← België

Arrest 266124 - Tucht (openbaar ambt) - 20/03/2026

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 maart 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.124 Rolnummer: A. 247011/XII-10003 Zaak: Arrest 266124 - Tucht (openbaar ambt) - 20/03/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-03-30 Raadplegingen: 113 - laatst gezien 2026-06-18 06:40 Fiche Arrest nr 266.124 van 20 maart 2026 Openbaar ambt - Tucht (openbaar ambt) Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 266.124 van 20 maart 2026 in de zaak A. 247.011/XII-10.003 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Crispyn kantoor houdend te 9030 Mariakerke Mazestraat 16 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken woonplaats kiezend bij de Federale politie DGR/Jur/CTX gevestigd te 1000 Brussel Koningsstraat 202A -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 13 januari 2026, strekt tot de nietigverklaring en de schorsing van de tenuitvoerlegging van “[h]et besluit dd. 18/12/2025 door HCP [P.D.B.] getroffen bij beweerdelijke delegatie van de commissaris-generaal van de federale politie, waarbij is geoordeeld omtrent de melding door verzoeker van een bijkomende activiteit, meer bepaald dat deze gemelde bezigheid ex art. 135 WGP is geweigerd”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij beschikking van 20 januari 2026 werd de procedurekalender vastgesteld en werden de partijen opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 maart
  3. XII-10.003-1/5 De nota met opmerkingen en het administratief dossier werden ingediend overeenkomstig de procedurekalender. Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ en over de vordering tot schorsing met toepassing van met toepassing van artikel 17 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. Staatsraad Ann Coolsaet heeft verslag uitgebracht. Advocaat Peter Crispyn, die verschijnt voor verzoeker en adviseur Kirsten Peeters, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten 3.
  6. Verzoeker is hoofdinspecteur van politie bij de Federale politie. 3.
  7. Op 24 oktober 2025 dient verzoeker een verklaring van uitoefening van een bijkomende activiteit door een personeelslid van het operationele kader in. De activiteit betreft occasioneel advies en lesopdrachten binnen de private veiligheidssector. 3.
  8. Op 18 december 2025 weigert de directeur van de Directie van het personeel de bijkomende activiteit. XII-10.003-2/5 Dit is de bestreden beslissing. 3.
  9. Op 3 februari 2026 beslist de directeur van de Directie van het personeel om de bestreden beslissing in te trekken. Deze beslissing is als volgt gemotiveerd: “Gezien het advies niet werd uitgebracht door de directeur-generaal DGA zelf, maar door één van zijn medewerkers; Gezien de negatieve beslissing onvoldoende werd gemotiveerd; Gezien de weigeringsbeslissing niet werd genomen binnen de 45 kalenderdagen na ontvangst van de melding; Beslis ik de weigeringsbeslissing van 18 december 2025 in te trekken. Hierdoor mag HINP […] zijn bijkomende activiteit uitbreiden met de door hem gemelde lesopdrachten binnen de private veiligheidssector”. IV. Toepassing korte debattenprocedure Exceptie wegens teloorgaan van het voorwerp van het beroep Uiteenzetting van de exceptie
  10. In de nota met opmerkingen zet de verwerende partij uiteen dat het beroep niet langer ontvankelijk is, gelet op de intrekking van de bestreden beslissing. Het auditoraat heeft een verslag opgesteld in toepassing van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (hierna: algemeen procedurereglement) waarin het de niet- ontvankelijkheid van het beroep vaststelt wegens het teloorgaan van het voorwerp van het beroep, op grond van de volgende overwegingen: “
  11. In de nota deelt de verwerende partij mee dat de directeur van DRP de bestreden beslissing op 3 februari 2026 heeft ingetrokken en verzoeker zijn bijkomende activiteit mag uitoefenen. Die intrekkingsbeslissing wordt als bijlage bij de nota gevoegd.
  12. Door de intrekking van de bestreden beslissing is het voorliggende beroep zonder voorwerp gevallen en ‘doelloos’ geworden, als bedoeld in artikel 93 APR. Het beroep tot nietigverklaring dient dan ook te worden verworpen. XII-10.003-3/5 De vordering tot schorsing dient, als accessorium van het annulatieberoep, hetzelfde lot te ondergaan.” Beoordeling
  13. Ter terechtzitting hebben de beide partijen zich uitdrukkelijk akkoord verklaard met de afhandeling van het beroep tot nietigverklaring in toepassing van artikel 93, eerste lid, van het algemeen procedurereglement, zoals geadviseerd door het auditoraat. In die omstandigheden en na een eigen onderzoek, ziet de Raad van State geen reden om het anders te zien dan het auditoraat en bevindt aldus, de redenering van het auditoraatsverslag bijvallend, dat het voorwerp van het beroep is teloorgegaan en dat derhalve dient te worden vastgesteld dat het beroep tot nietigverklaring zonder voorwerp is. Het auditoraat heeft terecht gemeend dat de zaak met korte debatten een oplossing kan krijgen. De vordering tot schorsing dient, als accessorium van het beroep tot nietigverklaring, hetzelfde lot te ondergaan. V. Kosten en rechtsplegingsvergoeding
  14. De bestreden beslissing werd na het instellen van het beroep ingetrokken. Zoals hiervoor werd vastgesteld, heeft deze intrekking tot gevolg dat het voorwerp van het beroep is teloorgegaan. Het teloorgaan van het voorwerp van het beroep is derhalve uitsluitend aan de verwerende partij toe te schrijven. In deze omstandigheden kan verzoeker worden beschouwd als een “in het gelijk gestelde partij” in de zin van artikel 30/1, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. In de gegeven omstandigheden past het de kosten, met inbegrip van een rechtsplegingsvergoeding, ten laste van de verwerende partij te leggen. XII-10.003-4/5 BESLISSING
  15. De Raad van State verwerpt het beroep.
  16. De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing.
  17. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 26 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan verzoeker.
  18. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van verzoeker niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op twintig maart tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Ann Coolsaet, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Ann Coolsaet XII-10.003-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.124 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.