← België

Arrest 266093 - Natuurbehoud - Vergunningen - 19/03/2026

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 maart 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.093 Rolnummer: A. 239116/VII-42038 Zaak: Arrest 266093 - Natuurbehoud - Vergunningen - 19/03/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-03-26 Raadplegingen: 111 - laatst gezien 2026-06-18 06:40 Fiche Arrest nr 266.093 van 19 maart 2026 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Natuurbehoud - Vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 266.093 van 19 maart 2026 in de zaak A. 239.116/VII-42.038 In zake: S.S. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Marc Cottyn en Jan De Groote kantoor houdend te 9300 Aalst Leopoldlaan 48 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de OPENBARE VLAAMSE AFVALSTOFFENMAATSCHAPPIJ (OVAM) bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Floris Sebrechts en Jean-Christophe Beyers kantoor houdend te 2600 Antwerpen Borsbeeksebrug 36 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 12 mei 2023, strekt tot de nietigverklaring van “[e]en besluit, genomen door de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) op 13 maart 2023, waarbij: […] [v]erzoeker […] op basis van artikel 116, § 3 van het Bodemdecreet juridisch gezien ten aanzien van de OVAM ‘nog steeds juridisch gezien als eigenaar beschouwd wordt’ van een grond aan de Vanden Eeckhoudtstraat 16 te Halle; […] [a]an verzoeker […] op basis van artikel 116, § 3 van het Bodemdecreet de verplichting wordt opgelegd om de bodemsanering te laten uitvoeren voor de gemengd-overwegend-historische bodemverontreiniging met minerale olie in het vaste deel van de aarde ter hoogte van de ondergrondse tanks, tot stand gekomen VII-42.038-1/4 op de grond gelegen Vanden Eeckhoudtstraat 16 in Halle, kadastraal gekend als Halle 1ste Afdeling, sectie G, grondnummer 323 W 3”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij arrest nr. 258.483 van 18 januari 2024 heropent de Raad van State het debat. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Peter Provoost heeft op 29 september 2025 een verslag opgesteld over het beroep tot nietigverklaring overeenkomstig artikel 93, zesde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Overeenkomstig artikel 26, § 2, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State’, heeft de voorzitter van de VIIe kamer bij beschikking van 23 januari 2026 aan de partijen voorgesteld dat de zaak niet op een openbare terechtzitting wordt behandeld, tenzij één van de partijen hierom verzoekt. Geen van de partijen heeft om een terechtzitting gevraagd. Overeenkomstig bovenvermelde beschikking, werd het debat gesloten en werd de zaak in beraad genomen op 12 maart
  3. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. VII-42.038-2/4 III. Intrekking van de bestreden beslissing
  5. Met een brief van 14 november 2025 deelt de verwerende partij mee dat zij het bestreden besluit zal intrekken. Met een brief van 21 november 2025 bezorgt zij een kopie van de intrekkingsbeslissing van 19 november 2025 aan de Raad van State.
  6. De partijen betwisten niet dat het beroep tot nietigverklaring ingevolge de intrekking van de bestreden beslissing zonder voorwerp is geworden en derhalve als onontvankelijk moet worden verworpen. IV. Kosten
  7. In de gegeven omstandigheden past het de kosten ten laste te leggen van de verwerende partij. BESLISSING
  8. De Raad van State verwerpt het beroep tot nietigverklaring.
  9. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan verzoeker. VII-42.038-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op negentien maart tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Frédéric Vanneste, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Frédéric Vanneste VII-42.038-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.093 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.483 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.