id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 maart 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.184 Rolnummer: A. 246409/XIV-39948 Zaak: Arrest 266184 - Overheidsopdrachten - 24/03/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-03-30 Raadplegingen: 101 - laatst gezien 2026-06-18 06:08 Fiche Arrest nr 266.184 van 24 maart 2026 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 266.184 van 24 maart 2026 in de zaak A. 246.409/XIV-39.948 In zake: de N.V. R. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marnix Moerman kantoor houdend te 9930 Lievegem Dekenijstraat 30 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de NV VAN PUBLIEK RECHT INFRABEL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Nathanaëlle Kiekens, Matthias De Groot en Elise Descheemaeker kantoor houdend te 1000 Brussel Loksumstraat 25 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 14 november 2025, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de verwerende partij van 3 november 2025 “waarbij de verzoekster niet wordt geselecteerd voor het bestek met nummer [XX/XX/X/XX/XXX].” II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 265.197 van 15 december 2025 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. Het genoemde arrest is op 16 december 2025 aan de verzoekende partij ter kennis gebracht. XIV-39.948-1/3 Op 3 februari 2026 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest.
- De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.
- Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. BESLISSING
- De Raad van State spreekt de afstand van geding uit. XIV-39.948-2/3
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 26 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan.de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vierentwintig maart tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XIV-39.948-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.184 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.265.197 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div