id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 maart 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.156 Rolnummer: A. 247505/XIV-40107 Zaak: Arrest 266156 - Overheidsopdrachten - 24/03/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-03-27 Raadplegingen: 100 - laatst gezien 2026-06-18 06:43 Fiche Arrest nr 266.156 van 24 maart 2026 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : afvoering Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 266.156 van 24 maart 2026 in de zaak A. 247.505/XIV-40.107 In zake: K.E. tegen: de HOGESCHOOL PXL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Laura Kempeneers kantoor houdend te 3730 Hoeselt Dorpsstraat 3/1 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 19 februari 2025, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de beslissing van de aanbestedende instantie van Hogeschool PXL om onze inschrijving ongeldig te verklaren en uit te sluiten van verdere beoordeling in de openbare aanbestedingsprocedure voor het Media Platform.” II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Bij beschikking van 27 februari 2026 werd, in samenspraak met het aangeduide lid van het auditoraat, de procedurekalender vastgesteld en werden de partijen opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 11 maart
- XII-40.107-1/3 Kamervoorzitter Geert Debersaques heeft verslag uitgebracht. Advocaat Laura Kempeneers, die verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Toepassing van artikel 71, derde lid, van de algemene procedureregeling
- Het inleiden van een vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van een akte geeft overeenkomstig de artikelen 66, 6°, en 70 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (hierna: algemene procedureregeling) aanleiding tot de betaling van een recht van 200 euro en een bijdrage van 26 euro. Dit recht en deze bijdrage moeten worden gekweten door middel van een overschrijving of storting op de in artikel 71, eerste lid, van de algemene procedureregeling bedoelde rekening. Artikel 71, derde lid, van de algemene procedureregeling luidt: “Wanneer een vordering tot schorsing of tot het bevelen van voorlopige maatregelen volgens de procedure van de uiterst dringende noodzakelijkheid is ingesteld, wordt het overschrijvingsformulier bij de beschikking tot vaststelling van de rechtsdag gevoegd. Het bewijs dat een overschrijvingsopdracht is gegeven of dat een storting is uitgevoerd, wordt op de terechtzitting overgelegd. Indien dat bewijs niet is geleverd voor de sluiting van het debat, wordt de vordering verworpen.”
- De griffie van de Raad van State heeft de verzoekende partij op 27 februari 2026 per e-mail in kennis gesteld van de procedurekalender evenals XII-40.107-2/3 van vaststelling van de zaak op de terechtzitting van 11 maart 2026 om 15.00 uur en heeft haar tevens uitgenodigd om het voor haar vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid verschuldigde rolrecht en de verschuldigde bijdrage te voldoen. Daarbij heeft de griffie gewezen op de hiervóór vermelde bepaling van artikel 71, derde lid, van de algemene procedureregeling.
- De verzoekende partij, die niet aanwezig of vertegenwoordigd was op de terechtzitting, maar met een brief van 3 maart 2026 had laten weten dat zij “haar verzoek bij de Raad van State niet langer wenst voort te zetten”, heeft geen gevolg gegeven aan de uitnodiging tot betaling vóór de sluiting van het debat. Er is bijgevolg reden om de ingestelde vordering krachtens het voormelde artikel 71, derde lid, van de algemene procedureregeling te verwerpen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vierentwintig maart tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XII-40.107-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.156 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.