id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 maart 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.126 Rolnummer: A. 247639/XII-10073 Zaak: Arrest 266126 - Sluitingen van vestigingen - 20/03/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-03-23 Raadplegingen: 119 - laatst gezien 2026-06-18 06:08 Fiche Arrest nr 266.126 van 20 maart 2026 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Sluitingen van vestigingen Beslissing : Bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 266.126 van 20 maart 2026 in de zaak A. 247.639/XII-10.073 In zake:
- de BV RIF-LAND
- M.A. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Katrien Van der Straeten kantoor houdend te 9200 Dendermonde Justitieplein 5, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD SINT-NIKLAAS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Stijn Butenaerts en Andy Hoedenaeken kantoor houdend te 1080 Brussel Leopold II-laan 180 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 13 maart 2026, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de burgemeester van de stad Sint-Niklaas van 9 maart 2026 “tot voorlopige sluiting van Café Galaxy, gelegen Oosterlaan 57, 9100 Sint-Niklaas, […] vanaf vrijdag 20 maart 2026 om 0:00 uur tot en met vrijdag 19 juni 2026 om 24:00 uur en tot verzegeling van het café”. XII-10.073-1/12 II. Verloop van de rechtspleging
- Bij beschikking van 13 maart 2026 werd de procedurekalender vastgesteld en werden de partijen opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 maart
- De nota met opmerkingen en het administratief dossier werden ingediend overeenkomstig de procedurekalender. Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Ann-Sofie De Saedeleir, die loco advocaat Katrien Van der Straeten verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Oona Fransen, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De eerste verzoekende partij exploiteert een café aan de Oosterlaan 57 te Sint-Niklaas. 3.
- Op 19 januari 2026 onderschept de lokale politie een man bij wie twee gram hasj wordt aangetroffen. Hij verklaart dat hij de drug zopas in café Galaxy heeft aangekocht. Ook verklaart deze persoon dat het algemeen bekend is XII-10.073-2/12 dat in deze zaak hasj kan worden aangekocht en dat de drug zelfs openlijk over de toog wordt verkocht. Naar aanleiding van deze verklaringen gaat de politie over tot een huiszoeking op heterdaad van de betrokken horecazaak. 3.
- In een bestuurlijk verslag van 28 januari 2026 stelt de politie dat de vaststellingen die gedaan werden tijdens de huiszoeking aanwijzingen vormen van “drugshandel”, “hulp bij verblijf van vreemdeling/mensenhandel ‘economische uitbuiting”” en “zwartwerk”. 3.
- Het bestuurlijk verslag wordt op 18 februari 2026 meegedeeld aan het kabinet van de burgemeester. 3.
- Met een brief van 20 februari 2026 worden de verzoekende partijen in kennis gesteld van het voornemen van de burgemeester om de inrichting tijdelijk te sluiten en worden zij uitgenodigd om gehoord te worden. 3.
- Op 4 maart 2026 vindt een hoorzitting plaats. Tijdens die hoorzitting vernemen de verzoekende partijen dat de burgemeester een sluiting van zes maanden overweegt “met verzegeling en met de aanbeveling tot het volgen van een opleiding over sociale wetgeving”. 3.
- Op 9 maart 2026 neemt de burgemeester van de stad Sint-Niklaas de thans bestreden beslissing waarbij het café met ingang van 20 maart 2026 voor een periode van drie maanden wordt gesloten. Deze beslissing wordt als volgt gemotiveerd: “Gelet op het bestuurlijk verslag van de politie dd. 28 januari 2026 waaruit blijkt dat café Galaxy, gelegen Oosterlaan 57 te 9100 Sint-Niklaas, een vestiging van bvba Rif-Land, ondernemingsnummer 0701.857.257, op 19 XII-10.073-3/12 januari 2026 ernstige aanwijzingen werden vastgesteld van drugshandel en mensenhandel (tewerkstelling van personen zonder verblijfsrecht). Overwegende dat het te koop aanbieden van verboden producten een gevaar vormt voor de volksgezondheid en de veiligheid van de inwoners; Overwegende dat het tewerkstellen van personen zonder verblijfsrecht (derdelanders) verboden is en dat de tewerkgestelden geen wettelijke bescherming genieten; Gelet op het verslag van de hoorplicht dd. 5 maart 2026, dat aan dit besluit zal worden gehecht; Gelet op het voorafgaand akkoord van het parket dd. 16 februari 2026; Gelet op de drugswet dd. 24 februari 1921, inzonderheid artikel 9bis; Gelet op de nieuwe gemeentewet, inzonderheid artikel 134quinquies; Gelet op het decreet lokaal bestuur, inzonderheid artikel 63.” 3.
- Voormelde beslissing wordt op 16 maart 2026 bekrachtigd door het college van burgemeester en schepenen van de stad Sint-Niklaas. IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, § 1, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd waarvan het onderzoek zich leent voor een versnelde behandeling en waarmee de nietigverklaring van de bestreden beslissing prima facie kan worden verantwoord. Overeenkomstig paragraaf 5 van datzelfde artikel wordt de zaak behandeld bij uiterst dringende noodzakelijkheid en derhalve binnen een termijn van vijftien dagen of minder, wanneer zulks in het opschrift wordt vermeld. XII-10.073-4/12 V. Uiterst dringende noodzakelijkheid Standpunt van de partijen
- In hun uiteenzetting betogen de verzoekende partijen dat het café hun enige bron van inkomsten is en door de sluiting ervan alle inkomsten wegvallen terwijl de vaste kosten (een maandelijkse handelshuur ten bedrage van 1.380 euro en de kosten voor elektriciteit, water, gas en telecommunicatie) blijven doorlopen. Daarenboven is de vennootschap pas aan het herstellen van een financieel moeilijke periode en bestaat er geen enkele financiële buffer om de tijdelijke sluiting op te vangen. De tijdelijke sluiting kan derhalve leiden tot een faillissement. Tot slot wijzen de verzoekende partijen op de niet te herstellen “imago- en reputatieschade”, waardoor ook het cliënteel zal worden afgeschrikt.
- In haar nota wijst de verwerende partij erop dat de eerste verzoekende partij een financieel gezonde vennootschap is die beschikt over 55.722 euro aan liquide middelen en een positief eigen vermogen van 10.176 euro. Zij stelt dat uit die bedrijfsgegevens enkel besloten kan worden dat de eerste verzoekende partij “zonder enig probleem een sluiting van 3 maanden financieel [kan] overleven, zelfs met alle gemak”. Met betrekking tot de tweede verzoekende partij merkt zij op dat geen informatie wordt verstrekt over haar financiële situatie. Met het enkele feit dat het cliënteel het café niet kan bezoeken tijdens de periode van sluiting, wordt volgens de verwerende partij de spoedeisendheid van de vordering niet bewezen. Evenmin wordt aangetoond dat nieuwe potentiële klanten de horecazaak zullen mijden. Beoordeling
- Uit de meest recente resultatenrekening van het gebroken boekjaar 2024-2025 blijkt dat de enige activiteit van de eerste verzoekende partij XII-10.073-5/12 haar een winst heeft opgeleverd van 4.880 euro (vóór belasting). Dergelijk bescheiden winstcijfer duidt erop dat de eerste verzoekende partij financieel bijzonder kwetsbaar is. Bovendien blijkt uit dezelfde resultatenrekening dat nog een verlies van 2.224 euro dient overgedragen te worden naar het volgende boekjaar. Alleen al door de financiële impact van de bestreden beslissing is het aannemelijk dat de eerste verzoekende partij op zeer korte termijn het risico loopt terecht te komen in een toestand waarbij de nadelen die gepaard gaan met de gedwongen sluiting van de horecazaak voor een periode van drie maanden onherroepelijk zijn.
- De voorwaarde van een uiterst dringende noodzakelijkheid is, minstens in hoofde van de eerste verzoekende partij, vervuld. VI. Ernst van de middelen Standpunt van de partijen
- In een eerste middel wordt de schending aangevoerd van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’ en van het zorgvuldigheidsbeginsel. De verzoekende partijen stellen onder meer dat met de loutere verwijzing naar het bestuurlijk verslag, geen enkele, minstens geen afdoende, motivering wordt gegeven voor het opleggen van de sluitingsmaatregel. Evenmin wordt in de bestreden beslissing uitgelegd waarom de sluiting van de inrichting nodig is voor “het bijsturen van de uitbating van de inrichting en het herstel van de openbare veiligheid en rust”. In een tweede middel dat ontleend is aan de schending van artikel 9bis van de wet van 24 februari 1921 ‘betreffende het verhandelen van XII-10.073-6/12 giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen’ (hierna: drugswet), artikel 134quinquies van de nieuwe gemeentewet, de materiëlemotiveringsplicht en het redelijkheids- en proportionaliteitsbeginsel, stellen de verzoekende partijen dat er geen bewijs van mensenhandel voorligt. Het op de bovenverdieping gelegen appartement wordt immers onderverhuurd aan een persoon die legaal in België verblijft en elders werkt. Deze persoon werd niet verhoord, noch wordt deze persoon geïdentificeerd of benoemd. Voorts benadrukken de verzoekende partijen dat er geen grove schendingen van de drugswet worden bewezen en evenmin worden concrete elementen aangevoerd waaruit een verstoring van de openbare orde en veiligheid blijkt. In de bestreden beslissing wordt enkel gewag gemaakt van algemene veronderstellingen. In zoverre wordt verwezen naar openbare geruchten en vaststellingen in de jaren 2018 en 2025, kunnen deze bij gebrek aan processen-verbaal, niet geverifieerd worden. Uit de bestreden beslissing blijkt tot slot niet waarom een sluiting de bij uitstek aangewezen maatregel is en er wordt evenmin gemotiveerd waarom dergelijke maatregel, rekening houdend met de toestand op het ogenblik dat de bestreden beslissing genomen werd, nog aangewezen is.
- Met betrekking tot het eerste middel is de verwerende partij van oordeel dat de bestreden beslissing wel degelijk afdoende formele motieven bevat die toelaten te begrijpen waarom de sluitingsmaatregel werd opgelegd. Meer bepaald wordt in de motieven voldoende duidelijk aangegeven dat, op basis van de vaststellingen in het bestuurlijk verslag van 28 januari 2026, ernstige aanwijzingen bestaan van drugshandel en mensenhandel in de inrichting en dat de burgemeester de mening is toegedaan dat het te koop aanbieden van verboden producten een gevaar vormt voor de volksgezondheid en de veiligheid van de inwoners, dat het tewerkstellen van personen zonder verblijfsrecht verboden is en dat de tewerkgestelden geen wettelijke bescherming genieten. XII-10.073-7/12 In zake het tweede middel laat zij als verweer gelden dat uit de feitelijke vaststellingen in het bestuurlijk verslag wel degelijk ernstige aanwijzingen kunnen worden afgeleid van hulp bij verblijf van vreemdelingen, mensenhandel (economische uitbuiting) en zwartwerk. Hetzelfde geldt voor de verkoop en het gebruik van verdovende middelen in de horecazaak, in het bijzonder doordat een druggebruiker heeft verklaard dat hij hasj in het café heeft aangekocht en er reeds gedurende zes of zeven jaar drugs “over de toog” worden verkocht, tijdens de huiszoeking een opbergdoos voor drugs werd gevonden en er ook liquide geldmiddelen werden aangetroffen. Volgens de verwerende partij blijkt uit de herhaalde meldingen over het verhandelen van drugs in de handelszaak wel degelijk dat er sprake is van overlast voor de buurt. Beoordeling
- De bestreden maatregel vindt blijkens de bestreden beslissing rechtsgrond in artikel 134quinquies van de nieuwe gemeentewet en in artikel 9bis van de drugswet.
- Artikel 134quinquies van de nieuwe gemeentewet luidt: “Indien er ernstige aanwijzingen zijn dat in een inrichting feiten plaatsvinden van mensenhandel als bedoeld in artikel 433quinquies van het Strafwetboek of feiten van mensensmokkel als bedoeld in artikel 77bis van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, kan de burgemeester, na voorafgaand overleg met de gerechtelijke instanties, en na de middelen van verdediging van de verantwoordelijke te hebben gehoord, besluiten deze inrichting te sluiten voor de duur die hij bepaalt. De maatregel houdt onmiddellijk op uitwerking te hebben indien ze niet tijdens de eerstvolgende vergadering van het college van burgemeester en schepenen of het gemeentecollege wordt bevestigd. De sluitingsmaatregel heeft een maximale duur van zes maanden, tweemaal hernieuwbaar. De beslissing tot hernieuwing van de maatregel houdt onmiddellijk op uitwerking te hebben indien ze niet tijdens de eerstvolgende vergadering van het college van burgemeester en schepenen of van het gemeentecollege wordt bevestigd.” XII-10.073-8/12 Artikel 433quinquies, § 1, van het Strafwetboek bepaalt: “§
- Levert het misdrijf mensenhandel op, de werving, het vervoer, de overbrenging, de huisvesting, de opvang van een persoon, het nemen of de overdracht van de controle over hem met als doel : 1° […] 2° […] 3° het verrichten van werk of het verlenen van diensten, in omstandigheden die in strijd zijn met de menselijke waardigheid; 4° […] 5° […] Behalve in het in 5 bedoelde geval is de toestemming van de in het eerste lid bedoelde persoon met de voorgenomen of daadwerkelijke uitbuiting van geen belang.” Aangezien in de bestreden beslissing sprake is van “tewerkstelling van personen zonder verblijfsrecht” dient op het eerste gezicht aangenomen te worden dat de verwerende partij van oordeel is dat er ernstige indicaties voorhanden zijn van mensenhandel met het oog op economische uitbuiting in de horecazaak van de verzoekende partijen. Voor dat oordeel heeft de verwerende partij steun gezocht in het bestuurlijk verslag van 28 januari 2026 waarin onder meer het volgende wordt vermeld: “Vaststellingen – Aanwijzingen hulp bij verblijf van vreemdeling / mensenhandel ‘economische uitbuiting’ Deze persoon heeft de Marokkaanse nationaliteit en verblijft illegaal in België. Op de medische identificatiepas staat het adres van café Galaxy vermeld, Oosterlaan 57 in Sint-Niklaas. Dit is eveneens het adres waar de horecaonderneming is op gevestigd. Het personeelslid heeft dus Oosterlaan 57, 9100 als verblijfsadres opgegeven voor dit document. Het bed in deze kamer is duidelijk beslapen. In de kledingkast hangen en liggen kleren, en ook op de vloer liggen meerdere kledingstukken verspreid. Tijdens de uitlezing van deze persoon zijn gsm, stellen we vast dat hij reeds sinds januari 2024 in het privégedeelte boven de zaak verblijft.” In voormelde noch in andere passages van het bestuurlijk verslag kunnen elementen worden aangetroffen die erop wijzen dat er sprake is van het verrichten van werk of het verlenen van diensten “in omstandigheden die in strijd XII-10.073-9/12 zijn met de menselijke waardigheid”, conform de omschrijving van het misdrijf mensenhandel in artikel 433quinquies, § 1, 3°, van het Strafwetboek. Derhalve kan ook niet aangenomen worden dat de verwerende partij in de vaststellingen van het bestuurlijk verslag van 28 januari 2026 ernstige aanwijzingen in de zin van artikel 134quinquies van de nieuwe gemeentewet – dit zijn voldoende concrete en sterke indicaties – kon zien dat in de inrichting feiten van mensenhandel plaatsvinden.
- Artikel 9bis van de drugswet, zoals vervangen door artikel 44 van de wet van 15 januari 2024 ‘betreffende de gemeentelijke bestuurlijke handhaving, de instelling van een gemeentelijk integriteitsonderzoek en houdende oprichting van een Directie Integriteitsbeoordeling voor Openbare Besturen’, luidt als volgt: “Onverminderd de bevoegdheden van de rechterlijke instanties en onverminderd de artikelen 134ter en quater van de Nieuwe Gemeentewet, kan de burgemeester, na voorafgaand overleg met de gerechtelijke overheden en indien dat noodzakelijk is voor de handhaving van de openbare orde, een publiek toegankelijke inrichting sluiten, indien ernstige aanwijzingen voorhanden zijn dat er illegale activiteiten plaatsvinden die betrekking hebben op de teelt, vervaardiging, verkoop, aflevering of het vergemakkelijken van het gebruik van giftstoffen, slaapmiddelen, verdovende middelen, ontsmettingsmiddelen, psychotrope stoffen, antiseptica, voorwerpen of stoffen die worden gebruikt voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen. Dit is enkel mogelijk na de verantwoordelijke te hebben gehoord in diens middelen van verdediging. De maatregel houdt onmiddellijk op uitwerking te hebben indien ze niet tijdens de eerstvolgende vergadering van het college van burgemeester en schepenen of het gemeentecollege wordt bevestigd. De sluitingsmaatregel heeft een maximale duur van zes maanden, tweemaal hernieuwbaar. De beslissing tot hernieuwing van de maatregel zal onmiddellijk ophouden uitwerking te hebben indien ze niet op de eerstvolgende vergadering van het college van burgemeester en schepenen of van het gemeentecollege wordt bevestigd.” Opdat de burgemeester rechtmatig op grond van artikel 9bis van de drugswet een sluiting kan opleggen, is vereist dat hij over ernstige aanwijzingen beschikt dat in de betrokken voor het publiek toegankelijke inrichting, illegale activiteiten plaatsvinden die betrekking hebben op de teelt, vervaardiging, verkoop, aflevering of het vergemakkelijken van het gebruik van onder meer verdovende XII-10.073-10/12 middelen en psychotrope stoffen. De maatregel moet bovendien noodzakelijk zijn voor de handhaving van de openbare orde. In de bestreden beslissing kunnen geen motieven aangetroffen worden die inzichtelijk maken waarom de sluiting van de inrichting noodzakelijk is voor het bewaren van de openbare orde. De noodzakelijkheid van de maatregel wordt in elk geval niet aangetoond met de algemene bedenking dat “het te koop aanbieden van verboden producten een gevaar vormt voor de volksgezondheid en de veiligheid van de inwoners”. Die bedenking zegt immers niets over de wijze waarop de openbare orde ter plaatse concreet wordt verstoord. Bijgevolg hoeft in de huidige stand van het geding niet te worden onderzocht of de verwerende partij al dan niet terecht tot het besluit is kunnen komen dat op grond van de in het bestuurlijk verslag vermelde vaststellingen er ernstige aanwijzingen bestaan dat in de inrichting drugs verhandeld worden.
- Het eerste en het tweede middel zijn in de aangegeven mate ernstig. VII. Besluit
- Er is voldaan aan de voorwaarden gesteld in artikel 17, §§ 1 en 5, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn, wil een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden toegewezen. BESLISSING De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van de burgemeester van de stad Sint-Niklaas van 9 maart 2026, bekrachtigd door het college van XII-10.073-11/12 burgemeester en schepenen bij besluit van 16 maart 2026, waarbij het café Galaxy, gelegen aan de Oosterlaan 57 te 9100 Sint-Niklaas, wordt gesloten van 20 maart 2026 tot en met 19 juni
- Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op twintig maart tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Ilse Anné, griffier. De griffier De voorzitter Ilse Anné Peter Sourbron XII-10.073-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.126 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div