id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 maart 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.153 Rolnummer: A. 246129/IX-10757 Zaak: Arrest 266153 - Examens (onderwijs) - 24/03/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-03-30 Raadplegingen: 101 - laatst gezien 2026-06-18 06:43 Fiche Arrest nr 266.153 van 24 maart 2026 Onderwijs en cultuur - Examens (onderwijs) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK DE VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 266.153 van 24 maart 2026 in de zaak A. 246.129/IX-10.757 In zake : XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Chris Schijns en Charlotte Cams kantoor houdend te 3600 Genk Grotestraat 122 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de VLAAMSE GEMEENSCHAP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Sofie Logie en Niels Lemaire kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 14 oktober 2025, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de interne beroepsinstantie van het toelatingsexamen voor de opleiding tot tandarts van 9 oktober 2025 waarbij het beroep van verzoekster ongegrond wordt verklaard en de eerder door de examencommissie genomen beslissing tot intrekking van de beslissing van 14 juli 2025 tot gunstige rangschikking op het toelatingsexamen tandarts van 3 juli 2025 en tot uitsluiting van de rangschikking van de in 2025 afgelegde toelatingsexamens, wordt bevestigd. IX-10.757-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 264.655 van 24 oktober 2025 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing ingewilligd. Het genoemde arrest is op 29 oktober 2025 aan de verwerende partij ter kennis gebracht. De verwerende partij heeft geen verzoek tot voortzetting ingediend. Auditeur Daniël Plas heeft overeenkomstig artikel 11/5 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State’ meegedeeld dat hij geen verslag over het beroep tot nietigverklaring zal neerleggen. Overeenkomstig artikel 26, § 2, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State’, heeft de waarnemend voorzitter van de IXe kamer bij beschikking van 20 januari 2026 aan de partijen voorgesteld dat de zaak niet op een openbare terechtzitting wordt behandeld, tenzij één van de partijen hierom verzoekt. Geen van de partijen heeft om een terechtzitting gevraagd. Overeenkomstig bovenvermelde beschikking, werd het debat gesloten en werd de zaak in beraad genomen op 9 maart
- Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- IX-10.757-2/4 III. Beoordeling
- Gelet op artikel 17, § 6, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en artikel 11/2, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ kan de beslissing waarvan de schorsing gevorderd wordt volgens een versnelde rechtspleging nietig worden verklaard indien de verwerende partij of degene die belang heeft bij de beslechting van het geschil, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen te rekenen van de kennisgeving van het arrest waarbij de schorsing bevolen wordt.
- De verwerende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. Daaraan is niet vreemd, zo mag worden aangenomen, het feit dat de interne beroepsinstantie op 3 november 2025 de bestreden beslissing uitdrukkelijk heeft ingetrokken en een nieuwe beslissing heeft genomen, waarbij zij het beroep van verzoekster heeft ingewilligd. Het voorliggende beroep is derhalve zonder voorwerp geworden. In de gegeven omstandigheden past het de kosten ten laste van de verwerende partij te leggen.
- Uit het voorgaande volgt, overeenkomstig artikel 17, § 10, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, dat de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing die bij uiterst dringende noodzakelijkheid bevolen werd bij arrest nr. 264.655 van 24 oktober 2025, moet worden opgeheven. IX-10.757-3/4 BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De schorsing bevolen bij arrest nr. 264.655 van 24 oktober 2025 wordt opgeheven.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 26 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij.
- Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vierentwintig maart tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Jurgen Neuts, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Jurgen Neuts IX-10.757-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.153 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.655 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.