daarom werd overwogen om het dossier niet verder te behandelen en terug te bezorgen aan de aanvrager. Mevrouw [E.S.] werd per aangetekende en gewone post dd. 20 juni 2025 en per mail dd. 25 juni 2025 in kennis gesteld van het voornemen van het lokaal bestuur, alsook werd haar de kans geboden om schriftelijk verweer in te dienen, voor zondag 30 juni 2025. Op vrijdag 27 juni 2025 mocht het lokaal bestuur per mail verweer ontvangen vanwege de dienst Ondernemershulp, in naam van mevrouw [S.] In het verweer wordt aangehaald dat het dossier onvoldoende werd aangevuld wegens het veelvuldig verblijf van mevrouw [S.] in het buitenland, alsook door de tijd die het op punt zetten van de boekhouding en administratie heeft ingenomen. Er wordt verzocht om hen uitstel te verlenen en opnieuw in kennis te stellen van de ontbrekende stukken, met het oog op regularisatie van het aanvraagdossier. Op dinsdag 1 juli 2025 bezorgden we Ondernemershulp nogmaals een overzicht van de ontbrekende stukken, met de vraag ons te informeren over wanneer deze stukken ons bezorgd konden worden. zodanig de burgemeester hiervan te kunnen informeren. Tot op heden (woensdag 9 juli 2025) mochten we hierop geen reactie ontvangen. Belangenafweging Na herhaaldelijke pogingen vanwege het lokaal bestuur om de aanvragers ertoe te brengen het dossier te vervolledigen, is het dossier een jaar na de initiële aanvraag nog steeds niet volledig. Bijgevolg wordt het dossier niet ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.090 XII-9998-6/15 verder behandeld en terugbezorgd aan de aanvrager. Dit heeft tot gevolg dat de tijdelijke vergunning krachtens artikel 17 §2 van het uitbatingsreglement vervalt en er bijgevolg geen sprake meer is van een (tijdelijke) uitbatingsvergunning. Artikel 16 van het uitbatingsreglement bepaalt dat inbreuken op de artikelen van dit reglement, gesanctioneerd kunnen worden met een gemeentelijke administratieve sanctie. Aangezien er niet wordt voldaan aan de vergunningsplicht, is er sprake van een inbreuk op artikel 4 van het uitbatingsreglement. Bijgevolg wordt de tijdelijke sluiting bevolen van seksuitbating ‘Medusa’, gelegen te Luikersteenweg 297 (3800 Sint-Truiden). De seksuitbating mag pas opnieuw openen na het verkrijgen van een geldige uitbatingsvergunning.” 3.10. Op 29 augustus 2025 dient de verzoekende partij een nieuwe aanvraag in voor het verkrijgen van een uitbatingsvergunning voor de betrokken seksinrichting. 3.11. Met de thans bestreden beslissing van 17 november 2025 weigert de burgemeester van de stad Sint-Truiden de gevraagde uitbatingsvergunning. Deze beslissing steunt op de volgende motieven: “Conform artikel 7 §2 van het gemeentelijk uitbatingsreglement werd een voorafgaand administratief onderzoek uitgevoerd, bestaande uit: 1. een omgevingsonderzoek: ongunstig advies; 2. een brandveiligheidsonderzoek: gunstig advies; 3. een inrichtings- en hygiëne-onderzoek: gunstig advies; 4. een moraliteitsonderzoek ten aanzien van de uitbater en op de organen van de rechtspersoon: ongunstig advies; 5. een financieel onderzoek: ongunstig advies; 6. een onderzoek om na te gaan of de uitbater of een persoon die betrokken is bij de uitbating al eerder betrokken was bij de exploitatie van een publiek toegankelijke inrichting waar een bestuurlijke maatregel of een gemeentelijke administratieve sanctie aan werd opgelegd of betrokken was bij de uitbating van een publiek toegankelijke inrichting waar overlast werd vastgesteld: gunstig advies onder voorwaarden. Rekening houdend met de verleende adviezen n.a.v. het administratief onderzoek, wordt geadviseerd om de uitbatingsvergunning te weigeren. De aanvraag kan conform artikel 10 van het gemeentelijk uitbatingsreglement op de seksuitbatingen geweigerd worden als de onderzoeken die de toelating voorafgaan negatief geadviseerd worden, zoals door de Lokale Politie, team Financiën en team Omgeving. Meer toelichting over de adviezen vindt men infra. […] POLITIE: Ongunstig advies Op 02/09/2025 ontving ik de vraag van stad Sint-Truiden om een advies te verlenen in het kader van het gemeentelijk uitbatingsreglement op de XII-9998-7/15 seksuitbatingen. De aanvraag werd gedaan door de genaamde [S.E.] voor de zaak ‘Medusa’, gelegen te 3800 Sint-Truiden, Luikersteenweg 297 (ondernemingsnummer 0741584695). Nazicht KBO-register: Het betreft de zaak ‘Stuyka’ met ondernemingsnummer 0741.584.695. De zaak werd opgericht op 15 januari 2020, als adres van de zetel Quai des Ardennes 111 bus 1, 4031 Luik. De zaak heeft één vestigingseenheid, gelegen op de Luikersteenweg 297, 3800 Sint-Truiden. Het betreft de seksuitbating ‘Medusa’. De bestuurders zijn [S.E.] en [H.A.]. Op dit adres staat momenteel ook nog steeds de zaak ‘YE & ER’, gevestigd met ondernemingsnummer 0741.584.893. De rechtstoestand van deze zaak is sinds 29 augustus 2024 ‘opening faillissement’. De zaak is op hetzelfde adres als ‘Stuyka’ gevestigd. De bestuurders zijn [S.E.] en [E. F.]. Moraliteit bestuurders: Betreffende [S.E.]: [S.] is bij onze diensten gekend als uitbater van de ‘Medusa’. Met betrekking tot haar moraliteit kunnen wij met goedkeuring van parket Limburg, afdeling Hasselt, meedelen dat er een lopend onderzoek is naar mogelijke financiële onregelmatigheden […]. Dit valt onder de in artikel 7 van het uitbatingsreglement op de seksuitbatingen vermelde inbreuken. Mevrouw [S.] kan geen blanco uittreksel strafregister voorleggen (595 - algemeen model). Er wordt één vonnis bij verstek vermeld van de politierechtbank te Limburg, afdeling Sint-Truiden, inzake verkeersinbreuken. Deze feiten vallen niet onder de uitsluitingsgronden. Betreffende [H.A.]: Betrokkene is politioneel niet gekend. Indien betrokkene […], eveneens bestuurder van de zaak blijft dient hij ook een uittreksel strafregister voor te leggen (algemeen model - 595) teneinde zijn moraliteit volledig te kunnen beoordelen. Met betrekking tot de rechtspersonen beschik ik niet over negatieve elementen op politioneel vlak. Bijkomende informatie: Ik verwijs ook naar het bevel tot sluiting van seksuitbating ‘Medusa’ dd. 18 juli 2025. Na herhaaldelijke pogingen vanwege het lokaal bestuur om de aanvragers ertoe te brengen het dossier te vervolledigen, was het dossier een jaar na de initiële aanvraag nog steeds niet volledig. Bijgevolg werd de tijdelijke sluiting bevolen van seksuitbating ‘Medusa’. De seksuitbating mag pas opnieuw openen na het verkrijgen van een geldige uitbatingsvergunning. Besluit: Gezien bovenstaande verlenen wij een negatief advies. Indien toch een uitbatingsvergunning toegekend wordt adviseren wij om deze slechts voorwaardelijk toe te kennen met de volgende voorwaarden: - Een jaarlijkse evaluatie van de moraliteit van de personen die betrokken zijn bij de uitbating, onder meer door jaarlijks een uittreksel strafregister aan de dien[s]t economie over te maken. Bij een eventuele veroordeling wegens feiten vermeld in artikel 7 van het uitbatingsreglement kan dan besloten worden de uitbatingsvergunning in te trekken. - 6-maandelijks de boekhouding, inclusief bankrekeninguittreksels en het kasboek, laten voorleggen. Inzake uittreksel strafregister van de heer [A.H.]: Mijn advies is al voltooid. Maar deze informatie heeft in elk geval geen invloed op mijn advies. FINANCIËN: Ongunstig advies Openstaande belasting Limburg.net 2025 - 136.25 euro op naam van [E.S.] XII-9998-8/15 Openstaande belasting Leegstand gebouwen 2024 - 2800 euro op naam van Stuyka BV Openstaande belasting Leegstand gebouwen 2023 - 2470 euro op naam van Stuyka BV OMGEVING: Ongunstig advies Het pand werd zonder eerdere omgevingsvergunning verbouwd. Betrokkenen zijn hiervan ook op de hoogte na een vorige aanvraag. In 2024 werden twee pogingen ondernomen door de eigenaar om een regularisatievergunning te bekomen, zonder succes. Naast de bestemming (wonen) zijn er wijzigingen vastgesteld aan ondermeer het dak en de gevels. BRANDWEER: Gunstig advies Zie brandweervergunning 2021-0203-005 DD 13/12/2024 EVENEMENTEN: Gunstig advies Positief HANDHAVING: Gunstig onder voorwaarden Op dit moment werkt mevrouw [S.] alleen in de zaak. Dit lijkt niet vol te houden eens de bar open is en draait. Er zijn nl. 3 vitrines. De voorwaarde is dat indien er nieuwe sekswerkers komen, deze een aansluiting moeten hebben bij RSZ en deze aansluiting onmiddellijk ter kennis gegeven moet worden van het lokaal bestuur (info.economie@sint-truiden.be). In het verleden heeft mevrouw [S.] bijna nooit de aangegeven termijnen gevolgd; zij was steeds te laat en het lokaal bestuur heeft haar hierop telkens moeten wijzen. Een bijkomende voorwaarde is bijgevolg dat zij in de toekomst de termijnen in alle procedures respecteert. Deze verantwoordelijkheid rust immers op de uitbater.” IV. Schorsingsvoorwaarden 4. Krachtens artikel 17, § 1, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd waarvan het onderzoek zich leent voor een versnelde behandeling en waarmee de nietigverklaring van deze beslissing prima facie kan worden verantwoord. V. Spoedeisendheid Standpunt van de partijen 5. De verzoekende partij zet uiteen dat zij door de weigering van de uitbatingsvergunning de exploitatie van de inrichting niet kan hervatten en dat ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.090 XII-9998-9/15 zij geen inkomsten kan genereren, terwijl de vaste kosten, zoals de maandelijkse aflossing van een hypothecair krediet, de kosten van diverse nutsvoorzieningen en de “kosten die voortvloeien uit invorderingsmaatregelen door de stad”, blijven doorlopen. Zij stelt dat deze toestand heeft geleid tot “een cumulatieve uitputting van meer dan 23.000 euro, exclusief interesten, verhogingen en invorderingskosten”. Ook benadrukt de verzoekende partij dar zij feitelijk reeds terechtgekomen is “in een toestand van daadwerkelijke betalingsonmacht” waardoor het risico op een faillissement reëel en imminent is. 6. De verwerende partij meent dat aan de voorwaarde van de spoedeisendheid niet is voldaan omdat de nadelen die door de verzoekende partij worden aangehaald voortvloeien uit de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Sint-Truiden van 18 juli 2025 waarbij de uitbating werd gesloten. Bovendien ontneemt de bestreden beslissing geen voordeel dat aan de verzoekende partij werd toegekend, maar bestaat de strekking ervan uit het niet verlenen van een gevraagd voordeel. Tot slot duidt de verwerende partij het de verzoekende partij ten kwade dat zij meer dan anderhalve maand heeft gewacht om voorliggende vordering in te stellen, niettegenstaande aan de bestreden beslissing zware gevolgen worden toegeschreven. Beoordeling 7. Met haar uiteenzetting en de bijgevoegde stavingsstukken toont de verzoekende partij aan dat haar financiële toestand dermate precair is dat een faillissement op korte termijn allerminst denkbeeldig is. Een gebeurlijk later tussen te komen vernietigingsarrest zou aan die onherroepelijke toestand niet meer kunnen remediëren. De omstandigheid dat de inrichting reeds bij besluit van 18 juli 2025 gedwongen werd te sluiten, doet daar niets aan af. Door de bestreden weigering van de uitbatingsvergunning wordt de verzoekende partij immers nog langer in de onmogelijkheid gesteld om inkomsten te verwerven en haar financiële toestand geleidelijk te verbeteren. Allerminst kan aangenomen worden dat de financiële nadelen enkel zouden voortvloeien uit het sluitingsbevel van 18 juli 2025 XII-9998-10/15 en niet uit de weigering van de vergunning die vereist is om tot de (verdere) uitbating van de seksinrichting te kunnen overgaan. 8. Het arrest waarbij de schorsing van de bestreden beslissing wordt bevolen houdt onder meer in dat die beslissing voorlopig onwettig wordt verklaard. Die vaststelling kan de verwerende partij er op korte termijn toe aanzetten om haar beslissing tot weigering van de gevraagde uitbatingsvergunning te heroverwegen, rekening houdend met het ernstig bevonden middel. Alleen reeds in die mogelijkheid ligt het nuttig effect van een schorsing besloten. Dat nuttig effect wordt niet geneutraliseerd doordat, althans volgens de verwerende partij, getalmd werd met het instellen van de vordering. 9. Aan de vereiste van spoedeisendheid is voldaan. VI. Ernst van het tweede middel Standpunt van de partijen 10. In het tweede middel voert de verzoekende partij de schending aan van de hoorplicht en van het recht van verdediging. Zij stelt dat in het kader van integriteitsonderzoeken een wettelijke hoorplicht geldt. Zo bepaalt artikel 119ter, § 13, van de nieuwe gemeentewet uitdrukkelijk dat een weigering van een vestigings- of uitbatingsvergunning naar aanleiding van een integriteitsonderzoek slechts kan plaatsvinden nadat de betrokkene of diens raadsman werd gehoord en de mogelijkheid heeft gekregen om zijn verweermiddelen mondeling of schriftelijk te laten gelden. Het staat vast dat zij nooit werd uitgenodigd voor een hoorzitting, niet in kennis werd gesteld van de inhoud van de uitgebrachte negatieve adviezen en niet in de mogelijkheid werd gesteld om tegenspraak te voeren. Uit de gegevens van de zaak blijkt evenmin dat zij de kans heeft gekregen om te reageren op een voorgenomen beslissing. XII-9998-11/15 De verzoekende partij brengt in herinnering dat de Raad van State herhaaldelijk heeft geoordeeld dat tegen niemand een ernstige bestuurlijke maatregel kan worden genomen die zijn belangen zwaar aantast, zonder dat hem vooraf de mogelijkheid wordt geboden om zijn standpunt kenbaar te maken. Volgens deze rechtspraak is er slechts sprake van ‘nuttig horen’ indien de betrokkene een voldoende voorafgaande mededeling krijgt van de essentiële gegevens die de overheid wil betrekken bij het nemen van haar beslissing en hij over een redelijke termijn kan beschikken om zijn verweer voor te bereiden. Noch het zogenaamde automatisch karakter van de maatregel, noch het bestaan van “objectieve” politieverslagen, noch de beweerde proportionaliteit van de maatregel, kunnen een schending van de hoorplicht wettigen. 11. In haar nota laat de verwerende partij gelden dat artikel 119ter, § 13, van de nieuwe gemeentewet te dezen niet van toepassing is omdat de uitbatingsvergunning werd geweigerd op grond van het gemeentelijk uitbatingsreglement ‘op de seksuitbatingen’. Voorts merkt zij op dat de weigeringsbeslissing steunt op drie negatieve adviezen met betrekking tot het omgevingsonderzoek, het moraliteitsonderzoek en het financieel onderzoek. De uitbating werd echter niet geweigerd omwille van een negatief integriteitsonderzoek. Tevens beklemtoont zij dat de verzoekende partij reeds werd gehoord in het kader van de procedure die heeft geleid tot de (niet in rechte aangevochten) beslissing van 18 juli 2025 tot sluiting van de inrichting. Het zou overigens gaan over “duidelijke feiten” die niet noodzaakten tot het (opnieuw) horen van de verzoekende partij. Beoordeling 12. De vergunningsaanvraag van de verzoekende partij werd geweigerd op grond van de onderzoeken inzake moraliteit, omgeving en financiën, die voorgeschreven zijn door artikel 7 van het gemeentelijk uitbatingsreglement ‘op de seksuitbatingen’. Inzonderheid wordt in de bestreden beslissing verwezen naar het ongunstig advies van de politie over de moraliteit van bestuurder S.E. waarin gewag wordt gemaakt van een lopend gerechtelijk onderzoek naar XII-9998-12/15 “mogelijke financiële onregelmatigheden” en een vonnis van de politierechtbank “inzake verkeersinbreuken”. 13. Vooraleer een beslissing als de thans bestredene te nemen, moet krachtens een beginsel van behoorlijk bestuur, de betrokken persoon in principe in de gelegenheid worden gesteld om nuttig zijn zienswijze te doen gelden en voor zijn belangen op te komen. “Nuttig” houdt in dat de betrokkene een voldoende voorafgaande mededeling krijgt van de essentiële gegevens die de overheid wil betrekken bij het nemen van haar beslissing en dat hij over een redelijke (minimum)termijn kan beschikken om zijn verweer voor te bereiden. Te dezen staat vast dat de verzoekende partij op geen enkel ogenblik werd uitgenodigd om gehoord te worden over de feiten en tekortkomingen die haar worden verweten in drie van de, op grond van artikel 7 van het gemeentelijk uitbatingsreglement, uitgevoerde administratieve onderzoeken. Daar komt nog bij dat die feiten en tekortkomingen, afzonderlijk beschouwd, kennelijk niet dermate zwaarwichtig zijn dat ze gewis en zonder tegensprekelijk debat tot het weigeren van de gevraagde uitbatingsvergunning moeten leiden. 14. Het verweer als zou er geen dwingende noodzaak hebben bestaan om de verzoekende partij te horen aangezien zij reeds werd gehoord naar aanleiding van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Sint-Truiden van 18 juli 2025 tot sluiting van de seksinrichting en de “negatieve elementen” sedertdien enkel zouden zijn toegenomen, zoals blijkt uit de onderzoeken die uitgevoerd werden naar aanleiding van de op 29 augustus 2025 ingediende vergunningsaanvraag tot het verkrijgen van een uitbatingsvergunning, gaat niet op. De aangehaalde beslissing van 18 juli 2025 steunt immers op de vaststelling dat de verzoekende partij – ondanks herhaald aandringen – heeft nagelaten om de op 30 juni 2024 ingediende aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning voor het uitbaten van een seksinrichting, te vervolledigen. Die volgehouden inertie heeft de verwerende partij er uiteindelijk toe gebracht om het ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.090 XII-9998-13/15 aanvraagdossier niet verder te behandelen waardoor de tijdelijke uitbatingsvergunning, die de iure tot stand was gekomen in toepassing van de overgangsregeling van artikel 17, § 2, van het gemeentelijk uitbatingsreglement, is komen te vervallen. Op dat ogenblik werden aan de verzoekende partij niet de negatieve elementen tegengeworpen waarvan sprake is in de latere onderzoeken inzake moraliteit, omgeving en financiën. Het ligt dan ook voor de hand dat het feit dat de verzoekende partij werd gehoord in de het kader van de procedure die heeft geleid tot de beslissing van 18 juli 2025, niet relevant is en niet kan leiden tot het besluit dat haar recht om gehoord te worden werd gerespecteerd in het kader van de latere procedure die tot de bestreden beslissing heeft geleid. Om dezelfde redenen valt niet in te zien waarom er sprake zou zijn van “duidelijke feiten” waaromtrent het volstrekt zinloos zou zijn geweest om de verzoekende partij te horen. 15. Het tweede middel is ernstig. VII. Besluit 16. Er is voldaan aan de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn, wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. BESLISSING De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de burgemeester van de stad Sint-Truiden van 17 november 2025 waarbij de uitbatingsvergunning voor de seksinrichting ‘Medusa’, gelegen aan de Luikersteenweg 297 te Sint-Truiden, wordt geweigerd. XII-9998-14/15 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op negentien maart tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Peter Sourbron XII-9998-15/15 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.090 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.