← België

Arrest 266186 - Overheidsopdrachten - 24/03/2026

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 maart 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.186 Rolnummer: A. 246052/XIV-39889 Zaak: Arrest 266186 - Overheidsopdrachten - 24/03/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-03-30 Raadplegingen: 105 - laatst gezien 2026-06-18 06:44 Fiche Arrest nr 266.186 van 24 maart 2026 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 266.186 van 24 maart 2026 in de zaak A. 246.052/XIV-39.889 In zake:

  1. de N.V. A.
  2. de N.V. V. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tim Van Cauter kantoor houdend te 8790 Waregem Zultseweg 101 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD OUDENBURG bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gitte Laenen kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  3. Het beroep, ingesteld op 6 oktober 2025, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van 16/09/2025 van het College van burgemeester en Schepenen van de Stad Oudenburg dat de opdracht voor fase 1 van het inrichten van een uitkijkpunt in toren van de Sint-Eligiuskerk te Ettelgem toewijst aan [de BV S.M.].” II. Verloop van de rechtspleging
  4. Bij arrest nr. 264.723 van 31 oktober 2025 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. XIV-39.889-1/3 Het genoemde arrest is op 3 november 2025 aan de verzoekende partijen ter kennis gebracht. Op 4 februari 2026 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partijen de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partijen hebben niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  5. III. Beoordeling
  6. Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partijen een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest.
  7. De verzoekende partijen hebben geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.
  8. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. XIV-39.889-2/3 BESLISSING
  9. De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
  10. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 26 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vierentwintig maart tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XIV-39.889-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.186 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.723 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.