← België

Arrest 266221 - Plannen van aanleg - 27/03/2026

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 maart 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.221 Rolnummer: A. 225591/X-17279 Zaak: Arrest 266221 - Plannen van aanleg - 27/03/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-04-03 Raadplegingen: 102 - laatst gezien 2026-06-18 06:44 Fiche Arrest nr 266.221 van 27 maart 2026 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Plannen van aanleg Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 266.221 van 27 maart 2026 in de zaak A. 225.591/X-17.279 In zake :

  1. de BV A.
  2. C.G. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Willem Meuwissen kantoor houdend te 2018 Antwerpen Jan Van Rijswijcklaan 66 bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jeroen De Coninck kantoor houdend te 2000 Antwerpen Amerikalei 211 tegen :
  3. de PROVINCIE OOST-VLAANDEREN
  4. het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jürgen Vanpraet kantoor houdend te 8820 Torhout Oostendestraat 306 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  5. Het beroep, ingesteld op 29 juni 2018, strekt tot de nietigverklaring van:
  6. “Het besluit van 28 februari 2018 van de provincieraad van de provincie Oost-Vlaanderen houdende definitieve vaststelling van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan PRUP ‘Suikerfabrieksite en omgeving’ te Moerbeke, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 3 mei 2018”
  7. “De beslissing van de dienst MER van departement Leefmilieu, Natuur en Energie dat het voorgenomen plan geen aanleiding geeft tot aanzienlijke milieugevolgen en bijgevolg de opmaak van een plan-MER voor het PRUP Suikerfabrieksite niet nodig is d.d. 10 april 2017”. X-12.279-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
  8. De verwerende partijen hebben elk een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Pierrot T’Kindt heeft een verslag opgesteld. De verwerende partijen hebben elk een laatste memorie ingediend. De verzoekende partijen hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 27 maart
  9. Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. Advocaat Isabelle Verhelle, die loco advocaten Willem Meuwissen en Jeroen De Coninck verschijnt voor de verzoekende partijen, is gehoord. Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  10. III. Verzoek tot afstand
  11. Met een brief van 20 maart 2026 doen de verzoekende partijen afstand van hun beroep, omdat “[h]et provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan waartegen de vernietigingsvordering van [de verzoekende partijen] gericht is, […] door het definitief worden van een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan [werd] X-12.279-2/4 opgeheven. De vernietigingsvordering van [de verzoekende partijen] is daardoor zonder voorwerp geworden.” IV. Kosten
  12. Bij arrest nr. 22/2020 van 13 februari 2020 heeft het Grondwettelijk Hof de woorden “per verzoekende partij” vernietigd in artikel 4, § 4, eerste en derde lid, van de wet van 19 maart 2017 ‘tot oprichting van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand’, zoals het is ingevoegd bij de wet van 26 april
  13. Dit betekent dat de bijdrage slechts éénmaal is verschuldigd per verzoekschrift, ongeacht het aantal partijen. Bijgevolg is er aanleiding om de terugbetaling te bevelen van de onterecht betaalde bijdrage. BESLISSING
  14. De Raad van State verleent akte van de afstand.
  15. De verzoekende partijen worden, elk voor de helft, verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de tweede verwerende partij. De onterecht betaalde bijdrage ten bedrage van 20 euro dient te worden terugbetaald aan de verzoekende partijen. X-12.279-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zevenentwintig maart tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jan Clement, kamervoorzitter, Stephan De Taeye, staatsraad, Patricia De Somere, staatsraad, bijgestaan door Karin Meerschaut, griffier. De griffier De voorzitter Karin Meerschaut Jan Clement X-12.279-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.221 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.